hamburger_icon

Wiki

Dag beste Geoloog of Geoloog in wording!

Verheugt uzelf, want u hebt de weg gevonden naar de Wiki. Op deze plek kunnen we elkanders kennis delen en bundelen tot een machtige vuist die zal inbeuken op de tiranie der examenvragen!

Natuurlijk hebben we ook jullie hulp nodig om de Wiki up-to-date te houden. Zeker nu de opleiding aangepast is geweest zijn er veel vakken verdwenen en bijgekomen, hebben vakken nieuwe proffen gekregen en zullen soms nieuwe cursussen en practica gegeven worden.

Twieoos kan je altijd opgeven in deze form.

Bachelor - Jaar 1

Algemene chemie 1

Docent

Klaartje De Buysser

Klaartje De Buysser legt alles duidelijk uit en probeert iedereen met de leerstof mee te krijgen. Je gaat best naar de les, zodat je vragen kan stellen als iets niet duidelijk is. Ze zal de tijd nemen om hierop te antwoorden. De lessen worden ook gelivestreamd, maar vertrouw niet enkel hierop, want de powerpointslides durven hier weleens weg te vallen. Tijdens de les zegt ze vaak wat ze belangrijk vindt voor het examen, duid dit zeker aan.
Af en toe zal er ook een les vervangen worden door een monitoraatles, die geven wordt door Karen Saerens. Hier worden één of meerdere hoofdstukken nog eens besproken. Dit gebeurd op een grondigere manier dan tijdens de gewone lessen en vaak ook op een andere manier. Ook worden er, naast de theorie, oefeningen uitgewerkt ter voorbeeld. Dit maakt de theorie minder abstract en helpt om alles beter te begrijpen. Deze lessen zijn zeker interessant als je niet mee was tijdens de gewone lessen.
Check, in het algemeen, 's avonds en/of 's morgens nog eens Ufora of de les wel doorgaat, want soms worden lessen last minute gecanceld.

Cursus

Deze is vrij dik, maar verkijk je hier niet op. Hij leert vrij vlot en er staan ook veel grafieken en kaders bij met uitgewerkte oefeningen. In het begin van het jaar kan je de cursus met bijhorende powerpointslides gaan afhalen bij TopCopy. Vergeet zeker geen cash geld mee te nemen om deze te betalen. De cursus bevat zowel de leerstof van het eerste en tweede semester.

Werkcolleges

Hier ga je best elke keer naartoe! De werkcolleges worden gegeven door dezelfde assisent als de practica. Er worden hier niet alleen veel oefeningen gemaakt, maar ook de theorie wordt nog eens grondig herhaald. Probeer voor het werkcollege de oefeningen al eens te bekijken zodat je weet waarover het gaat. Vaak wordt er ook gezegd wat voor oefeningen er zeker op het examen gevraagd zullen worden. Op het einde van elk hoofdstuk in de cursus staan een aantal oefeningen met bijhorende oplossingen. Deze maak je best ter voorbereiding op het examen. Je vragen over deze oefeningen kan je gerust stellen aan de assistent tijdens de werkcolleges.

Practica

Deze bereid je beter goed voor, want soms is de tijd erg krap. De practica worden gegeven door de vriendelijke assisent Hans Van Hoe. Wees niet bang om vragen aan hem te stellen, want hij helpt je graag verder. Je veiligheidsbril en labojas zijn verplicht en meestal zal je nog wat extra gerief moeten meenemen zoals lucifers en een vod. Je zal tijdens deze practica meestel per twee moeten werken. Vergeet ook zeker je voorbereidingstest niet te maken, want deze telt mee voor punten! Na elk practicum heb je ook nog een naverwerkingstest. Hiervoor krijg je meestal een week de tijd, maar maak hem best zo snel mogelijk zodat je het niet vergeet.

Buis-o-meter
(40%)

Om dit examen goed te kunnen maken is het noodzakelijk heel, heel, heel veel oefeningen te maken! Als die goed lukken dan is het examen normaal gezien heel goed te doen. Zorg er echter ook voor dat je de theorie goed onder de knie hebt.

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2023-2024
  •  
  • Open vraag (8p)
  •  
  • a)TiO2 vervaardigen door een aantal reacties. (Je moest beginnen met ilmeniet en verschillende dehydrataties uitvoeren) Je moest dan de deelreacties schrijven en uitbalanseren (enkel de namen van de stoffen waren gegeven, behalve die voor imeniet daarvan kreeg je ook de formule).
  •  
  • b) (gaat verder op a) SO3 werd in een van de deelreacties gevormd. Als je die verder laat oxideren zou je SO2 kunnen maken (of omgekeerd, ik snapte de vraag niet zo goed). Hierbij moest je berekenen hoeveel SO2 je kon ontingen met een gegeven hoeveelheid stof uit de eerste vergelijking.
  •  
  • c) Geef de lewisstructuren van SO3 en SO2. Zet bij elk element de formele lading, de oxidatiegetallen. Geef de hybridisatie en de bindingsorde van het centrale atoom. Geef de naam en de hoek van de structuur.
  •  
  • d) TiO2 heeft typische witte kleur, verklaar.
  •  
  • Meerkeuzevragen (12p)
  •  
  • 1) ?g CxHyOz geeft met volledige verbranding ?g water en ?g zuurstofgas. Wat is de minimale formule van CxHyOz?
  •  
  • 2) Een micorgolf kan 750W (J/s) geven. Je zet een beker erin met 50,0g water. hoeveel mol fotonen heb je nodig om uw water van 25°C tot kookpunt te brengen. (golflengte microgolven = 7,5cm)
  •  
  • 3) De kwantumgetallen van een elekrton is n=4 ml=1. Welke uitspraken zijn waar?
    a) het elektron bevind zich in de 4de hoofdniveau
    b) dit elektron kan in een p-orbitaal zich bevinden
    c) dit elektron kan zich in een d-orbitaal zich bevinden
    d) dit elektron heeft zowieso een magnetischkwantumgetal van +1/2
  •  
  • 4) Welke reekst geeft een stijging van effectieve kernlading weer?
    a) Na (3p) P(1s) As(2s) Al(3p)
    b) allemaal andere volgorde, ma welke weet ik niet meer
    c) en d) ?
  •  
  • 5) Hoeveel mol IO3- wordt gevormd als 1,5 mol ClO3- wordt gereduceerd door I2 naar IO3- en Cl-?
  •  
  • 6) Welke uitspraak is juist:
    a) CH4 is een polair molecule met een polaire bindingen
    b) Al deze formules hebben een hoek die (bijna) 120° is (welke ben ik kwijt)
    c) CSe2 en CS2 hebben een gelijke hoek
    d) SF4 is enige met een permanente dipool uit deze reeks (CF4, KrF4,SeF4)
  •  
  • 7) Waterstofperoxide wordt gebruikt in lenzenvloeistof. Je moest via een formule die niet gegeven was (H2O2 ---> H2 + O2, of 2H2O2 --> 2H2O + O2 denk ik) via de gasformule berekenen hoeveel milliliter O2 je bekwam als je begon met 3,00 m-m% van H2O2. (er ontbreken nog meer gegevens die ik niet meer weet)
  •  
  • 8) Hoeveel water of ethanol moet je toevoegen bij een water/ethanol oplossing met een gegeven concentratie om een zo groot mogelijk volume te bekomen en moet antivries van -2 kunnen verdragen.
  •  
  •  
  • Examen 2020-2021
  •  
  • Meerkeuze
  •  
  • Oef clapy claperon vgl,
  •  
  • 3 verbindinge gegeven met c= ... mol/L. Orden op stijgede dampdruk. 1 verb was een verb met H brug 0.400, andere zonder H brug 0.100 en laatste was NaCl 0.200.
  •  
  • Mengsel van water en een alcohol. De molfractie van alcohol is 0,120. De dichtheid van het mengsel is 0,8 g/ml. Bereken de molaliteit van het alcohol
  •  
  • NO en O2 diagramma opstellen en dan een aantal vragen erover en zeggen wat juist is, allebij paramagnetisch, ..., ..., de ionisatie energie van NO is kleiner dan die van NO-.
  •  
  • 4 schemas van azeotroop en zeggen welke dat juist is. Azeotroop reageert eerst weg, B blijft als laatste over
  •  
  • Oef open vraag
  •  
  • Bereken de minimale formule, bepaal de moleculformule aan de hand van de gegevens van vriespuntverlaging = letterlijk oef laatste WC
  •  
  • H2NON geef lewisstructuren, geef hybridi, OG, FL
  •  
  •  
  • Examen 2017-2018
  •  
  • Waarom is de de IE groter bij N dan bij N2? Leg uit aan de hand van de Molecuul Orbitaal theorie (tekening me orbitalen links en rechts de N, in het midden N2)
  •  
  • Geef de drie resonantiehybriden van NO3-, duidt de formele ladingen en de oxidatiegetallen aan en geef de hybridisatie van het centrale atoom, geef ook de hoeken ( <...,>...)
  •  
  • Je krijgt drie complexen: welke geeft de kleur blauw, welke de kleur geel, welke de kleur groen. Je krijgt er de golflengtes van de kleuren erbij (~aan de hand van ligandsterkte).
  •  
  • Bespreek de dipoolmomenten van drie moleculen
  •  
  • Welke reacties gaan door (drie reacties gegeven met hun enthalpieverandering en alledrie uit eenzelfde atoom, de golflengte van het licht waarmee de atoom bestraalt wordt ook gegeven): eerst u energie berekenen a.d.H.V E= (h.c)/gamma, dan nog maal het getal van avogadro omdat je per mol moet uitkomen. Zo kom je dan energie/mol uit, en kijk je welke enthalpieveranderingen daar onder liggen)
  •  
  • Bespreek tweede orde vergelijking en de snelheidsvergelijking
  •  
  • Stellingen: Waar of niet waar? + uitleg:
  •  
  • - een katalysator verlaagt deltaH.
  •  
  • - unimoleculaire molecules zijn steeds kleiner dan bimoleculair molecules.
  •  
  • - reactiesnelheid stijgt bij lagere druk (s = p d f).
  •  
  • Een reactie met deltaH° en deltaS° gegeven. Bereken deltaG°. Zet Kc om naar Kp. Is dit een spontane reactie?
  •  
  • Uitrekenen van een pH bij het titreren van een buffer.
  •  
  •  

De biosfeer: dieren

Docent

Wim Bert

Wim Bert is de prof van dienst. Hij is iemand die veel kent over zijn vakgebied en zal het dan ook ongetwijfeld wel eens hebben over zijn eigen onderzoek naar nematoden. De les wordt gegeven aan de hand van powerpoints, die na elke les ook op Ufora terug te vinden zijn. Hij heeft niet graag dat er gepraat wordt en stelt af en toe ook vragen waarbij hij geduldig op een antwoord wacht.

Cursus

Je hebt de keuze om in het begin van het semester een boek aan te kopen (in het Engels) waar de lessen op gebaseerd zijn. Hieruit zijn een paar delen door de prof uitgekozen die een verduidelijking/aanvulling zijn van de lessen. Deze delen worden op een lijst op Ufora geplaatst. Er wordt tijdens de les echter meestal enkel gebruik gemaakt van de powerpoints. De slides komen zoals eerder gezegd na elke les op Ufora. Je zal in het begin van het jaar ook de mogelijkheid krijgen om een boek te kopen waarin alle slides samengebundeld zitten. Dit is best handig als je beter leert met een fysieke cursus. Schrijf er dan zeker dingen bij ter verduidelijking.
Er komt ook een interessant fragment van het boek "Het ongelooflijke toeval van ons bestaan" van Alicia Roberts op Ufora staan waar er zeker een vraag van op het examen komt. Sla dit dus zeker niet over. De cursus voor de practica zal tijdens een van de eerste practicalessen verkocht worden.

Practica

Het practicum is één van de eenvoudigste en leukste uit het eerste jaar. Je krijgt in het begin van het semester een cursus (die je moet aankopen voor een paar euro) waarin alle informatie staat die je nodig hebt voor de practica en die ook te kennen is voor het examen. Aan het begin van elk practicum krijg je telkens een korte uitleg van de super toffe assistente adhv powerpoints. Daarna krijgt iedereen een dier/enkele dieren die je dan in detail moet overteken en waarvan je enkele delen moet aanduiden (de vetgedrukte woorden in de cursus zijn de delen die je zal moeten aanduiden). Soms zal je voor kleinere dieren of voor weefsels de microscoop moeten gebruiken. Het is handig om ook telkens een foto te trekken van je organismen.
De duur van elk practicum varieert, maar meestal heb je vroeger gedaan dan de opgegeven tijd. Soms zal je ook per twee moeten samenwerken. Er staan steeds één of twee tekeningen op punten, die je dient af te geven tegen het einde van het practicum. Als je iemand bent die traag werkt of niet goed kan tekenen, kan het handig zijn om met deze tekeningen te beginnen. De overige tekeningen zijn voor jezelf en kunnen je zeker helpen om de leerstof al te begrijpen. Je zal voor het examen o.a. een dier moeten tekenen en alle delen hiervan moeten aanduiden.

Buis-o-meter
(45%)

Slecht nieuws voor de mensen met veel inzicht, want dierkunde is een blokvak! Het practicumexamen gaat meestal door in een van de laatste weken van het semester. Hiervoor zal je de cursus van de practica moeten studeren, de bijhorende powerpoints, alsook de tekeningen die je doorheen het semester hebt moeten maken. Hier zal je o.a. een tekening moeten maken plus alle delen aanduiden, alsook enkele organismen en aangeduidde delen van organismen moeten herkennen. Ten slotte krijg je nog een paar theorievragen over de practica.
Tijdens het examen in januari zal je eerst het examen moeten invullen en als je klaar bent, zal je enkele vragen mondeling moet verduidelijken bij de prof.

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2022-2023
  •  
  • 1) 5 foto's van dieren benoemen
  •  
  • 2) Fylogenetische boom opstellen van die dieren
  •  
  • 3) Belangrijkste verschillen in kenmerken amfibieën en reptielen + fylogenetische relaties
  •  
  • 4) Waarom eet een vegetariër beter vlees van een herbivoor dan een carnivoor
  •  
  • 5) Wat is het belang van toxoplasma in de geneeskunde en geef een schema van heel het levenscyclus
  •  
  • 6) Geef alles over de colopeden? Iets in die stijl
  •  
  • 7) Geef 2 modelorganisme of bewijs dat je a life on our planet van David Attenborough heb gezien
  •  
  • 8) Verschil tussen acoelomaat en coelomaat
  •  
  • 9) Maak en duid aan op de fylogenetische boom van turbellaria lintwormen, trematodea alle apomorfe kenmerken
  •  
  • 10) Postembryonale leven van insecten (in boek vinden)
  •  
  • 11) Hoe komt het dat je bacteriën resitenter maakt bij het opname van antibiotica?
  •  
  • 12) Definitie tergiet, gastrula, plastulalarve ofzoiets, trilobiet, en nog eentje
  •  
  •  
  • Herexamen 2021-2022
  •  
  • 1) Fylogenetische boom opstellen met amonieten, mosbeertjes, mierenegel, spons en nog 1 organisme
  •  
  • 2) Geef alles over de foraminaferen
  •  
  • 3) Geef alle adaptaties/preadapties bij de overgang van waterig milieu naar land
  •  
  • 4) Leg uit hoe een (aard/ring)worm graaft/ voort beweegt (schema/tekening geven)
  •  
  • 5) Geef het fylum met de grootst aantal soorten
  •  
  • 6) Geef het subfylum met meest aantal soorten
  •  
  • 7) Geef de orde met het meest aantal soorten
  •  
  • 8) Geef het fylum met het meest aantal individuen
  •  
  • 9) Geef de (embryonale)levenscyclus bij de echinodermata
  •  
  • 10) Waarom is osmoregulatie zo belangrijk bij dieren in zoetwater
  •  
  • 11) Wat zijn 2 voorbeeld organismen
  •  
  • 12) Welke inzichten van de theorie van Darwin wist Darwin nog niet maar zullen zijn theorie wel versterken
  •  
  •  
  • Examen 2021-2022
  •  
  • Versie 1
  •  
  • 1) 5 dieren + fylogenetische boom
  •  
  • 2) Hoezo kunnen koralen zich diep/hoog bevinden als het zonlicht er niet aankan
  •  
  • 3) De omikron variant van het coronavirus is ziektewekkender dan de delta variant, hoe is dit een voordeel voor de evolutie van het virus?
  •  
  • 4) Waarom zijn mollusca een monofyletische groep?
  •  
  • 5) Het belangrijkste gidsfossiel van de crustacea, de cephalopoda en “de dieren ven een lofofoor”
  •  
  • 6) De ontwikkeling na de embryo-fase van instecten (de namen van de fasen kunnen geven)
  •  
  • 7) De amniota worden in drie groepen verdeeld volgens hun schedel, geef de drie groepen en 1 ervan is nu uitgestorven, welke?
  •  
  • 8) De cyclus van de Trichinella spiralis
  •  
  • 9) Waarom zijn de hemi-chordata geen officiële chordata?
  •  
  • 10) Wat zijn de verschillen tussen de huid van haaien en beenvissen + schematische tekening?
  •  
  • 11) Begrippen: primaire producent, recapitulatie, co-evolutie, sleutelsoort, conodont
  •  
  •  
  • Examen 2020-2021
  •  
  • Versie 1
  •  
  • 1. Benoem 5 organismen (/5)
     a) zeespin
     b) bekerspons
     c) kokerworm
     d) spoelworm
     e) zeehaas
  •  
  • 2. Stel een fylogenetische boom op met de organismen uit vraag 1. (/3)
  •  
  • 3. Echinodermata, gewervelden, lancetvisjes en zakpijpen: teken een fylogenetische boom. Welke groep is het meest verwant met de gewervelden en hoe weten we dit nu zeker? Welke groep dacht men vroeger dat het nauwst verwant was met de gewervelden, hoe noemt deze theorie en waarom?
  •  
  • 4. Wat zijn de voordelen van groot zijn? (/2)
  •  
  • 5. Wat is het ecologisch belang van Mollusken? Hoe wordt dit belang bedreigd? (/2)
  •  
  • 6. Maak A of B: (/2)
    A) Geef de verschillende soorten van mimicry.
    B) Bewijs dat je de film 'A life on our planet' hebt gezien door een oplossing te geven die aangehaald wordt in de film.
  •  
  • 7. Hoe worden bij de bestrijding van bacteriën met antibiotica resistente bacteriën geïnduceerd? (evolutief proces weergeven) (/2)
  •  
  • 8. Hoe kunnen we de verwantschap tussen de nieuwe covid-19 variant uit het Verenigd Koninkrijk en de SARS CoV-2 bestuderen? (/2)
  •  
  • 9. Welke aanpassingen leidden tot het evolutief ontstaan van de amniota. Leg beknopt uit aan de hand van een fylogenetische boom. (/3)
  •  
  • 10. Welke Hydrozoa kolonie is dodelijk voor de mens? (/1)
  •  
  • 11. Waarin verschilt de verbinding van de zenuwen met de spieren bij de nematoda met die van de andere dieren? (/1)
  •  
  • 12. Waarom is de haai zo'n goede jager? (/2)
  •  
  • 13. Geef een gidsfossiel uit volgende groepen: (/3)
     a) Crustacea
     b) Cephalopoda
     c) een lofofoor dragend dier
  •  
  • 14. Welke kenmerken heeft de onychophora gemeenschappelijk met de arthropoda en welke met de annelida? (/3)
  •  
  • 15. Leg volgende begrippen uit (/5)
     a) Echiura
     b) madreporiet
     c) clade
     d) boeklongen
     e) rondedans
  •  
  • Versie 2
  •  
  • 1) 5 fotos -> van deze 5 fotos een boom maken
  •  
  • 2) Leg apomorf/ pleisomorf kenmerk uit en geef een voorbeeld
  •  
  • 3) Hoe hebben de vogels zich afgesplitst (met welk kenmerk)? De prof zei dat dit iets was met asymetrische vleugels.
  •  
  • 4) Geef de cyclus van toxoplasma, maak een schets van de cyclus, waarom geneeskundig belangrijk?
  •  
  • 5) Geef de stappen van de vertebraten naar het land.
  •  
  • 6) Gilde uitleggen of aantonen dat je de film van D. Attenbrough gezien hebt.
  •  
  • 7) Waarom jij en zakpijk verwant? Geef apomorfe kenmerken voor antwoord te staven.
  •  
  • 8) Vraag om te laten zien dat je het boek gelezen hebt: Wat is het voordeel van een coeloom te hebben (3 dingen)?
  •  
  • 9) Maak een boom van 5 ziektes/parasieten die zo min mogelijk met elkaar verwant zijn, leven zo uitgebruid mogenlijk. Denk hierbij ook aan bacterie, iets plants achtigs, protist, nematode en een virus (Pas op virus moet je aanduiden met stippelijn want eigenlijk niet echt verwant met leven).
  •  
  • 10) Nog iets met homoloog en zeggen hoe je kan zien dat iets homoloog (via clade in boom).
  •  
  • 11) 5 woorden, red tide, chemotroof,...
  •  
  •  
  • Examen 2019-2020 1ste zit
  •  
  • Fylogentische boom opstellen van 5 beesten dat je moet herkennen (eikelworm, archeopteryx, platworm, trilobiet en zeekomkommer)
  •  
  • Beschrijf ve overgang van de zee naar het land bij Vertrebraten aan de hand van een fylogenet8sche boom. Geef hierbij de essentiële stappen die nodig waren om deze stap te zetten.
  •  
  • Leg uit waarom de peter pan theorie bij de afsplitsing van Urochordata - Vertebrata verkeerd is
  •  
  • Leg uit hoe de indeling van de organismen doorheen de tijd is verandert
  •  
  • Wat is CO2-neutraal verwarmen?
  •  
  • Leg kort uitleg uit Trypanosoma (slaapziekte dus)
  •  
  • 5 begrippen uitleggen: Acoelomaat, red tide, Enterobius, nelatocyst en bottleneck effect
  •  
  • Beschrijf de voedingswijze van Pogonophora - Siboglinidae
  •  
  • Kan je Nematoden gebruiken in de landbouw?
  •  
  • Wat zijn mossel kreeftjes?
  •  
  • Wat is het verschil tussen luizen en vlooien (niet enkel oppervlakkige verschillen)
  •  
  • Wat zijn de bedreigingen van koraal?
  •  
  • Beschrijf punctuated equilibrium, epigenetica, Mimicry, enterobius
  •  
  •  
  • Examen 2017-2018 2de zit
  •  
  • 1. 5 foto’s: benoem en maak met deze 5 dieren een fylogenetische boom.
  •  
  • 2. Leg uit hoe je ziet dat labrador en lancetvisje gemeenschappelijke oorsprong hebben
  •  
  • 3. Wat is adaptief evolutief voordeel van bilaterale symmetrie?
  •  
  • 4. Wat waren inzichten om de evolutie theorie van Darwin beter te begrijpen, die Darwin zelf nog niet had?
  •  
  • 5. Is volgende combinatie monofyletisch, xxx of XXX?
  •  
  • 6. Geef 5 belangrijke kenmerken van Echinodermata en 5 groepen
  •  
  • 7. Geef de aanpassingen van dieren in zee naar land. Schets deze voor vertebraten in fylogenetische kader.
  •  
  • 8. Geef 2 grote groepen binnen Dinasauria. Welke verschillen waren er tussen de bekken. Uit welke 2 lijnen zijn vogels ontstaan?
  •  
  • 9. Geef de cyclus van hondenlintworm
  •  
  • 10. Geef de verschillen tussen Brachiopoda en Mollusca
  •  
  • 11. Waarom zijn structuren in verband met osmoregulatie bij organismen belangrijk in zoet water?
  •  
  • 12. 5 woordjes: ampullen van Lorenzini, Planula larve, sleutelsoorten, Evolutionary taxonomy, extrusosomen
  •  
  •  
  • Examen 2017-2018 1ste zit
  •  
  • 1. De namen van de phyla geven van de dieren op de foto's
  •  
  • 2. Maak er een phylogenetische boom van
  •  
  • 3. Geef de 5 belangrijkste eigenschappen van de Echinodermata en de 5 grote groepen
  •  
  • 4. Bij massa extinctie hoeveel procent van dieren dood en hoeveel procent tot nu toe uitgestorven?
  •  
  • 5. Cyclus van Enterobius Vermicularis geven en bespreken
  •  
  • 6. Koraalvorming en dinoflagellaten - Endosymbiose
  •  
  • 7. Zet Donald Trump op de fylogenetische boom (dus zo ver mogelijk hem classificeren)
  •  
  • 8. Bespreek de Amniota met ook de uitgestorven soorten bij. (2 schema's achteraan in boek combineren)
  •  
  • 9. Evolutietheorie van Lamarck onderzoeken met wetenschappelijke methode
  •  
  • 10. Begrippen uitleggen: tergum, clade, gilde, axopodium,..
  •  
  • 11. Bespreek de Branchiopoda
  •  
  • Practicum: Onderdelen van dieren worden aangeduid en jij moet zeggen wat het is. Erna prentjes herkennen (zeeklit, pijlinktvis, iets van de cnidaria ontwikkeling stadia..) en dan nog een arthropoda determineren.
  •  
  •  
  • Examen 2016-2017
  •  
  • 1. Benoem de organismen op de foto's (/5) en zet deze in een fylogenetische boom (/3)
  •  
  • 2. Beschrijf de levenscyclus van de bloedbot(/4)
  •  
  • 3. Geef de 5 grote stappen binnen de vertebraten en orden deze in een fylogenetische boom (/5)
  •  
  • 4. Geef een fylogenetisch overzicht van de subphyla binnen de artropoden
  •  
  • 5. Wat is een vis? Waarom is dat geen taxonomische groep?(/3)
  •  
  • 6. Hoe is de manier van indelen van organismen verandert doorheen de geschiedenis? (/5)
  •  
  • 7. Kan je nematoden gebruiken in de landbouw?(/2)
  •  
  • 8. Zijn deze groepen monofyletisch, parafyletisch of polyfyletisch?(/3)
  •  
  • 9. Leg uit: Rhopalium, homologie, Lamarckisme, Taenia & Pedicellaria(/5)
  •  
  •  
  • Examen 2014-2015
  •  
  • 1. Bespreek de levenscyclus van plasmodium
  •  
  • 2. Maak een fylogenetisch diagram van organismen dat de prof gegeven geeft
  •  
  •  
  • Examen 2012-2013
  •  
  • 1. 5 dieren benoemen en in een boom zetten (cercarie larve, ciliata, rotifera, cephalochordata, tardigrada)
  •  
  • 2. De 5 eigenschappen van chordata geven
  •  
  • 3. Uitleggen hoe je toxoplasmose kan krijgen liefst met tekening
  •  
  • 4. De huismus plaatsen in het dierenrijk => fylogenetesche boom
  •  
  • 5. De verschillen geven tussen annelida en arthropoda
  •  
  • 6. Waarom moet je de levenscyclus van de urochordata kennen om te weten dat het tot de chordata behoort
  •  
  • 7. Leg uit: axopodium, parafyletisch, verschil tussen mier en termiet, acoelomaat
  •  
  •  

Fysica 1

Docent

Matthieu Boone

Mathieu Boone is een prof die sinds enkele jaren het vak Fysica 1 geeft. Het feit dat je les hebt samen met de studenten chemie en fysica kan ervoor zorgen dat hij er iets te snel vanuit gaat dat de studenten het begrijpen. Blijf echter niet met je vragen zitten, maar spreek na de les de prof aan. Hij zal je vragen zo goed mogelijk beantwoorden. Tijdens zijn lessen werkt hij graag met Wooclap om de studenten betrokken te houden, deze interactie maakt de lessen wat minder droog en laat je zelf ook nadenken. Je gaat best steeds naar de hoorcolleges; je gaat niet gemotiveerd zijn om het achteraf als zelfstudie te doen.

Cursus

De cursus voor dit vak bestaat uit het boek van Giancoli, hoofdstuk 1 t.e.m. 13. In het begin kan dit dikke boek nogal overweldigend zijn, maar eens je de opbouw en structuur van het boek gewoon bent, valt dit al bij al mee. Bovendien is mechanica de makkelijkste (nee sorry, de minst moeilijke) fysica die je zal krijgen aan het unief.

Werkcolleges

Je zal merken dat de werkcolleges een goede voorbereiding zijn op het oefeningengedeelte van het examen (dit deel op het examen is open boek). De werkcolleges worden gegeven door een jonge assisent. Hij probeert al je vragen te beantwoorden en zal zo veel mogelijk uitleg geven totdat je het begrijpt. Het is de bedoeling dat je de oefeningen thuis voorbereidt. Op Ufora staat een lijst met alle oefeningen per hoofdstuk die opgegeven zijn door de prof. Door tijdsgebrek worden niet alle oefeningen opgelost, al word je aangemoedigd om zelf mee na te denken en zelf (buiten de werkcolleges) oefeningen te maken. Van de oefeningen die niet in het werkcollege worden uitgewerk, is er geen volledige uitwerking op Ufora beschikbaar, enkel een uitkomst. Dit is dus niet zo handig als je niet zo goed bent in fysica, maar op het internet kan je een pdf vinden waar alle oefeningen uitgewerkt en opgelost staan.

Practica

Er zijn vier practica, waarvan de verslagen op 3 van de 20 punten staan. Deelname is verplicht, als je zonder geldige reden niet komt opdagen, mag je het vak volgend jaar nog eens opnemen. Bereid deze practica op voorhand goed voor, want je zal je tijd goed kunnen gebruiken. Je zal waarschijnlijk wel eens vloeken op die verdomde foutenberekeningen die zeker de eerste keer dat je dit moet doen wel wat tijd in beslag zullen nemen. Beantwoord zeker de kleine vragen die in de nota's hier en daar gesteld staan, want hier worden ook punten opgegeven. Van de practica moet je niets kennen voor het examen, maar het zijn natuurlijk wel toepassingen van de leerstof (van zowel fysica 1 als 2, want joepie volgend semester zullen jullie geen practica hebben).

Buis-o-meter
(60%)

Het vak is niet gemakkelijk. Maak veel oefeningen en zorg ervoor dat je het snapt. Je zal eerst het theoriedeel van het examen moeten maken (gesloten boek). Ongeveer de helft van de vragen op het examen zijn enkele letterlijke afleidingen, of varianten erop, en dan nog een paar meerkeuzevragen. Daarna kan je aan het oefeningengedeelte beginnen met open boek. De puntenverdeling tussen theorie en oefeningen is ongeveer 50/50.

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2023-2024
  •  
  • Theorie:
  •  
  • 1) (2p) Grootte en richting van alle krachten tekenen en benoemen van een ladder die tegen een wrijvingsloze muur staan.
  •  
  • 2) (2p) Twee kogels, de ene zijn massa is dubbel zo groot, worden afgeschoten met dezelfde kinetische energie. Wat is het snelheidsverschil? arbeid? Hoe groot is de impulsverhouding?
  •  
  • 3) (3p) Een fietswiel dat naar je toe rolt wordt omhoog gehangen aan de linker as. Beschrijf wat het fietswiel. Maak dit duidelijk met een tekening van voor- en bovenaanzicht van het wiel met daarop krachten.
  •  
  • Meerkeuze (3p)
  •  
  • 1) Een bakje met een ijzere gewichtje blijft in een emmer met water drijven. Het ijzere gewichtje wordt uit het bakje gehaald en dan in de emmer met water laten zinken. De emmer...
    a)loopt over
    b)blijft gelijk
    c)water daalt
    d) niks van bovenstaande
  •  
  • 2) Een voorwerp staat op een horizontale plank. De plank heft men op zodat er een hoek onstaat. Op een gegeven moment schuift het voorwerp van de plank omdat:
    a) de horizontale component van de zwaartekracht groter wordt.
    b) de statische wrijvingscoëfficiënt wordt kleiner
    c) de normaalkracht wordt groter
    d) nog iets denk ik ma da ben ik kwijt
  •  
  • 3) 1 puntmassa van 10kg gaat naar massa 2 van 20kg? met snelheid van 30m/s, massa 2 staat stil. Wat is de snelheid van beide blokken gezien van een referentiestelsel dat in het massamiddelpunt ligt van de 2. (antwoordmogelijkheden ben ik kwijt, weet het antwoord zelf ook niet haha)
  •  
  • 4) Een veer en een steen laten we vallen in een vacuumbuis. Welke stellingen zijn juist?(Zie filmpje van in de les van de astronaut op de maan met de hamer).
    a) zwaartekracht op steen is grootst
    b)zwaartekracht op veer is grootst
    c) zwaartekracht is voor beide gelijk
    d) ze raken beide de grond op hetzelfde moment
    e) de steen raakt als eerste de grond
    f) de veer raakt eerst de grond
  •  
  • 5) 2 kogels worden afgeschoten onder een verschillende hoek. Welke uitspraak is juist?
    a) ze gaan alle 2 even hoog
    b) ze gaan alle 2 even ver
    c) ze komen alle 2 gelijk neer
    d) nog iets dat ik vergeten ben
  •  
  • 6) Water gaat door een buis. De buis is eerst breed en daarna smal. Men meet met een manometer bij alle 2 de plaatsen hun druk (dus bij het brede stuk en het smalle stuk).
    a) de manometer van het brede stuk laat een hogere druk zien.
    b) de manometer van het smalle stuk laat een hogere druk zien.
    c) de manometer staat gelijk.
  •  
  • Vraagstukken:
  •  
  • 1) Iemand gaat bungeespringen van een brug van 75m hoog. Zelf is de persoon 1m60 en weegt 55kg. De springer heeft de veerconstante gemeten (k=?) a) Hoe lang moet het onbelaste touw zijn zodat de springer veilig kan springen? b) wat is de versnelling van de spinger als het touw tot het maximum gerekt is? (2,5p)
  •  
  • 2) Bepaal het impulsmoment van een CD met binnen en buitenstraal gegeven. De draai-as ligt in het vlak van de CD door het middelpunt (de draaias zou dus de CD mooi in twee verdelen. (1p)
  •  
  • 3) Iemand staat op een open, rijdende trein en wilt gooien in een vast staande ring. De snelheid van de trein is gegeven en de snelheid waarmee de persoon de bal gooit. De bal gaat door de ring als die enkel horizontaal gaat. (3p)
    a) hoe groot is de verticale component van de bal.
    b) hoe lang duurt het voor de bal in de ring zit
    c) nog een vraag die ik kwijt ben.
    c) wat is de richting van de bal gezien uit het standpunt van de man
    d) wat is de richting van de bal gezien door iemand die vanop een afstand naar de trein kijkt
  •  
  •  
  • Examen 2023-2024 (Versie Chemie)
  •  
  • Multiple choice:
  •  
  • 1) 2 stenen laten vallen met 4m tussen, welke afstand tussen 2 stenen?
  •  
  • 2) Helikopter dropping
    1. Gewoon eruit gegooid
    2. Voorwaarts met 10 km/u
    3. Zijkant met 20 km/u
    Komen op zelfde plaats? Zelfde moment?
  •  
  • 3) Cilinder gaat van grote naar kleine diameter.Welke diameter meeste druk?
  •  
  • 4) Bal met koortje bevestigd (slinger beweging). Kracht (verticaal/horizontaal), naar bevestigingspunt, naar midden cirkel, naar raaklijn.
  •  
  • 5) Bakje met staal in emmer, enkel staal in emmer.Verschil in waterniveau tov emmer
  •  
  • 6) Je duwt steen over ijs met voet. Nettokracht? Wilt in rust blijven? (Newton)
  •  
  • Theorie:
  •  
  • 1) Knikkerbaan p.322 oef 94 (minimale hoogte)
  •  
  • 2) Elastische botsing 2 ballen
  •  
  • 3) 2 cilinders (vol & hol), zelfde massa, zelfde straat, 4xm vol, 4xr vol, met en zonder wrijving
  •  
  • Vraagstukken:
  •  
  • 1) Persoon brug bungeejumpen. 55kg, 1m60 brug 75m, versnelling? Onbelaste lengte touw?
  •  
  • 2) Man op wagon (9,20km/u), gooit bal in hoepel aan 10,80km/u (vanaf hoogte 4,90m). Referentiestelsel wagon, man, persoon aan de rand ->> kogelbaan
  •  
  • 3) Deur 2m x 0,90m, 2 scharnieren dragen elk de helft van 280N, duidt richting & grootte aan. Horizontale component?
  •  
  •  
  • Herexamen 2022-2023
  •  
  • Theorie
  •  
  • 1) Stevige nog niet geopende fles water met gatje beneden. Je stijgt 1000m en daalt dan terug. Fles blijft recht. Wat gebeurt er met de inhoud van de fles?
  •  
  • 2) Helling met hoogte h en hoek Theta. Een knikker met massa m en straal r, Een volle cylinder met massa 4m en straal 4r en een dunne hoepel met massa 2m en straal 2r. Ze starten allebei op de helling tegelijk, wie is er het eerste beneden?
  •  
  • 3) Welke minimum snelheid moet een wagentje hebben om een looping met straal R veilig te nemen. neem aan dat het wagentje een puntmassa is . (wagentje << R)
  •  
  • 4) Horizontaal volle buis aan scharnier wordt opgehouden. l=0.80m I= 1/3*Ml² m=?kilo. Bereken de hoekversnelling wanneer het losgelaten wordt.
  •  
  • Meerkeuze:
  •  
  • 1) Impulsmoment is een:
     a) scalair
     b) vectorieel loodrecht op vector hoeksnelheid
     c)vectorgroote afhankelijke van de scalair
     d) vector dat met de hoeksnelheid loopt
     e) geen van bovenstaande
  •  
  • 2)Laat een steen vallen en eenmaal het 4m gedaalt wordt de volgende gelost. Wat gebeurt er met de afstand tussen de twee? Verwaarloos luchtweerstand.
     a) verkleind
     b) blijft 4m
     c) vergroot
     d) te weinig gegevens
  •  
  • 3)Een stuk hout van 50cm³ drijft en een even groot stuk ijzer zinkt in het water welk heeft de grootste drijfkracht?
     a) hout
     b) beiden gelijk
     c) ijzer
     d) te weinig gegevens
  •  
  • 4) Je duwt met een kracht F op een blok van 20kg dat tegen een blok van 10 kg ligt. Wat is de kracht F van het blok van 20 kg op die van 10 kg?
     a) F/4
     b)F/3
     c)F/2
     d)F
     e)2F
  •  
  • ...
  •  
  • Oefeningen
  •  
  • 1) Een vuurwerkpijl wordt afgeschoten en op 80m in de lucht tot ontploffing gebracht en en wordt het in 2 massa s gesplitst, een van 0,28kg en een van 1,40 kg. Hierbij wordt 860J chemische energie omgezet in kinetische energie. a) Bereken de snelheden die beide massa s hebben net na de ontploffing en b) bereken de afstand dat de 2 massa s van elkaar op de grond landen (komen tegelijk op de grond) (geen wrijving).
  •  
  • 2) p243 oefening 103, iets gelijkaardig.
  •  
  • 3) Een scoutsleidster draagt een balk van 10,0 m en 20,0 kg op haar schouder, ze neemt de balk vast op een afstand 0.50m van haar schouder en oefent een kracht uit van 50 N op dat punt waardoor de balk in evenwicht is. a) Wat is de positie van de balk tegenover haar (als in waar op de balk is haar schouder).b) wat zal de hoekversnelling zijn als ze de balk loslaat?.
  •  
  •  
  • Examen 2022-2023
  •  
  • Theorie
  •  
  • 1) Een gesloten fles, gevuld met water, heeft een gaatje aan de onderkant. Je wandelt met deze fles 1000m omhoog en 1000m omlaag. Wat gebeurd er met het water?
  •  
  • 2) Hoofdstuk 10 -> p322 oef 94 a
  •  
  • 3) Bewijs komhoek p144
  •  
  • 4) 6 meerkeuze vraagjes (kan zijn dat een aantal vragen die bij oefeningen staan eigenlijk meerkeuze zijn)
  •  
  • Oefeningen
  •  
  • 1) Een knikker met massa m en straal r rolt wrijvingloos naar beneden op een baan met een hoogte h en met een hoek θ met het horizontale vlak en gaat daarna in een looping met straal R, geef de formule in functie van de hoogte zodat de knikker volledig de looping doorgaat. Ga na ook na voor als r niet veel kleiner is als R.
  •  
  • 2) Een vliegtuig neemt een bocht door zijn vleugels met een hoek θ te draaien tegenover de horizon, hierdoor krijgt de lift een horizontale component. Geef een functie voor de straal van de bocht in functie van de hoek theta dat de vleugels maken in vgl. met de horizon.
  •  
  • 3) Een tank met een massa van ? schiet een projectiel met een massa ?, de tank wordt bij het afschieten over een hoek van 23° vervolgens opgevangen door een veer met een krachtconstante van 2,50 * 10^? en ingedrukt op een lengte van 10,00 m. Beschouw geen energieverlies en volledig wrijvingsloos.
     a) bereken de initiële snelheid van het projectiel bij het afvuren.
     b) Bereken op welke afstand het projectiel landt.
  •  
  • 4) Een cd met een massa 200 g (of 20, ik weet het niet meer) en een straal van 120 mm tot de buitenkant, en 15mm voor het holle gedeelte roteert met de tip op de grond. Wat is het traagheidsmoment? (formule in boek vinden en dan stelling loodrechte assen toepassen dat voor vlakke voorwerpen toepasbaar is en zo I bepalen).
  •  
  • 3) Een scoutsleidster draagt een balk van 10,0 m en 20,0 kg op haar schouder, ze neemt de balk vast op een afstand (rond de 30 cm was het denk ik) van haar schouder en oefent een kracht uit van 50 N op dat punt waardoor de balk in evenwicht is.
     a) Wat is de positie van de balk tegenover haar (als in waar op de balk is haar schouder)?
     b) wat zal de hoekversnelling zijn als ze de balk loslaat?
  •  
  • 4) Een deur met een breedte van 0,9 m en een hoogte van 2,0 m en een gewicht van 240 N hangt aan 2 scharnieren die op een afstand van 0,5 m van de uiteinden van de deur zijn. Elk scharnier draagt de helft van de deur. Geef de grootte van de horizontale component van de scharnieren.
  •  
  • 5) 2 blokjes (zwaar en licht) schuiven over een wrijvingsloos vlak met eenzelfde impuls, er wordt een constante kracht op de blokjes uitgeoefend om ze te doen stoppen, welk blokje komt het eerst tot stilstand?
  •  
  • 6) In een emmer met water wordt er een bakje in gedaan met daarin een metalen staaf, hierna wordt de staaf eruit genomen en in het water gelegd, wat gebeurt er met het waterniveau ten opzichte van de emmer?
  •  
  •  
  • Examen 2020-2021
  •  
  • THEORIE:
    Vraag 1) afleiding van de komhoek in de situatie van een vliegtuig dat aan het vliegen is en een bocht wil maken.
    Vraag 2) ronddraaiend fietswiel opgehangen aan een touw: geef de verschillende krachten die inwerken op het wiel met hun vectoren en verklaar wat er gebeurt.
    Vraag 3) De afleiding van de ladder tegen de wrijvingsloze muur (zoals letterlijk in het boek)
  •  
  • -6 conceptuele multiple choice vragen.
  •  
  • OEFENINGEN:
    -railgun -> tweeledig vraagstuk over impuls en behoud van energie
    -oefening over een balletje dat rolt in een halfpipe waarvan de linkerhelft anti-slip is (waar het balletje op rolt) en waarvan de rechterhelft wrijvingsloos is (en het balletje stopt met rollen en enkel glijdt)
  •  
  •  
  • Examen 2019-2020
  •  
  • Een vuurwerkpijl wordt afgeschoten en op 80m in de lucht tot ontploffing gebracht en en wordt het in 2 massa s gesplitst, een van 0,28kg en een van 1,40 kg, hierbij wordt 860J chemische energie omgezet in kinetische energie. a) Bereken de snelheden die beide massa s hebben net na de ontploffing en b) bereken de afstand dat de 2 massa s van elkaar op de grond landen (komen tegelijk op de grond)
  •  
  • Een hol bolvormig ijzeren vat zit net onder water, de buitendiameter is 50,0 cm, bereken de binnendiameter
  •  
  • Een ladder van 7 kg en 10 m staat tegen een muur op 9 m hoogte en de grond heeft wrijvingscoëfficiënt 1, een kind van 20 kg wil op 3/4 van de ladder gaan staan, bereken of de ladder zal schuiven? b) Nu wil een volwassene van 60 kg hetzelfde doen, zal de ladder nu schuiven? c) De personen zijn van de ladder en de muur wordt weggetoverd, de ladder zal een rotatie ondergaan rond het punt waar hij de grond raakt, een muntstuk ligt op de ladder, bereken of hij zal loskomen van de ladder of niet.
  •  
  • Een skiër gaat van een steile helling met constante snelheid, teken het vrijlichaamsschema met alle krachten en leg deze ook uit. Kan je de snelheid bereken, zo ja bereken deze en zo niet wanneer wel (volgens mij kon dit niet)
  •  
  • Een kogel botst met een massieve cilinder en gaat daarna verder met de cilinder. Bereken de hoeksnelheid van de cilinder. Is er behoud van kinetische energie?
  •  
  • Meerkeuze vragen
  •  
  • Een klok ligt plat op tafel met de wijzer naar boven, naar waar wijst de vector van het impulsmoment? a) naar boven b) naar beneden c) iets met loodrecht op de snelheidsvector d) d weet ik niet meer
  •  
  • Een auto botst volledig inelastisch, wanneer is het energieverlies het grootst? a) Bij een botsing met een oneindig zware muur b) wanneer m/2 en 2v c) wanneer m en v d) wanneer 2m en v/2
  •  
  • Je werpt een bal in een hoepel dat op 10m hoogte hängt in de hoepel en de bal komt perfect terug aan bij jou (elastische botsing), wanneer kan je dit truck je zo lang mogelijk blijven doen? a) als je zo dicht mogelijk bij de hoepel staat b) op 10m van de hoepel c) zo ver mogelijk van de hoepel c) maakt niet uit
  •  
  • Een steen en een veer vallen in een lange vacuumbuis, welke bewering(en) is/zijn juist? a) De zwaartekracht op de steen is groter b) De zwaartekracht op de veer is groter c) De zwaartekracht is gelijk d) er is geen nettoktacht op de voorwerpen e) De steen valt sneller f) De veer valt sneller g) Ze vallen even snel
  •  
  • Een lat wordt ondersteund op 25cm,dan wordt er een steen op de 0cm streep geplaatst van 1kg en de lat is dan in evenwicht. Wat is de massa van de lat? a) 1kg b) zeer klein c) iets in de aard can 0,20kg
  •  
  • Wat is de eenheid van G? a) m^3 kg^-1 s^-2 (dit is juist) b en c waren iets in die aard maar verkeerd d) geen van de bovenstaande
  •  
  •  
  • Examen 2017-2018 Prof. Ryckebosch
  •  
  • Theorie
  •  
  • 1. Conische slinger
  •  
  • 2. Schrijf een functie uit van de druk in functie van de hoogte (atmosfeer) - boek p.397
  •  
  • Oefeningen
  •  
  • 1. Een combinatie van kogelbaan en andere kleine dingen
  •  
  • 2. Impuls (er is een botsing in 2 dimensies en je moet de snelheden en zo van na de botsing vinden)
  •  
  • 3. Een combinatie van krachtmoment en impulsmoment enzo en het hoofdstuk over evenwicht.
  •  
  •  
  • Examen 2015-2016 Prof. Ryckebosch
  •  
  • Theorie
  •  
  • 1. Conische slinger
  •  
  • 2. Corioliskracht berekenen en toepassen op winden op noordelijk en zuidelijk halfrond
  •  
  • Oefeningen
  •  
  • 1. Een man laat op Mars een bol van een helling rollen. De helling bevindt zich 5m boven de grond wanneer de bol de helling verlaat. Bereken op welke afstand van de helling de bol zal vallen. Gegeven zijn: hoek van de helling, straal van de bol, massa van de bol, straal van Mars, massa van Mars en lengte van de helling.
  •  
  • 2. 20 skiërs worden door een lift omhooggetrokken op een helling van 32 graden met een constante versnelling van 3,0m/s. De wrijvingscoëfficient tussen de ski's en de sneeuw is 0,12. Een gemiddelde skiër weegt 60kg. Bereken a) het vermogen van de lift. b) het krachtmoment dat moet uitgeoefend worden op het rad van de lift als dat een straal van 2,0m heeft.
  •  
  • 3. Kan een toren van massief beton van 1009m hoog staande blijven zonder te bezwijken onder zijn eigen gewicht? Hoe hoog kan een toren zijn die uit massief staal vervaardigd is?
  •  
  •  
  • Examen 2014-2015 Prof. Ryckebosch
  •  
  • Theorie
  •  
  • 1. Bespreek de wet van Bernoulli (dus het bewijs geven).
  •  
  • 2. geef de 3e wet van Kepler & bewijs voor 2 planeten rond de zon, bepaal hieruit de formule voor de massa van en zon
  •  
  • 3. geef de formule voor de potentiële zwaartekrachtenergie adhv de wet van de universele zwaartekracht en de conservatieve kracht
  •  
  • Oefeningen
  •  
  • 1. impuls: 2 pucks op een tafel massa puck 1 is gegeven (0.25 kg) met een bepaalde beginsnelheid. Puck 2 ligt in rust. Puck 1 botst tegen puck 2 met een elastische botsing, die afstand 2d van tafel schuift en puck 1 keert terug en schuift van tafel met afstand d. Bereken de massa van puck 2
  •  
  • 2. oefening op evenwicht: een boomstronk met gegeven massa hangt horizontaal aan 2 stalen dragen. De straal van beide draden is gelijk en gegeven, de lengte van beide draden is ook gegeven (van VOOR dat de boomstronk aan de draden werd gehangen)
  •  
  • 3. Een holle, bolvormige, ijzeren vat ligt net volledig ondergedompeld in water. De Buitenste diameter is 0.5 m, wat is de binnenste diameter?
  •  
  •  
  • Examen 2012-2013 2de zit Prof. Ryckebosch
  •  
  • Theorie
  •  
  • 1. atmosferische druk (3p)
  •  
  • 2. bewijs over rotatie invloed op de zwaartekracht (2p)
  •  
  • 3. bewijs van kogel die in een cilinder inslaat en dan draait de cilinder (3p)
  •  
  • Oefeningen
  •  
  • 1. Je schiet een alpha deeltjes op een atoom x en je kijkt naar de deeltjes die recht terug vliegen naar jou (behoud van impuls in 1 dimensie) bepaal de massa van atoom X en welk element is atoom X. (Massa alfa deeltje = 6,65x10^-27, kinetische energie voor botsing : 2MeV, na botsing 1,59 MeV.) (4p)
  •  
  • 2. een blok hangt aan een katrol met massa enkel aan de buitenkant welke valversnelling heeft het blok (massa (katrol) = 5,907, massa(blok) = 4,203, straal = 0,4621 meter) (2p)
  •  
  • 3. een vliegtuig moet om te draaien kantelen en maakt zo een hoek bereken de hoek die nodig is om te draaien in een cirkel met straal 290 km als u vliegtuig 4800 km per uur gaat (3p)
  •  
  •  
  • Examen 2012-2013 1ste zit Prof. Ryckebosch
  •  
  • Theorie
  •  
  • 1. Conische cirkel: (3p) ; 1) naar waar versnelt de massa? en waardoor? 2) geef de formule voor v en T met betrekking van m, g, l en theta (l = lengte slinger, theta= hoek tussen loodrechte en de slinger, r=l.sin(theta)
  •  
  • 2. Leid de formule voor de ontsnappingssnelheid van de aarde af (2p)
  •  
  • 3. Rotationele onbalans, hb pagina 338 (3p)
  •  
  • Oefeningen
  •  
  • 1. Je vuurt een granaat af onder een hoek van 55° met een snelheid van 150m/s en m=12kg, op het hoogste punt ontploft de granaat in 2stukken, 1 stuk is 3keer zwaarder dan het 2de stuk, het zwaarste stuk komt terecht op het begin punt. (3p) a) waar valt het lichtste stuk (8631.2m)? b) wat is de totale energie die vrijkomt bij de ontploffing (577458,2J)?
  •  
  • 2. Meisje rolt een bal een heuvel op met met v1 en de bal komt terug met v2 de bal rolt heel de tijd en glijdt niet en ook verliest hij evenveel energie in het naar boven rollen als het naar beneden rollen (2p) a) v1= 8m/s, b) V2= 4m/s, c) mbal= 0.600kg, d) hoe hoog rolt de bal de berg op (verticaal) (2m hoog)
  •  
  • 3. In de marianentrog op 10,9km diepte heerst een druk: P=1,16.10^8 (2p): a) als je 1m³ water van de opp naar deze diepte brengt hoe groot/ verkleint is hij dan (V2= 8.733.10^-4 of 1145,114 keer kleiner dan V1); b) welke massadichtheid heeft het zeewater op deze diepte? (rho= 1173741,362kg/m³)
  •  
  • 4. Je hebt een deur van 1meter op 2meter met een gewicht van 280N deze deur heeft 2scharnieren elks op 0,5m van de boven/ onderkant (2p) ; bereken en teken de horizontale component van 1 van de 2 scharnieren als je aanneemt dat de deur volledig homogeen is en 1 scharnier dus de helft van het gewicht draagt en schets deze op schaal (140N)
  •  
  •  

Inleiding tot de mineralogie

Docent

Stijn Dewaele

Stijn Dewaele is een heel toffe prof die je ook de volgende jaren nog zal tegenkomen. Hij geeft vrij snel les, dus zal je daardoor het lokaal vaak wat vroeger kunnen verlaten. Wees echter niet bang om hem te onderbreken als je iets niet begrijpt. Je zal de eerste lessen mineralogie samen krijgen met geografie-studenten. Tegen het einde van het semester heb je dan nog een paar lessen die enkel voor geologen staan ingepland.

Cursus

Er is een cursus beschikbaar op Ufora, maar je studeert best met de slides aangezien de cursus nogal onoverzichtelijk is. De slides kunnen op het eerste zicht ook wat onoverzichtelijk overkomen, maar hier staat alles in wat je moet kennen voor het examen.

Practica

De vijf practica worden begeleid door de assistent. De eerste practica zal je oefenen op symmetrie-elementen. Dit gaat over het gedeelte dat jullie in de theorielessen zonder de geografen zien. Houd hier je aandacht goed bij, want in het begin is dit niet zo gemakkelijk. Je zal een practicum ook enkele geochemische berekeningen moeten maken. Daarna zal je een aantal practica besteden aan het determineren van de verschillende mineralen. Van de mineralen die je hier leert determineren, moet je ook de mineraalformules kennen, laat dat niet tot de dag voor het examen liggen.
Je zal zelf je tijd kunnen inplannen tijdens deze practica. Ga echter niet te vroeg naar huis, want het is belangrijk om goed te oefenen. Op het einde van het semester zal er ook een herhalingspracticum ingepland worden.

Buis-o-meter
(30%)

Je hebt een theorie- en practicumexamen voor dit vak. Dit zal op hetzelfde moment plaatsvinden. De theorie is niet zo moeilijk als je goed gestudeerd hebt, aangezien de meest vragen twieoos zijn. Laat je echter niet vangen aan de hoeveelheid leerstof van dit vak.
Zorg er ook zeker voor dat je het practicumgedeelte goed onder de knie hebt, want dit telt mee voor 5 van de 20 punten. Let er op dat je bij het determineren van mineralen de kenmerken opschrijft die je zeker herkent/kunt testen. Het is namelijk belangrijker om deze juist te hebben dan de effectieve naam van het mineraal. Vergeet zeker je rekenmachine ook niet mee te nemen voor het practicumgedeelte.

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2023-2024
  •  
  • 1) Leg de fasenregel van Gibbs uit.
  •  
  • 2) Bepaal de millerindices van de aangeduide vlakken (a = b =/= c).
  •  
  • 3) Wat is de hardheid van een mineraal en wat zijn de fysico-chemische factoren die een rol spelen?
  •  
  • 4) Wat is X-straal diffractie, op welke eigenschappen van mineralen steunt deze techniek, waarom is X-stralendiffractie efficient voor optische mineralogie, wat is de wet van Bragg, maak een tekening en leg uit.
  •  
  • 5) Leg de wetten van Pauling uit met behulp van de silicaten.
  •  
  • 6) Alles bespreken over de fyllosilicaten, onderverdeling, voorbeelden, …
  •  
  • 7) Determineren 2 mineralen, symmetrie blokje, geochemische oefening.
  •  
  •  
  • Examen 2022-2023
  •  
  • 1) Wat is de definitie van de hardheid van een mineraal? Welke fysico-chemische parameters bepalen de hardheid van een mineraal? leg de rol van deze parameters uit?
  •  
  • 2) Duidt de Millerindices van de aangeduide vlakken op een gegeven kristalstructuur aan.
  •  
  • 3) Wat is ionaire substitutie? Leg uit. Welke factoren spelen een bepalende rol om substitutie mogelijk te maken? geef een voorbeeld.
  •  
  • 4) X-stralen diffractie is één van de meest gebruikte technieken om mineralen te identificeren
     a) Welke eigenschap van mineralen gebruikt x-stralen diffractie om mineralen te identificeren?
     b) Wat is het belangrijkste voordeel van x-stralen diffractie in verband met optische mineralogie
     c) Geef de wet van Bragg? Leidt deze af op basis van een figuur en leg het gebruik van de wet in de X-stralen diffractie kort uit.
  •  
  • 5) Wat zijn de regels van Pauling? Leg deze uit aan de hand van het elementaire bouwelement van de silicaten. (tip: ionaire straal Si = 0,4 en ionaire straal O: 1,4)
  •  
  • 6) Bespreek de innosilicaten? Hoe zijn ze opgebouwd? Wat zijn de belangrijkste groepen? Hoe verschillend deze in structuur en chemische samenstelling? In welke geologische omgeving komen ze voor?
  •  
  •  
  • Herexamen 2021-2022
  •  
  • 1) 6 woordjes: isodesmisch kristal en nog 5 andere...
  •  
  • 2) welke kristalchemische eigenschappen spelen een rol bij de hardheid
  •  
  • 3) wat zie je onder een petrografisch microscoop bij een isotroop mineraal met gesloten? Bij draaien? Hoe bepaal je de brekingsindex dan?
  •  
  • 4) geef alles over de fyllosilicaten (verdere onderverdeling enzo) telkens 1 voorbeeld geven
  •  
  • 5) wat is het verband tussen kyaniet en die andere 2 die daarmee te maken hadden (zo aan de hand van de druk en temperatuur maar wel zelfde chemische samenstelling)
  •  
  • 6) 5 regels van Pauling uitleggen a. d. h. v. De silicaten
  •  
  •  
  • Examen 2021-2022
  •  
  • 1) Woordjes: mesodesmische mineralen, indicatrix, wet van steno, Beckelijn, homoiotypische mineralen
  •  
  • 2) Ionaire substututie, voorwaarden plus voorbeeld
  •  
  • 3) XRD eigenschap, wet van Bragg plus tekening
  •  
  • 4) Regels van Pauling toegepast op silica tetraëder
  •  
  • 5) Calciet en aragoniet: verband + (sub)groep + waar te vinden, ...
  •  
  •  
  • Examen 2020-2021
  •  
  • 5 begrippen: wet van Steno, homoiotypisme, luminescentie, ferromagnetisme en nog een die ik niet meer weet
  •  
  • Uitleggen van ionaire substitutie, voorwaarden en verschillende soorten geven + voorbeeld
  •  
  • Welke fysische en chemische factoren beïnvloeden de hardheid?
  •  
  • Principe van XRF uitleggen + voordelen van XRF tov optische mineralogie. Wet van Bragg afleiden uit figuur (zelf tekenen) + toepassen op XRF.
  •  
  • Wat hebben calciet en aragoniet gemeenschappelijk? Mineraalformule + Classificatie geven. Kristalstructuur geven + uitleggen.
  •  
  • Silicaten: basiseenheid geven + uitleggen adhv regels van Pauling. Waarom goede polymerisatie? Overzicht (naam, formule, tekening) geven.
  •  
  •  
  • Examen 2019-2020
  •  
  • 1) Relatie Calciet/ Aragoniet, geef de groepen, verschillen, waar voorkomend (6)?
  •  
  • 2) Hardheid? Welke ch/ fy parameters spelen een rol (4)?
  •  
  • 3) Wat is ionaire subsitutie? Welke parameters spelen een rol? Welke zijn er allemaal + geef voorbeeld.
  •  
  • 4) Bespreek x stralen defractie, op welke eigenschap van mineralen steunt dit, leg wet van bragg uit en verklaar hoe X stralendefractie gebruikt wordt?
  •  
  • 5) Geo ch oefening (3)
  •  
  • 6) 2 mineralen (3)
  •  
  • 7) symmetrie elementen blokje(2)
  •  
  • 8) begrippen: wet van steno, Indicatrix, Homiotypische mineralen, luminescentie, Ferromagnetisch (5)
  •  
  • 9) Wat is het bouwelement van de silicaten? Wat is de vorm? Bespreek dit. (Tip aan de hand van Pauling). De Ionstralen van Si, O zijn gegeven. Geef alle silicaten ( naam + formule + tekening) (6)
  •  
  •  
  • Examen 2018-2019
  •  
  • 1. Verklaar de begrippen: Indicatrix, Schottky defect, Homoiotypisme, Piëzo-elektriciteit, Fosforescentie (5p)
  •  
  • 2. Hoe ziet een anisotroop mineraal onder een petrografische microscoop met gekruiste polarisatoren er uit? En bij draaien? Wat is maximale birefringentie, hoe gebruikt met dit om mineralen te identificeren? (5p)
  •  
  • 3. Op welke eigenschap van mineralen berust x-stralen defractie, geef de wet van Bragg en pas toe op x-stralen (5p)
  •  
  • 4. Ionaire subsitutie bespreken + voorbeeld geven (4p)
  •  
  • 5. Wat is de relatie tussen Andalusiet, sillimaniet en kyaniet? Geef ook formule. Welke mineraalgroep, in welke gesteenten komen ze voor? (4p)
  •  
  • 6. Geef een overzicht van alle silicaten + wat is het elementaire bouwelement? (4p)
  •  
  • 7. 5 mineraalformules gegeven, geef (sub)groep en naam (3p)
  •  
  •  
  • Examen 2017-2018 2de zit
  •  
  • 1. 4 woordjes: triboluminiscentie, Miller-indices, pleochroïsme, piëzo-elektrisch (4pt)
  •  
  • 2. Hoe ziet isotroop mineraal onder petrografische microscoop met gekruiste polarisatoren eruit? Van kleur veranderen als aan tafel draaien? Hoe wordt de brekingsindex bepaald? (2pt)
  •  
  • 3. Geef de mineralogische eigenschappen die worden gebruikt bij x-stralen diffractie om identificatie van mineraal? Wat zijn de belangrijkste voordelen in vergelijking met optische mineralogie? Leg de wet van Bragg uit en hoe het toegepast wordt op x-stralen diffractie. (4pt)
  •  
  • 4. Wat is luminiscentie? Welke types onderscheiden we en geef van elk een voorbeeld. (6pt)
  •  
  • 5. Wat is de relatie tussen calciet en aragoniet? Wat zijn hun groepen en subgroepen? Geef de chemische formule? Welke verschillen zijn er en waarom? In welk soort gesteente komen ze primair voor? (5pt)
  •  
  • 6. Geef de belangrijkste groepen van kleimineralen. Welke structuren hebben ze? (4pt)
  •  
  • 7. 5 chemische formules: geef groep, subgroep en naam (5pt)
  •  
  •  
  • Examen 2017-2018 1ste zit
  •  
  • 1. Definities van 4 begrippen (indicatrix, polymorfisme, piëzo-elektriciteit en solidus) (4pt)
  •  
  • 2. Hoe zou granaat er uitzien onder een petrologische microscoop met gekruiste polarizatoren? En als je de microscooptafel draait? (Je kreeg dan eigenschappen van granaat erbij.) (2pt)
  •  
  • 3. Op welke eigenschap van mineralen steunt X-stralendiffractie? Geef de wet van Bragg? Leg kort uit hoe de wet van Bragg toegepast wordt bij X-stralendiffractie? (5 of 6 pt)
  •  
  • 4. Welke parameters bepalen de hardheid van een mineraal? (3 pt)
  •  
  • 5. Welk specifiek bouwelement komt voor bij de silicaten? Welke vorm heeft dat dan? Bespreek dit en geef alle onderverdelingen van de silicaten (tekening + formule + naam)? Waarom is er makkelijke polymerisatie? (6 pt)
  •  
  • 6. Wat is ionische substitutie? Wat bepaalt of er ionische substitutie kan zijn of niet? Geef ook een voorbeeld. (5 pt)
  •  
  • 7. Geef de klasse en eventueel subklasse van de mineralen die bij deze chemische formules horen en geef ook de naam van de mineralen. (5 pt)
  •  
  •  

Systeem Aarde: geologie

Docent

Stephen Louwye & David Van Rooij

Voor dit vak krijg je maar liefst twee proffen voor de prijs van één. Professor Stephen Louwye is paleontoloog, en in de lessen die door hem gegeven worden zal het meeste tijd besteed worden aan de Aardgeschiedenis. Je zal daarnaast ook enkele dateringmethodes bespreken, alsook de voorgeschiedenis van hoe m'n de geologische tijd doorheen de eeuwen heeft proberen te meten en begrijpen. Tijdens de lessen zal Louwye slides gebruiken, maar opgepast; deze komen niet online, dus zorg dat je voldoende noteert. Gelukkig heeft hij wel een duidelijke en gestructureerde cursus.
Professor David Van Rooij is marien geoloog, maar in dit vak leert hij jullie vooral over het ontstaan en de samenstelling van onze planeet, dit ook over enkele andere planeten en manen. Zijn slides komen wel op Ufora te staan en ook hij zal bovendien een uitgeschreven cursus online zetten.
Je zal beide proffen later nog terug tegenkomen voor andere vakken. Beiden zullen tijdens hun lessen ook duidelijk laten merken waar ze veel belang aan hechten. Nog een tip: als er op het einde van het semester voorbeeldexamens besproken worden, bekijk dit dan zeker goed, het zal zeker een goed beeld geven van hoe het examen is opgebouwd, en het is niet onmogelijk dat er vragen uit deze voorbeeldexamens terugkeren op het examen. Je zal tijdens deze lessen geen laptop of gsm mogen gebruiken, dus neem zeker schrijfgerief mee om notities te nemen.

Excursie

De enige excursie van het eerste semester zal voor dit vak zijn. Goed nieuws, want het is meteen een tweedaagse. Je rijdt met de bus naar Wallonië en jullie zullen daar dicht bij de Franse grens overnachten. Deze excursie is heel tof, maar tegelijkertijd is het wel belangrijk om voldoende te noteren als er informatie gegeven wordt, zowel in de bus als op de plaatsen waar jullie uitstappen. Jouw veldboekje met deze notities zal je na de excursie moeten indienen, en hierop kan je al 4 van de 20 punten verdienen. De eerste avond zal je trouwens in groepjes een korte presentatie moeten geven van wat je die dag geleerd hebt. Geen paniek, als je een beetje hebt opgelet gedurende de dag, valt dat zeker mee. Houd er rekening mee dat je hier en daar wel wat zal moeten wandelen, en om de een of andere reden is de gemiddelde geologie prof/assistent kampioen in snelwandelen. Bovendien zal deze excursie zeker een gelegenheid zijn om je medestudenten wat beter te leren kennen, dus je mag hier zeker naar uitkijken.

Buis-o-meter
(35%)

Het examen zal bestaan uit zowel meerkeuzevragen als enkele open vragen. Het is belangrijk om details goed in te studeren, want je kan veel punten verliezen als je onvolledig antwoordt op de vragen. Tijdens de lessen geven de proffen aan wat zij belangrijk vinden en kijk voor dit examen zeker ook eens naar de twieoos.

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2023-2024
  •  
  • Partim Van Rooij
  •  
  • Begrippen:
    - KBO
    - D "
    - Edward Seuss
    - Active rand
    - Conamara Chaos
  •  
  • Meerkeuze:
  •  
  • Welke reeks bevat enkel stenige meteorieten?
    a) achondrieten en chondrieten
    b) pallasieten en chondrieten
    c) achondrieten en mesosiderieten
    d) chondrieten en ijzermeteorieten
  •  
  • Welke van volgende platentektoniekschema's kan niet bestaan? (schema's die we gezien hebben tijdens wooclap oefeningen, geen enkele was nieuw).
  •  
  • Zet begrippen in chronologische volgorde: initiële gaswolk, T-tauri stadium, chondrullen en chondrieten.
  •  
  • Welke lithosfeerplaat bevat de meeste sedimenten?
    a) FZ
    b) actieve rand
    c) passieve rand
    d) geen verschil
  •  
  • Waarom is Mercurius zo hard bekraterd? (De mogelijkheden weet ik niet meer)
  •  
  • Welke uitspraak is juist over het magneetveld van Mars?
    a) zeer sterk
    b) zeer zwak o.w.v. tegenovergestelde rotatie
    c) er is er geen, maar wel tekenen dat het er ooit geweest is.
  •  
  • Callisto is een van de manen van Jupiter met een ijskorst. Deze manen zijn meestal bedekt met ijs. Wat kan het ons vertellen over de lithosferische processen (idk of toch zo iets in die aard):
    a) iets met cryovulkanisme en koolwaterstoffen
    b) ijsplatentektoniek
    c) nog 2 dat ik niet meer weet
  •  
  • Open vragen:
  •  
  • Geef de condensatie en accretie weer van de Aarde in verschillende fases.
  •  
  • Partim Louwye
  •  
  • Meerkeuze:
  •  
  • Welke uitspraak is een uitspraak van Hess (de mogelijkheden weet ik niet meer)?
  •  
  • Iets met tot welke groep de oudste vissen behoren (de mogelijkheden weet ik niet meer).
  •  
  • Wat is een archaeopteris?
    a) een vogel van het devoon
    b) een vogel van het carboon
    c) een van de oudste bomen van het devoon
    d) een van de oudste bomen van het carboon
  •  
  • Behoort hylonomus tot de...
    a) Synapsida
    b) Diapsida
    c) Anapsida
    d) geen van bovenstaande
  •  
  • Open vragen:
  •  
  • Beschrijf 2 methoden (radio andere niet radio) om een boomstronk van het laat holoceen te dateren.
  •  
  • Beschrijf de biosfeer van 3600Ma tot het einde van het precambrium.
  •  
  •  
  • Herxamen 2022-2023
  •  
  • Deel Louwye:
  •  
  • 1) Aardgeschiedenis beschrijven van 2.5-0.542 Ga.
  •  
  • 2) Termen: Charles Walcott, proxy,...
  •  
  • 3) Relatief dateringsdiagram
  •  
  • Deel Van Rooij:
  •  
  • 1) Termen: Chondrieten, Edward Suess, Relatieve zeespiegelverandering, Olympus Mons,...
  •  
  • Meerkeuze:
  •  
  • 1) Welke volgorde van ontstaan?:Chrondulen - Chondrieten - T-Tauri stadium - initiële gaswolk
  •  
  • 2) Welke is geen reden waarom mercurius zo sterk bekraterd is?: Afwezigheid atmosfeer door gebrek magnetisch veld - Afwezigheid atmosfeer door te zwakke zwaartekracht - getijdewerking zon - ...
  •  
  • Wie heeft de dubbele plooi aangetoond in de alpen?: Escher en Heim - Edward Suess - ...
  •  
  • ...
  •  
  • Open Vraag:
  •  
  • Beschrijven van alle aardlagen in volgorde.
  •  
  •  
  • Examen 2022-2023
  •  
  • Begrippen: Pallasiet, magnetohydrodynamica, zwavelvulkanisme v. Io, geognosie
  •  
  • Meerkeuze (zowel Louwye als Van Rooj)
  •  
  •  1. Wat is niet uniek aan de aarde in ons zonnestelsel
     2. Wat was verantwoordelijke voor de hoge warmteproductie t.o.v nu 3 Ga
     3. Welke vb is eustatisme
     4. Wat is geen gevolg gefractioneerde condensatie
     5. Wrm maan stille getuige Hadeaan impact
     6. Wat zijn tektieten
     7. Welke volgorde oceanische korst gelaagd.
     8. Uitleg grenslaag -> over welke gaat het
     9. Atmospherische druk rangschikking.
     10. Oorzaak spontane subductie
     11. Geologische basiswerken in chr. volgorde.
     12. Wat zo speciaal aan magnetisch veld venus
     13. Waarop baseerde die eene guy voor rifting
     14.
     15
     Meteorieten opdeling en belang voor wetenschap uitleggen van elke type
  •  
  • Louwye
  •  
  • 1) Beschrijf de aarde van 3,6 Ga en 2,5 Ga.
  •  
  • 2) CaCO3 tabel met delta 18O isotopen => aanduidingen benoemen beschrijven en uitleggen waarvoor het een proxy is.
  •  
  • 10 Meerkeuze
  •  
  •  1. Wanneer valt het Devoon
     2. Wat zijn graptolieten (eigenschappen welke klopt)
     3. Wat is radioactief verval 14C (waarin zet het zich om)
     4. Ecaniara ofzoiets wnnr?
     5. Extincties Perm op 2 ogenblikken wnnr tijdens het Perm
     6. "no signes of beginning no prospects to an end", wie?
     7.
     8.
     9.
     10.
  •  
  •  
  • Examen 2021-2022
  •  
  • David Van Rooij
  •  
  • 5 definities: chondriet, olympus mons, Eduart suess,
  •  
  • Geef alle discordanties en grensvlakken van de aarde in volgorde en leg uit
  •  
  • ...
  •  
  • Stephen Louwye
  •  
  • Leg de Rb-Sr dateringsmethode uit
  •  
  • 5 definities: proxy, ...
  •  
  •  
  • Examen 2020-2021 versie 1
  •  
  • 1.Leg kort de volgende begrippen uit (10 pt): Eustatisme, KBO, Passieve rand, Geognosie, Zwavelvulkanisme van Io
  •  
  • 2.De studie van meteorieten heeft waardevolle informatie opgeleverd met betrekking tot de kennis van de ontstaansgeschiedenis van ons Zonnestelsel en de opbouw van onze Aarde (20 pt): (a) Hoe zijn de verschillende types meteorieten ingedeeld? (b) Wat is het wetenschappelijke belang van elk type? Welke informatie is hieruit gehaald?
  •  
  • 3.Van de binnenste kern tot de bodem waarop we lopen, heeft onze Aarde enkele belangrijke grensvlakken en discontinuïteiten. Lijst deze op, in volgorde, en bespreek, kort en bondig wat er zo belangrijk aan is (10 pt)
  •  
  • Extinctie Neoproterozoïcum en Perm (Oorzaak, periode en gevolg voor biosfeer). (Elk op 5 p)
  •  
  • Radiometrische methode voor boomstronk uit Laat-Holoceen in detail! (20 p)
  •  
  • Tabel 18-O hoeveelheden in CaCO3 verbindingen van Cenozoïcum: bepaalde klimatologische perioden benoemen aan pijltjes. (5 p)
  •  
  • Klimaat Cenozoïcum beschrijven. (5 p)
  •  
  •  
  • Examen 2020-2021 versie 2
  •  
  • 5 begrippen: Harrty Hess, Chorona comara, chondriet, magnetohydrodynamica
  •  
  • Genese evolutie en vernietuging ocena litosheer (20 p)
  •  
  • fases accretie en condensatie maan/aarde (10 p)
  •  
  • blokdiagram en 14 letters van oud naar jong plaatsen (10 p)
  •  
  • Bio/ geosfeer 3600-2500 uitleggen (20 p)
  •  
  • 5 begrippen: Uniformitalisme, cryogeniaan, ...
  •  
  •  
  • Examen 2019-2020
  •  
  • Begrippen: KBO, eustatisme, Io zwavel vulkanisme, geognosie en passieve rand. (10 p)
  •  
  • Discontinuïteiten van binnen naar buiten en wat is er speciaal aan elke discontinuïteit? (10 p)
  •  
  • Onderverdeling meteorieten en wetenschappelijk belang. (20 p)
  •  
  • Extinctie Neoproterozoïcum en Perm (Oorzaak, periode en gevolg voor biosfeer). (Elk op 5 p)
  •  
  • Radiometrische methode voor boomstronk uit Laat-Holoceen in detail! (20 p)
  •  
  • Tabel 18-O hoeveelheden in CaCO3 verbindingen van Cenozoïcum: bepaalde klimatologische perioden benoemen aan pijltjes. (5 p)
  •  
  • Klimaat Cenozoïcum beschrijven. (5 p)
  •  
  •  
  • Examen 2017-2018
  •  
  • 1. 5 woordjes: fracter zone, Edward Suess, magnetohydrodynamica, oortswolk & chondrulen
  •  
  • 2. Bespreek en leg uit: het ontstaan, de ontwikkeling en de afbraak van de lithosfeer
  •  
  • 3. Bespreek en vergelijk het gravitatieveld op Maan, Aarde en Venus
  •  
  • 4. Bespreek geosfeer en biosfeer van Mesozoïcum
  •  
  • 5. Vergelijk (voor en nadelen) Kalium-Argon methode en Rubidium-Strontium datering
  •  
  • 6. 5 woordjes: proxy, Neogeen, catastrofisme, principe van insluitsels & dendrochronologie
  •  
  •  
  • Examen 2016-2017
  •  
  • 1. 5 begrippen: Hutton, principe van de insluitsels, proxy, paleogeen, ...
  •  
  • 2. Paleozoïsche extincties
  •  
  • 3. Je hebt een zogezegde fossiele schelp gevonden uit het vroeg-Holoceen. Welke radiometrische dateringsmethode ga je gebruiken + uitleg (waarom, hoe...)
  •  
  • 4. 5 begrippen: Magnetohydrodynamica, chondrullen, pallasieten, Edward Suess, ...
  •  
  • 5. Genese, evolutie en vernietiging van de lithosfeer
  •  
  • 6. Bespreek de gelijkenissen en verschillen tussen het magnetisch veld van de Aarde, Maan en Venus
  •  
  •  
  • Examen 2014-2015
  •  
  • 1. Bespreek het Archeaan
  •  
  • 2. Bespreek de dateringsmethode van ...
  •  
  • 3. Bespreek Venus-Aarde
  •  
  • 4. Bespreek alle discontinuïteiten
  •  
  • 5. Bespreek enkele thermen in max. 5 zinnen
  •  
  •  
  • Examen 2012-2013 2de zit
  •  
  • 1. Evolutie geosfeer en biosfeer in Proterozoïcum
  •  
  • 2. Vergelijk K-Ar met Rb-Sr methode (voor en nadelen)
  •  
  • 3. Accretie en condensatiegeschiedenis van de aarde
  •  
  • 4. Cyclus van de oceanische lithosfeer
  •  
  •  
  • Examen 2012-2013 1ste zit
  •  
  • 1. geef alle theorieën + persoon over de werking van de aarde vanaf descartes tot platentektoniek
  •  
  • 2. begrippen verklaren: suevieten, magnetohydrodynamica, D, Charles D. Walcott, het principe van de insluitsels, mascon, farra, pangea, paleogeen, catastrofisme
  •  
  • 3. Men wil een fossiele schelp dateren, welke radiometrische methode gebruik je best + waarom en leg die methode in detail uit
  •  
  • 4. Wat is het nut van de studie van meteorieten: geef de indeling + van elke soort wat ze ons geleerd hebben
  •  
  • 5. Geef de verandering van de geosfeer en de biosfeer tussen 3.6Ga en 2.5Ga
  •  
  •  

Wiskunde 1

Docent

Koen Thas

In je eerste jaar zal je wiskunde krijgen van professor Koen Thas, zowel voor Wiskunde 1 als 2. Hij geeft enthousiast les en probeert dan ook alles zo goed mogelijk uit te leggen zodat iedereen mee is met de leerstof. Zijn lessen zijn gebaseerd op een cursus waarvan hij de bewijzen en belangrijkste theorie uitgebreid aan bord zal brengen. Het kan nogal snel gaan als je notities neemt en terwijl moet begrijpen wat je opschrijft. Stel dus gerust vragen als iets niet duidelijk is. In de cursus staat alles duidelijk uitgelegd, maar het is een meerwaarde om in de les te zitten. Je zal voor dit vak met heel wat andere richtingen samen zitten. Je zit best vooraan als je de kans krijgt, aangezien achteraan kleine cijfertjes niet duidelijk zichtbaar zijn en iets fout opschrijven dan snel gebeurd is.
Voor wiskunde kan je ook monitoraat volgen. Als je moeilijkheden hebt met wiskunde twijfel dan zeker niet om hiervoor een afspraak te maken. Deze monitoraatlessen zullen doorgaan in een kleine groep met andere studenten of individueel.

Cursus

De cursus is zelf af te printen via Ufora. Deze bestaat uit ongeveer 100 pagina's. Neem eventueel notities tijdens de les en voeg deze toe aan je cursus ter aanvulling. Tijdens de lessen zullen er namelijk af en toe ook extra's behandeld worden die niet in de cursus staan. Dit wordt steeds vermeld, maar neem hier dus zeker notities van aangezien deze op het examen gevraagd kunnen worden.

Werkcolleges

De werkcolleges zullen gegeven worden door de assistent. Aangezien de oefeningen een belangrijk onderdeel vormen van het examen, zullen er redelijk wat behandeld worden. Er staan dus redelijk wat werkcolleges per week ingepland, wat maakt dat de oefeningen vaak zullen voorlopen op de theorie. De assistent legt uit wat je moet weten om de oefeningen te kunnnen maken, dus geen paniek. Het tempo ligt vrij hoog tijdens de werkcolleges. Wees dus zeker niet bang op uitleg te vragen als je iets niet begrijpt. Oefen zeker ook op jezelf, zodat je vertrouwd geraakt met het oplossen van verschillende oefeningen. Op Ufora zullen de powerpoints met oefeningen en oplossingen komen te staan. De uitwerking zal in de les behandeld worden en zal dus niet op Ufora staan. Je zal er ook een document terug vinden met oefeningen die niet behandeld worden tijdens de les, maar die als extra oefeningen dienen.

Buis-o-meter
(50%)

Het examen bestaat vooral uit oefeningen. Oefen dus tijdens het studeren vooral op het oplossen van oefeningen. Er zullen ook examenvragen van vorige jaren op Ufora staan met bijhorende uitwerking. Bekijk dit zeker, want dit geeft je niet enkel een idee van de opstelling van het examen, maar ook wat voor oefeningen je kan verwachten, alsook het niveau ervan. Het oefeningengedeelte staat op 13 van de 20 punten, de theorie telt mee voor 7 punten. Laat de theorie echter niet links liggen, want deze punten kunnen het verschil maken. Dit deel bestaat o.a. uit een drietal waar/vals vragen, een of meerdere bewijzen en een definitie (meestal van een verzameling).
Voor het examen krijg je 3u de tijd. Aangezien dit niet veel tijd is, zal je goed moeten doorwerken. Laat je niet opjagen, maar start eerst met wat je kan en waar je zeker van bent. Vergeet zeker je rekenmachine niet mee te nemen (obviously).

  •  
  • TWIEOOS
  • Op Ufora zullen de oefeningenexamens van de afgelopen jaren verschijnen, oplossingen worden er bijgegeven.
  •  
  •  
  • Examen 2023-2024
  •  
  • Theorie
  •  
  • 1) Bewijs dat 3 VKW2/5 geen element is van de gehele getallen.
  •  
  • 2) Definieer lineaire onafhankelijkheid.
  •  
  • 3) Bewijs dat elke lineaire afbeelding te schrijven is als een matrix.
  •  
  • 4) Defineer een gerichte graaf en leg een internet J uit a.d.h.v. een voorbeeld. Defineer hierbij ook a(ij) van de bijhorende matrix.
  •  
  • 5) Waar of vals:
    Als een bol een rechte snijd, dan heeft de doorsnede altijd 0, 1 of oneindig punten.
    Als de even natuurlijke getallen worden voorgesteld als 2N dan is 2N strikt kleiner dan N.
  •  
  •  
  • Examen 2022-2023
  •  
  • Theorie
  •  
  • 1) Definieer de C, de verzameling van de complexe getallen. Hoe kan je deze optellen en hoe kan je deze vermenigvuldigen. Kun je ordenen in C?
  •  
  • 2) Geef de definitie van de karakteristieke vergelijking van een matrix.
  •  
  • 3) Wat zijn eigenwaarden? Wat zijn eigenvectoren?
  •  
  • 4) Onderstel dat J een internet is. Leg uit wat de geassocieerde gerichte graaf T(J) (met gewichten) is, en hoe je deze graaf voorstelt via matrix A. Illustreer deze noties met een voorbeeld.
  •  
  • 5) Juist of fout
  •  
  •  - Stel x is element van de reële getallen, sin(x) ≥ π
     - f: R -> R: x -> x² - 2023x + 1 is injectief
     - Een grote cirkel op een bol is het unieke snijvlak door het middelpunt van de bol, dit snijvlak is een schijf
  •  
  • Oefeningen
  •  
  • 1) Los goniometrische vgl op: sin^2(x)*sec(x) + 2cos^2(x) = sec(x) + 2 Geef producten van de oplossing in interval [0,2π].
  •  
  • 2) Afstand schaduw verhoogt met 10 meter als Schaduwhoek tov grond van 60 naar 45 graden gaat. Hoe hoog is toren?
  •  
  • 3) Bepaal y uit complex stelsel.
  •  
  • 4) Bepaal a zodat stelsel precies 1 oplossing heeft rang Ab moet 0 zijn.
  •  
  • 5) Gegeven lineaire transformatie van driehoek van vectoren en matrix. Bepaal eigenwaarden en eigenvector, bepaal de oppervlakte van de driehoek na transformatie.
  •  
  • 6) Welke van onderstaande is een injectieve afbeelding?
  •  
  •  
  • Theorie examen 2021-2022 (meerdere versies)
  •  
  • 1) Wat is de typische functie van de vierkante matrix A?
  •  
  • 2) Wat is een eigenwaarde de de vierkante matrix A? + wat is een eigenvector van A?
  •  
  • 3) Geef de cosregel van vlakke driehoeken en bewijs (tekening niet vergeten)
  •  
  • 4) Definitie van een reele veelterm + hoe vermenigvuldigen en optellen
  •  
  • Nieuwe versie
  •  
  • 1) Bewijs cosinusregel voor vlakke driehoeken.
    Definitie van een reële veelterm en hoe 2 reële veeltermen optellen en vermenigvuldigen.
    Definitie van de n-de machtswortel van een complex getal
  •  
  • 2) Definitie van eigenwaarden en eigenvectoren.
    Bewijs met eigenwaarden en eigenvectoren lineair onafhankelijk of zoiets
    3) Waar of vals?
     - Is 2 x 0.31999999...= 0.64?
     - Is lineaire afbeelding van R --> R altijd injectief?
     - Als een vlak door een bol snijdt, vormt het dan altijd een grote cirkel?
  •  
  •  
  • Theorie examen 2020-2021
  •  
  • Vraag 1
  •  
  • 1) definieer de verzameling Z (enkel de elementen; geen bewerkingen). Bewijs dat vierkants wortel 2 +2 geen element is van Q
  •  
  • 2) Je kan een lineaire afbeelding g : R^m -> R^n steeds via reële (nxn)- matrix voorstellen. Bewijs dit
  •  
  • Vraag 2
  •  
  • A. Wat is, bij definitie, een gerichte graaf?
  •  
  • B. Onderstel dat J een internet is. Leg uit wat de geassocieerde gerichte graaf T(J)(met gewichten) is, en hoe je deze graaf voorstelt via matrix A. Illustreer deze noties met een voorbeeld.
  •  
  • C. Definieer nu de google matrix G van J, Met de gegeven damping factor p, 0
  •  
  • Vraag 3: Waar of vals?
  •  
  • A. onderstel dat V(x) en W(x) gegeven veeltermen zijn; dan is de graaf van V(x) - W(x) steeds ten hoogste de graad van V(x) + W(x).
  •  
  • B. eigenvectoren die behoren bij dezelfde eigenwaarde van een vierkante matrix A, zijn steeds lineair afhankelijk.
  •  
  • C. er zijn oneindig veel grote cirkels die je kan vinden op de sfeer van een bol.
  •  
  •  
  • Theorie examen 2018-2019
  •  
  • Vraag 1
  •  
  • A. Definieer de begrippen: bol, sfeer, grote cirkel, boldriehoek, hoek van de boldriehoek en middelpunshoek.
  •  
  • B. Formuleer en bewijs de cosinusregel voor boldriehoeken. (met tekeningen!)
  •  
  • Vraag 2
  •  
  • A. Wat is, bij definitie, een gerichte graaf?
  •  
  • B. Onderstel dat J een internet is. Leg uit wat de geassocieerde gerichte graaf T(J)(met gewichten) is, en hoe je deze graaf voorstelt via matrix A. Illustreer deze noties met een voorbeeld.
  •  
  • C. Bespreek welke 2 problemen er opduiken bij het opstellen van een page rank vector, en leg uit hoe men ze oplost.
  •  
  • D. Definieer nu de google matrix G van J, Met de gegeven damping factor p, 0
  •  
  • Vraag 3: Waar of vals?
  •  
  • A. Onderstel dat V(x) en W(x) reële veeltermen zijn;indien de graad van V(x) strikt groter is dan die van W(x), dan heeft V(x) strikt meer reële wortels.
  •  
  • B. Onderstel dat A een(nxn)-matrix is, met n element van N. Onderstel dat voor elke kolom de som van alle elementen precies 2018 is. dan heeft A nooit als eigenwaarde 2018.
  •  
  • C. Er bestaat een injectieve afbeelding: C--->RxR
  •  
  • D. Onderstel dat ^ een driehoek is met zijden dien als lengte a,b en c hebben. onderstel nu ook dat a²=b²+c². Dan is ^ een rechthoekige driehoek.
  •  
  • E. Onderstel dat A,B,C drie (nxn)-matrices zijn, met n element van N. Dan is det(ABC)=det(AC).det(B)
  •  
  •  
  • Theorie examen 2015-2016
  •  
  • Vraag 1
  •  
  • A. Wat is bij definitie een matrix en een determinant? (Hoofdstuk 4)
  •  
  • B. Stel dat f: R^m --> R^n een injectieve lineaire afbeelding is. Bewijs dat een stel lineair onafhankelijke vectoren wordt omgezet in een nieuw stel lineair onafhankelijke vectoren. (Hoofdstuk 6: lineaire afbeeldingen)
  •  
  • C. Geef en bewijs de sinusregel voor boldriehoeken met tekening. (Hoofdstuk 2)
  •  
  • Vraag 2
  •  
  • A. Wat is bij definitie een gerichte graaf?
  •  
  • B. Stel dat I het internet is. Leg uit wat de geassocieerde gerichte graaf (met gewichten) is, en hoe je deze graaf voorstelt via een matrix A. Illustreer deze notie's met een voorbeeld. (Met tekening indien nodig.)
  •  
  • C. Definieer nu de Google matrix G bij Internet I, met gegeven damping factor p, met 0 < p < 1.
  •  
  • D. Defineer de Google Page rank vector.
  •  
  • Vraag 3: Waar of Vals? Indien Vals, bewijs of leg uit met een tegen voorbeeld:
  •  
  • A. Zijn V(x) en D(x) != O(x) gegeven veeltermen; dan bestaat er steeds een veelterm Q(x) waarvoor V(x) = Q(x).D(x)
  •  
  • B. De afbeelding a : N --> N : x --> x+ 7 is een bijectieve afbeelding.
  •  
  • C. Voor 3 willekeurige maar verschillende grote cirkels op een sfeer bestaat steeds een boldriehoek waarvan de zijden bogen zijn van deze grote cirkels. Een (nxn) matrix , n € N^x , heeft ten hoogste 2n verschillende eigenwaarden.
  •  
  • D. Een (nxn) matrix , n € N^x , heeft ten hoogste 2n verschillende eigenwaarden.
  •  
  • E. In C geldt dat i kleiner is dan 3i + 2.
  •  
  •  
  • Examen 2014-2015 2de zit
  •  
  • Vraag 1
  •  
  • A. Beschrijf alle complexe oplossingen van de vergelijking z^n = r(cos a + i sin a) met r > 0, 0 <= a < 2pi gegeven, en bewijs dat deze wel degelijk alle oplossingen zijn. (Hoofdstuk 3)
  •  
  • B. Definieer de begrippen grote cirkel, boldriehoek, hoek van de boldriehoek en middelpuntshoek. Maak tekeningen indien nodig. (Hoofdstuk 2)
  •  
  • C. Formuleer de cosinusregel voor boldriehoeken zonder bewijs met gepaste tekeningen.
  •  
  • Vraag 2
  •  
  • A. Zijn V(x) en D(x) != O(x) gegeven veeltermen; dan bestaan er veeltermen Q(x) en R(x) waarvoor V(x) = Q(x).D(x) + R(x) met hetzij R(x) = 0 hetzij gr(R(x)) < gr(D(x)). Bewijs deze bewering.
  •  
  • B. Definieer de begrippen eigenwaarde en eigenvector voor een vierkante matrix A.
  •  
  • C. Is f: R^3 --> R^3 een lineaire afbeelding, en is (e1, e2, e3) de standaardbasis van R^3, dan is f de lineaire afbeelding geassocieerd met de 3x3 matrix waarvan de opeenvolgende kolommen f(e1), f(e2), f(e3) zijn. Bewijs deze bewering.
  •  
  • D Wat is bij definitie een Stelsel van Cramer? Bescrijf de oplossingen van dit stelsel met 3 onbekenden en 3 vergelijkingen, zonder bewijs.
  •  
  • Vraag 3: Waar of Vals? Indien Vals, bewijs of leg uit met een tegen voorbeeld:
  •  
  • 3.A. Elk rationaal getal heeft een unieke decimale schrijfwijze.
  •  
  • 3.B. De afbeelding a: N --> N : x --> (3/4)x + 2/7 is een surjectieve afbeelding.
  •  
  • 3.C. Onderstel dat de vierkante matrix A van orde n, n € N^x, over n lineair onafhankelijke eigenvectoren beschikt. De matrix S met deze eigenvectoren als kolommen heeft als eigenschap dat de matrix (S^(-1).A.S)^5 een diagonaalmatrix is.
  •  
  • 3.D. Een stel vectoren van 3 verschillende vectoren in R^3 is steeds lineair onafhankelijk.
  •  
  •  
  • Examen 2014-2015 1ste zit
  •  
  • Vraag 1
  •  
  • A. Definieer de begrippen: grote cirkel, boldriehoek, hoek van een boldriehoek en middelpuntshoek. (maak, indien nodig, een tekening!)
  •  
  • B. Formuleer de sinusregel voor boldriehoeken zonder bewijs (maak de gepaste tekeningen!)
  •  
  • C. Formuleer en bewijs de sinusregel voor boldriehoeken (maak de gepaste tekeningen!)
  •  
  • Vraag 2
  •  
  • A. Definieer het begrip determinant
  •  
  • B. Definieer het gevrij ecofactor (van een element in een vierkante matrix), en leg uit hoe je de determinant van een algemene (3x3)-matrix kan beschrijven met behulp van cofactoren
  •  
  • C. Leg uit wat lineaire onafhankelijkheid is (voor een stel vectoren in R^n, n E N^x)
  •  
  • D. Een stel van meer dan drie vectoren in R^3 is steeds lineair afhankelijk. bewijs deze bewering.
  •  
  • Vraag 3: waar of vals. indien vals, geef tegenvoorbeeld van de bewering, of leg uit.
  •  
  • A. Beschouw een willekeurige driehoek met hoekpunten A, B, C en zijden a=BC, b=AC en c=AB. Dan geldt steeds dat a^2<=b^2 + c^2.
  •  
  • B. Onderstel dat B een bol is, en S een sfeer, met hetzelfde middelpunt en eenzelfde straal. Dan is S een deelverzameling van B maar niet omgekeerd.
  •  
  • C. De afbeelding a: R --> R : x-->x(5)^1/2 (vierkantswortel 5) is een injectieve lineaire afbeelding.
  •  
  • D. Onderstel dat de vierkante matrix A van orde n,n E N^x, over n lineair onafhankelijke eigenvectoren beschikt. de matrix S met deze eigenvectoren als kolommen heeft als eigenschap dat de getransponeerde (S^-1 AS)^T van het product S^-1AS een diagonaalmatrix is met de respectievelijke eigenwaarden van A op de hoofddiagonaal.
  •  
  • E. Er bestaan natuurlijke getallen t, u, v, w. zodat de vierkantswortel van 2 = (t+u)/(v+w)
  •  
  •  

Algemene chemie 2

Docent

Isabel Van Driessche

Isabel Van Driessche is een ervaren prof die er voor zorgt dat je mee bent met de leerstof. Ze legt alles grondig uit en je kan bij haar uiteraard terecht voor vragen. Ook de lessen van dit semester worden gelivestreamd en er zullen ook weer enkele monitoraatlessen gegeven worden. Op het einde van het semester, en tijdens de lessen door, geeft ze aan wat belangrijk is voor het examen en wat er van je verwacht wordt.

Cursus

De hoofdstukken in de cursus die in het eerste semester niet zijn behandeld, komen nu aanbod.

Werkcolleges

Hier ga je best elke keer naartoe! De werkcolleges worden gegeven door dezelfde assisent als de practica. Er worden hier niet alleen veel oefeningen gemaakt, maar ook de theorie wordt nog eens grondig herhaald. Probeer voor het werkcollege de oefeningen al eens te bekijken zodat je weet waarover het gaat. Vaak wordt er ook gezegd wat voor oefeningen er zeker op het examen gevraagd zullen worden. Op het einde van elk hoofdstuk in de cursus staan een aantal oefeningen met bijhorende oplossingen. Deze maak je best ter voorbereiding op het examen. Je vragen over deze oefeningen kan je gerust stellen aan de assistent tijdens de werkcolleges.

Practica

Deze bereid je beter goed voor, want soms is de tijd erg krap. De practica worden weer gegeven door de vriendelijke assisent Hans Van Hoe. Wees niet bang om vragen aan hem te stellen, want hij helpt je graag verder. Je veiligheidsbril en labojas zijn verplicht en meestal zal je nog wat extra gerief moeten meenemen, zoals lucifers en een vod. Je zal tijdens deze practica meestel per twee moeten werken. Vergeet ook zeker je voorbereidingstest niet te maken, want deze telt mee voor punten! Na elk practicum heb je ook nog een naverwerkingstest. Hiervoor krijg je meestal een week de tijd, maar maak hem best zo snel mogelijk zodat je het niet vergeet. Op het einde van het semester is er een practicumexamen. Hier zal je kationen moeten scheiden, zoals je in voorgaande practica zal leren. Je doet dit individueel. Kleine tip: laat je proefbuisjes lang genoeg staan zodat je niet per ongeluk het juiste weggooit, want achteraf kan zich misschien nog een neerslag vormen die eerst niet duidelijk te zien was.

Buis-o-meter
(45%)

Om dit examen goed te kunnen maken is het noodzakelijk heel, heel, heel veel oefeningen te maken! Als die goed lukken dan is het examen normaal gezien heel goed te doen. Zorg er echter ook voor dat je de theorie goed onder de knie hebt.

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2016-2017
  •  
  • Vraag 1: Kinetiek
  •  
  • -> reactiesnelheidsvergelijking
  •  
  • -> reactiemechanisme
  •  
  • -> grafiek geven van de potentiele energie tov de ...gradient
  •  
  • Vraag 2: titratie van een mengsel 20ml van een mengsel Hcl en HOAc wordt getitreerd met 0,1 mol/l NaOH
  •  
  • -> bereken de beginconcentraties
  •  
  • -> titratiecurve tekenen en geef de ph bij begin, tussen 0 en sp1 , sp1, tussen sp1 en sp2 , sp2,...
  •  
  • Vraag 3: 3 deelvraagjes over oplosbaarheid/oplosbaarheidproduct
  •  
  • Vraag 4: concentratie bepalen van bepaalde ionen bij evenwicht
  •  
  • Vraag 5: galvanische cel. bijna alles is gegeven behalve uit welk metaal het 2de elektrode bestaat. 3 types van mogelijke metalen zijn gegeven.
  •  
  • -> uit welk metaal bestaat de tweede elektrode?
  •  
  • -> geef de reactievergelijking
  •  
  • -> tekening, alles aanduiden: anode, kathode, teken, richting electroden,...
  •  
  • Vraag 6: 10 meerkeuzevragen
  •  
  •  
  • Examen 2015-2016
  •  
  • De reactiesnelheid van een bepaald bestanddeel bepalen aan de hand van de verschillende deelstappen.
  •  
  • Titratiecurve maken
  •  
  • Partieeldrukken berekenen van 2 I --> I2(g) als men de totale druk bij evenwicht gekregen heeft en ook het begin aantal mol I, begintemperatuur en volume.
  •  
  •  
  • Examen 2013-2014
  •  
  • VRAAG 1: (6pt) Onderstaand mechanisme wordt voor gesteld voor de oxidatie van stikstofoxide tot stikstofdioxide.
    2 NO(g) <-> N2O2(g) ...snel evenwicht, k1(van NO naar N202), k-1 (omgekeerd)
    N2O2(g) + O2(g) -> 2 NO2(g) ...traag, k2
  •  
  • -> Schrijf de reactievergelijking voor de totale reactie.
  •  
  • -> Toon aan de het voorgestelde mechanisme overeenkomstig is met volgende reactiesnelheidsvergelijking v= k[NO]^2[O2].
  •  
  • -> Schrijf de reactiesnelheidsconstante in functie van de afzonderlijke reactiesnelheidsconstanten en geef de eenheid weer.
  •  
  • VRAAG 2: (4pt) 79.2 g droogijs (vast CO2) en 30.0 g grafiet (C(v)) worden in een lege 5L container geplaatst. Het mengsel wordt twee keer opgewarmd: de eerste maal tot 1000 K en in een tweede experiment tot 1100 K. In beide gevallen neemt volgende reactie plaats: CO2(g) + C(v) <-> 2 CO(g).
  •  
  • -> Bereken Kp bij 1000 K als de dichtheid van het gas 16.3 g/L is.
  •  
  • -> Bereken Kp bij 1100 K als de dichtheid van het gas 16.9 g/L is.
  •  
  • -> Is de reactie endotherm of exotherm? Licht toe.
  •  
  • VRAAG 3: (8pt) Er wordt een oplossing bereid die 0.05 mol/L is aan benzoëzuur.
  •  
  • -> Bereken bij evenwicht de concentraties van H3O+, OH-􀀀, C6H5COOH en C6H5COO.
  •  
  • -> Bereken de pH van deze oplossing.
  •  
  • -> Stel de titratiecurve op van mengsel met een totaalvolume van 20 mL dat 0.05 mol/L benzoëzuur en 0.05 mol/L HCl bevat. Er wordt getitreerd met 0.05 mol/L NaOH. Bereken de pH na toevoegen van 10, 20, 30, ... mL NaOH tot maximum 10 mL na laatste SP. Duid bij elke stap duidelijk de pH aan.
  •  
  • VRAAG 4: (3pt) Voor de reactie: 2 C2H2(g) + 5 O2(g) -> 4 CO2(g) + 2 H2O(g)
  •  
  • -> Bereken DH°, DS° en DG°.
  •  
  • -> Verklaar het teken van DH° en DS°
  •  
  • -> Neemt de spontaneïteit van deze reactie toe of af met de temperatuur?
  •  
  • VRAAG 5: (6pt) Een oplossing bevat 2 x 10􀀀^-4 mol/L aan Ag+ ionen en 1.5 x 10^-􀀀3 mol/L aan Pb^(2+) ionen. Er wordt NaI toegedruppeld.
  •  
  • -> Welk neerslag wordt eerst gevormd?
  •  
  • -> Bij welke concentratie aan I-􀀀 slaat het 2de kation neer?
  •  
  • -> Wat is de concentratie van het eerste op dat ogenblik?
  •  
  • VRAAG 6: (2pt)
  •  
  • -> Rangschik de volgende molecules volgens toenemende zuursterkte en leg uit: PH3, H2S, HCl
  •  
  • -> Identificeer in de volgende reactie de volgende componenten: Lewiszuur of base, ZB adduct.
    2 Cl- + BeCl2 -> BeCl4^(2-)
  •  
  • VRAAG 7: (5pt) Beschouw volgende galvanische cel (gevuld met metaalzouten met een concentratie 1.0 mol/L.)
  •  
  • -> Vul de figuur aan: anode, kathode, beweging ionen in oplossingen en de elektronenstroom.
  •  
  • -> Schrijf de reactievergelijking.
  •  
  • -> Bereken de EMK van bovenstaande cel.
  •  
  • -> Bereken de EMK nadat de beker waarin de anode is ondergedompeld verwisseld wordt met een 2.0 mol/L Zn(NO3)2 oplossing."
  •  
  • Nog enkele meerkeuze vragen H20 voornamelijk over temperatuur en entropie
  •  
  • Elektrochemie:
  •  
  • (1e zit) Gegeven: galvanische cel -> duid kathode/anode, +/- kant aan, hoe gaat de stroom binnen, de stroom buiten, bereken E° (2e zit: nu) 2 reacties gegeven: teken zelf de galvanische cel, duidt kathode aan, bereken het totaal reactie potentiaal
  •  
  • - Berekenen de totale druk van een reactie nadat die eerst in evenwicht wordt gebracht (via Kp)
  •  
  • - Oplosbaarheid: Je hebt 3 stoffen gegeven en AgNO3 die eraan toegedruppeld wordt. Welke neerslagen worden gevormd en in elke volgorde ? (NO3- is een nitraat en lost goed op -> geen neerslag) met Ag heb je met alle 3 de stoffen een neerslag bepaal de volgorde door Q > Ks en de gegeven concentraties
  •  
  • - Bepaal de reactie vergelijking en de orde van een gegeven reactie door SBS en zeg als de entropie van de reactie stijgt of daalt
  •  
  • - 3 gegeven stoffen, plaats ze volgens zuursterkte
  •  
  •  

De biosfeer: planten

Docent

Annemieke Verbeken

Professor Verbeken is een zeer aangename prof. Ze praat heel erg veel en heel erg graag. Ze is heel enthousiast over de botanie en over haar eigen vakgebied: mycologie. Wees dus zeker geïnspireerd om vragen te stellen, want ze beantwoordt deze met plezier. Aan het begin van haar lessen zet ze meestal een liedje op dat natuurlijk iets te maken heeft met planten of bloemen. Een leuke manier om de les mee te starten dus. Je zal dit vak bovendien samenkrijgen met de 2de jaars van de geografen.

Cursus

De cursus kan je in het begin van het semester tijdens de les aankopen. Je neemt echter best notities aangezien de cursus misschien wat onoverzichtelijk kan overkomen. Het is dan ook zeer handig om tijdens het studeren de Powerpointslides voor je te hebben om wat meer structuur en overzicht te hebben. Ze benadrukt tijdens de lessen ook wat zij belangrijk vindt dat je kent, dus duid dit zeker aan.

Practica

Je zal voor deze practica enkele namiddagen al tekenend doorbrengen. Daarnaast zal je ook moeten leren determineren en voor de laatste les zal je in een groepje een taak moeten maken in de plantentuin. Deze taak zal je moeten indienen tegen een bepaalde deadline op het einde van het semester. Werk goed door tijdens het tekenen, want soms zal je heel wat tekeningen moeten maken op een vrij korte tijd. Ook zal je vaak moeten samenwerken met je buur voor deze practica, dus kies je plaats wijs, want je zal steeds op dezelfde plek moeten gaan zitten. De practica worden begeleid door een Engelstalige assistent. Meestal zijn er nog één of twee extra personen aanwezig waarbij je terecht kan met je vragen. Je zal een dunne cursus voor deze practica krijgen, al is het meeste herhaling van wat je ziet tijdens de gewone theorielessen.

Buis-o-meter
(37%)

Dit examen is gelijkaardig aan dat van dierkunde. Je zal echter niet op voorhand, maar op de dag van het examen, een schriftelijk practicumexamen moeten afleggen. Hiervoor zal je enkel de theorie van de practica moeten studeren en zal je dus geen tekeningen moeten maken. Dit examen geef je af vooraleer je aan je gewone examen kan beginnen. Als je dan totslot ook hiermee klaar bent, zal je jezelf nog even mondeling moeten gaan verdedigen bij de prof. Voor dit vak zal je wel wat moeten blokken, maar maak je geen zorgen, want als je goed geleerd hebt zal dit vak je zeker lukken.

  •  
  • TWIEOOS
  • Herexamen 2022-2023
  •  
  • 1) Geef 3 metamorfoses van het blad en 3 van de stengel, zorg dat je van elk een voorbeeld kan geven. A.d.h.v deze metamorfoses moet je de begrippen homologie en analogie uitleggen.
  •  
  • 2) Geef alle manieren waarop een zaad reservevoedsel kan opstapelen en leg uit. Schets je antwoord telkens met een tekening, ik moest ook de afkomst (moederlijk, vaderlijk) en #chromosomen (3n/2n) kunnen benoemen. Voor antwoord zie p. 159 in de cursus, onder 3.4.3 Reservestoffen.
  •  
  • 3) Definities:
     -Elateren
     -Dichotomie
     -Synangium
     -Macrofyllen
     -Corona
  •  
  • 4) Levenscyclus van paardenstaart (heermoes), bladmos en klaverbladvaren (Marsilea quadrifolia).
  •  
  •  
  • Examen 2022-2023
  •  
  • (Antwoorden 3 grote vragen op Studium)
  •  
  • 1) Bespreek de verschillende metamorfosen van de basisorganen voor de opslag van water en reservestoffen en geef bij elke metamorfose een voorbeeld (ook wat uitleggen wat het kenmerk zowat is bv hypocotyl zwelt op) (15p)
  •  
  • 2) Evolutie van de eicel bij alle grote groepen van landplanten (plaats in de plant, beschermt door welke delen, enz.) (15p)
  •  
  • 3) Leg volgende begrippen kort uit (geen idee meer op hvl punten dit stond miss 10p)
     - Sorus
     - Homologie
     - Synkarpie
     - Anemochorie
     - Endomycorrhiza
  •  
  • 4) Op 3 blinde prenten zoveel mogelijk aanduiden en zeggen wat het is en wat er gebeurd + zeggen bij welk organisme en de hiërarchie. (15p)
    De eerste afbeelding weet ik zelf niet wat het echt was, heb hem niet gevonden in de cursus maar leek op iets van pollenkorrel denk ik.
    En dan waren het de levenscylus afbeeldingen van de heermoes en de waterklaver.
  •  
  • Andere examen:
  •  
  • 1) Dubbele bevruchting bij bloemplanten. Uitleggen en tekening maken.
    Bijvraagjes: Evolutionair voordeel van triplosperm (reserveweefsel is duur en het triplosperm wordt enkel gemaakt als er al een embryo is). Duid de vrouwelijke gametofyt aan (=embryozak). Duid mannelijke gametofyt aan (pollenbuis)
  •  
  • 2) Bryophyta, ecologie en levenscyclus uitleggen. Grote groepen
  •  
  • 3) Termen:
     - Perianth
     - Distochoom
     - Diaspore
     - Fyllocladium
     - Anemochorie
  •  
  • 4) Levenscycli; delen aanduiden op figuur
     - Klaverbladvaren
     - Paardenstaart
     - Delen aanduiden op figuur van tamme en wilde kastanje
  •  
  •  
  • Examen 2021-2022
  •  
  • 1) Geef de matamorfosen die te maken hebben met voedsel-/wateropslag van de planten (10p)
  •  
  • 2) Enkele woordjes: Corona, triplosperm, polycotylie,... (10p)
  •  
  • 3) Evolutieve aanpassingen van Lycophyta en Monylophyta (15p)
  •  
  • 4) Slides, foto's van planten die je in de juiste groepen moest plaatsen (10p)
  •  
  • 5) Levenscycli: varenplam, Marsilea quadrofolia, bladmossen (15p)
  •  
  •  
  • Examens 2020-2021
  •  
  • Bespreek de evolutie van de eicel doorheen de landplanten /15
  •  
  • De 3 types weefsels voor reserve voedsel bij de angiospermen /10
  •  
  • Geef metamorfose voor reserve opslag plant
  •  
  • ...
  •  
  • 1) Geef de morfologische kenmerken voor de diverse types doorns en stekels die een plant kan vertonen (herkenbaarheid!). Bespreek de structurele verschillen en geef voorbeelden. Werk waar mogelijk met een schets of tekening. (10)
  •  
  • 2) Definieer gametofyt en sporofyt. Bespreek de evolutie van gametofyt versus sporofyt doorheen de grote groepen van de landplanten. (15)
  •  
  • 3) Hoe ontstaat kurkweefsel? Schets! (5)
  •  
  • 4) Begrippen: (5)
  •  
  •   - Rhizoom
      - Steenvrucht
      - Decussaat
      - Tweehuizig
      - Anemochorie
  •  
  • 5) 3 levenscycli (15)
  •  
  •   - Cycas revoluta (varenpalm)
      - Equisetum arvense (heermoes)
      - Marsilea quadrifolia (tropische waterklaver)
  •  
  • Andere vragen:
  •  
  • 1) Geef van elk orgaan van de plant (dus stengel, wortel en blad) alle metamorfosen die instaan voor de wateropslag en voedselopslag + geef een korte uitleg en voorbeeld van een plant (10p).
  •  
  • 2) Welke evolutieve eigenschappen hebben de Monilophyta en Lycophyta die de planten daarvoor nog niet hadden (15p).
  •  
  • 3) Begrippen : triplosperm, endozoöchorie, hyfen, en de rest ben ik al vergeten vrees ik haha (10p).
  •  
  • 4) Cycli van de marsilea quadrifolia, varenpalm en het gewone gaffeltandmos (15p).
  •  
  • 5) 10 fotos van planten herkennen (10p).
  •  
  • 6) Geef verschillende metamorfoses die optreden voor water en voedselopslag (zowel voor wortel, slengel als blad) en geef bij alles een voorbeeld. Leg aan de hand hierval uit wat homologe en analoge ontwikkeling is.
  •  
  • 7) Welke evolutionaire kenmerken zijn er bij de Monylophyta en Lycophyta bijgekomen tegenover de vorige groep en leg deze grondig uit.
  •  
  • 8) Vijf woorden verklaren: Endozoölogie, polycotielen, Corona, hyfen, triplosperm.
  •  
  • 9) Drie cyclussen vanuit de cursus gegeven: klaverbladvaren, gewoon bladmos en varenpal.
  •  
  • 10) Ze laat tien slides zien met afbeeldingen van planten en deze moet je zo goed mogelijk indelen (klasse, orde en naam).
  •  
  •  
  • Examen 2016-2017 2de zit
  •  
  • Versie 1
  •  
  • 1. Bespreek dubbele bevruchting + tekening. Waar? In welke groep/groepen, het nut ervan
  •  
  • 2. Bespreek Bryophyta (levenscyclus, relatie sporofyt/gametofyt, isosporie/heterosporie + groepen)
  •  
  • 3. Wat eet je: mais, radijs, bieslook, pindanoot, ananas
  •  
  • 4. Verklaar volgende woordjes: micropyle, stekel, polyfyletisch, decussaat, steenvrucht, stomata, rhizoom, seriële knoppen
  •  
  • 5. 3 figuren benoemen en aanvullen: cyclus van palmvaren en klavervaren, en verschil paardenkastanje en tamme kastanje
  •  
  • Versie 2
  •  
  • 1. Teken dwarsdoorsnede wortel, leg het ontstaan van de zijwortel uit (+ tekening), geef 5 metamorfosen van de wortel plus concrete voorbeelden
  •  
  • 2. Geef de grote verschillen van de 2 groepen binnen de spermatophyta ( co evolutie, vrucht, dubbele bevruchting,...)
  •  
  • 3. Wat eet je van : peer druif bloemkool witloof tamme kastanje
  •  
  • 4. Cycli van marseilla quadrifolia, levermos, pinopsida
  •  
  • 5. Woordjes uitleggen : fillocladium, spoelfiguur, coltylen, gametofyt, fellogeen, lenticellen
  •  
  •  
  • Examen 2016-2017 1ste zit
  •  
  • Versie 1
  •  
  • 1. Belangrijkste nieuwe kenmerken bij de Angiospermen (+ verklaar hun functie/nut)
  •  
  • 2. Bryophyta: hoe planten zij zich voort? Wat is de verhouding tussen sporofyt en gametofyt? Welke zijn de grote groepen binnen de Bryophyta? Wat is hun ecologie?
  •  
  • 3. Wat eet je? Kokosnoot, peer, witloof, rabarber, gember
  •  
  • 4. Verklaar: distich, oögamie, polyfyletisch, concentrische vaatbundel, tros
  •  
  • 5. levenscyclus: Heermoes en Vlotvaren
  •  
  • 6. 5 prentjes: tot welke groep behoren zij?
  •  
  • Versie 2
  •  
  • 1. Sporofyt en gametofyt en hun evolutie doorheen de grote groepen landplanten
  •  
  • 2. Verschil tussen stekels en doorns, geef verschillende typen en geef voorbeelden.
  •  
  • 3. Wat eet je ? knolselder, venkel, prei, vijg, aardbei
  •  
  • 4. 5 begrippen: perianth, diaspore, dichotomie, anemochorie, fyllocladium
  •  
  • 5. 2 blinde figuren: dierlijke cel vs plantencel, levenscyclus
  •  
  • 6. 5 foto's
  •  
  •  
  • Examen 2015-2016
  •  
  • Versie 1
  •  
  • 1. Ontstaan van kurkweefsel
  •  
  • 2. Evolutie van de eicel bij alle grote groepen van landplanten (plaats in de plant, beschermt door welke delen, enz.)
  •  
  • 3. Wat eet je van: witloof, rabarber, peer, gember en kokosnoot
  •  
  • 4. Verklaar volgende begrippen: anemochorie, distich, discus, protonema, polyfyletisch, concentrische vaatbundel, oögamie, zygomorf, ...
  •  
  • 5. 2 cyclussen: groenwieren en varenboom
  •  
  • 6. 10 foto's
  •  
  • Versie 2
  •  
  • 1. Geef 7 metamorfoses van de stengel (voorbeelden, tekeningen, ...)
  •  
  • 2. Leg uit wat heterosporie is en bespreek dit bij de grote groepen landplanten
  •  
  • 3. Wat eet je op bij maïs, bieslook, ananas, pinda's, radijs
  •  
  • 4. Verklaar volgende woordjes: apokarpie, pentamere bloem, zaad, tapetum, parafyletisch, protonema, rhizoom, collenchym
  •  
  • 5. Cyclus eikvaren en mos
  •  
  • 6. Prentjes uit de powerpoint herkennen
  •  
  • Versie 3
  •  
  • 1. Bespreek de gelijkenissen en verschillen tussen knollen en bollen
  •  
  • 2. Bespreek de voorouders van de landplanten en de belangrijkste nieuwe kenmerken die de landplanten hebben verworven
  •  
  • 3. Levenscyclus heermoes en klaverbladvaren (Beschrijf wat er gebeurt op de figuur op figuur)
  •  
  • 4. Welk deel van de plant eet je op: asperge, pijnboompitten, komkommer, knolselder
  •  
  • 5. Leg uit: actinomorf, endokarp, peristoom, dopvrucht, etnobotanie,aar, monofylitisch
  •  
  • 6. Tien foto's benoemen (situeer de planten in de 4 grote groepen, en geef indien mogelijk extra info)
  •  
  •  
  • Examen 2014-2015
  •  
  • Versie 1
  •  
  • 1. Doorns versus stekels, leg uit met voorbeelden.
  •  
  • 2. Sporofyt en gametofyt, definieer en leg de evolutie uit.
  •  
  • 3. Wat eet je van: paranoot? venkel, knolselder, radijs,....
  •  
  • 4. 5 begrippen
  •  
  • 5. Tekeningske van plantencel en diercel en cyclus van cycas revoluta
  •  
  • 6. 10 organismen worden geprojecteerd, zeg gewoon welke soort het is (tot aan Phylum?)
  •  
  • Versie 2
  •  
  • 1. Wortel: morfologie metamorfosen en ontstaan zijwortel.
  •  
  • 2. Verschillen tussen angiospermen en gynospermen.
  •  
  • 3. Wat eet je op van deze plant... komkomer asperge,...
  •  
  • 4. Begrippen fyllogeen, endosperm,...
  •  
  • 5. Figuren benoemen plantencel en een cyclus.
  •  
  • 6. 10 planten herkennen.
  •  
  •  

Fysica 2

Docent

Natalie Jackowicz

Professor Natalie Jachowicz is een enthousiaste prof, al heeft ze niet graag dat er gepraat wordt tijdens haar lessen. Wees niet bang om haar vragen te stellen, want ze zal hier met veel plezier op antwoorden. Je zal dit vak enkel met je medestudenten geologie krijgen, in een veel kleinere groep dus dan in het eerste semester. Tijdens dit semester kan je ook weer monitoraat volgen voor fysica.

Cursus

Voor Fysica 2 zal het boek van Giancoli verder gebruikt worden, nu hoofdstuk 14 t.e.m. 20. Deze hoofdstukken zullen gaan over o.a. golven en thermodynamica. Er zullen ook vier hoofdstukken uit het tweede boek van Giancoli behandeld worden. Dit deel is optica, dat zal gaan van hoofdstuk 32 t.e.m. 35. Dit boek kan je in het tweede semester aankopen via Geologica.

Werkcolleges

Na de paasvakantie zullen de werkcolleges van start gaan. Er zijn er niet veel ingepland, dus profiteer van de gelegenheid om hier naar toe te gaan. Het kunnen oplossen van oefeningen is namelijk een belangrijk onderdeel van het examen. De werkcolleges zullen begeleid worden door een jonge assisent. Stel zeker vragen als je iets niet begrijpt, dan zal hij het met plezier uitleggen tot je het begrijpt. Je zal via Mastering Physics extra oefeningen kunnen maken als je inlogt met de code die je wordt meegegeven in een van de eerste theorielessen.
Dit semester heb je geen practica, yay.

Buis-o-meter
(52%)

Het examen zal voor de helft samengesteld zijn uit theorie, de andere helft oefeningen. De theorievragen bestaan o.a. uit enkel bewijzen en enkele inzichtsvragen. De oefeningen zullen ongeveer van dezelfde moeilijkheidsgraad zijn als die van in de werkcolleges. Maak zeker veel oefeningen ter voorbereiding! Je hebt 3u tijd voor het examen, dus werk goed door.

  •  
  • TWIEOOS
  • Herexamen 2022-2023
  •  
  • Theorie
  •  
  • 1. Vertel alles wat je weet over het Dopplereffect.
  •  
  • 2. Hoe verandert geluid onder water: v, f, golflengte?
  •  
  • 3. Convergerende lens onder water, hoe verandert de focusafstand f (verder of dichterbij).
  •  
  • 4. T/t grafiek (vermogen blijft constant) met allemaal vraagjes over: volgorde soortelijke warmte en latente warmte, kookpunt en smeltpunt, aggregatiestoestanden. Hoe verandert de grafiek als: hoeveelheid mol verdubbelt, vermogen verdubbelt?
  •  
  • Oefeningen
  •  
  • 1. Twee koorden hangen aan elkaar met lengtes 3 en 2 meter. Koort 1 heeft spanning van 400N, ze hebben allebei een verschillende dichtheid. Als er langs elk uiteinde een puls vertrekt, welke komt het eerste bij het knooppunt en wat is de snelheid door koort 2?
  •  
  • 2. Twee spleten waar er licht doorkomt. d= 2mm en L= 2m naar het tweede scherm erachter. Violet is x mm van de witte streep en rood is y mm van de witte streep. Wat zijn de golflengtes van violet en rood?
  •  
  • 3. Warmtepomp met COP = 3 en W = 1500 W. Allemaal deelvragen over: Qh, wat moet TL zijn als pomp altijd moet werken, wat gebeurt er als de pomp moet dienen voor het huis af te koelen in de zomer, wat is dan de COP?
  •  
  •  
  • Examen 2019-2020
  •  
  • Theorie
  •  
  • 1. Toon aan dat de golf D(x,t)=Acos(kx-ωt+φ) voldoet aan de golfvergelijking.
  •  
  • Een golf loopt in de tegenovergestelde richting door het touw en vormt een staande golf, wat is de vergelijking van deze golf?
  •  
  • 2. Leg de Maxwelldistributie uit. Wat gebeurt er als de massa vergroot, bespreek de effectieve en gemiddelde snelheden…
  •  
  • 3. Leg een prismaverrekijker uit (met tekening) en geef het voordeel er van.
  •  
  • 4. Een bundel gepolariseerd licht met intensiteit I0 maakt een hoek ϑ0 met de horizontale x-as en gaat door een polarisator met hoek ϑTA en heeft intensiteit I; geef de intensiteit van het gepolariseerde licht, welke richting heeft het gepolariseerde licht, welke hoek moet de polarisator hebben om verticaal verder te gaan
  •  
  • Oefeningen
  •  
  • 1. Een vleermuis vliegt met een snelheid van 7,0m/s naar een muur en stuurt een signaal uit met frequentie 30kH, het signaal weerkaatst tegen een muur. Wat is de frequentie dat de vleermuis hoort, neem aan dat de lucht een temperatuur heeft van 20°C.
  •  
  • 2. Een persoon is bijziend en ziet dingen maar scherp tot een afstand van 17cm, daarvoor draagt die een bril dat op 2cm van het oog staat.
  •  
  • - Wat is de sterkte van de lens?
  •  
  • - Wat voor soort lens is het?
  •  
  • - Maak een tekening van de situatie
  •  
  • - Moest je de bril vervangen door contactlenzen, wat zou de sterkte dan zijn?
  •  
  • 3. Een Carnotwarmtemotor pompt koude lucht aan met een temperatuur van 11°C en geeft het af bij een temperatuur van 24°C. Wat de prestatiecoëfficiënt van die motor?
  •  
  • De motor heeft een vermogen van 1400W, wat is de hoeveelheid warmte dat de motor aan de omgeving aflevert per uur?
  •  
  •  
  • Examen 2017-2018
  •  
  • Theorie
  •  
  • 1. Bespreek de werking van een warmtemotor + tekening. Geef de voordelen tegenover andere conventionele manieren om een gebouw te verwarmen. Bespreek de toepassing van de eerste en tweede wet van newton in dit proces. (4 pt)
  •  
  • 2. Over de decibelschaal (2 pt): Als de afstand van de waarnemer tot de bron verdubbelt, wat gebeurt er met de geluidsterkte in decibel die de waarnemer hoort? Als de amplitude verdubbelt, wat merkt de waarnemer dan aan de geluidsterkte? Als de intensiteit verdubbelt, wat merkt de waarnemer dan? Als er een toename is in geluidsterkte van 1 dB, met welke intensiteitsverandering gaat dat gepaard?
  •  
  • 3. Je kreeg 3 tekeningen van gebroken stralen en moest uitleggen of het wel of niet mogelijk was (met de brekingsindex enzo). Hoe groot moet een vlakke spiegel zijn om jezelf volledig te kunnen zien? (4 pt)
  •  
  • 4. Ligt het kritisch punt van water hoger of lager dan de algemene atmosfeerdruk? Verklaar je antwoord. (2 pt)
  •  
  • Oefeningen
  •  
  • 1. Over een staande golf, de amplitude bepalen aan de hand van de maximale snelheid in een punt van de golf. (2 pt)
  •  
  • 2. Een cameralens met een coating op en loodrecht invallend geel licht met golflengte 550 nm en je moest berekenen hoe dik de coating minimaal moest zijn om reflectie van het geel licht tegen te gaan. (3 pt)
  •  
  • 3. De effectieve snelheid van een deeltje in de lucht was gegeven, je moest dan zeggen over welk bestanddeel van lucht het ging. (3 pt)
  •  
  •  
  • Examen 2016-2017
  •  
  • Versie 1
  •  
  • 1. Geef het bewijs van de lenzenmakersvergelijking met tekening
  •  
  • 2. Wandklok met klepel wordt vergeleken aan de zee en in de bergen. In de bergen geeft de klok een andere tijd; loopt hij daar voor of achter en hoe los je het op?
  •  
  • 3. 3 vergelijkingen en 3 functies van golven zijn gegeven. Link elke golf met de juiste grafiek en geef het (/de) begintijdstip(pen)
  •  
  • 4. Teken het PV diagram van een diatomisch gas bij isobaar, isotherm en adiabatisch proces. Waar is de arbeid het groots en kleinst, waar is temperatuur het hoogst en laagst?
  •  
  • 5. Bepaal de massa van een touw. Gegeven: T, F en lengte
  •  
  • 6. Bepaal de minimale afstand tussen voorwerpen als je in een vliegtuig zit. Gegeven: hoogte van vliegtuig, diameter iris, golflengte licht (Raleighcriterium)
  •  
  • 7. Er wordt een ijsklontje in limonade (water) gegooid, wat is de finale temperatuur? Gegeven: massa en temperatuur van water en ijsblokje, c van water en ijs, en nog extra gegevens.
  •  
  • Versie 2
  •  
  • 1. Geef de afleiding van een golf in een vloeistof, wat voor soort golf is dit en enkele voorbeelden.
  •  
  • 2. Als we een parallelle lichtbundel hebben op een dubbel bolle lens, gaat het brandpunt dan veranderen als we het in lucht en water proberen, verklaar je antwoord door een schets.
  •  
  • 3. Maak een curve van de Maxwell verdeling, duidt aan wat de waarschijnlijke - de gemiddelde - en effectieve snelheid is maak een andere curve op de grafiek bij lagere temperatuur.
  •  
  • 4. Oefeningen : fysische slinger, zon, arbeid
  •  
  •  
  • Examen 2015-2016
  •  
  • Versie 1
  •  
  • 1. Geef de formule voor de snelheid in een longitudinale golf in een vloeistof. Leidt deze ook af en geef enkel voorbeelden van zo een golf. (4p)
  •  
  • 2. Bij een gegeven T-t grafiek van een opwarming van een vaste stof tot een gas. Rangschik de soortelijke warmtes c, rangschik de latente warmtes L. Duid op de grafiek aan waar het smeltpunt en kookpunt ligt. Teken de grafiek opnieuw als de massa zou verdubbelen. Teken de grafiek opnieuw als het vermogen zou verdubbelden. (4p)
  •  
  • 3. (gegeven tekening) Een verrekijker gebruikt een prisma met tophoek 90 graden. Wat is de minimale brekingsindex van het prisma? Wat gebeurt er onder water. (4p)
  •  
  • 4. Vleermuis vliegt met snelheid naar een muur en zendt een frequentie van 30,0 kHz uit. Welke frequentie hoort de vleermuis terug? (2p)
  •  
  • 5. Een carnotcyclus werkt tussen 800K en 350K en verricht een arbeid van 1200J. een cyclus duurt 0.25s. Wat is het gemiddelde vermogen? Geef de entropieverandering bij hoge en lage temperatuur en in de gehele cyclus. Geef Qh en QL. (4p)
  •  
  • 6. Een gegeven tekening van een spelletje met laserguns. Ze zenden alle 4 een lichtstraal uit op het zelfde moment naar een centraal doel, maar gaan door verschillende kunststoffen met elk een eigen brekingsindex. Alle stralen loodrecht. Welke straal komt eerst aan? Hoelang doet deze straal erover? (2p)
  •  
  • Versie 2
  •  
  • 1. Bespreek de gedempte harmonische trilling (4p)
  •  
  • 2. A.(tekening van een vis in het water, de man uit het water) Ziet de persoon de vis achter of voor de positie waar die in werkelijkheid is. Ziet de vis de man hoger of lager dan waar de man is. B. Bij een secundaire regenboog, geef de volgorde van de kleuren (geen bespreking) C. (tekening van 3 kunststoffen met verschillend brekingsindexen waar 1 straal door getekend is met verschillende hoeken aangeduid) Geef de volgorde van de brekingsindexen van klein naar groot)
  •  
  • 3. Bespreek bij Slinky, haar favoriete trap speeltje, de golf en bereken met een paar gegevens het golfgetal.
  •  
  • 4. Buigingsrooster, bereken de hoek met enkele gegevens.
  •  
  • 5. Vat gevuld met water staat buiten (-14C). Hoe snel zal het ijs aandikken met enkele gegevens.
  •  
  •  
  • Examen 2014-2015
  •  
  • 1. bespreek de tweespletenproef van young. (interferentie)
  •  
  • 2. meerkeuze vragen over thermodynamica ivm adiabaat, isochoor, isotherm
  •  
  • 3. Oefening 1: Dopplereffect: politiewagen rijdt achter je met gegeven frequentie, politiewagen steekt je voorbij, rijdt voor je met gegeven frequentie.. Wat is de effectieve frequentie?
  •  
  • 4. Oefening 2: Optica: Dubbele breking van een mineraal :calciet
  •  
  • 5. bereken de kritische hoeken? (formularium)
  •  
  •  

Inleiding tot de petrologie

Docent

Johan De Grave

Johan De Grave is een prof die wil dat je de les echt begrijpt, doorlopend geeft hij een aantal vragen tijdens de les om te zien of de leerstof duidelijk is. Deze vragen zijn vooral inzichtelijk en dus handig om te weten voor je naar het examen stapt. Naar de les komen is dus de boodschap en aarzel niet om na de les nog vragen te stellen, hij zal deze (hoe simpel dan ook) graag beantwoorden.

Cursus

Je zal schrikken van de dikte van deze cursus, maar ook hier zijn er veel figuren aanwezig. De cursus is verdeeld in 2 delen. In het eerste deel komen de magmatische, sedimentaire en metamorfe gesteenten aan bod. Leer dit eerste deel zeer grondig, want dit deel is de basis van de petrologie om het zo te zeggen. Het tweede deel gaat over deze gesteenten in de geodynamische context, hier doen de meeste geologie studenten het voor. Vulkanen, platentektoniek, magmatisme en dergelijke komen hierbij aan bod. Alle figuren zitten achteraan de cursus, het is dus handig om op elke figuur te schrijven bij welke pagina van de cursus het hoort.

Practica

Voor dit vak heb je enkele practica. De eerste practica gaan over de normberekening, tijdens de practica die daarop volgen zal je gesteenten moeten identificeren. Probeer bij het eerste practicum hiervan zeer goed te volgen en mee te zijn, dit is echt een belangrijk deel (... komt op het examen dus). Neem zeker voor de eerste practica je rekenmachine mee.

Buis-o-meter
(45%)

Het theorie gedeelte bestaat uit twee delen. Het eerste deel zijn 15 meerkeuze vragen, zonder giscorrectie en telkens met 5 keuzes. Het tweede deel bestaat uit 3 open vragen, waarvan 1 vraag verschillende woordjes of diagrammen zijn die moeten besproken worden en 2 volledig open vragen waar de inhoud van de cursus moet op toegepast worden. Gebruik veel figuren om aan te tonen waarover je praat! Het practicum gedeelte bestaat opnieuw uit twee delen. Een deel is gaat over het bespreken en benoemen van gesteenten, wat ook mondeling overlopen wordt bij de assistente. Het tweede deel is volledig schriftelijk en zijn verschillende kleine vragen die het practicum gedeelte linken aan de cursus. CIPW norm uitwerken, TAS diagram toepassen, binaire diagrammen en AFM diagram kunnen gebruiken, het interpreteren van chemische/mineralogische samenstellingen en linken leggen met geziene leerstof uit het theoriegedeelte.

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2023-2024
  •  
  • 1) Woordjes uitleggen met gegeven ruimte(15pt)
      1) grauwacke
      2) porfiotopische textuur
      3) LVZ
      4) porfioblastische textuur
      5) basaniet
      6) chemische maturatie
      7) bentoniet
      8) migmatiet
      9) transpressie
      10) harzburgiet
      11) permeabiliteit
      12) kataklastisch
      13) schaal van Powers
      14) batholiet
      15) metasomatose
  •  
  • Woordjes uitleggen, max 10 lijntjes (20pt):
      1) lip
      2) backarc basin
      3) classificatie van Dunham
      4) devotilisatie vergelijking (+ voorbeeld)
      5) fracture zone VS. Transforme
  •  
  • Magmatische differentiatie (10pt)
  •  
  • Rudieten uitleggen (10pt)
  •  
  • Subductie in verband met metamorf en magmatische gesteenten bij subductiezones, magmagenese en magmadifferentiatie ,faciësconcept + maak een tekening indien nodig (15pt).
  •  
  • Praktisch
  •  
  • - cipw met silica deficit
  •  
  • - normatieve plagioklaas + DI berekenen adhv cipw
  •  
  • - AFM + Peacock invullen en plotten + legendes invullen van deze classificatie schemas
  •  
  • - 5 gesteenten naam bepalen adhv IUGS (heel vage percentages, niet zoals WC 1)
  •  
  • - 1 gesteente past niet in de reeks, verklaar waarom adhv de schemas
  •  
  • - 3 gesteenten classificeren
  •  
  •  
  • Herexamen 2022-2023
  •  
  • 1) Uitleggen (niet meer dan gegeven lijntjes gebruiken)(15p):
     a)IAT
     b)CCD
     c)VEI
     d)Anataxie
     e)Transistentie
     c)Rudieten
     d)LIP
     b)Skarn
     c)Glameroporfirisch
     d)Blastoporfirisch
     e)Carbonatiet
     c)Fulgurieten
     e)D"-laag
  •  
  • 2) Max 10 zinnen uitleg + figuur(20p):
     -Fractionele kristallisatie
     -Cone sheets en ring dikes
     -Calssificatie Dunham
     -Fransiscaanse reeks
     -MORBs
  •  
  • 3) Vulkaan Kilauea(15p)
     a)Welke gesteente(n) + mineralen bij eruptie (nu)
     b)Petrogenese
     c)Welke ANDERE gesteenten komen voor geef een bijhorende schema en schets
     d)Petrogenese daarvan  e)Welke structuren en texturele kenmerken zullen de nieuwgevormde gesteenten vertonen
     f)Soort vulkanisme en ontstaan ervan
     g)Type vulkaan vorm
     h)Type eruptie uitleggen: kenmerken, onderverdeling...
  •  
  • 4) Rudieten classificatie, textuur, kenmerken, samenstelling...(10p)
  •  
  • 5)Manteltransistiezone (10p)
  •  
  • 6) CIPW (15p) & gesteenten determineren(15p)
  •  
  •  
  • Examen 2022-2023
  •  
  • 1) Bespreek in max 10 zinnen + schetsen bij sommigen:
     a) Passieve vs actieve rifting
     b) Transforme vs fracture zone + schets
     c) AFM-diagram + schets
     d) Petitjohn + schema
     e) Alle chemische verwering + 1 reactie vgl minstens
  •  
  • 2) Alles wat je weet over ofiolieten max 1 pagina.
  •  
  • 3) Subductiezone tekenen en uitleggen, alle structuren aanduiden en de bijhordende gesteenten en geografisch vb van elke structuur+ alle bekken (soorten morfologie ontstaanswijze petrogenese en vb.)
  •  
  • 4) Alle thermische en regionale metarmofose van de carbonaaatgesteenten (soort definitie etc) + wollastoniet naar bruciet reactievgl.
  •  
  • 5) Alle classificaties van kalkstenen en welke kenmerken deze bepalen
  •  
  •  
  • Herexamen 2021-2022
  •  
  • 1) Begrippen: blastoporfirisch, porfiotopisch, grauwacke, LIP, LVZ, kataklastisch...
  •  
  • 2) Max 10 zinnen + tekening : Petijohn, fracturezone vs transforme, actieve vs passieve rift, devolatilisatie en nog iets
  •  
  • 3) Magmatische differentiatie in al haar aspecten
  •  
  • 4) Bestanddelen van kalkstenen en hoe ze geclassificeerd worden
  •  
  • 5) Magmatisme en metamorfe processen en facies subductiezone
  •  
  •  
  • Examen 2021-2022
  •  
  • 1) Defenities: LIP, IAT, manteltransitiezone, CCD, lherzoliet, glomeroporirisch, ...
  •  
  • 2) Uitleggen in max 10 zinnen: classificatie van Dunham, Fransciaans reeks ofzo, conedikes en ringdikes, manteltransitie zone, ...
  •  
  • 3) De vulkaan Kilauae: Hoe is deze gevormd, welk type vulkaan is dit, vulkaan in geodynamische context, type eruptie(s). welke vulkanische structuren kan je hierbij aantreffen? petrogenese hievan?...
  •  
  • 4) Welk type gesteente komt voor bij een MOR? Vorming + metamorfe processen.
  •  
  • 5) Rudieten uitleggen.
  •  
  •  
  • Examen 2020-2021
  •  
  • Theorie
  •  
  • 1) Vijf begrippen uitleggen in max 10 regels, gebruik van figuren is aangeraden
  •  
  •  a. Barroviaanse zonering
     b. Classificatie van Dunham
     c. Kataklastische gesteenten
     d. Mantelovergangszone
     e. AFM-diagram
  •  
  • 2) Bespreek classificatie van de rudieten/psefieten
  •  
  • 3) (grootste vraag) bespreek oceanisch hotspot vulkanisme: morfologisch, mineralogisch, petrogenese etc.
  •  
  • Practicum
  •  
  • 1) CIPW-normberekening: was eentje met een silicadeficit
    Daarna nog wat eenvoudige vraagjes hierover
  •  
  • 2) Aan de hand van de mineralogische gegevens van drie gesteenten zo goed mogelijk een naam geven.
  •  
  • 3) Klein inzichtsvraagje over gesteente 2: er was gegeven dat er geen Pl, Cc gevormd werd, maar er was wel veel CaO aanwezig. Welke mineralen nemen dat dan op in hun kristalrooster? (diopsied en wollastoniet)
  •  
  • 4) 3 gesteenten herkennen en zo goed mogelijk bespreken (gebeurde bij ons voor de effectieve examenperiode)
  •  
  •  
  • Examen 2018-2019
  •  
  • Begrippen
  •  
  • • Grauwacke
  •  
  • • Kataklastisch
  •  
  • • Power’s schaal
  •  
  • • Migmatiet
  •  
  • • Porfiotopisch
  •  
  • • Mantelgrenszone
  •  
  • • Back arc basin
  •  
  • • Blastoporfirisch
  •  
  • • Basaniet
  •  
  • • Bentoniet
  •  
  • • Harzburgiet
  •  
  • • Chemische maturatie
  •  
  • • Forearcbasin
  •  
  • • LVZ
  •  
  • 10 lijnen
  •  
  • • Pettijohn
  •  
  • • Transforme breuk vs fraction zone
  •  
  • • devolatilisatie
  •  
  • Situeren op kaart
  •  
  • • Cocosplaat
  •  
  • • Kurillen
  •  
  • • Novaruptia
  •  
  • • Mount saint helens
  •  
  • • Deccan traps
  •  
  • • Ijsland
  •  
  • • Yellowstone
  •  
  • • Afar dome
  •  
  • • Vesuvius
  •  
  • • Sonda boog
  •  
  • Magmatische differentiatie (alle aspecten)
  •  
  • Metamorfe, gewone gesteentne & magmagenese subductiezones
  •  
  •  
  • Examen 2017-2018
  •  
  • Theorie
  •  
  • 1. 15 begrippen in 2 à 3 zinnen verklaren: CCD, lherzoliet, transpressie, fulgariet, LIP, VEI, skarn, lapilli, glomeroporfirisch, anatexie, carbonatiet, ... (15pt)
  •  
  • 2. Omschrijf in max. 10 zinnen + tekening: Classificatie van dunham, ringdike en conesheet, gefractioneerde kristallisatie, franciscaanse reeks, ... (20pt)
  •  
  • 3. Allemaal kleine deelvraagjes over de Kilauea: Welk soort vulkanische gesteenten komt bij de Kilauea meest voor en bespreek er kort de mineralogie van. Wat is de petrogenese van deze gesteenten? Bij hetzelfde vulkanisch bouwwerk, welk soort vulkanische gesteenten komen er nog voor? Wat is dan hiervan de petrogenese? In welke geomorfologische context is dit ontstaan? Wat voor vulkaan is het? (15pt)
  •  
  • 4. Bespreek naamgeving, classificatie, texturele kenmerken... van de rudieten.
  •  
  • 5. Bespreek welke gesteenten er ontstaan aan een MOR en geef er desnoods een figuur bij. Bespreek dus ook de metamorfe faciës enzo die hierbij aan te pas komen.
  •  
  • Practicum
  •  
  • 3 gesteenten determineren en veel eigenschappen over opschrijven. Daarna een CIPW norm berekening van gesteente 3 (we kregen 3 reeksen gegevens van chemische elementen in het gesteente). Dan bepalen welke gesteenten het waren (Met TAS-diagram). Dan zeggen welke 2 van de 3 gesteenten er van eenzelfde magmatische reeks waren. Dan de alkali-kalk index bepalen met zo een grafiekje.
  •  
  •  
  • Examen 2016-2017 2de zit
  •  
  • 1. Pettijohn, maak een tekening erbij
  •  
  • 2. Verschil glaucofaan en glauconiet
  •  
  • 3. Chemische verwering
  •  
  • 4. Carbonatiet
  •  
  • 5. Bespreek magmagenese, alle processen, petrografische en chemische kenmerken en gesteenten die we terug vinden bij Hot spots
  •  
  • 6. Bespreek rudieten, classificatie, definitie,.. (Gewoon alles wat je er kan over zeggen)
  •  
  •  
  • Examen 2016-2017 1ste zit
  •  
  • Versie 1
  •  
  • 1. Begrippen: Stromatoliet, Classificatie van Dunham, Geofysische vs petrologische Moho, Modale vs Normatieve samenstelling
  •  
  • 2. Bespreek magmagenese in alle mogelijke contexten. Welke primaire magmatische gesteenten worden er gevormd? Geef een voorbeeld van elke context.
  •  
  • 3. Bespreek ook kort de verschillende types magmatische differentiatie. Welke parameters en technieken gebruiken we om de differentiatie te verklaren?
  •  
  • 4. Uit welke bestanddelen zijn kalkstenen opgebouwd? Hoe en bij welke classificaties van kalkstenen komen ze tot stand?
  •  
  • Versie 2
  •  
  • 1. Bespreek : Post-sedimentaire structuren en pré-sedimentaire structuren
  •  
  • 2. Bespreek de wet van Stokes en toepassingen hier op
  •  
  • 3. Bespreek subductie, soorten bekkens, geef geografische voorbeelden en voorkomende gesteenten en maak een schets
  •  
  • 4. Bespreek Thermische, dynamische en regionale metamorfose voor carbonaten, voorbeelden, gesteenten en classificatie geven
  •  
  •  
  • Examen 2015-2016
  •  
  • 1. 15 Meerkeuzevragen
  •  
  • 2. Woordjes (max 10 lijntjes + figuren) : BIF, CCD, sediment maturatie, ofioliet, Paired Metamorphic Belts, randbekken, transforme breuk VS fracture Zone, Petijohn classificatie, Bowenreeks, carbonatiet, contactmetamorfe zones, Hotspottrack, Barroviaanse zonering
  •  
  • 3. Bespreek magmagenese, petrogenese, magmatypes, ... van MOR en van Hot Spots. Geef de gelijkenissen en verschillen en leg uit
  •  
  • 4. Bespreek prograde thermometamorfose voor pelitische en carbonaatsequenties,. Geef de verschillende reacties, texturen, ...
  •  
  • 5. Zet uiteen : de metamorfose aan de MOR. Beschrijf de magmagenese, de verschillende reeksen, de gesteentes en mineralen
  •  
  • 6. Bespreek de magmagenese ter hoogte van een subductie zone
  •  
  •  
  • Examen 2011-2012
  •  
  • 1. Bespreek in 10 lijntjes: Neomorfose vs Neoformatie, Classificate van Folk en Dunham, CI vs DI, Fysische vs. Chemische compactie, Hydrolyse vs. Hydratatie (+ voorbeelden), Formule van Stokes (+ toepassing)
  •  
  • 2. Bespreek assimilatie, ontmenging en menging
  •  
  • 3. Bespreek sedimentaire kiezel – chertsgesteenten en sedimentaire ijzergesteenten
  •  
  • 4. Bespreek de petrogenese van de oceanische eilanden en van de midden- oceanische ruggen. Welke gesteenten komen er voor?
  •  
  • 5. Bespreek faciësreeks en faciësgradiënt. Welke faciësreeksen ken je? Waar komen ze voor? Welke gesteenten komen erin voor? Bespreek het P/T- verloop bij metamorfose. Wat zijn ‘paired- metamorphic belts’? Waar komen ze voor?
  •  
  •  
  • Vaak gestelde vragen
  •  
  • Geef en bespreek de classificatie bij dynamisch metamorfe gesteenten
  •  
  • Bespreek regionaal metamorfisme en bespreek de pelitische en de basisch-magmatische sequentie.
  •  
  • Bespreek de verschillende gesteentereeksen bij magmatisme aan plaatranden.
  •  
  • Bespreek de classificatie van psammieten, spefieten ed.
  •  
  • Bespreek de convectiestromen
  •  
  • Geef het faciësconcept volgens Eskola.
  •  
  • Bespreek de Wilsoncyclus (+ voorbeelden bij elk stadium)
  •  
  • Bepreek hotspot vulkanisme en intra-plaatvulkanisme + voorbeelden
  •  
  • Bespreek geologisch oude sedimenten (biologische sedimenten)
  •  
  • Bespreek dynamisch metamorfisme
  •  
  • Bespreek intra-plaat eilanden
  •  
  • Assimilatie, ontmengin, menging bespreken
  •  
  • Pelitische bestanddelen (voorkomen,......)
  •  
  • Bespreek aseismische ruggen + 2 voorbeelden
  •  
  • Bespreek de metamorfose ter hoogte van de eilandenbogen (Maak een figuur met een doorsnede en bespreek op basis hiervan de verschillende faciës, de representatieve gesteenten en hun kenmerkende mineralen). Licht in dit verband de specifieke betekenis toe van de japanse archipel
  •  
  • Teken een blokschema met de verschillende platentektonische contexten en d emagmatische gesteentesoorten (reeksen) die er aangetroffen worden. Plaats in dit schema de gesteenten met volgend acronym: MORB, BABB, IAT. Geef de volledige naam van deze gesteentesoort en hun karakteristieke mineralogische en/of chemische kenmerken. Waardoor onderscheiden deze drie gesteentesoorten zich van elkaar? Waar en hoe gebeurt de genese van het magma waaruit zij ontstaan zijn?
  •  
  • Woordjes of Tekeningen:
  •  
  • metamorfic belts
  •  
  • fenokristen
  •  
  • amandel
  •  
  • ofioliet
  •  
  • tolleiet
  •  
  • norm
  •  
  • BIF
  •  
  • LIP
  •  
  • Alkali-kalk index (adhv tekening)
  •  
  • Ofelietcomplex (adhv tekening)
  •  
  • Φ
  •  
  • Dunhamclassificatie
  •  
  • Pelée
  •  
  • Evaporitische flux
  •  
  • Becke reeks
  •  
  • Sliert-textuur
  •  
  • Fenner reeks
  •  
  • Chemische compactie (adhv tekening)
  •  
  • Ci
  •  
  • Hjulstrom
  •  
  • Caldera
  •  
  • Lahar
  •  
  • Ignimbriet
  •  
  • Glauconiet
  •  
  • Obductie
  •  
  •  

Wiskunde 2

Docent

Koen Thas

Koen Thas zal ook dit semester wiskunde geven. Zijn lessen zullen er hetzelfde uitzien als in het eerste semester, dus je weet aan wat je je kan verwachten. Ook dit semester kan je monitoraat volgen als je het lastig hebt met wiskunde.

Cursus

De cursus is weer zelf af te printen via Ufora. Het nemen van nota's is ook opnieuw aangeraden.

Werkcolleges

De werkcolleges zullen net zo verlopen als in het eerste semester. Er zullen weer veel oefeningen gemaakt worden aan een hoog tempo, dus houd dit zeker bij doorheen het semester.

Buis-o-meter
(50%)

Het examen is gelijkaardig aan dat van Wiskunde 1. Oefen dus zeker op het maken van oefeningen!

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen oefeningen met uitwerking komen telkens op Ufora.
  •  
  •  
  • Theorie examen 2022-2023
  •  
  • Vraag 1:
    1) Wat is een meetkundige rij (bij definitie)? Definieer nu de rij van Fibonacci. Is deze rij meetkundig? (Motiveer je antwoord)
    2) Toon an dat er ten hoogste één reële functie y = y(x) is die de volgende eigenschappen heeft: y'=y en y(0)=1
  •  
  • Vraag 2:
    1) Wat is bij definitie de karakteristieke vergelijking van de differentiaalvergelijking y"""" + uy' = 0, waar u e R en y=y(x)?
    2) Bespreek de oplossingen van de logistische differentiaalvergelijking. (Bewijs al je stappen. GEEN extra bespreking geven voor r>0 en r<0. GEEN extra bespreking geven voor kleine en grote populaties.
  •  
  • Vraag 3:
    Antwoord de volgende uitspraken met WAAR of VALS. Indien VALS, leg uit waarom de bewering niet waar is.
    1) Er geldt dat lim(m->+inf) ((2023^m)/m!) = 0
    2) Elke continue functie is afleidbaar
  •  
  •  
  • Theorie examen 2020-2021
  •  
  • 1) a. Geef alle meetkundige rijen met grondgetal 1 waarvoor geldt dat elke term in de rij gelijk is aan de som van de twee vorige termen
    b. wat is de rij van fibonacci bij definitie
    c. schrijf de rij van fibonacci als een meetkundige rij adhv de oplossing uit (a)
    d. hoe kan de rij van fibonacci gebruikt worden als een methode om het gedrag van een populatie te voorspellen
  •  
  • 2) a. wat is bij definitie een logistieke differentiaalvergelijking
    b. geef de oplossing van de differentiaalvergelijking, bewijs elke stap
  •  
  • 3) Waar of vals?
      a. Een reële functie f(x)=3 heeft een reële inverse functie
      b. y’=… heeft oneindig veel oplossingen
  •  
  • Andere vragen:
  •  
  • 1) Definieer het begrip "ellips". Bepaal de standaardgedaante van een ellips.
  •  
  • 2) Wat is bij defenitie de karakteristieke vergelijking van de differentiaalverg y" + ay' + by = 0?
  •  
  • 3) veronderstel dat D de discriminant is van de karalteristieke verg. van een gegeven lineaire diff.verg. van de tweede orde. Stel dat D > 0 en landa1 en landa2 de twee oplossingen zijn van de karakteristieke verg. Bewijs dat de oplossing van de homogene diff.verg precies de lineaire combinaties C1e^(lamda1x) + c2e^(lambda2x) zijn.
  •  
  • 4) Antwoord met waar of vals. Indien vals, leg uit waarom de bewering niet waar is:
    1. Er bestaat geen afbeelding f: R gaande naar R waarvoor geld dat a en b bij R horen, dan f(a+b) = f(a)*f(b)
    2. Een reële veelterm van de n-de graad (n >= 1) heeft steeds n verschillende reële of complexe wortels.
  •  
  •  
  • Theorie examen 2019-2020
  •  
  • 1) - Definieer een rij
  •  
  • - Bewijs dat ((2,8)^n)/n! = 0
  •  
  • 2) - Definieer een logistische difrentiaalvergelijkening, leg hierbij ook uit wat de termen betekenen
  •  
  • - werk deze diffrentiaalvergelijking uit, geen uitwerking voor r> of < 0 en geen uitwerking voor grote of kleine populaties
  •  
  • 3) Waar of Vals
  •  
  • - Er bestaat gene functie waarvan de afgeleide de functie zelf is
  •  
  • - De standaardvgl van een hyperbool is x^2 + y^2 =-1
  •  
  •  
  • Theorie examen 2017-2018
  •  
  • 1. Geef de defenitie van een bepaalde en onbepaalde integraal.
  •  
  • 2. Bewijs inhoud van een omwentelingslichaam.
  •  
  • 3. Bereken de inhoud van een kegel met hoogte A en straal B
  •  
  • 4. 4 waar-of-fout-vragen
  •  
  •  
  • Examen 2016-2017 2de zit
  •  
  • Vraag 1
  •  
  • A. Definieer het begrip meetkundige rij.
  •  
  • B. Bepaal alle meetkundige rijen met beginterm 1 waarin elke term (vanaf de derde) de som is van de twee termen die eraan vooraf gaan.
  •  
  • Vraag 2
  •  
  • A. Definieer het begrip ellips. Bepaal nu de standaardgedaante van een ellips.
  •  
  • Vraag 3
  •  
  • A. Wat is een logistische differentiaalvergelijking (bij definitie)? (Geef voldoende uitleg bij de notatie!)
  •  
  • B. Wat is bij definitie de karakteristieke vergelijking van de differentiaalvergelijking y" + ay' + by = 0, waar a,b e R en y = y(x)?
  •  
  • C. Onderstel dat D de discriminant is van de karakteristieke vergelijking van een gegeven lineaire differentiaalvergelijking van de tweede orde. Stel dat D > 0, en dat lambda1 en lambda2 de twee oplossingen zijn van de karakteristieke vergelijking. Bewijs dat de oplossingen van de homogene differentiaalvergelijking precies de lineaire combinaties c1e^(lambda1*x) + c2e^(lambda2*x) zijn (c1 en c2 e R)
  •  
  • Vraag 4
  •  
  • A. Er geldt dat lim(x --> +oneindig) (9.3^n)/(n-1)! = 0
  •  
  • B. De functie gamma : R --> R : x --> pi is inverteerbaar.
  •  
  • C. De grafiek van de functie y = f(x) heeft voor u <= x <= v de lengte :(gegeven is de integraal van volume)
  •  
  •  
  • Examen 2016-2017 1ste zit
  •  
  • Vraag 1
  •  
  • A. Definieer de exponentiele functie
  •  
  • B. Toon aan dat voor alle reele a en b, e^(a+b) = e^a.e^b
  •  
  • C. Toon aan dat e^x strikt stijgend is
  •  
  • D. Bestaan er andere functies die voldoen aan de eigenschappen van de exponentiele functie? Motiveer
  •  
  • Vraag 2
  •  
  • A. Wat is de logistische differentiaalvergelijking (definitie)
  •  
  • B. Bespreek de oplossingen van de logistische differentiaalvergelijking (bewijs al je stappen)
  •  
  • C. Bespreek de oplossingen van de logistische differentiaalvergelijking voor kleine populaties (bewijs al je stappen)
  •  
  • Vraag 3: Waar of vals (verklaar indien vals)
  •  
  • A. Als lim x->a f(x) = 1 en lim x->a g(x) = inf, dan is lim x->a f(x) ^ g(x) = 1
  •  
  • B. De karakteristieke vergelijking van de homogene differentiaalvergelijking is: p^2 + ap + b = 0 (Met p een onbekende)
  •  
  • C. De functie y: R-> [-1,1]: x->sinx is inverteerbaar
  •  
  • D. Voor elke a E R bestaat er een N E R zodat a^m > m! van zodra m>=N
  •  
  • E. Er geld dat 1 + 1/2 + 1/4 +... = inf
  •  
  •  
  • Examen 2014-2015
  •  
  • Vraag 1
  •  
  • A. Wanneer is bij definitie een functie continu over een bepaald interval?
  •  
  • B. Bereken int(0->1) x dx zonder gebruik te maken van onbepaalde integratie. Verdeel het interval dus in delen en bepaal de limiet
  •  
  • C. Onderstel een gegeven positieve functie y=f(x)>0 ,gedefinieerd voor a<=x<=b. De beeldlijn y=f(x), de rechten x=a , x=b en het lijnstuk [a,b], bakenen samen een stuk van het xy-vlak af. als men dit stuk om de x-as laat wentelen ontstaat een ruimtelichaam. wat is het volume van dit ruimtelichaam?
  •  
  • D. Bepaal het volume van een kegel met hoogte 3h en halve openingshoek 3a door vraag1, deel 3 toe te passen.
  •  
  • Vraag 2
  •  
  • A. Wat is een differentiaalvergelijking van de eerste orde met gescheiden veranderlijke. Beschrijf hoe je voor zo'n vergelijking de oplossing bepaald.
  •  
  • B. Wat is een logistische differentiaalvergelijking?
  •  
  • C. Beschrijf de algemene oplossing van de logistische differentiaalvergelijking.Leg ook de stappen uit. (gebruik vraag2, deel 1)
  •  
  • Vraag 3: Waar of vals?
  •  
  • A. Als x in radialen uitgedrukt is dan is lim(x->0) sin(x)/x >= 1/2
  •  
  • B. Onderstel dat a>0 een willekeurig grondgetal is. Dan is voor elke reële x en y: a^x "*" a^y = a^xy
  •  
  •  
  • Examen 2012-2013
  •  
  • Vraag 1
  •  
  • A. Definieer begrip kegelsnede (met richtlijn L, brandpunt F en excentriciteit e), definieer tevens de begrippen ellips parabool en hyperbool
  •  
  • B. Bepaal de standaardgedaante van de ellips
  •  
  • C. Bewijs dat de afstand van een punt op de ellips tot de 2 brandpunten onafhankelijk is van dat punt op de ellips
  •  
  • D. Bewijs dat de raaklijn door een punt P op de ellips de bissectrice is van de buitenhoek in P van de driekhoek P en de 2 brandpunten
  •  
  • Vraag 2
  •  
  • A. Wat is een differentiaal vergelijking van de eerste orde met gescheiden veranderlijken (bij definitie)?
  •  
  • B. Wat is een logistieke diferentiaal vergelijking (bij definitie)?
  •  
  • C. Leg uit hoe de algemene oplossing van deze vergelijking eruit ziet, bewijs al je stappen
  •  
  • D. Bespreek de logistieke differentiaalvergelijking voor kleine en grote populaties
  •  
  • Vraag 3: Waar of vals, indien vals: leg uit.
  •  
  • A. Als x in radialen uitgedrukt wordt dan is de lim x->0 (sin(x)/x)=1 - er zijn oneindig veel meetkundige rijen 1,r,r²,... waarvan elke term (vanaf de derde) de som is van de 2 voorgaande termen
  •  
  • B. Voor x e R hebben we de taylorreeks: e^x= 1 + x + x²/2 + x³/3 + x^4/4+ ...
  •  
  • C. De lengte van de grafiek van de continue functie y= f(x) voor a
  •  
  •  

Systeem Aarde: inleiding tot de fysische geografie

Docent

Amaury Frankl

Amaury Frankl is een prof die voornamelijk aan geografen lesgeeft. Hij is zeer sympathiek maar soms een beetje traag met lesgeven. Hij geeft les a.d.h.v. Powerpoints, maar de te kennen leerstof staat duidelijk in de cursus. Voor enkele lessen komt er videomateriaal op Ufora staan, die je dan zelfstandig zal moeten bekijken. Op het einde van het semester zal er een les voorzien worden voor een Q&A waar vragen anoniem besproken worden, alsook een les waarin een proefexamen wordt behandeld. Je zal dit vak bovendien samenkrijgen met de geografen.

Cursus

De cursus is ongeveer 200 pagina’s dik en vrij gestructureerd. Er staan veel foto’s en grafieken bij ter verduidelijking van de tekst. Notities nemen kan zeker, maar is geen noodzaak.

Practica

Je zal drie practica krijgen voor dit vak. Je wordt hier getest op zelfstandigheid, maar wees niet bang om vragen te stellen als iets niet duidelijk is. Werk ook goed door en probeer het practicum telkens voor te bereiden. Je zal tijdens deze practica voornamelijk kaarten moeten maken. Je hebt hier vaak je laptop en nog wat extra materiaal voor nodig. Vergeet dit zeker niet mee te nemen.

Excursie

Voor deze excursie ga je één dag met de trein naar Ronse. Je zal die dag heel wat moeten wandelen, dus kleed je zeker naar de weersomstandigheden. Vergeet zeker niet de excursiebundel af te drukken en maak extra notities bij de verschillende stops tijdens de excursie, want je zal dit moeten instuderen voor het examen. Niet onbelangrijk is dat je zelfstandig de trein moet nemen naar Ronse, om daar dan met iedereen aan het station te verzamelen. Al bij al is dit een leuke en interessante excursie!
Je zal de excursie tijdens het laatste practicum voorbereiden. Deze voorbereiding bestaat uit een taak die je zal moeten maken en indienen voor je naar Ronse vertrekt.

Buis-o-meter
(23%)

Het examen bestaat uit 25 meerkeuzevragen, 15 begrippen die je moeten uitleggen en een oefening zoals deze in de practicalessen. De theorie is al bij al niet moeilijk, maar laat je niet vangen aan de meerkeuzevragen. Het proefexamen is een handig moment om je zelfkennis te testen en dan weet je ook meteen waar je nog aan moet werken. Oefen ook zeker op de practica-oefeningen en zorg ervoor dat je je terminologie kent. Neem zeker je rekenmachine en een meetlat mee voor dit examen.

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2021-2022
  •  
  • Deel 1:
  •  
  • Definieer kort de volgende begrippen (schrijf kernachtig en enkel binnen de box)
  •  
  •   - Massabewegingen
      - Verwering
      - Bergstorting
      - Gelifluctie
      - Geconcentreerde watererosie
      - Versnelde erosie
      - Thalweg
      - Transport in suspensie
      - Alluviale rivier
      - Meanderkruising
      - Insnijdingsterrassen
      - Daltorso
      - Reliëfratio
      - Lag deposit
      - Rotsgletsjer
  •  
  • Deel 2:
  •  
  • 1) Welke ingreep op een grondverschuiving onder bos in de Vlaamse Ardennen zal de gevoeligheid voor her-activering van een massabeweging verhogen en is dus onveilig?
      A. Afgraven van de tong (onderste deel) van de grondverschuiving om een weg aan te leggen (juist)
      B. Aanleggen van een drainagebuis die het oppervlakkige water afvoert weg van de grondverschuiving
      C. Aanleggen van een mountainbikeparcours
  •  
  • 2) Welke reeks heeft een afnemende runoff coëfficiënt?
      A. Eikenbos, weiland, akker, onbegroeid
      B. Onbegroeid, akker, weiland, eikenbos (juist)
      C. Eikenbos, akker, weiland, onbegroeid
  •  
  • 3) De grasstroken op deze akkers verminderen geul- en intergeulerosie, maar bij welke RUSLE-factor moet je ze in rekening brengen?
      A. C-factor
      B. K-factor
      C. LS-factor
      D. P-factor (juist)
  •  
  • 4) Erosie onderscheidt zich van verwering omdat…
      A. De snelheid van erosieprocessen veel hoger zijn
      B. Er bij erosie transport van materiaal is (juist)
      C. Er bij erosie secundaire kleimineralen ontstaan
  •  
  • 5) We beschouwen een landbouwbekken van 50 ha waar de bodems een bulkdensiteit van 1 g cm-3 (of 1 Mg m-3)hebben. In de regio is de snelheid van bodemvorming gelijk aan 0.5 Mg ha-1 jaar-1. Er doet zich een hevige stortbui voor en deze veroorzaakt een bodemverlies van 50 m³ in het bekken. Hoeveel keer moet dit fenomeen in één jaar minimaal voorkomen alvorens men in het bekken 'versnelde erosie' heeft?
      A. 1 keer (juist)
      B. 3 keer
      C. 5 keer
      D. 7 keer of meer
  •  
  • 6) De gewasresiduen op deze akker verminderen geul- en intergeulerosie, maar bij welke RUSLE-factor moet je ze in rekening brengen?
      A. C-factor
      B. K-factor
      C. LS-factor
      D. P-factor (juist)
  •  
  • 7) De topografische drempelwaarde…
      A. Beschouwt de bekkengrootte en hellingsgradiënt om plaatsen in het reliëf te identificeren die aanleiding geven tot het ontstaan van ravijnhoofden (juist)
      B. Beschouwt de hellingsgradiënt en debiet van een rivier om het onderscheid te maken tussen vlechtende en meanderende rivieren
      C. Beschouwt de hellingsgradiënt waarboven het reliëf gevoelig wordt voor grondverschuivingen
  •  
  • 8) Het bodemerosiebeleid in Vlaanderen heeft ertoe geleidt dat…
      A. Bepaalde teelten zoals maïs en ajuinen aan striktere regels zijn onderworpen, en dat daarom het erosierisico is afgenomen de laatste jaren
      B. Het erosierisico op alle percelen is afgenomen de laatste jaren
      C. Het erosierisico op de meest gevoelige percelen is afgenomen de laatste jaren (juist)
  •  
  • 9) Waarom daalt de specifieke sedimentexport bij een toename van de bekkengrootte?
      A. Omdat de stroomorde van rivieren groter wordt in grotere bekkens
      B. Omdat er in grotere bekkens meer plaatsen zijn waar sedimentatie kan plaatsvinden (juist)
      C. Omdat in grotere bekkens de drainagedensiteit lager is
  •  
  • 10) Wat is de korrelgrootte van silt?
      A. Kleiner dan 0.001 mm
      B. 0.001 tot 0.002 mm
      C. 0.002 tot 0.064 mm (juist)
      D. 0.1 tot 0.5 mm
      E. 0.5 tot 1 mm
  •  
  • 11) Een rivier die niet naar de zee stroomt, die…
      A. Heeft een efemeer regime
      B. Stroomt in een endorheïsch bekken (juist)
      C. Stroomt in een karstgebied
  •  
  • 12) Welk drainagepatroon verwacht je in een karstgebied?
      A
      B (juist)
      C
      D
      E
  •  
  • 13) Welke letter heeft de laagste hoogteligging?
      A
      B
      C (juist)
      D
  •  
  • 14) Hoeveel rivierterrassen kan je tellen op onderstaande afbeelding (voorgrond)?
      A. 2
      B. 3
      C. 4 (juist)
  •  
  • 15) Wat is het type rivierterras op de vorige afbeelding?
      A. Accumulatief (juist)
      B. Insnijdings
      C. Regressief
  •  
  • 16) Met welk reliëfprofiel komen de hoogtelijnen overeen?
      A
      B
      C
      D
      E (juist)
  •  
  • 17) Reliëfvorming voor het model van het Penck stelt dat…
      A. De steilte van de hellingen in verhouding is tot opheffingsnelheid en aard van de gesteente
      B. De steilte van hellingen afhankelijk is van de snelheid van tektonische opheffing (juist)
      C. De vorm van de hellingen wordt bepaald door het type proces dat ze vormgeeft
      D. Na de ontwikkeling van een schiervlakte, de geomorfologische cyclus zich zal herhalen
  •  
  • 18) Welk proces geeft aanleiding tot de vorming van dit kloofdal?
      A. Antecedente dalvorming
      B. Platentektoniek
      C. Regressieve erosie (juist)
  •  
  • 19) Van onder naar boven is een kronkelwaard samengesteld uit…
      A. Grind en zand onderaan, silt en klei bovenaan (juist)
      B. Grind en zand zowel bovenaan als onderaan
      C. Silt en klei onderaan, grind en zand bovenaan
      D. Silt en klei zowel bovenaan als onderaan
  •  
  • 20) Van welke Strahler-stroomorde is het riviersegment dat wordt aangeduid met de pijl?
      A. Eerste orde
      B. Tweede orde
      C. Derde orde
      D. Vierde orde (juist)
      E. Vijfde orde
  •  
  • 21) Dateringen van speleothemen wijzen erop dat de grot van Remouchamps gevormd werd….
      A. In het Paleozoïcum
      B. Tijdens glaciale periodes
      C. Tijdens het Krijt
      D. Tijdens interglacialen (juist)
  •  
  • 22) Canyons zijn kloofvormige valleien die vele karstgebieden kenmerken. Nochtans verdwijnt in karstgebieden vrijwel al het regen- of sneeuwsmeltwater in het gesteente, zodat er meestal geen afgelijnde stroombekkens of rivieren aan het oppervlak zijn. Hoe komt het dan dat we canyons vinden in karstgebieden?
      A. Omdat canyons ontstaan uit de instorting van grotten
      B. Omdat canyons zich in de hydrogeologish verdronken zone bevinden en daarom stromend water bevatten
      C. Omdat het vaak over allogene valleien gaat die hun bron in andere gebieden hebben (juist)
  •  
  • 23) Silex in rivierterrassen van de Schelde is afkomstig van…
      A. Cenozoïsche afzettingen in België
      B. Eolische processen tijdens de IJstijden
      C. Grondverschuivingen
      D. Mesozoïsche afzettingen in Frankrijk (juist)
  •  
  • 24) Wat zal aanleiding geven tot het meest gesorteerde sediment op basis van de korrelgrootte
      A. Eolische processen (juist)
      B. Fluviatiele processen
      C. Massabewegingen
  •  
  • 25) Leem en loëss worden beiden gekarakteriseerd door…
      A. De dominantie van de siltfractie (juist)
      B. De weerbaarheid tegen winderosie
      C. Een microtopografie van eolische reliëfvormen
      D. Het voorkomen in de Vlaamse Ardennen
  •  
  •  
  • Examen 2020-2021
  •  
  • Deel 1
  •  
  • Benoem de vijf fysisch geografische entiteiten die worden aangeduid op de blinde kaart. Rode kleuren geven massieven, gebergtes, vlaktes weer, blauwe keuren rivieren, meren of zeeën. (was een kaart van Noord-Amerika)
  •  
  • Deel 2
  •  
  • Definieer kort de volgende begrippen (schrijf kernachtig en enkel binnen de box):
  •  
  •   - Debiet
      - Erosiebasis
      - Bodemlast
      - Gelifluctie
      - Epigenetisch dal
      - Versnelde erosie
      - Topografische drempelwaarde (ravijnen)
      - Sedimentexport
      - Deflatie
      - Stuifzanden
  •  
  • Deel 3 (meerkeuzevragen)
  •  
  • 1) Welke fractie komt in een stromende rivier nooit tot sedimentatie?
      A. klei (juist)
      B. silt
      C. zand
  •  
  • 2) Waarom daalt de specifieke sedimentexport bij een toename van de bekkengrootte?
      A. Omdat de stroomorde van rivieren groter wordt in grotere bekkens
      B. Omdat er in grotere bekkens meer plaatsen zijn waar sedimentatie kan plaatsvinden (juist)
      C. Omdat in grotere bekkens de drainagedensiteit lager is
  •  
  • 3) Overstromingen in west Europa langs de Atlantische kust komen alsmaar…
      A. Later voor, door uitgestelde winterstormen
      B. Later voor, door de toename van temperatuur en de daaraan gekoppelde evapo- transpiratie
      C. Vroeger voor, door het sneller bereiken van bodemvochtmaxima (juist)
      D. Vroeger voor, door de toename van dagen met intensieve neerslag
  •  
  • 4) De insnijding van de Maas in het plateau van de Ardennen kan je verklaren door de vorming van een…
      A. Antecedent dal (juist)
      B. Doorbraak dal
      C. Epigenetisch dal
  •  
  • 5) We beschouwen een landbouwbekken van 200 ha waar de bodems een bulkdensiteit van 2 g cm-3 (of 2 Mg m-3) hebben. In de regio is de snelheid van bodemvorming gelijk aan 1 Mg ha-1 jaar-1. Er doet zich een hevige stortbui voor en deze veroorzaakt een bodemverlies van 50 m³ in het bekken. Hoeveel keer moet dit fenomeen in één jaar minimaal voorkomen alvorens men in het bekken 'versnelde erosie' heeft?
      A. 1 keer
      B. 3 keer (juist)
      C. 5 keer
      D. 7 keer
  •  
  • 6) Een hoefijzermeer ontstaat…
      A. Bij een rivieronthoofding
      B. Door de kruising van rivierterrassen
      C. Na een stortvloed (flash flood)
      D. Wanneer een meanderbocht afgesneden wordt (juist)
  •  
  • 7) Met deze formule (S = 0.012*Q^(-0.44)) kan je
      A. De ratio aan bodemverlies berekenen
      B. De sinuositeit van een rivier bepalen
      C. Het lengteprofiel van een rivier bepalen
      D. Het onderscheidt maken tussen meanderende en vlechtende rivieren (juist)
  •  
  • 8) Op onderstaande foto observeren we dat de akker versneden is door een efemeer ravijn, terwijl dat niet het geval is voor het lager gelegen weiland. Hoe verklaar je dit in termen van de RUSLE?
      A. C-factor is lager in het weiland (juist)
      B. K-factor is lager in het weiland
      C. LS-factor is hoger in het weiland
      D. P-factor is lager in het weiland
  •  
  • 9) Op onderstaande foto is een massabeweging te zien. Volgens welk mechanisme is het ontstaan?
      A. Spreiden
      B. Vallen
      C. Verglijden
      D. Vloeien (juist)
  •  
  • 10) De klimaatsverandering zorgt ervoor dat we meer erosie kunnen verwachten, omdat…
      A. De erodibiliteit van de bodems toeneemt
      B. De lente droger wordt
      C. De neerslagserosiviteit toeneemt (juist)
      D. De zeespiegel stijgt
  •  
  • 11) Aan de kust ontstaan duinpannen door…
      A. Corrasie
      B. Deflatie (juist)
      C. Intergeulerosie
      D. Solifluctie
  •  
  • 12) Welke rivieren hebben recentelijk (ten opzichte van de ontwikkeling van het lengteprofiel op lange termijn) een epirogene opheffing plaatsgevonden?
      A. (NF) John Day
      B. Mainstem Columbia en Snake (juist)
      C. Salmon R. en Pahsimeroi
  •  
  • 13) Het ontstaan van stuifzandcomplexen in de Veluwe gaf aanleiding tot…
      A. De ontwikkeling van landbouw
      B. Een inversie van het reliëf (juist)
      C. Het ontstaan van barchaanduinen
      D. Het ontstaan van een keienvloer
  •  
  • 14) Deze reliëfvorm noemt men een…
      A. Cuesta (juist)
      B. Donk
      C. Monadnock
      D. Peneplain
  •  
  • 15) Welk drainagepatroon verwacht je op een vulkaan (strato-vulkaan)?
      A
      B
      C
      D
      E (juist)
      F
  •  
  • 16) Door welk proces is het rotsfragment op een kleine aarden sokkel komen te staan?
      A. Corrasie
      B. Karst
      C. Solifluctie
      D. Splash erosie (juist)
  •  
  • 17) Welke ingreep op een grondverschuiving onder bos in de Vlaamse Ardennen zal de gevoeligheid voor her-activering van de massabeweging verhogen en kan dus als onveilig beschouwd worden?
      A. Afgraven van de tong (onderste deel) van de grondverschuiving om een weg aan te leggen (juist)
      B. Aanleggen van een drainagebuis die het oppervlakkige water afvoert weg van de grondverschuiving
      C. Aanleggen van een mountainbikeparcours
  •  
  • 18) Vanuit Gent stroomt de Vlaamse Vallei af naar
      A. Antwerpen
      B. Kust (Knokke) (juist)
      C. Kust (via de Panne)
      D. Rijn
  •  
  • 19) Welke letter heeft de hoogste hoogteligging?
      A
      B (juist)
      C
      D
  •  
  • 20) Winderosiegevoeligheid in Vlaanderen is het hoogst waar…
      A. Zandgronden voorkomen (juist)
      B. De hellingsgradiënt hoog is
      C. Kleigronden voorkomen
  •  
  • 21) Bij de ontwikkeling van het dwarsprofiel van rivieren is de opvatting dat de 'verwering, hellingsprocessen en fluviatiele erosie in evenwicht zijn met de opheffingssnelheid' gerelateerd aan de ontwikkeling van het dwarsprofiel volgens...
      A. Davis
      B. Dynamische evenwicht (juist)
      C. Penck
  •  
  • 22) Gebaseerd op de dwarssectie (links), welke kaart geeft best de positie van X-Y weer langsheen de meanderende rivier?
      A. 1
      B. 2
      C. 3
      D. 4 (juist)
  •  
  • 23) In water kan meer CaCO3 opgelost worden wanneer…
      A. De druk verhoogt (juist)
      B. De fotosysnthese toeneemt
      C. De pH toeneemt
      D. De temperatuur verhoogt
  •  
  • 24) De stenen muurtjes op deze akker verminderen geul- en intergeulerosie, maar bij welke RSLE-factor moet je ze in rekening brengen?
      A. C-factor
      B. K-factor
      C. LS-factor
      D. P-factor (juist)
  •  
  • 25) Wat vormt in het hooggebergte een belangrijke risico voor modderstromen?
      A. Een rotsgletsjer die in een ravijn stort (juist)
      B. Een rotswand die aan hevige vorstverwering onderhevig is
      C. Solifluctie op onbegroeide hellingen
  •  
  •  
  • Examen 2016-2017 2de zit
  •  
  • 1. Benoem de klimaten in Afrika (bijgevoegde kaart) en leg het verband uit met de verschillende types van bodem
  •  
  • 2. Bespreek de belangrijkste kenmerken, de sedimentatie en omgevingsfactoren van meanderend en vlechtende rivieren
  •  
  •  
  • Examen 2015-2016
  •  
  • 1. Geografische identiteiten benoemen op reliefkaart (4)
  •  
  • 2. Multiple choice vragen: (36)
  •  
  • A. Welke kaart met hoogte lijnen past het best bij de getekende rivier: a-d) 4 tekeningen, e) geen van bovenstaande
  •  
  • B. Welke uitspraak klopt over El Nino?
  •  
  • C. Wat veroorzaakt gyres?
  •  
  • D. Welk mineraal staat bekend als een zwellende klei? a) cholier b) illiet c) montmorillonite d) e)
  •  
  • E. Welk soort terras zie je op volgende foto
  •  
  • F. Wat is het verschil tussen een Cfa in China en een Cfb klimaat in Centraal europa?
  •  
  • G. Als bij een As klimaat er door klimaatverandering minder regen zou vallen welk klimaat bekom je dan? a)H b) Cd c) BS d) Aw e) Asa
  •  
  • H. Welke van onderstaande geeft geen inzicht in het onderzoeken van een paleoklimaat? a) paleontologie b)vulkanisme c) geomorfologie d) pollenalanlyse e) zuurstofisotropie
  •  
  • I. Welke van onderstaande uitspraken is fout over verwering? a-e) Sedimentair- , stollings- en/of metamorf gesteente is meer/minder bestand tegen fysische en/of chemische verwering.
  •  
  • J. Wat is een hangend dal?
  •  
  • K. Welk bodemtype vinden we in een D klimaat gordel? a) pedocals b)pedalfers c)regosols d)podzols e)vertisols
  •  
  • L. Het bekken van parijs is een: a-e) Sedimentair opvullingsbekken of -- opgevuld met Tertiaire, Mesozoische of -- afzettingen.
  •  
  • M. In een bekken zoals dat van Parijs vinden we aan het oppervalk de jongste afzettingen en: a) aan de buitenranden van het bekken b) aan de centrum van het bekken c) klopt niet: jongste afzettingen bevonden zich diep onder het oppervlak d) nergens anders e)...
  •  
  • N. Welke opsomming van onderstaande gassen en dergelijke hebben een invloed op het klimaat en is volledig? a) CH4 NH3 O2 O3 b) aerosolen H2O CO2 O3 c)...
  •  
  • O. Als we de erosiesnelheid van een landschap becijferen zijn we bezig met: a) denudatie b) lateralisatie c) illuviatie d) elluviatie e)...
  •  
  • P. Wat hebben volgende schilden gemeen, Afrikaans schild etc? a) ze zijn alle 4 kratons b) het zijn alle 4 geen kratons c) ze hebben alle vier nog nooit epriogenese of orggenese ondergaan d) Ze hebben alle vier enkel epirogenetische ophefing ondergaan sinds het Precambruim e) -- sinds het Fanerozoicium
  •  
  • Q. Waarom zijn verweringsbodems met lateriet steeds rood? a) omdat rood het prominente kleur is in elke verweringsbodem b) lateriet bevat veel hematiet met geoxideerd ijzer c) omdat het enkel gibbsiet bevat d-e) ...
  •  
  • R. Waarvoor zorgt vorstverwering in een gebergte? a) voor hoekige vormen b) voor grote spleten c) voor grotvorming d) voor dolinevorming e) voor gletjers
  •  
  • S. Vraag over het calciumgehalte in de zee
  •  
  • T. Bij onderstaande foto (foto van een pediplain met klein stomp bergje) welke vorm(en) van verwering gelden hierbij? a) alluviale verwering en massatransport b)massatransport c) chemische verwering d)
  •  
  • U. Bij welk fenomeen komt progressieve sortering voor? a) rivierstelsel b) gletjers c) ...
  •  
  • V. Op volgende foto (afrikaans land) is er een kleiafzetting in vlechtpatroon tussen een grintafzetting. Hoe kan dit hier gekomen zijn? a) meanderende rivier die plots stil viel b) meanderende rivier die doorbrak en uitdroogde c) vlechtende rivier met debiet verlaging d) oude gletjers e) gelifluctie
  •  
  • W. Waar vind illuviatie plaats? a) A horizont b) humuslaag c) E horizont d) B horizont e) C horizont
  •  
  • X. Bij welk klimaat komen pedalfers voor?
  •  
  • Y. Wanneer blijft een kleifractie in suspensie? Als de snelheid a) minimaal over de tweede kritische snelheid is b) minimaal over de eerste kritische snelheid is c) minimaal 2/3 over de compentent snelheid is d) minimaal over de eerste kritische en de competente snelheid is e) minimaal over de competente snelheid is
  •  
  • Z. Wanneer zal een rivier zich niet opnieuw insnijden? a) als er epirogenetische daling is b) als de erosiebasis verhoogt c-d) e) in alle vier de gevallen
  •  
  •  
  • Oudere vragen
  •  
  • Wat is cross-stratification? a) scheve gelaagdheid b) gekruiste lagen c) kruisgelaagdheid d)?
  •  
  • Waar kan chemische verwering het grootste effect hebben? a)Ruhrgebied b) Amozonebekken (vermoedelijk correct) c) woestijn d) Antarctica
  •  
  • De Congo-stroom heeft het hele jaar door een constant debiet, dit komt doordat: a) er in de Congo-stroom zowel rivieren uit noordelijk als zuidelijk halfrond invloeien (correct) b)...
  •  
  • Wat is een intermitterende rivier? a) rivier verdwijnt op sommige plaatsen in kalkrijke ondergrond b) niet het hele jaar door water c)heeft geen meanders d)...
  •  
  • Waardoor ontstaan badlands? Hoe noemt men de losstaande rotsen in morenen? a) drumlins b) dood-ijs-gaten c) ...
  •  
  • Van welke grootte-orde is de permafrost (dikte)? a) 0,1m b) 1 m c) 10m d) 100m
  •  
  • Een Lapiez ontstaat door a) mechanische verwering b) oplossingsprocessen (correct?) c) winderosie d) ...
  •  
  • Wat is ecosystem services? a) mens die diensten aan ecosysteem levert b) een onderdeel van een Amerikaans agency van iets c)...
  •  
  • Waarom zijn er geen weerverschijnselen in de stratosfeer? a) men kan het daar niet meten b) de temperatuur stijgt met toenemende hoogte c) de temperatuur daalt met toenemende hoogte d) weinig zuurstof en water
  •  
  • De indeling van de klimaten van Koppen (A tot E) is ingedeeld van: a) evenaar naar polen b) warm naar koud c) droog naar vochtig d) ...
  •  
  • Waarom is er een hoog zoutgehalte in de Middellandse Zee? a) ingesloten zee met veel verdamping b) toevoer van zout water via Suez-kanaal c) toevoer van zout door de monding van de Nijl d)...
  •  
  • Wat is golfrefractie?
  •  
  • Wat is GEEN parameter voor een paleoklimaat? a) zuurstofisotopen b) geomorfologie c) vulkanisme (geen parameter) d) levende organismen
  •  
  • Wat zijn geosynlinalen?
  •  
  • Wat kan men NIET aflezen op een ombrothermische curve? a) gemiddelde jaarneerslag b) klimaatveranderingen c) pieken in neerslag (regenseizoen of niet...) d) verandering in temperatuur
  •  
  • Wat ontstaat door vorstverwering in een gebergte? a) ijs-wiggen b) ... De taiga-grens schuift op naar het noorden, hierdoor verkrijgt men: a) verhoogd albedo en dus opwarming van de aarde b) verhoogd albedo en dus afkoeling van de aarde c) verlaagd albedo en dus opwarming van de aarde (correct) d) verlaagd albedo en dus afkoeling van de aarde
  •  
  • rode laag lateriet bestaat uit: a) aluminium en ijzer b) aluminium c)...
  •  
  • Ribbels in het zand worden gevormd door: a) saltatie van zand (grootte van de sprongen die het zand maakt) b) de amplitude van de golven c) ...
  •  
  • Uit wat bestaan oeverwallen? a) zand b) klein c) kan men niet weten d) ...
  •  
  • Wat geeft een hypsometrische integraal weer? a) geeft dreinagedensiteit weer b) geeft waterscheiding en stroomgebieden weer c) ...
  •  
  • Een inselberge bestaat uit graniet, gneis, doleriet, ..., wat zijn ze? a) tropische karstverschijnsel b) rest van vulkanisme c) residuaire berg d)...
  •  
  • waarom is het slecht om alle stenen van een akker te rapen => bodemerosie
  •  
  • wat kan niet voorkomen bij eolisch transport => oplossing
  •  
  • Wat gebeurt er als ‘the west antarctic sheet’ losscheurt van antartica => zee spiegel zal stijgen
  •  
  • Als het waterpijl van een vlechtende rivier stijgt => dan zal het stroombekken telkens veranderen
  •  
  • Uit wat bestaat een oeverwal voornamelijk => zand
  •  
  •  

Bachelor - Jaar 2

Optische mineralogie en petrografie

Docent

Veerle Cnudde

Prof. Cnudde is een heel vriendelijke prof. Ze legt het grondig uit en herhaalt de belangrijkste dingen op het einde van de les. Je kan bij haar uiteraard terecht om vragen te stellen. Voor dit vak geeft ze vrij snel les en kan je vaak een kwartiertje eerder weg. De fysieke lessen worden af en toe afgewisseld met zelfstudie. Je zal voor deze lessen videomateriaal krijgen zodat je die week niet naar de les moet gaan, maar zelf de les volgt via deze video's. Ze deelt haar lessen in op basis van modules en het is de bedoeling dat je na het afwerken van elke module een zelfevaluatie (niet op punten) en een zelftest maakt (deze staat wel op punten). Deze testjes stellen niet super veel voor, maar zijn handig om je kennis te testen en het zet je aan om de cursus bij te houden.

Cursus

Het eerste deel gaat over optische mineralogie: licht, identificatiekenmerken om verschillende soorten mineralen microscopisch te herkennen en tot slot worden enkele mineralen diepgaand besproken. Daarna komt nog een stukje petrografie die je toelaat de texturen van mineralen onder de microscoop te beschrijven. Dit laatste deel leunt sterk aan bij petrologie. Het is dan ook belangrijk om deze leerstof in je achterhoofd te houden.
De cursus bestaat uit ongeveer 120 pagina's. Voor de practica kan je voor een klein bedrag een schrift aankopen waarin je je waarnemingen kunt noteren. Er is ook een mineralenboekje dat je kan aankopen via Geologica waarin meer informatie staat over mineralen in slijpplaatjes.

Practica

Hier leer je elke week mineralen herkennen onder de microscoop. Je krijgt elke week een paar slijpplaatjes met mineralen voorgeschoteld. Schrijf zeker je bevindingen op in je schrift, want dit zal je mogen gebruiken op het examen. Je zal deze ook moeten indienen op de dag van het examen en telt mee voor 1 punt van de 20. Het practicumexamen staat op evenveel punten als de theorie. Dit is erg belangrijk dus! Het is dan ook de bedoeling dat je goed oplet en meedoet anders kan het zijn dat je mineralen pas voor het eerst ziet op het examen...

Buis-o-meter
(5%)

Het theoretisch examen is niet zo moeilijk als je hiervoor hebt gestudeerd. De nadruk ligt vooral op het praktische: het herkennen van mineralen. Je krijgt een aantal slijpplaatjes met daarin mineralen die je moet beschrijven en determineren (zoals je leert in de practica). De naam van het mineraal is niet het belangrijkste, gok dus niet, maar ga systematisch te werk en schrijf neer wat je waarneemt. Ook zal je enkele petrografische structuren moeten herkennen. Je mag tijdens het hele practicumexamen je mineralenboekje en je boekje waar je in geschreven hebt, gebruiken.

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2023-2024
  •  
  • VERSIE 1:
  •  
  • Vraag 1: waar of onwaar en leg uit (bij beiden)
    a. Pyriet is een opaak mineraal
    b. Wanneer een mineraal in een matrix wordt gebracht met een veel hogere brekingsindex, zal dit mineraal een zeer hoog positief reliëf krijgen.
    c. Hoe hoger de polymerisatie hoe lager de brekingsindex.
    d. Olivijn vormt verlengde kristallen loodrecht op de c-as.
  •  
  • Vraag 2: Wat gebeurt er met de kleur van een kleurloos mineraal bij niet-selectieve absorptie van licht bij bestraling met wit licht?
  •  
  • Vraag 3: Geef de definitie
    a. melatoop
    b. vesiculaire structuur
    c. polymerisatie
    d. nummer van je moeder
    e. hypokristallijn gesteente
  •  
  • Vraag 4: Geef de relatie tussen golflengte en frequentie en geef de eenheden.
  •  
  • Vraag 5: Geef de wet van snellius en leg uit.
  •  
  • Vraag 6: Bespreek een optisch éénassig negatief mineraal.
  •  
  • Vraag 7: Geef de formule van calciet.
  •  
  • Vraag 8: Geef 2 veelvoorkomende mineralen die herkenbaar zijn aan hun anomale interferentiekleuren.
  •  
  • VERSIE 2:
  •  
  • Vraag 1: waar of niet waar en leg uit (bij beiden)
    - magnetiet is een opaak mineraal
    - hoe hoger de polymerisatie hoe hoger de brekingsindex - Nog 2, maar die weet ik niet meer.
  •  
  • Vraag 2: Wat gebeurt er met een kleurloos mineraal bij niet golflengte selectieve absorptie?
  •  
  • Vraag 3: Termen uitleggen/bespreken:
    - hypohyalien
    - anhedrisch
    - elongatie
    - vesiculair
    - homeoblastisch
  •  
  • Vraag 4: Geef 2 mineralen met anomale interferentkiekleuren als mogelijk determenatiekenmerk die veel voorkomen.
  •  
  • Vraag 5: Bespreek een 1 assig positief mineraal (gwn indicatrix enzo geven en hoe je weet dat het 1 assig positief is).
  •  
  • Vraag 6: Wat heb je nodig om te weten wat er gebeurt met een lichtstraal bij verandering van medium (wrs wet van Snellius enzo).
  •  
  • Vraag 7: Geef formule brekingsindex met eenheden.
  •  
  •  
  • Examen 2022-2023
  •  
  • 1) Definietie optisch isotroop en anisotroop midden met telkens 4 voorbeelden
  •  
  • 2) Gegeven: dikte slijpplaat, twee brekingsindices van een mineraal en haar dichtheid en assenhoek bereken het gangverschil
  •  
  • 3) Bespreek invloed van de dichtheid op de brekingsindex adhv een voorbeeld
  •  
  • 4) Geef formule forsteriet en fayaliet, bespreek hoe je de verschillen in een slijpplaatje kunt zien en bespreek hun voorkomen in magmatische gesteenten
  •  
  • 5) Bespreek: pleochroïsme, holohyalien, mesocumulaat
  •  
  •  
  • Examen 2020-2021
  •  
  • 1. Leg uit: dispersie bij optisch éénassige mineralen (bespreek + geef grafiekjes)
  •  
  • 2. Geef het verband tussen dichtheid en brekingsindex in mineralen + leg uit aan de hand van een voorbeeld
  •  
  • 3. Enkele meerkeuze vragen: - geef de wet van Snellius - geef formule voor de brekingsindex - positief reliëf betekent dat mineraal hogere brekingsindex heeft dan omgeving: waar/fout en leg uit
  •  
  • 4. reliëf van calciet kan verschillen: leg uit
  •  
  • Andere vragen:
  •  
  • 1. Waar/onwaar (4)
    a. /
    b. Hoe hoger de polymerisatie, hoe lager de brekingsindex
    c. Olivijn heeft elongatie volgens de c-as
    d. /
  •  
  • 2. Verklaar de volgende begrippen: (7)
    a. melatoop
    b. xenomorf
    c. anhedrisch
    d. elongatie
    e. cumulaat
    f. homeoblastisch
    g. peloïden
  •  
  • 3. Geef de chemische formule: (3)
    a. Kwarts
    b. Enstatiet
    c. Microklien
  •  
  • 4. / (1)
  •  
  • 5. Omcirkel de juiste stelling (1)
    a. Calciet is optisch negatief. Per conventie betekent dit dat de buitengewone straal naar de c-as toe wordt afgebogen.
    b. Calciet is optisch negatief. Per conventie betekent dit dat de buitengewone straal van de c-as af wordt gebogen
    c. Kwarts is optisch positief. Per conventie betekent dit dat de buitengewone straal van de c-as wordt afgebogen
    d. Calciet is optisch positief. Per conventie betekent dit dat de buitengewone straal naar de c-as toe wordt afgebogen.
  •  
  • 6. Geef en bespreek de wet van snellius (2)
  •  
  • 7. Geef 2 veelvoorkomende mineralen die herkenbaar zijn aan hun anomale interferentiekleuren (1)
  •  
  • 8. Welke kristalstelsels zijn optisch 2-assig?
  •  
  •  
  • Examen 2019-2020
  •  
  • 1. Bereken dikte gipsplaatje met dubbelbreking gips = 0,01 /1
  •  
  • 2. In welke vlakken beweegt licht bij 2-assige mineralen /1
  •  
  • 3. Bespreek Olivijn + optisch gedrag /6
  •  
  • 4. Hoe varieert de symmetrie bij alkaliveldspaten /1
  •  
  • 5. Wat gebeurt er met de kleur van een kleurloos mineraal bij niet-selectieve absorptie van licht bij bestraling met wit licht? /0,5
  •  
  • 6. Hoe hoger de polymerisatie, des te hoger/lager de brekingsindex (schrap wat niet past) /0,5
  •  
  •  
  • Examen 2018-2019
  •  
  • 1. Leg uit: xenomorf, cumulaten, elongatie, chromatisch dispersie, melatoop.
  •  
  • 2. Geef de optische 2-assige stelsels
  •  
  • 3. Bespreek invloed van ketenstructuur op brekingsindex
  •  
  • 4. Bespreek olivijn en optische eigenschappen
  •  
  • 5. Welke materialen hebben isotroop midden
  •  
  • 6. Verschillen tussen gewone en buitengewone straal geven
  •  
  • 7. Bepaal dubbelbreking met standaard slijpplaatje en interferentiekleur met golflengte 450 nm.
  •  
  •  
  • Examen 2017-2018
  •  
  • Theorie
  •  
  • 1. Bespreek de systematiek van de brekingsindex a.d.h.v bariet, anhydriet en celestien
  •  
  • 2. Bespreek plagioklaas
  •  
  • 3. Welke kristalstelsel zijn 2 assig
  •  
  • 4. Indicatrix toegepast op calciet en kwarts. Bespreek en teken. Bespreek indicatrix in het kristal
  •  
  • Practicum
  •  
  • 1. (zonder practicum notas) Mineraal omcirkelt op plaatje beschrijf de kenmerken.
  •  
  • 2. slijplaatje 1 (met practicum notas)
  •  
  • A. kleurloze mineralen: beschrijf kenmerken + teken
  •  
  • B. gekleurde mineralen kiezen, beschrijf kenmerken en teken
  •  
  • C. metamorf, plutonisch, vulkanisch of sedimentair?
  •  
  • D. fenomeen in slijplaatje, welkeen en welke mineralen? (omzetting biotiet nr chloriet)
  •  
  • 3. slijplaatje 2 (met practicum notas)
  •  
  • A. 2 kleurloze mineralen, 1 is muscoviet, wat is de ander? Kenmerken en tekening.
  •  
  • B. meerkeuze wat zie je op foto (texturen!)
  •  
  • C. aantal reeks mineralen, welk mineraal past er niet in.
  •  
  • D. chemische vergelijken. Welke vergelijking past bij welke foto.
  •  
  •  
  • Examen 2016-2017
  •  
  • Theorie versie 1 (40%)
  •  
  • 1. Leg uit: cumulaten, hyalien, anhedrisch, indicatrix, melatoop (10pt)
  •  
  • 2. Leg de systematiek uit van de brekingsindex toegepast op anhydriet, celestiet en bariet. (geef de chemische formules) (6pt)
  •  
  • 3. Geef de formule van plagioklaas en geef adhv de formule de optische eigenschappen (4pt)
  •  
  • 4. Hoe kunnen we een opaak en een isotroop mineraal onderscheiden van elkaar en waarom? (2pt)
  •  
  • 5. Welke mineraalstelsels zijn optisch twee-assig? (3pt)
  •  
  • 6. Bereken de dubbelbreking van een mineraal met gekend gangverschil bij een standaard dikte slijpplaatje. Geef de gebruikte formule (2pt)
  •  
  • 7. Geef het verband tussen het petrogenetisch proces en de mineralogische/texturele kenmerken van een gesteente, 1 voorbeeld naar keuze (3pt)
  •  
  • Theorie versie 2
  •  
  • 1. Bespreek de brekingsindex van Al2SiO5 polymorfen Kyaniet, Andalusiet Sillimaniet
  •  
  • 2. Alkaliveldspaten: Mengreeks tussen ... en ...
  •  
  • 3. Leg uit: Dispersie, Cryptokristallijn, Subhedrisch, Scheve uitdoving, Isochromen
  •  
  • 4. Olivijn optische kenmerken adhv samenstelling
  •  
  • 5. Dubbelbreking berekenen
  •  
  • 6. Een-Assige Kristalstelsels
  •  
  • 7. Verband tussen petrogenetisch proces en mineralogische/texturele kenmerken: 1 voorbeeld naar keuze
  •  
  • Practicum (60%)
  •  
  • 1ste slijpplaatje: Bespreek (en identificeer), 1 kleurloos isotroop, 1 kleurloos anisotroop en 1 gekleurd anisotroop mineraal. Granaat,Cordierier/Microclien en Hoornblende). Welk soort gesteente denk je dat dit is?
  •  
  • 2de slijpplaatje: Dit plaatje toont een fijne matrix met grote kleurloze klasten. Bespreek dit kleurloos mineraal (en identificeer). (Leuciet) Er is ook nog een (volledig) isotroop mineraal, bespreek (en identificeer) dit mineraal. (Noseaan)
  •  
  •  
  • Examen 2015-2016
  •  
  • Theorie (45%)
  •  
  • 1. Leg uit: ooiden, heteroblastisch, scheve uitdoving, subhedrisch, brekingsindex
  •  
  • 2. 6 waar-of-niet-waar-vragen, en leg uit indien niet waar
  •  
  • 3. Je krijgt een mineraal met dubbelbrekingskleur 400 nm, het heeft negatieve elongatie, welke kleur (nm) zie je als je het gipsplaatje inbrengt
  •  
  • 4. Waarvoor gebruik je de lens van Bertrand?
  •  
  • 5. Formule van 3 mineralen: anorthiet, calciet en forsteriet (in de andere groep was dit kwarts, een kaliveldspaat, en nog 2 andere mineralen)
  •  
  • Practicum (50%)
  •  
  • 1ste slijpplaatje: Identificeer en bespreek ten minste 4 hoofdmineralen, waaronder 2 met een duidelijke eigen kleur. Identificeer ook nog een mineraal dat minder voorkomt, en eerder klein is, en geef ook de naam voor dit soort mineralen. (Bij onze groep denken we dat dit hoornblende, biotiet (ev. omzetting naar chloriet), plagioklaas en sanidien of orthoklaas was) (34pt)
  •  
  • 2de slijpplaatje: In dit plaatsje zitten 2 hoofdmineralen: identificeer en bespreek ze. (In onze groep was dit kwarts en calciet, in de andere groep olivijn en clinopyroxeen) (16pt)
  •  
  •  
  • Examen 2013-2014
  •  
  • 1. Geef definitie Brekingsindex
  •  
  • 2. Teken Optisch 1-assig negatief
  •  
  • 3. Geef bewijs van Gangverschil
  •  
  • 4. Bespreek Microklien en sandinien
  •  
  • 5. Hoogste brekingsindex? Bariet of anhydriet? Soro of cyclo-silicaat?
  •  
  •  
  • Examen 2012-2013
  •  
  • 1. Waar of niet waar (en verbeter indien nodig)
  •  
  • A. De brekingsindex is de verhouding van de lichtsnelheid in vacuum en de lichtsnelheid in het materiaal.
  •  
  • B. Positieve elongatie is als de kortste as van de ellips parallel ligt aan de langste as van het mineraal. En negatieve elongatie is het omgekeerde.
  •  
  • C. Alkaliveldspaat is een mengreeks tussen albiet en anorthiet.
  •  
  • D. Lijn van Becke wordt toegepast met gekruiste polarisatoren.
  •  
  • E. Microkristallijn is een synoniem van afanitisch.
  •  
  • 2. Bespreek dubbelbreking
  •  
  • 3. Bespreek het reliëf van een mineraal
  •  
  • 4. Bespreek dispersie bij optisch éénassige mineralen
  •  
  •  
  • Examen 2008-2009
  •  
  • 1. Figuur van relief (die ook in de slides staat) waar je de stralen door uw mineraal ziet gaan en een brekingsindex van materiaal errond. Hoort de gegeven brekingsindex bij het kitmiddel? Is de brekingsindex van het mineraal groter of kleiner? Definitie brekingsindex geven.
  •  
  • 2. Gewoon licht, lineair gepolariseerd licht. Leg uit
  •  
  • 3. Waarom gebruikt men geen kwarts als dekglaasje of draagplaatje
  •  
  • 4. Je krijgt een wigkristal van een bepaald monochromatische lichtstraal(violet) en jij moet de wig tekenen voor rood
  •  
  • 5. Je krijgt een mineraalbeschrijving van iemand en je moet zeggen waarom er twijfel is over de juistheid van dat mineraal
  •  
  • 6. Je krijgt en mineraalnaam (vb. Glaucofaan), ze zegt dat MG5 in die mineraalformule vervangen wordt door....en je zo een ander mineraal krijgt. Geef de formule, de groep waartoe het behoort, heetf dit mineraal een hoge of lage brekingsindex en heeft dit mineraal een sterkere of zwakkere kleur dan glaucofaan?
  •  
  • 7. Je krijgt een figuur zoals in het practicumboek; geef kristalstelsel, elongatie,... welke kleur verkrijg je op snede met max. interferentiekleur?
  •  
  • 8. Je krijgt die twee figuren van tweetallige assenbeeld , een zonder en met gipsplaat( azo met die gele en blauwe isogyre), wat kan je hieruit weten?
  •  
  • 9. 10 woordjes: oomold, opaciet, micrografische, adcumulaat, amygdaloidai, unduleuze uitdoving, poikiloblast, subofitisch, enstatiet,...?
  •  
  • 10. Sneeuwbal granaat, hoe wordt dit gevormd?
  •  
  • 11. Leg uit sutuurconact, + Maak figuur
  •  
  •  

Plantenpaleontologie

Docent

Stephen Louwye

Dit vak wordt gegeven door Professor Louwye, die je ongetwijfeld nog kent van “Systeem Aarde: Geologie”. Hij probeert zijn lessen graag interactief te maken, waarbij hij al eens vragen durft te stellen aan zijn de aanwezigen, die dus best aandachtig de les volgen. Hij heeft het graag dat studenten vragen stellen, dus als je extra uitleg of verduidelijking wil, is dat geen enkel probleem bij de lessen van Louwye. Zoals de naam van het vak al doet vermoeden, zal je de evolutie van de planten in chronologische volgorde zien. De cursus is, zoals je dit al van vorig jaar gewoon bent bij Louwye, zeer gestructureerd en dus zeer handig om te gebruiken bij het studeren.

Practica

De practica worden begeleid door Pjotr, het komt erop neer dat je elk practicum een aantal plantenfossielen zal moeten overtekenen en de gekende onderdelen zal moeten aanduiden. Het is best belangrijk dat je dit duidelijk doet, want deze tekeningen staan op 2 van de 20 punten. Tijdens sommige practica zal je wel serieus moeten doortekenen om alles binnen de voorziene tijd gedaan te krijgen.

Buis-o-meter
(17%)

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2023-2024
  •  
  • Versie 1:
  •  
  • 1) Bespreek de boomvormige wolfsklauwen (morfologie, reproductie, stele, periode...) (20).
  •  
  • 2) Bespreek de vorming van het zaadbeginsel (20).
  •  
  • 3) 5 Woorden, max 10 lijntjes per woord: (20)
     - Pertica
     - Benettitales
     - Petrificatie
     - Enatietheorie
     - ...
  •  
  • 4) Mondeling (30)
  •  
  • Dinoflagellaten (welke 2 soorten, waar komen ze voor, nut voor geologie...)
  •  
  • Rhynia-type: (waarom gedefinieerd, wanneer komt het voor, ...)
  •  
  • Glossopteridales: (waar komt het voor, welke geologische theorie komt hiervan = platentektoniek, beschrijf het blad...).
  •  
  • 5) Tekeningen (10)
  •  
  • Versie 2:
  •  
  • 1) Bespreek Equisetales en de Sphenophyllalles
  •  
  • 2) Twee foto's met drie vragen erover(zaadbeginsel en pseudozaadbeginsel van lycopsida):  - Wat zijn beide structuren en aan welk phyllum/orde zijn ze geassocieerd?
     - Benoem alle delen aangeduid op de foto's
     - Wat zijn de verschillen bij de voortplanting tussen beide structuren?
  •  
  • 3) 5 termen uitleggen in minder dan 10 lijntjes:
     - Glossopteridales
     - Permineralisatie
     - Saliviniales
     - Rhynia type
     - Coccoliet
  •  
  • Mondeling
  •  
  • 1) Diatomeeën uitleggen (hoe zien ze eruit, onderverdeling, waarvoor gebruikt en wanneer komen ze voor).
  •  
  • 2) Sigillaria uitleggen (wat zie je (stam), hoe herkennen als ik nu naar buiten ga, beschrijven van bladlitteken, verschillen met de andere groep (lepidodendron) en wanneer komen ze voor).
  •  
  • 3) Blad van Bennithethales herkennen en uitleggen (welke groep kun je hiermee verwarren, wat zijn de verschillen en hoe zien de voorplantingsstructuurtjes eruit).
  •  
  •  
  • Herexamen 2022-2023
  •  
  • 1) Bespreek de Charophyta (morfologie, stratigrafie, toepassing in geologie…).
  •  
  • 2) Evolutie van het zaad(beginsel) in het Devoon.
  •  
  • 3) Woordjes uitleggen:
  •  
  •  - Cementatie
     - Dinoflagelaten
     - Gunflint Iron Formation
     - Dacycladales
     - Cycadales
  •  
  • 4) Mondeling, fossielen herkennen en bespreken:
  •  
  •  - Stromatoliet
     - Stigmaria
     - Calamites
  •  
  •  
  • Inhaalexamen 2022-2023
  •  
  • 1) Bespreek Sphenophyllales én Equisetales (morfologie, stele, habitat, ...)
  •  
  • 2) Bespreek wat er gebeurt met een blad vanaf het van de boom valt to we het terugvinden als fossiel
  •  
  • 3) 5 begrippen bespreken in tiental lijnen: banded iron formation, acritarchen, archaeopteris, stromatoliet, rhynia-type
  •  
  • 4) 3 handstukken mondeling bespreken
  •  
  •  
  • Examen 2022-2023
  •  
  • Theorie
  •  
  • 1) Wat waren de milieuveranderingen in het cambrium en ordovicium die de kolonisatie van planten op continenten mogelijk maakte ? /20
  •  
  • 2) 4 tekeningen van sporen/pollen/zaden, structuren benoemen, uitleggen welke tekening bij welke soort hoort, het verschil van voortplanting tussen twee tekeningen uitleggen /30
  •  
  • 3) Begrippenuitleggen: /20
  •  
  •  - Duripartische bewaring
     - Hunting formatie
     - Azolla
     - Bennittiales
     - Exarche protostele
     - Pertica
     - Enatietheorie
     - Mozaïekevolutie
  •  
  • Practicum /30
  •  
  • Fossielen: stromatoliet, gyroniet, Glossopteris
    Bijvragen:
  •  
  •  - Wat is een stromatoliet, waar komen ze vooral voor doorheen de geschiedenis, waarvoor worden ze gebruikt, cyanobacteriën fossiliseren normaal niet maar soms wel -> hoe?
     - Wat is een gyroniet, waarvoor wordt het gebruikt, waarvoor is het kenmerkend?
     - Wat is er speciaal aan de Glossopteris soort, wanneer komt het voor, waar zitten de voortplantingsorganen?
  •  
  •  
  • Herexamen 2021-2022
  •  
  • 1. (30)
    a) Bespreek de paleobiologie van de Bryophyta (systematiek, habitat, morfologie, stratigrafisch voorkomen,...)
    b) Bespreek de fylogenetiek van de Bryophyta
  •  
  • 2. (20)
    a) Bespreek de massa-extinctie events en geef ook de gevolgen
    b) Wat was het verschil in de dierenwereld en de plantenwereld en waarom
  •  
  • 3. Bespreek volgende vijf begrippen in maximum een tiental lijnen, eventuele tekeningen mogen gemaakt worden in de marge (20)
  •  
  •   - Duripartische bewaring
      - Prototaxites
      - Acritarch
      - Calamites
      - Ginkgoales
  •  
  • 4. mondeling: drie fossielen (20)
  •  
  •   - Solenapora (roodwier)
        * waarom ziet het er zo uit
        * hoe zie je het verschil tussen een roodwier en een stromatoliet
        * wat is de habitat van dit roodwier
        * wat is de andere bekende soort roodwier (coralinaceae)
  •  
  •   - Diatomiet
        * vertel eerst wat je weet over diatomeeën
        * wat is de morfologie van een diatomee
        * wat is de habitat van een diatomee
        * komt het enkel voor in zout water of ook in zoet water
        * wanneer kwamen de eerste diatomeeën voor
        * hoe vormt zich een diatomiet
  •  
  •   - Lepidodendron
        * welk deel van de lepidodendron zie je
        * hoe wordt dit zo gefossiliseerd
        * hoe groot is een lepidodendron
        * wat is de habitat van een lepidodendron
        * hoe zien de steenkoolmoerassen eruit, welke planten kom je er tegen
        * stel ik ga straks een broodje halen en ik kom een lepidodendron tegen, hoe zou ik hem herkennen
  •  
  • 5. practica: indienen nota's (10)
  •  
  •  
  • Examen 2020-2021
  •  
  • 1. Bryophyten uitleggen
  •  
  • 2. Veranderingen tussen het Midden-Devoon en het Pennsylvaniaan
  •  
  • 3. 5 woorden uitleggen: Stromatoliet, Dasycladales, Gyngoniet, Bennattidales en nog een 5e
  •  
  • 4. Mondeling: Archeopyeris, Calamites en Glossopteris
  •  
  • Andere vragen:
  •  
  • 1.a) Bespreek de paleobiologie van de Bryophyta (systematiek, habitat, morfologie, stratigrafisch voorkomen,...)
    b) Bespreek de fylogenetiek van de Bryophyta (30).
  •  
  • 2.a) Bespreek de massa-extinctie events en geef ook de gevolgen.
    b) Wat was het verschil in de dierenwereld en de plantenwereld en waarom?(20)
  •  
  • 3. Bespreek volgende vijf begrippen in maximum een tiental lijnen, eventuele tekeningen mogen gemaakt worden in de marge (20):
    - Duripartische bewaring
    - Prototaxites
    - Acritarch
    - Calamites
    - Ginkgoales
  •  
  • 4. Mondeling: drie fossielen (20):
    - Solenapora (roodwier)
    * waarom ziet het er zo uit
    * hoe zie je het verschil tussen een roodwier en een stromatoliet
    * wat is de habitat van dit roodwier
    * wat is de andere bekende soort roodwier (coralinaceae)
    - Diatomiet
    * vertel eerst wat je weet over diatomeeën
    * wat is de morfologie van een diatomee
    * wat is de habitat van een diatomee
    * komt het enkel voor in zout water of ook in zoet water
    * wanneer kwamen de eerste diatomeeën voor
    * hoe vormt zich een diatomiet
    - Lepidodendron
    * welk deel van de lepidodendron zie je
    * hoe wordt dit zo gefossiliseerd
    * hoe groot is een lepidodendron
    * wat is de habitat van een lepidodendron
    * hoe zien de steenkoolmoerassen eruit, welke planten kom je er tegen
    * stel ik ga straks een broodje halen en ik kom een lepidodendron tegen, hoe zou ik hem herkennen?
  •  
  • 5. practica: indienen nota's (10)
  •  
  •  
  • Examen 2018-2019
  •  
  • 1. Bespreek de charofyta. (Morfologie, stratigrafie,..., geologisch nut).
  •  
  • 2. Bespreek volledig de sphenopsida. (Taxonomie, morfologie, stratigrafie...).
  •  
  • 3. In het §um werd het continent nog niet gekoloniseerd door planten onder andere doordat het milieu het niet mogelijk maakte. Bespreek alle essentiële veranderingen (dus qua milieu en planten) er nodig waren om de kolonisatie van het land mogelijk te maken.
  •  
  • 4. Verklaar de termen: cementatie, Dasycladales, dinoflagellata, cycadales en gunflint iron formatie.
  •  
  • 5. Mondeling: bij de prof bespreken, de stukken waren diatomiet, stromatoliet en stigmaria.
  •  
  •  
  • Examen 2017-2018
  •  
  • 1. Van blad naar fossiel (geef het schema) (20)
  •  
  • 2. Milieuveranderingen van het midden Devoon tot Pennsylvaniaan. (20)
  •  
  • 3. Bryofyta (20)
  •  
  • 4. woordjes: prototaxis, psaronius, bennettitales, cordaites en ginkgopsida (10)
  •  
  • 5. mondeling: rhinia (sph...), calamites, archaeopteris. (20)
  •  
  • 6. ingediende tekeningen (10)
  •  
  •  
  • Kijk zeker ook eens op de oude wiki bij paleontologie 1 en 2
  •  
  •  

Sedimentologie

Docent

Maarten van Daele & Vanessa Heyvaert

Voor de meeste lessen zal je Maarten van Daele hebben als prof, hij is een zeer vriendelijke prof die steeds vol enthousiasme lesgeeft. Je kan hem steeds vragen stellen op het einde van de les en als hij het antwoord niet zeker weet zal hij het tegen de volgende les zeker uitleggen.

Cursus

Je kunt een boek kopen waarop de slides zijn gebaseerd, daar staat alles (weliswaar in het Engels) goed uitgelegd. De leidraad voor het examen zijn wel voornamelijk de slides die na elke les op ufora zullen staan.

Practica

Dit is één van de leukste practica van dit semester. Je gaat in het begin van het jaar één dag op excursie naar Damme, waar je staalnamen van grondboringen verzamelt. Je zult je enkele keren (4 namiddagen ongeveer) bezighouden met de stalen te verwarmen en te filtreren in het labo in de S8. Nadien is het de bedoeling dat je hier een verslag over maakt. Je doet dit alles in groepjes van 3-4 personen en je moet per groep ook indelen wanneer je jullie practica willen uitvoeren. Voor het verslag helpen ze je goed op weg en -indien je het voor een bepaalde datum indient- krijg je met je groep zeer volledige feedback.

Buis-o-meter
(0%)

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2023-2024
  •  
  • Vraag 1: Vul de sedimentcyclus aan. Welk type rivier verwacht je in de bergen (punt A op de figuur) en welk type rivier verwacht je dichterbij de kust (punt B op de figuur)?
  •  
  • Vraag 2: Definieer of illustreer: anastomoserende rivier, ijsveld, korrelafronding, pillar structures, getijdebundel.
  •  
  • Vraag 3: Geef het verschil tussen fysische en chemische verwering. Geef 3 voorbeelden van fysische verwering en 3 voorbeelden van chemische verwering.
  •  
  • Vraag 4: (Hjulström diagram gegeven) Wat is de naam van dit diagram? 2 punten gegeven en uitleggen.
  •  
  • Vraag 5: Wat is het verschil tussen sikkelduinen en paraboolduinen?
  •  
  • Vraag 6: Pyroclastic flow, surge en fall verschillen in afzettingen geven met tekening; facies van pyroclastic flow geven en verschil met lahar.
  •  
  • Vraag 7: foto zoutvlakte van efemeer meer.
  •  
  • Vraag 8: foto van hummocky kruisgelaagdheid en leg uit.
  •  
  • Vraag 9: foto van styloliet (door wat ontstaan + zeggen wat is).
  •  
  • Vraag 10: Welke 2 contacten zie je hier (sutuur en convex-concaaf).
  •  
  • Vraag 11: Onder welke omstandigheden wordt een vlechtende rivier gevormd?
  •  
  • Vraag 12: Leg rip currents kort uit. In welke sedimentaire omgeving vinden we dit terug? Teken dit (met kernwoorden).
  •  
  • Vraag 13: 3 grafieken met korrelgrootteverdeling: grens klei, silt en zand aanduidelijk; phi schaal aanvullen; elke grafiek kort bespreken + waar zou het kunnen afgezet zijn.
  •  
  • Vraag 14: Figuur (die niet in de ppts of in het boek staat) met een doorsnede van een diepzee afzetting: hoe noem je deze diepzeeafzetting (in zijn geheel)? Geef van elke kleur op de prent (blauw, grijs, geel, rood) de lithologie en de bijbehorende facies. Teken voor lijnen A, B en C de lithologische log, let daarbij goed op de verschillen tussen elke lijn.
  •  
  • Vraag 15: Figuur met 5 stadia van een omgeving (terugtrekkende gletsjer). Er zijn 2 boorkernen aangeduid op de figuur. Teken de sedimentaire log van de 2 boorkernen en hun facies. Benoem alle omgevingen in de 5 stadia en hun kenmerken.
  •  
  •  
  • Examen 2022-2023
  •  
  • 1) Sedimentcyclus aanvullen op tekening
  •  
  • 2) Begrippen uitleggen/met tekening verduidelijken (sikkelduin, antiduin, rip currents, opal condesation depth, getijdebundels)
  •  
  • 3) 2 erosievormen bij gletsjer + tekening maken
  •  
  • 4) Hjulström diagram gegeven: naam geven en 2 punten op diagram uitleggen
  •  
  • 5) Verschil golfribbelkruisgelaagdheid en HCS uitleggen met tekening + processen van vorming geven
  •  
  • 6) Pyroclastic flow, surge en fall verschillen in afzettingen geven met tekening; facies van pyroclastic flow geven en verschil met lahar
  •  
  • 7) Foto's kunnen herkennen: ventrifact, nog iets, dish structures, sutuurcontacten
  •  
  • 8) Lagunes: wat is een lagune, facies, verschil met meerfacies, lagune met hoge concentraties zouten
  •  
  • 9) Avulsie uitleggen, vaker bij estruarium of delta + waarom?, doorsnede van meanderende rivier en subomgevingen
  •  
  • 10) 3 grafieken met korrelgrootteverdeling: grens klei, silt en zand aanduidelijk; phi schaal aanvullen; elke grafiek kort bespreken + waar zou het kunnen afgezet zijn
  •  
  • 11) Tekening van submarine fan (?) gegeven
  •  
  • 12) 5 tekeningen doorheen de tijd gegeven met telkens 2 punten op aangeduid. Dan sedlog van beide punten tekenen.
  •  
  •  
  • Examen 2021-2022
  •  
  • 1) De Figuur van verwering>erosie>transport>afzetting>begraving>diagenese:
  •  
  •  a. Vul de vakjes aan met sedimentologische processen.
     b. Welk type rivier verwacht je in de bergen (punt A op de figuur) en welk type rivier verwacht je dichterbij de kust (punt B op de figuur)?
  •  
  • 2) Verklaar kort volgende 4 begrippen: rip tide, calcite compensation depth, varven, antiduinen
  •  
  • 3) Wat zijn de twee wijzen waarop een gletsjer gesteenten erodeert? Leg ze elk kort uit in 1 zin en illustreer aan de hand van een tekening van een cirque-gletsjer waar ze ten opzichte van de gletsjer voorkomen.
  •  
  • 4) Figuur van het Hjülstromdiagram: Geef de naam van deze figuur. Wat houden punten A en B in en geef uitleg bij de twee pijlen.
  •  
  • 5) Wat is het verschil tussen hummocky cross stratification en ribbel kruisgelaagdheid? Ze toch worden beiden gevormd door golven? Wat is het verschil in hun sedimentaire afzettingsomgeving?
  •  
  • 6) Foto (van een dreikanter): welk element herken je op de foto? Hoe en waar wordt dit gevormd?
  •  
  • 7) Foto: welke afzetting herken je? In welk soort omgeving wordt dit afgezet?
  •  
  • 8) Foto: welke structuur herken je? Hoe ontstaat deze structuur?
  •  
  • 9) Foto (microscoopplaatje): welk soort korrelcontacten herken je? Hoe ontstaat dit soort korrelcontacten?
  •  
  • 10) Wat zijn de voornaamste soorten duinen? Beschrijf hun verschillen aan de hand van kernwoorden.
  •  
  • 11) Illustreer het verschil tussen pyroclastic flow, pyroclastic surges en pyroclastic fall aan de hand van een doorsnede. Wat is het verschil tussen een pyroclastic flow en een lahar.
  •  
  • 12) Illustreer het proces van avulsie. Teken een doorsnede van een meanderende rivier (en omgeving) met zijn afzettingen. Komt avulsie vaker voor bij delta’s of bij estuaria? Welk gevolg heeft dit voor de afzettingen?
  •  
  • 13) Drie grafieken met korrelgrootteverdelingen gegeven. Trek lijnen om het onderscheid aan te duiden tussen de kleifractie, de siltfractie en de zandfractie. Vul de phi-schaal aan voor de onderste grafiek en duid op elke grafiek het gemiddelde, de mediaan en de mode aan. Beschrijf elke grafiek aan de hand van kernwoorden.
  •  
  • 14) Figuur (die niet in de ppts of in het boek staat) met een doorsnede van een diepzee afzetting: hoe noem je deze diepzeeafzetting (in zijn geheel)? Geef van elke kleur op de prent (blauw, grijs, geel, rood) de lithologie en de bijbehorende facies. Teken voor lijnen A, B en C de lithologische log, let daarbij goed op de verschillen tussen elke lijn.
  •  
  • 15) Figuur met 5 stadia van een omgeving. Er zijn 2 boorkernen aangeduid op de figuur. Teken de sedimentaire log van de 2 boorkernen en hun facies. Benoem alle omgevingen in de 5 stadia en hun kenmerken.
  •  
  •  
  • Examen 2020-2021
  •  
  • gesteentencyclus aanvullen op afbeelding
  •  
  • - zeggen wat er op de afbeeldingen staat en uitleggen (HCS, styloliet en iets anders)
  •  
  • - vragen over een lagune
  •  
  • - verschil tussen chemische en fysische verwering, van elk 3 voorbeelden geven
  •  
  • - termen uitleggen ( anastomoserende rivier, imbricatie en ...)
  •  
  • - grenzen van klei, silt en zand aanduiden op korrelgrotteverdeling en phi schaal erbij zetten + zeggen van welke afzettingen de verdelingen kunnen zijn
  •  
  • - 3 soorten van transport geven en zeggen wat de invloed van korrelgrootte is
  •  
  • - de 3 soorten ribbels geven
  •  
  • - sedlogs tekenen van 2 locaties (meer en in een fjord) bij een terugtrekkende gletsjer
  •  
  • - iets met progradatie en sedlogs schetsen op 3 locaties
  •  
  • 1) cyclus van sedimentaire gesteenten aanvullen--> verwering, erosie, transport, depositie, begraving en diagenese+ zeggen welke rivier we hoogstwaarschijnlijk zullen aantreffen op 2 locaties.
  •  
  • 2) vier begrippen uitleggen: varven, rip current, calcite compensation depth en antidunes.
  •  
  • 3) 2 principiële processen die aanleiding geven tot erosie in een glaciale omgeving uitleggen aan de hand van een tekening: plucking en abrasie.
  •  
  • 4)Verschil tussen Hummocky X-stratificatie en golfribbel X-stratificatie uitleggen.
  •  
  • 5) Foto zweikanter: wat is het en uitleggen.
  •  
  • 6) Foto stroomribbels denk ik: zelfde als 5.
  •  
  • 7) Foto van bepaald soort contacten (wss sutuurcontacten): zelfde als 5.
  •  
  • 8) 4 types duinen in eolische omgevingen: wat zijn de voornaamste verschillen in hun vorming.
  •  
  • 9) Pyroclastic fall, flow, surge schematisch uitleggen aan de hand van een tekening (grote schaal)en over pyroclastic flow zeggen hoe afzettingen eruit zien en verschil geven met laharafzettingen.
  •  
  • 10) vragen over rivieren
    a) avulsie: wat is het en teken
    b) meanderdoorsnijding + gerelateerde omgevingen tekenen en benoemen en lithologie bespreken
    c) in welke omgeving komt het meer voor: estuarium of delta en waarom. Wat is het gevolg van een avulsie
  •  
  • 11) Vragen over 3 korreldistributies: Voor elk potentiële afzettingsomgeving geven en grenzen klei, silt, zand, grint aanduiden. Voor de laatste de phi-schaal opstellen en bij benadering mediaan, gemiddelde en mode aanduiden.
  •  
  • 12) Obscure tekening van een sub-mariene afzetting in doorsnede (wss een submariene fan): teken lithologs van de drie aangeduide secties aangeduid op de foto en benoem de 4 aangeduide lithologieën.
  •  
  • 13) 5 afbeeldingen van een landschap doorheen de tijd: teken lithologs van boorkernen op 2 aangeduide locaties.
  •  
  • De overige twee vragen weet ik niet meer xd.
  •  
  •  
  • Examen 2019-2020
  •  
  • 1) Wat is een lagune? wat zijn de typische kenmerken? Hoe heet een hypersaliene lagune en welke mineralen komen hier voor?
  •  
  • 2) De vulkanische naam van zand, klei, ...
  •  
  • 3) Hjölstrom diagram uitleggen.
  •  
  • 4) Foto's van hummock-swales cross stratification, dropstones en nog andere
  •  
  • 5) 3 woorden uitleggen
  •  
  • 6) Je krijgt 5 foto's van een ijskap dat terugtrekt doorheen de tijd en je moet een log tekenen van de plaats die aangeduid is op de foto's.
  •  
  • 7) Je krijgt 3 curves over de korrelgrootte verdeling en je moet daar de grens tussen klei, silt en zand op aanduiden. Op een van de curves moet je ook de mode, mediaan en gemiddelde aanduiden plus een phi schaal aanvullen. Daarna moet je ook zeggen waar het staal eventueel genomen zou kunnen zijn
  •  
  •  
  • Examen 2018-2019
  •  
  • 1. Hoe pyroclastic flow zich over topografie verhoudt + korrelgrootte van pyroclastic flow.
  •  
  • 2. Sedimentaire log geven van progradatie bij submarine fans.
  •  
  • 3. Hoe kan stratificatie in een zoetwatermeer transport en afzetting beïnvloeden in dat zoetwatermeer?
  •  
  • 4. Bij welke temperatuurs- en drukomstandigheden komt diagenese voor? En wat gebeurt er bij veen na begraving en diagenese?
  •  
  • 5. Foto van een sterduin; van welke kant komt de voornaamste windrichting en in welke omgevingen komen deze voor?
  •  
  • 6. Foto met laagjes; wat is dit; hoe wordt de structuur genoemd? Waar komt dit voor, in wat voor omgeving? Hoe worden de donkere laagjes genoemd? -- leek op warven of getijdebundels
  •  
  • 7. Foto van ribbels; zeggen welke het zijn en op welke diepte ze ongeveer voorkomen en wat de richting is van de golven of stroom.
  •  
  • 8. Hoe men de sterkte van zeebodemstromingen kan achterhalen uit het verleden aan de hand van sedimentaire archieven.
  •  
  • 9. Wat is het verschil tussen weathering en erosie? Geef een voorbeeld van een plaats waar chemical weathering kan voorkomen en van waar physical weathering kan voorkomen?
  •  
  • 10. Vraag over de korrelgrootteverdeling; phi schaal aanduiden + de grenzen met klei, silt en zand aanduiden; er zijn 2 korrelgrootteverdelingen gegeven en je moet zeggen in wat voor afzettingsomgeving deze typisch voorkomt?
  •  
  •  
  • Examen 2017-2018
  •  
  • Versie 1
  •  
  • 1. Verschillen en gelijkenissen in golfribbels in hoog en laag energetisch milieu?
  •  
  • 2. Type meer voor organische productie in interglacialen en glacialen, waarom?
  •  
  • 3. Ice rafted debris mineralogie, waarom? evolutie in functie van de afstand tot bron?
  •  
  • 4. Puimsteen en zand in meer, waar afgezet?
  •  
  • 5. 2 delta's (foto's), welke? Omgeving? korrelgrootte en gradiënt van subaquatisch deel?
  •  
  • 6. Hoe kan men de snelheid van diepzee stromingen afleiden?
  •  
  • 7. Aan de hand van Loess afzettingen, glacialen en interglacialen afleiden?
  •  
  • 8. Foto van afzetting met donkere en lichte lagen, naam? omgeving van afzetting? naam donker laag?
  •  
  • 9. Hummocky cross stratification, waar en waarom?
  •  
  • 10. Vermindering porositeit bij siliciclastische sediment, redenen?
  •  
  • Versie 2
  •  
  • 1. Wat zijn de 3 types van transport in water?
  •  
  • 2. In welke meren verwacht je de minste sedimentatie?
  •  
  • 3. Teken de curve van loess op de phi-schaal
  •  
  • 4. Hoe ga je tephra afzettingen correleren dat over lange afstanden is verspreid? (Welke analyse, welke korrelgrootte en waarom)
  •  
  • 5. Vind je meer of minder flood turbidites in zoutwater meren dan in zoetwater meren?
  •  
  • 6. Wat is de facies associatie van een terugtrekkende gletsjer
  •  
  • 7. Prentje van een dubmarine canyon en rivier met 1 punt erop aangeduid (1) waarom is de canyon zo diep ingesneden hoewel het debiet laag is (2) wat zijn de afzetting in punt 1 (3) hoe ga je in punt 1 de aardbeving van 2010 (die een beetje verder was) zien in je sediment records?
  •  
  • 8. Wat is een crevasse splay? (Hoe gevormd, korrelgrootte)
  •  
  • 9. Hoe zijn de quartaire loess afzetting in Belgie ontstaan?
  •  
  • 10. Hoe herken je een mature zandsteen? (textural/composional)
  •  
  •  
  • Examen 2016-2017
  •  
  • 1. Verschil tussen proximale en distale turbidieten?
  •  
  • 2. Foto van dropstone, wat is dit en waar komt het voor?
  •  
  • 3. Bespreek de densiteit in meren
  •  
  • 4. Waarom komen Tidal flats niet bij elk kustmilieu voor?
  •  
  • 5. Verschil tussen debris flow en turbidity flow
  •  
  • 6. Lagoonfacies v.s. meerfacies
  •  
  • 7. Gegeven een grafiek met 2 korrelgrootte-verspreiding curves op: teken eronder de phi schaal, duid de klei, silt en zandgrenzen aan en tracht af te leiden wat beide curves zijn waar ze afgezet zijn
  •  
  • 8. Hummocky cross-stratification wat is het, waar komt het voor en hoe wordt het gevormd
  •  
  • 9. Hoe verhoudt pyroclastic fall zich t.o.v. de topografie en wat is de gemiddelde korrelgrootte van pyroclastic fall?
  •  
  • 10. Herringbone cross stratification, waar en leg uit hoe
  •  
  • 11. Foto van afwisselende zwarte en lichtere laagjes met 1 grote brok in, wat is het, hoe afgezet, welke omgeving,...
  •  
  • 12. Waarom worden er niet overal wadden gemaakt?
  •  
  •  
  • Examen 2015-2016
  •  
  • 1. Prograding delta, welke faciës?
  •  
  • 2. Wat is het verschil tussen proximale en distale turbidieten?
  •  
  • 3. Wat is een river levee? Hoe wordt deze gevormd en uit welke lithologie bestaat een river levee?
  •  
  • 4. Foto van een sterduin gegeven: wat is dit en vanwaar komt de dominante windrichting?
  •  
  • 5. Chemical en physical wheatering: wat is hier het grote verschil tussen? Geef de processen van Chemical Wheatering samen met hun lithologie.
  •  
  • 6. Hoe verloopt het transport in een fjord waar het sediment wordt aangevoerd door een rivier (niet door gletsjer!!)
  •  
  • 7. Wat zijn contourites? Hoe onstaan ze? Geef hun morfologie.
  •  
  • 8. Hoe verloopt de pyroclastic flow naargelang de topografie? Wat is de samenstelling van zo'n pyroclastic flow?
  •  
  • 9. Wat is het verschil tussen clastic varves en organic varves? Hoe worden deze gevormd?
  •  
  • 10. Hummocky cross-stratification: waar? Hoe gevormd?
  •  
  •  

Stratigrafie

Docent

Thijs Vandenbroucke

Thijs Vandenbroucke is een sympathieke prof die verwacht dat je oplet, en ook dat je antwoordt op de vragen die hij stelt tijdens zijn lessen. Hij benadrukt welke zaken hij belangrijk vindt, dus dat kan zeker handig zijn. Begin op tijd met het leren van de chronostratigrafische tabel. Dit vergt wel wat werk, maar ook in andere cursussen zullen proffen er vanuit gaan dat je dit kent, dus maar beter even de korte pijn dan. Elk examen wordt hier wel iets over gevraagd, dus als je dit kent, is het echt een puntenpakker. Stratigrafie heeft een nauwe verwantschap met sedimentologie, en je zal af en toe misschien enige overlap bemerken, maar de proffen van beide vakken proberen het herhalen van al gekende leerstof wel te vermijden.

Buis-o-meter
(12%)

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2023-2024
  •  
  • Vraag 1) We hebben gezien dat een GSSP voor het Anthropoceen voor is gesteld. Welke stappen moeten er genomen worden en door wie om dit te officialiseren. Bij welke stap zit de Anthropoceen GSSP nu? (20p)
  •  
  • Vraag 2)
    a) Welke 4 types geometrische patronen kan een carbonaatplatform hebben bij een stijgende zeespiegel? Leg deze uit en teken het. (aggradatie, progradatie, backstepping en drowned) (8p)
    b) Eigenschappen en types afzettingen van Systems trackts weergegeven, zeggen bij welke tract(s) deze voorkwamen voor zowel siliciklastische als carbonaatsystemen: Downlap, snelste aggradatie, snelste stijging in accomodatieruimte, karstvorming, shelf bypass…(6p)(6p)
    c) Afbeelding afzetting, passende R en T driehoeken naast tekenen (4p)
    D) Afbeelding van een parasequentie van een siliciklastisch systeem: wat is de naam en definitie van deze afbeelding. Welke wet illustreert deze sequentie (=wet van walther) (4p)
  •  
  • Vraag 3)
    a) Verschillende boorkernen gegeven. In totaal 3 bentonieten, een rode, gele en blauwe (volgens de legende). elke kern bevat dezelfde rode bentoniet, elke kern heeft daarbij de gele en/of de blauwe bentoniet. (de bentonieten zijn synchroon). Ranges van 3 fossielen: a, b, c, gegeven, FAD van a en b, LAD van a gegeven. Duidt de Chronozone van a aan in de boorkernen (op de correcte manier)
    b) Wat maakt Biostratigrafie zo uniek tegenover de andere methodes?
  •  
  • Vraag 4) Log van potentiaalverschil en weerstand gegeven (dezelfde als in de cursus) geef de namen van de types logs en arceer waar in de log je zandsteen zou vinden.
  •  
  • Vraag 5) Bouma sequentie log gegeven. Teken deze log opnieuw maar in plaats van de dikte van de afzetting teken het in functie van de tijd dat het afgezet wordt. 5p
  •  
  • Vraag 6) Meerkeuzes(10p)
    - Welke uitspraken kloppen (2keer)? Ging over precessie en obliquiteit, en over GSSPs. - Wat moet er gebeuren met de gssp als je een fossiel van het cambrium dateert en deze ouder dan het cambrium blijkt te zijn (keuzes: Het Cambrium wordt ouder, er zijn nu meer gesteentes van het Cambrium, GSSP dient veranderd te worden,…)? - Ediacarian gssp heeft kritiek, wat is de grootste kritiek? (Keuzes: Chemische proxy klopt niet meer door diagenese, discussie over gebruikte fossiel, er is helemaal geen GSSP voor het Ediacaraan, …) - Nog iets met c-isotopen dacht ik - 5 types events of veranderingen (Gauss chron, groei/smelt ijskappen tot verschil v100m, periodiciteit obliquiteit, etc) over hvl tijd duurt dit (ca 1Myr, >1myr, >10myr, ca1ky ,ca10ky ,ca 100kyr)
  •  
  • Vraag 7) Geef onderverdeling Jura (20p)
  •  
  • Deel 8) practica en werkcolleges (5p)
  •  
  •  
  • Examen 2022-2023
  •  
  • 1) Afbeelding van een GR log met driehoeken naast. Wat stelt deze log voor, hoe werkt deze welke info kan je er uit halen, voor wat staan de driehoeken, en verband met sequentiestratigrafie
  •  
  • 2) Amplitude relatie van excentriciteit en precessie uitleggen
  •  
  • 3) Als het ICS een sectie over chemostratigrafie zou hebben, hoe zouden ze chemozone, chemochron en chemochronozone definiëren ?
  •  
  • 4) waarom kan het ATS enkel voor het Cenozoïcum opgesteld worden en niet voor het Meso- en Paleozoïcum?
  •  
  • 5) Enkele boorkernen gegeven met FD en LD en voorkomen van fossielen a,b en c, duid de range van fossiel a aan. er staat ook een ster op een van de boorkernen, wat zou er ter hoogte van de ster kunnen zijn in de boorkern(a,b,c verschijnen alle 3 tegelijk in de kern bij de ster).
  •  
  • 6) Geef de onderverdeling van het Trias
  •  
  • 7) Foto van grafiek over delta 18O, auteur geven (Zachos et al), twee events op aangeduid -> naam geven (PETM en nog iets), tijdperken eronder invullen
  •  
  • 8) Nog een grafiek over Sr-isotopen waar de x as de tijd voorstelde, hoeveel tijd ? welke eenheid?
  •  
  • 9) Geef de sterktes en zwakte van bio-, chemo-, en magnetostratigrafie en hoe de sterktes van de ene die van de andere kunnen oplossen.
  •  
  • 10) 5 meerkeuze vragen
  •  
  •  
  • Examen 2020-2021
  •  
  • 1) 2 logs geven, geef de naam. de namen van de grenzen van de eerste log. mogelijke zandlagen aanduiden. type boormodder belangrijk? waarom?
  •  
  • 2) 5 boornkernen + fossiele ranges gegeven: chronozone aanduiden, current range zone, stratigrafisch fenomeen geven.
  •  
  • 3) sequentie: welke tract? (hst), hoe gevormd+ interactie + sedim patronen + aanduiden op SL curve. welke tract hierna + schets + aanduiden op SL+ geef naam opp tussen twee tracts.
  •  
  • 4) curve stabiele isotopen: auteur + in welk materiaal + events/gebeurtenissen (naam geven) + geef chronostratigrafische termen + vraagjes over de tempertauuras.
  •  
  • 5) meerkeuze: ediacariaan + LO/HO voorspellen (welke methode) + correcte uitspraken.
  •  
  • 6) definities: Formatie + MIS + Astronomical Tuning + wet Walthe
  •  
  • 7) termen uit ICS + onderverdeling Siluur
  •  
  • 8) Chemostratigrafie (25pnt):
    a. beschrijven van een grafiek (fig 7.9 en 7.10 uit cursus). Verticale assen geven, de persoon die deze grafiek heeft opgesteld, at de maxima en minima op de grafiek betekende en nog een paar kleine bij vraagjes.
    b. grafiek 7.17 uit cursus gegeven. Zeggen over welk isotoop het gaat, hoeveel tijd de x-as vertegenwoordigd en nog een paar kleine vraagjes.
    c. revisievraag uit de cursus: wat zouden de definities van Chemozone, Chemochrons of Chemochronozone kunnen zijn in een herziene versie van de ISG...?
  •  
  • 9) Sequentiestratigrafie (10 pnt): een GR log gegeven met driehoeken langs (deel over parasequenties). Uitleggen welke log er gebruikt wordt, wat de driehoeken betekenen,...
  •  
  • 10) Aanduiden op verschillende sequenties met de range van fossielen langs wat de chronozone van fossiel "a" is (10punt).
  •  
  • 11) voor/nadelen en oplossingen geven van magneto-, bio- en chemostratigrafie (10 pnt).
  •  
  • 12) verschillende meerkeuze vragen (sommige kwamen uit de DUGA quiz vragen) (5 pnt).
  •  
  • 13) Tien namen van stages/series uit de chronostratigrafische tabel waren weggelaten en deze moet je invullen (20pnt).
  •  
  •  
  • Examen 2019-2020
  •  
  • 1. Sequentiestratigrafie: vergelijken tracts waar meeste sediment afgezet door siliciklastisch of carbonaatsysteem (eerst beschrijven, dan verschillen met ander systeem ook geven). Aanduiden op zeespiegelgrafiek en op blokdiagram waar de afzettingen gebeuren. /20
  •  
  • 2. Biostratigrafie: problemen/complicaties en de 2 oplossingen /20
  •  
  • 3. Grafiek met magnetostratigrafie op horizontale as en 18O-isotopen op verticale as /15
  •  
  • a. Welke chronostratigrafische eenheden stellen de extremen in de zuurstofisotopen voor?
  •  
  • b. In welk materiaal worden de zuurstofisotopen vooral gemeten?
  •  
  • c. Geef numerische schaal bij de magnetostratigrafie (hoeveel tijd vertegenwoordigd door onderverdelingen?) + hoe weet je dat?
  •  
  • 4. Afbeelding van een ontsluiting. Bespreken en historisch belang geven (Siccar point) /15
  •  
  • 5. Meerkeuzevragen /25
  •  
  • a. GSSP discussie Ediacariaan
  •  
  • b. Iets met fouten bij datering zirkonen
  •  
  • c. Welke uitspraak is juist?
  •  
  • d. Wat betekent een positieve excursie in 18O?
  •  
  • e. Via welke methode voorspel je best die biostratigrafische ranges bij een boring ofzo?
  •  
  • f. Boven/boven/Laat/laat Krijt invullen in zin
  •  
  • g. 5 chronostratigrafische eenheden in volgorde van langste naar kortste tijdsperiode plaatsen
  •  
  • h. Periode obliquiteit
  •  
  • i. Polariteit aanduiden op foto
  •  
  • j. Wat zie je op figuur (onlap)
  •  
  • k. Stages boven jura
  •  
  • l. Stages in volgorde zetten
  •  
  •  
  • Examen 2018-2019
  •  
  • 1. Prent gegeven met gamma ray log en ernaast parasequenties (driehoeken) en dat moest je uitleggen (20pt).
  •  
  • 2. Grafiek 18O trend op y-as en magnetostratigrafie op x-as en dat moest je uitleggen en de waarden voor de eenheden bij de magnetische schaal schatten (10pt).
  •  
  • 3. Vraag met 2 coupes waarbij de ranges van verschillende soorten verschillend waren, zeg wat de oorzaken hiervoor kunnen zijn en wat mogelijke oplossingen zijn zodat biostratigrafie wel een goede methode is (25pt).
  •  
  • 4. De 3 astronomische parameters geven met hun periodes en hoe dit kan gebruikt worden in de stratigrafie? (5pt).
  •  
  • 5. Voor en nadelen magnetostratigrafie geven (5pt).
  •  
  • 6. Definities gssp, petm, wet van walter, falling stage systems tract (10pt).
  •  
  • 7. 10 namen weggelaten uit chronostratigrafische tijdsschaal (20pt).
  •  
  •  
  • Examen 2017-2018
  •  
  • 1. vraag over sequentiestratigrafie van de siliciclastische gesteenten. Tekening is gegeven van een hele sedimenten sequentie (afbeelding staat ook in boek/ppt). Wat is de groene afzetting? (TST) Wat zijn de grenzen van deze afzetting? Duid aan op een RSL-grafiek. (15p)
  •  
  • 2. Afbeelding van een klif (staat ook in ppt). Duid hier de TR-verdeling op aan. (5p)
  •  
  • 3. Gegeven zijn 2 afbeeldingen van 2 coupes (grens-stratotype) met 4 taxa's in weergegeven. De 2 coupes zijn verschillend en een collega wil hiermee aantonen dat biostratigrafie geen goede tool is. Waarom is biostratigrafie wel goed en kan dit dus wel degelijk gebeuren in het echt? Wat zijn de oorzaken en hoe kan je het oplossen? (20p)
  •  
  • 4. Voor- en nadelen van biostratigrafie, chemostratigrafie en magnetostratigrafie (onderling) vergelijken en geef een oplossing. (10p)
  •  
  • 5. 2 grafieken gegeven over chemostratigrafie. Leg KORT uit en wat staat er op de horizontale as? (Grafiek van 18O ifv magnetostratigrafie, en grafiek Sr isotopen verhouding) (15p)
  •  
  • 6. Kleine vraagjes ivm kennis: Hoge of lage resolutie van methodes, periodes obliquiteit en pressecie geven, grensverlegging bij GSSP Carboon. (10p)
  •  
  • 7. 10 random etages/series uit de CSC. (10p)
  •  
  •  
  • Examen 2016-2017
  •  
  • 1. Een prentje van eenheidstratigrafie en het alternatief. Wat is dit? Wat is het beste? Leg dit uit. (20p)
  •  
  • 2. Carbonaten en siliciklastische gesteenten hebben een verschillende cyclus voor de afzettingen bij veranderende zeespiegel. (20p)
  •  
  • 3. Bespreek voor elk van de twee cyclussen wanneer er het meest sediment wordt afgezet. Leg dit deel van de cyclus gedetailleerd uit, duid het aan op de grafiek en duid de belangrijkste verschillen aan tussen de twee. (15p)
  •  
  • 4. a) Wat is het verschil tussen een biozone, chronozone en een (bio)chron? Leg kort uit (zeer weinig plaats om te antwoorden) en maak een tekening. Waar zou je op de tekening de ideale GSSP leggen? b) Wat is het beste om aan geochronologie mee te doen? Een graniet of een bentoniet? c) Een collega vind een organisme in een laag van het Cambrium dat na datering ouder blijkt te zijn? Moet men de grens van het Cambrium nu verleggen of niet?
  •  
  • 5. a) Verschillende dateringsmethoden: zuurstofisotopen, eccentriciteitscycli, precessiecycli, Strontium isotopen, landtetrapoden uit Mesozoïcum, Zirkoonkristallen,... Wat is het beste om mee te dateren? Rangschik alles op nauwkeurigheid. b) Vul aan met boven/Boven/laat/Laat. Een zin met 2 woorden weggelaten (15p)
  •  
  • 6. 10 random tijdsvakken uit de ICC elk op 2 ptn
  •  
  •  
  • Examen 2015-2016 1ste zit
  •  
  • 1. Je krijgt 2 tekeningen, een boundary stratotype en een unit-stratotype, leg het verschil uit. Welke verkiest men? Leg uit waarom. (15p)
  •  
  • 2. Je krijgt een tekening van een sequentie afzetting, welk systems tract is het en leg deze uit. (15p)
  •  
  • A. Welke system tract komt hierna en leg deze ook uit.
  •  
  • B. Wat is de grens tussen deze twee systems tracts en leg deze uit.
  •  
  • C. Wat is het verschil tussen een silica en een carbonaat systems tract?
  •  
  • 3. Leg aan de hand van een tekening en een beetje uitleg het verschil tussen biochron, biozone en chronozone uit. (6p)
  •  
  • 4. Wat zijn good fossils en bad fossils en geef enkele voorbeelden. (4p)
  •  
  • 5. Wat zijn de 3 kenmerken van cyclostratigrafie geef hun perioden en leg uit waarom men dat kan gebruiken in de stratigrafie. (5p)
  •  
  • 6. De chronostratigrafische kaart, 10 dingen ontbreken welke? (15p)
  •  
  •  
  • Examen 2015-2016 2de zit
  •  
  • 1. Geef alle stages en series van het Paleogeen zoals weergegeven op de Chronostratigrafische kaart. (12p)
  •  
  • 2. Geef alle stages van het Onder-Devoon. (3p)
  •  
  • 3. Geef kort en bondig het verschil tussen Chonostratigrafie en Geochronologie. (5p)
  •  
  • 4. Wat is het best te gebruiken om de geochronologische tijdschaal te maken: isotopenstratigrafie van basaltische intrusies of bentonieten en waarom. (2p)
  •  
  • 5. Wat gebruik je het best biostratigrafie of chemostratigrafie voor een tijdschaal te maken en waarom is het nog altijd beter om ze alle twee te gebruiken. (3p)
  •  
  • 6. Je krijgt een grafiek zoals die van in de ppt over parasequenties en gammaray logs en je uitleggen wat de driehoeken betekenen, wat het precies voorstelt, ... . (10p)
  •  
  • 7. Je krijgt een tekening van alle sedimentafzettingen in een sequentie en je moet alle system tracks, MS en SB erop aanduiden. Je hebt ook een golf gekregen en je moet ze daar ook op aanduiden. (9p)
  •  
  • 8. Geef de definitie van GSSP, PETM, Matuyamachron en astronomische tijdschaal (of zo iets). (8p, elk woordje op twee)
  •  
  • 9. Kleine vraagjes over de laatste hoofdstukken. (8p)
  •  
  •  

Structuurchemie

Docent

Richard Hoogenboom

Richard Hoogenboom is een jonge, joviale prof. Zoals zijn naam doet vermoeden, is hij een Nederlander. Dat is niet zo erg, want hij kan het wel allemaal goed en begrijpbaar uitleggen.

Cursus

Moet je zelf in pakketjes afdrukken (elk hoofdstuk komt op ufora te staan). De cursus is een van de dunste die je in je carrière zal tegenkomen… Er zijn ook powerpoints die hij tijdens les overloopt, het meeste staat in de cursus, als dat niet het geval is vermeldt hij dit wel duidelijk. Vergeet dus zeker niet om ook die onderdelen te studeren.

Werkcolleges

Voor dit vak zijn er niet veel werkcolleges en wordt ook steeds een stuk van de oefeningen gezien in de hoorcolleges herhaald. Ze zijn wel zeer nuttig, vooral omdat je zelf je moleculen kan in elkaar steken wat kan helpen om je alles sneller te kunnen inbeelden. De werkcolleges worden niet door de prof zelf gegeven.

Buis-o-meter
(10%)

1 mondelinge (grote) vraag, waarbij je een uur krijgt die schriftelijk voor te bereiden. Daarna komt hij deze vraag ophalen en gaat hij de volgorde af van hoe je zit. Je kan dan al werken aan de 5 (kleinere) schriftelijke vragen, die testen of je alles begrijpt. Het zijn vooral oefeningen, terwijl je praktisch geen enkele oefening in de cursus maakt.

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2022-2023
  •  
  • 1) 2-chloor-3-joodbutaan
  •  
  •  a) Geef fisherprojectie van 2S,2R vorm en een stereoisomeer (zelf kiezen welke)
     b) Geef Newmanprojectie van meeste en minste energie
  •  
  • 2) Gegeven: CH3OCH3 en CH3CHO
  •  
  •  a) Geef hybridisatietoestand van elk C- en O-atoom
     b) Teken 3D-structuur dmv de valentieorbitaal theorie
     c) Geef twee redenen waarom deze orbitaalhybridisatie toegepast wordt
  •  
  • 3) Lijnvoorstellingen getekend van 2,2,3,3-tetramethylbutaan; 3-methylheptaan en octaan, hoe verschillen deze in kook en smelt temperatuur? Hoe komt dit?
  •  
  • 4) Waarom is de hybridisatie energie van een geïsoleerd diëen hoger dan dat van een geconjugeerd diëen
  •  
  • 5) Alkeen gegeven: teken reactie met dibroom (in het donker) en bespreek
  •  
  •  
  • Examen 2020-2021
  •  
  • Dankzij corona geen mondeling deel
  •  
  • Vraag 1
  •  
  • Lijnvoorstellingen getekend van 2,2,3,3-tetramethylbutaan; 3-methylheptaan en octaan
  •  
  • 1a geef de systematische naam van de structuren (1pt)
  •  
  • 1b bespreek hoe het kookpunt toeneemt tussen deze 3 structuren (1.5 pt)
  •  
  • 1c bespreek hoe het smeltpunt toeneemt tussen deze 3 structuren (1.5 pt)
  •  
  • Vraag 2
  •  
  • Lijnvoorstellingen getekend van E(entgegen) en Z(zusammen) vorm van but-2-een
  •  
  • 2a teken de hybride molecuulorbitalen van deze structuren volgens de Valence Bond Theory (2pt)
  •  
  • 2b bespreek aan de hand van de tekeningen uit 2a welke soort isomeren het zijn (1 pt)
  •  
  • Vraag 3
  •  
  • Lijnvoorstelling getekend van 5-methylcyclohexa-1,3-dieen
  •  
  • 3a leg uit hoe de pi-orbitalen de stabiliteit van de molecule verhogen (2pt)
  •  
  • 3b deze molecule reageert met HCl, schrijf het reactiemechanisme uit, geef de eindproduct(en) en ook hun systematische IUPAC naam, en eventuele R/S toekenning (4pt)
  •  
  • Vraag 4
  •  
  • Lijnvoorstelling getekend van methylcyclohexaan
    4a deze molecule reageert met Br2 onder UV-bestraling, schrijf het reactiemechanisme uit, geef de mono-gesubstitueerde eindproduct(en) en ook hun systematische IUPAC naam, en eventuele R/S toekenning (4pt)
    4b leg uit hoe de verschillende reactieproducten zich verhouden bij een temperatuur van 600°C (1pt)
    4c leg uit hoe deze verhouding verandert bij kamertemperatuur (2pt)
  •  
  • Andere vragen:
  •  
  • 1) Ringstructuur in stoknotatie gegeven
    1a. Geef voor elk C, N en O- atoom de hybridisatie en geef waar nodig de stereogene centra. (1.5)
    1b. Teken en bespreek de hybride molecuulorbitalen van ethynamine volgens de Valence Bond Theory. (1.5)
    1c. Teken de Fisherprojectie van de volgende molecule: (molecule gegeven in stoknotatie) (1)
  •  
  • 2) Hieronder (schema) zie je een geconjugeerd diëen (onder) en een geïsoleerd diëen (boven). Verklaar waarom ΔH (de waarden zijn gegeven) anders is voor het geconjugeerd diëen. (4)
  •  
  • 3a. Vervolledig bovenstaande evenwichtsreactie met het juiste reactieproduct. Verklaar je antwoord aan de hand van het reactiemechanisme en bespreek dit reactiemechanisme. (4)
    3b. Dit is een voorbeeld van een evenwichtsreactie. Wat is een evenwichtsreactie en hoe wordt het evenwicht bepaald? (2)
  •  
  • 4 Vervolledig bovenstaande reactie met het juiste reactieproduct. Geef de naam van het reactieproduct adhv het IUPAC-systeem en eventuele stereogene naamgeving. Verklaar je antwoord aan de hand van het reactiemechanisme en bespreek dit reactiemechanisme. (6)
  •  
  •  
  • Examen 2016-2017
  •  
  • 1. Mondelinge vraag, 1 uur voorbereiding: Geef de nieuwe structuur als HCl reageert met 1, 4 dimethyl cyclohex-1-een en leg het reactiemechanisme uit. Geef eventuele isomeren. Teken van de bekomen vorm de uiterste vorm in 3D (stoelvorm dus) en de newmanprojectie en leid hieruit af wat het meest stabiel is. (6p)
  •  
  • 2. Geef de hybridisatietoestand van de C en N atomen in CH3CH2NH2 en CH3CN. Teken dit ook
  •  
  • 3. Geef de Fischerprojectie van deze structuur: 1-broom pentan-4-ol
  •  
  • 4. Geef van deze structuur een keten-, structuur- en functionele groep isomeer
  •  
  • 5. Leg aan de hand van de structuur van volgende moleculen het verloop van het kookpunt en het smeltpunt uit.
  •  
  • 6. Leg uit hoe Br2 reageert met deze structuur en geef eventuele isomeren. (Voorbeeld waar Broomgas aanvalt op een dubbele binding)
  •  
  •  
  • Examen 2015-2016
  •  
  • 1. Bespreek aromaciteit van volgende verbindingen (hoofdvraag mondeling)
  •  
  • 2. Hybridisatie geven van C en O atomen / teken orbitalen /leg uit verschil in structuur of vorm
  •  
  • 3. Fischerprojectie 2S/3R + willekeurig diasteriomeer + plaatsisomeer + ketenisomeer + functionele groepisomeer
  •  
  • 4. Boot- en stoel-configuratie van cyclohexaan teken Newmanprojectie en lijnvoorstelling. verklaar stabiliteit en zet op volgorde
  •  
  • 5. Reactie
  •  
  •  
  • Examen 2012-2013 2de zit
  •  
  • 1. a) bespreek de synthese van 2-bromopropaan via een radicalair proces b) bespreek de synthese van 2-bromopropaan via een kationisch proces c) welke van de 2 krijgt je voorkeur
  •  
  • 2. Stereogene C-atomen en hybridisatie aanduiden + 2-pentanon : molecuulorbitalen tekenen en wignotatie
  •  
  • 3. Fisherprojectie van 2,3-pentaaldiol + een diastereomeer, keten,plaats en functionele groep isomeer ervan tekenen
  •  
  • 4. Bespreek de in(stabiliteit) bij cyclobutadieen, cyclohexadieen & cyclooctadieen.
  •  
  • 5. Additie van H2 met 1,3,5-trimethylhexadieen, welke reactieproducten? En geef IUPAC naam.
  •  
  •  
  • Examen 2012-2013 1ste zit
  •  
  • 1. Oxidatie van 1-methyl-1-cyclohexeen met permanganaat: uitleggen (mondeling)
  •  
  • 2. Stereogene C atomen en hybridisatie in molecule aanduiden
  •  
  • 3. Methanolamine: molecuulorbitalen tekenen en wignotatie
  •  
  • 4. Fisherprojectie van 2,3-pentaaldiol + een diastereomeer, keten,plaats en functionele groep isomeer ervan tekenen
  •  
  • 5. Kook-en smelttemperatuur bij alkanen verklaren
  •  
  • 6. 1,3-hexadieen + HX: reactie vervolledigen en uitleggen
  •  
  •  

Wiskunde 3 en geostatistiek

Docent

Lieven Clement, Bart De Bruyn en Thomas Hermans

Het gedeelte statistiek is de grootste brok en telt mee voor 2/3 van de punten, waarbij 1/3 op de theorie staat en 1/3 op de oefeningen. De oefeningen worden begeleid door Hans. Als je geen gigantische computerfan bent, zal je dit gedeelte waarschijnlijk niet super tof vinden. Je hebt de kans om vragen te stellen of om samen te werken, maar het is niet vergelijkbaar met de oefeningen van wiskunde 1 en 2, waar je gewoon moest overschrijven wat er op het bord werd geschreven. Op het examen zal dit deel echter vrij goed meevallen, aangezien je ook een soort van formularium mag gebruiken.

Cursus

Voor beide is het een cursus van een middelbaar niveau: niet teveel tekst en alles wel treffelijk uitgelegd. Het deel wiskunde 3 bouwt verder op wat je hebt gezien in het middelbaar, de geostatistiek is toch wel nieuw. Probleem hierbij is dat het nogal abstracte leerstof is en dito geschreven werd. Formules die erin voorkomen dienen niet echt gekend te zijn, maar hoe meer je erin weet te proppen, hoe completer je examen zal zijn.

Buis-o-meter
(20%)

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2022-2023
  •  
  • Wiskunde
  •  
  • 1) Bereken integraal van vectorveld F (zoals voorbeeld oefeningen in cursus)
  •  
  • 2) Bereken fouriercoefficienten a_n van f(x) = 1 voor -π < x <= 0 en 0 < x <= π en naar welke waarden convergeert de fourierreeks in -π, -π/2, 0, π/2, π?
  •  
  • Geostatistiek
  •  
  • 1) Vgl van variogram, benoem de parameters welke voorwaarden moet het theoretisch variogrammodel voldoen om goed te zijn ofzo en dan nog 1 andere vraag daar over.
  •  
  • 2) Vraag zoals op ander voorbeeldexamen met 1D-lijn en 3 punten, gewichten en Z bepalen.
  •  
  •  
  • Examen 2017-2018
  •  
  • Statistiek
  •  
  • 1. Vergelijk werking gps met betrouwbaarheidsinterval
  •  
  • 2. Vraag over een test. afleiden welke test je wil gebruiken
  •  
  • 3. H0 en HA uitleggen
  •  
  • 4. Power en p-waarde uitleggen
  •  
  • 5. PCA toegepast op heptathlon, 3 eenheidsmatrices gegeven. Leg uit wat het verband is met de verschillende diciplines, waarom kiezen we 3 componenten.
  •  
  • 6. Basis kansrekening oefening
  •  
  • PC-deel Statistiek gelijkaardig aan voorbeeldexamen gemaakt in de laatste les
  •  
  • Geostatistiek
  •  
  • 1. Voorwaarden kringing
  •  
  • 2. Tekening variogram: leg range, sill en nugget effect uit
  •  
  • 3. C=1-y(h) leg uit waarom dit zo is
  •  
  • 4. Vergelijking voor lambda afleiden (letterlijke afleiding zoals in les)
  •  
  • 5. Berekenen: Z en lambda 1&2
  •  
  • 6. Stel een vergelijking (gegeven). bereken.
  •  
  • Wiskunde 3
  •  
  • 2 oefeningen, kromme en fourrier, zie vorbeeldexamen op Ufora
  •  
  •  
  • Examen 2016-2017 2de zit
  •  
  • Statistiek
  •  
  • 1. Definieer de nulhypothese en de alternatieve hypothese. Geef een voorbeeld uit uw eigen domein.
  •  
  • 2. Leg uit wat de p-waarde is. Wat betekent p = 0.032?
  •  
  • 3. Gegeven : Een 95% betrouwbaarheidsinterval met de lengte = L = 2*1.96*(sigma/sqrt(n)) met n = aantal observaties. Bespreek welke invloed n en sigma hebben op de lengte van het interval. Pas dit toe op een voorbeeld uit de praktijk.
  •  
  • 4. Een grafische voorstelling van PCs. Bespreek.
  •  
  • Oefeningen
  •  
  • 1. Een hypothese over molens met n = 5 en 2 variabelen.
  •  
  • A. Welk soort test zou je gebruiken? Beargumenteer.
  •  
  • B. Beschrijf de Ho en Ha
  •  
  • C. Geef de assumpties voor de test
  •  
  • D. 10% BI : bereken de test statistiek
  •  
  • E. Bereken de p-waarde
  •  
  • F. nog enkele kleine vraagjes
  •  
  • 2. Kansrekenen : basisoefening
  •  
  • Wiskunde 3
  •  
  • 1. Bereken de arbeid van de driehoek met opgegeven hoeken in x-y vlak
  •  
  • 2. Gegeven functie: A. Is deze functie even /oneven /geen van beide? B. Bereken bn >= 1. C. Bepaal het convergentiegebied in 5 verschillende punten.
  •  
  • Geostatistiek
  •  
  • 1. Gegevens over een experimenteel variogram: A. Bereken het relatief nugget effect. B. Bespreek de ruimtelijke structuur.
  •  
  • 2. Wat is Kruis validatie?
  •  
  • PC-deel Statistiek gelijkaardig aan voorbeeldexamen gemaakt in de laatste les
  •  
  •  
  • Examen 2016-2017 1ste zit
  •  
  • Statistiek
  •  
  • 1. Leg uit aan de hand van een tekening wanneer de nulhypothese het snelst verworpen wordt als je vriend een significantieniveau van 0.05 heeft en jij van 0.10. De p-waarde is 0.026 welke van de twee nulhypotheses wordt verworpen.
  •  
  • 2. Leg het begrip Power uit adhv van type I en type II fouten.
  •  
  • 3. PCA
  •  
  • 4. Als je 100 procent van de variantie wilt verklaren hoeveel componenten heb je nodig
  •  
  • 5. Wat is de S en R matrix, wanneer gebruik je wat
  •  
  • 6. De eerste 3 componenten geven 68 procent van de variantie, de eerste 4 geven 75 procent van de variantie en de eerste 5 componenten geven 85 procent van de variantie. Hoeveel componenten kies je
  •  
  • Oefeningen
  •  
  • 1. a) Welke test wordt hier gebruikt. b) Geef de H0 en Ha. c) Hoeveel vrijheidsgraden zijn er en hoe weet je dit. d) Interpreteer de p-waarde
  •  
  • 2. Kansrekenen: gegeven de kans op gebeurtenis 1 en op gebeurtenis 2. Geef de kans van 1 na 2 en van 2 na 1
  •  
  • Wiskunde 3
  •  
  • 1. Bereken de arbeid van de kromme bij een gegeven r(x) en F-veld
  •  
  • 2. Geef de fouriercoefficienten van de reeks en bespreek de convergentie
  •  
  • Geostatistiek
  •  
  • 1. Gegeven een variogram, wat is het best passende model, wat zijn twee oorzaken van dit verschijnsel
  •  
  • 2. Gegeven een A, B en lambda matrix met bepaalde waarden niet ingevuld. Gegeven een tekening met de afstanden tot x0 en een tabel met de semivarianties voor h = 1 tot 9m. Vul de matrix aan en bereken de voorspelde waarde voor x0
  •  
  • PC Practicum: Beschrijvende statistiek, ANOVA en lineaire regressie
  •  
  •  
  • Examen 2015-2016
  •  
  • Statistiek
  •  
  • 1. Waarom hebben we een betrouwbaarheidsinterval nodig, ook al hebben we de geschatte waarde van het gemiddelde en de mediaan?
  •  
  • 2. Leg uit : H0 en HA hypothese?
  •  
  • 3. Je krijgt een oefening met enkele ongekende waarden: Leg uit welk soort toets je zou gebruiken en waarom? Bereken de p - waarde. Beschrijf het 95 % significatie interval
  •  
  • 4. Enkele kleine oefeningen op kansrekenen
  •  
  • 5. Oefening op hypotheses : 2 gegeven testen die je moet vergelijken met elkaar en de waarden verklaren. Welke test van de 2 zou het beste resultaat geven voor de opgave? Vergelijk de p-waarden? Wat kan je zeggen over de p-waarde?
  •  
  • Geostatistiek
  •  
  • 1. Vergelijk het Kriging-algoritme met het algoritme van de inverse afstandsweging voor het punt-interpolatie probleem. Leg het concept uit aan de hand van de berekening van de gewichten van de meetpunten en toon de verschillen tussen de concepten aan
  •  
  • 2. Een toepassing op het punt-kriging systeem: Je krijgt een variogram met de gekende varianties in een tabel weergegeven. Je krijgt ook een grafiek met 4 gekende meetpunten binnen het interpolatievenster en 1 te interpoleren punt op een bepaalde x waarde. Vul de getallen in matrix A en matrix B verder aan (door berekening). De matrix met de gewichten lamda (i) is reeds gegeven. Bereken de geschatte waarde Z*(x0) en de variantie
  •  
  • Wiskunde 3
  •  
  • 1. Bereken de arbeid van Kromme K met r(t) = (cos(pi)t , t^2, sin(pi)t) en een vectorveld (x, y, z) --> (x, y, z)
  •  
  • 2. Gegeven : f(x) = -3/2 als -(pi) < x <= 0 f(x) = 1/2 als 0 < x <= pi met T = 2pi en interval ]-pi , pi] A. Is deze functie even of oneven? B. bereken bn, n >= 1. C. Bepaal de convergentie in de punten -pi, -pi/2, 0, pi/2, pi"
  •  
  •  
  • Examen 2014-2015
  •  
  • Statistiek
  •  
  • 1. Bereken de power
  •  
  • 2. Gegeven: een ingevulde tabel: Bereken de proporties voor dag en nacht personen die tevreden zijn (tevreden > 5)
  •  
  • 3. Je krijgt een tabel met scores die 3 assistenten gegeven hebben. Voer een variantieanalyse uit, hebben alle assistenten even streng verbetert?
  •  
  • Wiskunde 3
  •  
  • 1. F: R² → R²: (x,y) → (y,-x) bereken de arbeid F voor: A. Lijnstuk dat (1,0) en (0,-1) verbindt. B.Driekwart cirkel met r(t) = (cos(t),sin(t)) en t […,…] (interval niet gegeven)
  •  
  • 2. Fourrier: f = 0 als –pi < x < 0 en f = (1/2)cos²(x) als 0 <= x <= pi. A. Bereken bi componenten voor i >=1 (bi formule niet gegeven). B. Convergentie bepalen in –pi, -pi/2, 0, pi/2, pi
  •  
  • Geostatistiek
  •  
  • 1. Waarom is de (populatie)variantie niet genoeg voor de geostatistiek? Beschrijf de component voor autocorrelatie
  •  
  • 2. Wat is het verschil tussen punt- en blokkriging? Beschrijf de component en maak hier een tekening bij
  •  
  •  
  • Examen 2012-2013
  •  
  • Geostatistiek
  •  
  • 1. Geef de 4 verschillende meetschalen en leg uit.
  •  
  • 2. Geef vier eigenschappen van eigenwaarden en eigenvectoren die van belang zijn voor principale componenten analyse.
  •  
  • 3. Leg de 3 parameters van een typisch variogram uit.
  •  
  • 4. Welke aanpassingen gebeuren er bij overgang van punt kriging naar block kriging voor het systeem en de variantie?
  •  
  • 5. T-test of F-test?
  •  
  • 6. Vergelijken van 3 gemiddelden - verhogen van orde in trendoppervlak - significantie van de correlatie - onderzoek van de scheefheid en platheid van een distrubutie
  •  
  • 7. Geef de drie kwadratensommen gebruikt om de significantie van regressie te testen + geef bij elke kwadratensom een grafiek. Hoe bepalen we aan de hand van deze kwadratensommen de determinatiecoefficient en wat geeftdeze weer? Welke termen verschillen tussen een lineair en kwadratisch trendoppervlak? Waarom is R^2 geen goede maatstaaf om verschillende orde trendoppervlakken te vergelijken en wat kunnen we dan wel gebruiken?
  •  
  • Wiskunde 3
  •  
  • 1. Gegeven een vectorveld F (x - z^2, y - x^2, z - y^2). Bereken de arbeid volgens volgende krommen die die punten (0,0,0) en (1,1,1) verbinden: A. de kromme (t, t^2, t^3) voor t [0,1]. B. het lijnstuk dat beide punten verbindt
  •  
  • 2. Een kromme heeft in het interval [-pi, pi] als vergelijking e^x + e^-x. deze heeft een fourierreeks. Bepaal de som van de fourierreeks in de punten -pi, -pi/2, 0, pi/2, pi - is deze functie even of oneven? - bepaal an voor n>=0
  •  
  •  

Analytische chemie

Docent

Mieke Adriaens

De lessen worden gegeven door Mieke Adriaens, een prof die ook les geeft aan grotere richtingen. In de hoorcolleges legt ze alles uitgebreid uit en ze heeft een grondige en gestructureerde cursus. In de lessen zie je hoe analytische chemie werkt in de praktijk op vlak van toepassingen en toestellen, en ook het theoretischere deel waar de formules worden uitgelegd, deze worden ook nog eens opgefrist in de werkcolleges.

Practica

Deze gaan door op de S12 in het labo op het 2e verdiep. De resultaten worden steeds geëvalueerd en al deze quoteringen samen tellen voor 3 van de 20 punten. De practica moet je per twee afwerken en daarin mag je spelen met uiterst dure analytische toestellen. Enkele tips: vergeet nooit het nummer van het monster waarop je hebt gewerkt op te schrijven , noteer zo veel mogelijk zodat er niets ontbreekt en let op beduidende cijfers. Het is niet zo erg om niet direct te weten hoe alles werkt, de assistenten helpen je zonder probleem! Ook hier zijn er nog enkele werkcolleges die door de assistent zelf gegeven worden. Hier krijg je een aantal oefeningen waarvan de er verwacht wordt dat je ze zo veel mogelijk zelfstandig maakt, als jij en je buur vast zitten krijg je dan wel uitgebreid uitleg over je probleem.

Buis-o-meter
(10%)

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2018-2019
  •  
  • Theorie
  •  
  • 1. Veel van de analysetechnieken, gezien in de cursus, zijn gebaseerd op de analyse van oplossingen. Meeste geologische stalen zijn echter niet onmiddellijk beschikbaar als oplossing. Welke oplossingsprocedures zijn er voor handen? (2pt)
  •  
  • 2. Onderstaande figuur (fig van 4 vormen straling: emissie, absorptie,...) geeft een schematische voorstelling van vier verschillende stralingsprocessen.(i)Identificeer elk proces.(ii) Wat verstaat men onder “gekwantificeerde” stralingsprocessen en beschrijf kort hoe deze karakteristiek benut kan worden in een optische analysetechniek. (2pt)
  •  
  • 3. De bepaling van geologische tijdschalen doet men doorgaans aan de hand van nauwkeurige isotopenverhoudingen.Welke technieken, gezien in de cursus, kunnen hiervoor gebruikt worden? Verklaar uw antwoord (2pt)
  •  
  • 4. Uitleg over pollutie in lucht en hoe dat het monster wordt verwerkt tot een oplossing met paarse kleur... Geef een schets van de analyse techniek die je gaat gebruiken en leg elk onderdeel uit. (dus UV-VIS: bron, dispersiesysteem, monster, detectie, bij elk een voorbeeld uitleggen) (2pt)
  •  
  • 5. Leg uit wat de discipline Analytische chemie inhoud en waarom het belangrijk is binnen de geologie. (2pt)
  •  
  • Oefeningen
  •  
  • 1. Een base met Kb gegeven a. bereken als concentratie 0.01M is, b. bereken als de oplossing 1000 maal wordt verdund (1.75pt)
  •  
  • 2. Concentratie van zink2+, EDTA en NH3 bij pH = 10. a. wat is de concentratie aan vrij zink bij EP? b. Waarom titratie in NH3 (omdat hulpcomplexvormer is) (1.25pt)
  •  
  • 3. een distributiegrafiek gegeven, van H2S, HS- en S2- . De max concentratie van H2S in een meer voordat het toxisch is voor vissen is gegeven. De totale concentratie in een meer is gegeven. Welke is de pH waarde om niet toxische te zijn voor vissen. (alpha0 berekenen en dan ph aflezen van grafiek) (1pt)
  •  
  • 4. a) Gegeven concentratie sample in mg/g, het sample wordt aangelengd tot 1000ml. 5ml hiervan wordt gebruikt om te verdunnen. Je hebt maatkolven van 10,20,25,50,100,250,500,1000ml beschikbaar. welke maatkolf gebruik je om een goede nauwkeurige waarde te bekomen? concentraties van standaarden zijn ook gegeven waarmee een ijkcurve werd opgesteld. b) 10 waarden en een mu gegeven. Evalueer de accuratesse (= T-test) op een significantieniveau van 95procent. c) Indien van het standaardstaal (mu) 50mg genomen wordt en aangelengd wordt tot 1000ml, zal de methode nog accuraat zijn? (totaal op 3pt).
  •  
  •  

Fysica 3

Docent

Stefaan Cottenier

Buis-o-meter
(35%)

Dit is de moeilijkste van de drie fysica's dat je in deze richting zal hebben.

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2022-2023
  •  
  • Theorie
  •  
  • Vraag 1: Wat is een condensator? Wat is capaciteit? Wat is het verschil tussen beide? Kan je een condensator vervangen door een batterij?
  •  
  • Vraag 2: Een “bistabiele vormgeheugenlegering” is een materiaal dat onder invloed van een uitwendige parameter (bv temperatuur) twee verschillende vormen kan aannemen. Denk bv aan een draad die op kamertemperatuur in de vorm van een vierkant geplooid is. Verhoog je de temperatuur 50 graden (bv door een hete-luchtstroom op het vierkant te richten) dan vervormt het spontaan tot een cirkel. De lengte van de draad blijft daarbij onveranderd. Verlaag je de temperatuur weer (je zet de hete luchtstroom af) dan vervormt het opnieuw tot een vierkant. Zo kan je eindeloos wisselen tussen deze twee vormen.
    Je neemt dit materiaal en plaatst het bij kamertemperatuur in een homogeen magneetveld van 0.1 T, met het magneetveld loodrecht op het vlak van het vierkant. Het magneetveld wijst verticaal naar beneden. Je wacht 5 seconden. Dan zet je de hete lucht aan, en in 1 s is het materiaal vervormd tot een cirkel. Je wacht nog 5 s, en dan zet je de luchtstroom af. 1 s later is het materiaal opnieuw vervormd tot een vierkant. Dit blijf je herhalen: 5s - 1s - 5s - 1s - 5s - …
    Je meet de stroom in de draad met een ampèremeter.

    Gevraagd:
    1) Teken de situatie (de draad, het magneetveld).
    2) Teken een grafiek van de stroom als functie van de tijd, gedurende de eerste 24 seconden. Een kwalitatieve grafie volstaat (= grootte van de stroom moet je niet bepalen). Duid op de grafiek aan waar de draad een cirkel is en waar een vierkant, en gebruik het teken van de stroom om uit te drukken of hij in wijzerzin of tegenwinzerzin loopt (positief = tegenwijzerzin).
    3) Leg uit hoe je tot die grafiek gekomen bent.
    4) Bepaal de geïnduceerde spanning in de draad, die voor die stroom verantwoordelijk is (hier moet je wel tot een getal komen).

    Gegeven:
    1) lengte van de draad: 10 cm
    2) diameter doorsnede draad: 1 mm
    3) soortelijke weerstand van de vormgeheugenlegering: 0.025*10^-6 Ohm*m
    4) magnetische permeabiliteit van de vormgeheugenlegering: 1.2*10^-6 Tm / A
    5) elektrische permeabiliteit van de vormgeheugenlegering: 5.6*10^-11 F / m
    6) uitwendig magneetveld: 0.1 T
    7) temperatuur kan wisselen tussen 20 en 70 graden
  •  
  • Vraag 3: Een analoge FM-radio heeft een knop waarmee je het markeerteken op de FM-balk kan verschuiven van 87 MHz tot 108 MHz. Hiermee selecteer je de radiozender die uit de luidspreker komt. Staat het merkteken op 102.1 MHz, dan hoor je Studio Brussel (verstuurd vanuit Egem). Staat het op 105.3 MHz, dan hoor je de stadsradio Urgent.FM (verstuurd vanuit De Krook). Beide zenders zenden permanent uit, en toch laat dit toestel er telkens slechts 1 horen. Leg uit hoe het daartoe in staat is.
  •  
  • Vraag 4: De foto komt uit een catalogus met materiaal voor veilig werken aan elektrische installaties. Het raam poetsen van een elektrische locomotief is meestal een onschuldig karwei, maar kan soms gevaarlijk zijn (vooral bij nat weer). Om dat gevaar te vermijden, kan je de gele stok van op de foto kopen.
    1) Teken een elektrisch schema voor deze drie situaties:
    - Het raam poetsen van een locomotief die perfect in orde is.
    - Het raam poetsen van een locomotief met een ‘geschikt’ defect, en daarbij een metalen stok gebruiken (jij bepaalt wat dat defect is).
    - Het raam poetsen van een locomotief met hetzefde defect, en daarbij een isolerende stok gebruiken uit deze catalogus.
    2) Leg uit waarom nat weer het gevaar nog groter maakt.
    3) (uitdagende extra) Op de foto zie je ook nog een aantal ronde ‘schilden’ op de stok. Kan je bedenken waarom die nog voor extra veiligheid zorgen? Dit is een techniek die vaker wordt toegepast, zoals je op de foto ziet.
  •  
  • Oefeningen
  •  
  • 1 streepje
  •  
  • 1) Een dunne draad van honderden meters lang bezit een gelijkmatig verdeelde lading van -7.2 microC per meter lengte. Schat de grootte en richting van het elektrisch veld ter plaatse van (a) 5.0 meter en (b) 1.5 meter loodrecht vanaf het middelpunt van de draad.
  •  
  • 2) Door startkabels die gebruikt worden om een auto te starten lopen stromen die vaak wel 65 A zijn. Hoe sterk is het magnetisch veld op een afstand van 3.5 cm van een kabel? Vergelijk je antwoord met de sterkte van het magnetisch veld van de aarde (5.0*10^-5 T).
  •  
  • 2 streepjes
  •  
  • 3) Bepaal voor de schakeling in de figuur het potentiaalverschil tussen de punten a en b. Elke weerstand heeft een weerstandswaarde R = 130 Ohm en elke batterij is 1.5 V.
  •  
  • 4) Twee evenwijdige cirkelvormige ringenmet een straal R hebben middelpunten op de x-as die een afstand l van elkaar verwijderd zijn, zoals is weergeven in de figuur. Elke ring heeft een gelijkmatig verdeelde lading Q. Bepaal het elektrische veld E(x) op punten langs de x-as.
  •  
  • 3 streepjes
  •  
  • 5) Een proton met een snelheid v = 1.3*10^5 m/s in een veldvrij gebied komt plotseling terecht in een nagenoeg homogeen magnetisch veld B = 0.85 T (B loodrecht op v). Veronderstel dat het proton het magnetisch veldgebied onder een hoek van 45 graden binnenkomt, zoals op de figuur. (a) Onder welke hoek verlaat het proton het veld en (b) op welke afstand x gebeurd dat?
  •  
  • 6) Hoeveel weerstand moet er worden toegevoegd aan een zuivere LC-schakeling (L = 350 mH, C = 1800 pF) om de trillingsfrequentie met 0.25 procent te doen veranderen? Zal deze worden verhoogd of verlaagd?
  •  
  •  
  • Examen
  •  
  • Korte vragen
  •  
  • 1) Een metaal geleidende bolschil met homogeen verdeelde lading q, bevat ein het midden een lading Q. De elektrische flux door het binnen- en buiten oppervlak zijn x en y (sorry ik ken de getallen niet meer). Hoeveel bedraagt q?
  •  
  • 2) Een magneet valt door de ring. Geef de magnetische flux en de geïnduceerde stroom i.f.v. de tijd weer in een grafiek; het nul punt van de grafiek komt overeen met het moment wanneer het middelpunt van de magneet het vlak van de ring staat
  •  
  • 3) Norm van magnetisch veld berekenen ofzo van onderstaande kring met r1, r2, en lengte l.
  •  
  • 4) Welk segment heeft het grootste elektrisch veld? Geef een formule voor het elektrisch veld voor een segment.
  •  
  • 5) De condensatoren worden opgeladen, daarna wordt de batterij losgekoppeld, daarna wordt het diëlektricum van condensator 1 naar condensator 2 verplaatst, hoeveel lading wordt er verplaatst? (gaat van 1 naar 2)
  •  
  • Grote vragen
  •  
  • 1) Gegeven is een afbeelding waarbij gevraagd wordt om alle stromen te berekenen.
  •  
  • 2) Gegeven twee geleidende staven met verwaarloosbare dikte (doorsnede), lengte l en ladingsdichtheid λ.
     a) Bereken het elektrisch veld veroorzaakt door de rechter staaf op een punt links van deze staaf op een afstand z van de x-as. Druk dit uit ifv a,b en λ
     b) Bereken de kracht op deze staaf veroorzaakt door de rechterstaaf
     c) Bewijs dat voor l veel kleiner dat r de kracht gelijk wordt aan de kracht op twee puntladingen.
  •  
  •  
  • Examen 2016-2017 2de zit
  •  
  • Theorie
  •  
  • 1. Een deeltje beweegt met snelheid v, E staat loodrecht op v, B maakt een hoek van 45° met v. Hoe moet de verhouding E/B zijn opdat het deeltje een eenparige rechtlijnige beweging maakt?
  •  
  • A. v*sqrt(2)
  •  
  • B. v/sqrt(2)
  •  
  • C. v*2
  •  
  • D. ???
  •  
  • 2. Een bolschil met staal 20 cm en een bol met staal 10 cm, beide geleiders, zijn verbonden met een lange geleidende draad. In de bolschil bevind zich een lading +q. het geheel is neutraal geladen. Wat is de lading op de bolschil Q1 en op de bol Q2?
  •  
  • A. Q1 = q/3, Q2 = q/3
  •  
  • B. Q1 = q/2, Q2 = q/2
  •  
  • C. Q1 = 2q/3, Q2 = q/3
  •  
  • D. Q1 = q/3, Q2 = 2q/3
  •  
  • 3. Condensator met positieve plaat beneden en de negatieve boven met afstand d tussen de platen, elektrisch veld wijst naar boven toe (van pos naar neg). Een lading q beweegt van de positieve naar de negatieve plaat. Wat is de arbeid die de elektrische en de gravitationele kracht samen uitoefenen?
  •  
  • A. W = (-qE - mg)d
  •  
  • B. W = (-qE + mg)d
  •  
  • C. W = (qE - mg)d
  •  
  • D. W = (qE +mg)d
  •  
  • 4. Elektrische component van een elektromagnetische golf is gegeven. Op welk punt komt de magnetische component uit het blad (z-as)?
  •  
  • A. 0
  •  
  • B. π
  •  
  • C. 3π/2
  •  
  • D. π/4
  •  
  • 5. RC schakeling met spanningsbron, schakelaar condensator en weerstand in serie geschakeld. De condensator is initieel ongeladen, als de schakelaar gesloten wordt loopt een stroom I door de condensator. Als een tweede condensator parallel geschakeld wordt aan de eerste en de schakelaar wordt gesloten, wat is de stroom die door de condensatoren loopt? (beide initieel niet geladen)
  •  
  • A. I
  •  
  • B. I/2
  •  
  • C. 2I
  •  
  • D. ???
  •  
  • 6. Je hebt 2 lampen met dezelfde weerstand een een spanningsbron, hoe moet je de lampen aansluiten om zo lang mogelijk licht te hebben?
  •  
  • A. serie
  •  
  • B. parallel
  •  
  • C. maar 1 lamp aansluiten
  •  
  • 7. Twee koperen draden die wisselstroom genereren zitten in een kabel, wat is de gemiddelde magnetische kracht die ze uitoefenen op elkaar?
  •  
  • A. Afstoting
  •  
  • B. Aantrekking
  •  
  • C. Geen kracht
  •  
  • 8. Een materiaal wordt blootgesteld aan een uitwendig magnetisch veld B0, in het materiaal wordt een magnetisch veld B geïnduceerd, evenwijdig aan B0. grafiek B ifv temperatuur T daalt lichtjes, gaat bij bepaalde T naar nul. Welk soort magnetisme komt hiermee overeen?
  •  
  • A. Diamagnetisme
  •  
  • B. Paramagnetisme
  •  
  • C. Ferromagnetisme
  •  
  • 9. Een stroomvoerende draad komt uit het blad (•), recht ervan staat een staafmagneet met het noorden naar beneden. In welke richting werkt de kracht op de magneet?
  •  
  • A. Boven
  •  
  • B. Onder
  •  
  • C. Links
  •  
  • D. Rechts
  •  
  • 10. Onregelmatig gevormde condensator (2 horizontale boogjes) er zit een lading rechts. naar waar wijst de kracht op de lading.
  •  
  • A. Links
  •  
  • B. Rechts
  •  
  • C. Rechts indien v > 0
  •  
  • D. Rechts indien v < 0
  •  
  • 11. 0,1 mol/L NaCl geeft een potentiaalverschil V. Wat is het potentiaalverschil als er 0,1 mol/L MgF door de buis gestuurd wordt?
  •  
  • A. V
  •  
  • B. V/2
  •  
  • C. 2V
  •  
  • 12. Stroomkring met 2 wisselstroom bronnen. I1 = I0 cos (2πft) I2 = I0 cos(2πft + ø) bepaal ø zodat er geen stroom door de kring loopt
  •  
  • 13. Kring met 2 inductiespoelen met zelfinductie L, parallel geschakeld met wederzijdse inductie M. Wat is de equivalente zelfinductie van de schakeling?
  •  
  • A. L + M
  •  
  • B. L/2 + M/2
  •  
  • C. L + M/2
  •  
  • D. ???
  •  
  • 14. Stroomlus waarin de stroom wijzerzin loopt. Door de lus valt een staafmagneet met de noordpool naar bededen. Hoe verloopt de stroom I ivf de tijd (4 grafieken)
  •  
  • 15. Bij welke velden kunnen veldlijnen gesloten lussen vormen?
  •  
  • A. Elektrisch, niet magnetisch
  •  
  • B. Niet elektrisch en niet magnetisch
  •  
  • C. Magnetisch, niet elektrisch
  •  
  • D. Elektrisch en magnetisch
  •  
  • 16. 3 positieve ladingen en 1 negatieve. Op welke plaats heeft de negatieve lading het grootste potentiaal. de 4 plaatsen waar ladingen kunnen staan: ° ° ° ° ?
  •  
  • 17. Welke pijl tussen de uitspraken is correct "De elektrische flux door een gesloten oppervlak is nul" ??? "Er bevind zich geen lading in het oppervlak"
  •  
  • A. <=>
  •  
  • B. =>
  •  
  • C. <=
  •  
  • D. <≠>
  •  
  • 18. Een bundel elektronen wordt afgevuurd op een koperen draad. Hoe wordt de bundel afgebogen?
  •  
  • A. Naar de draad toe
  •  
  • B. Weg van de draad
  •  
  • C. Niet afgebogen
  •  
  • 19. Vraag over wervelstromen (moesten we eigenlijk niet kennen)
  •  
  •  
  • Examen 2016-2017 1ste zit
  •  
  • Theorie
  •  
  • 1. Gegeven een bolschil hangende via een geleider in en aan een geleidende kooi. In de bolschol zit een puntlading +q. Alle metalen delen hebben een nettolading samen van 0C. Wat is de nettolading van de bolschil. (gegeven tekening).
  •  
  • 2. Gegeven; tekening van een gelijkstroom antenne met stroomzin aageduid. Gevraagd; welk veld is E en welk is B.
  •  
  • 3. wee geleidende bollen zijn verbonden met elkaar via een geleider, ver genoeg van elkaar om inductie tussen de twee te vermeiden. Een positieve lading wordt naast een van de bollen gehouden. Gevraagd de juiste tekening aanduiden die de ladingsverdeling weergeeft.
  •  
  • 4. Een lamp heeft een vermogen van 30W en schijnt naar rechts. Wat is de kracht uitgeoefend op de lamp afkomstig van de ladingsdruk?
  •  
  • A. 0N
  •  
  • B. -0.7N
  •  
  • C. +0.7N
  •  
  • D. +0.007N
  •  
  • 5. Gegeven; een schakeling van een gelijkspanningbron in parallel met tweemaal een serieschakling van 2 lampen (lamp A en B samen, en lamp C en D samen). Tussen de spanningsbron en de 2 lampen C en D van de eerste parallel keten staat een schakelaar. Beschijf de verandering in vermogen van de spanningsbron en die van lamp A als de schakelaar wordt aangezet.
  •  
  • 6. Gegeven een lus met stroom I2 waardoor langs de as in het middelpunt een draad ligt met stroom I1. Als I1 vergroot dan zal I2?
  •  
  • A. Verkleinen
  •  
  • B. Vergroten
  •  
  • C. Niet veranderen
  •  
  • 7. Een postieve lading valt tussen twee geladen platen naar beneden (bovenste negatief en onderste positief geladen). Beschrijf de arbeid.
  •  
  • A. We en Wz postief
  •  
  • B. We negatief en Wz positief
  •  
  • C. We positief en Wz negatief
  •  
  • D. We en Wz negatief
  •  
  • 8. Een cilindervormige weerstand wordt uitgerokken zodanig dat L' = 4L. Als nadien de vorm en volume ongewijzigd blijven. Wat is dan R'?
  •  
  • A. 2R
  •  
  • B. 4R
  •  
  • C. 8R
  •  
  • D. 16R
  •  
  • 9. Een geleidende staaf zit in een veld. Voor welk van onderstaande velden zal er in deze staaf eenzelfde soort veld geinduceerd worden in tegengestelde richting?
  •  
  • A. Elektrisch, niet magnetisch
  •  
  • B. Niet elektrisch en niet magnetisch
  •  
  • C. Magnetisch, niet elektrisch
  •  
  • D. Elektrisch en magnetisch
  •  
  • 10. Van een perfecte solinoide wordt de diameter verdubbeld. Hoe veranderd dan de tijdsconstante (LR-schakeling)?
  •  
  • 11. Een koperen venster beweegt van links naar rechts in een magnetisch veld (uit het blad gericht). Naar welke kant zal de kracht wijzen die aangrijpt in het centrum van het venster?
  •  
  • A. Rechtonder
  •  
  • B. Rechtsboven
  •  
  • C. Linksonder
  •  
  • D. Linksboven
  •  
  • 12. Gegeven drie draden met een stroom gericht uit het blad (driehoekopstelling). Het gevolgde pad gaat rond de drie draden maar zit ertussen gevlochten (2 keer wijzerzin, 1 keer tegenwijzersin). Wat is de grootte van het magnetisch veld? (keuze uit 4 formules)
  •  
  • 13. Gegeven drie gaussische oppervlakken A in B in C. in A zit een puntlading >Q. op de grens van B en C is er een staaf met homogene verdeling van een lading -Q. Geef de juiste volgorde van grootte van elektrisch flux in deze drie oppervlaktes.
  •  
  • A. Flux A < flux B < flux C
  •  
  • B. Flux A < flux C < flux B
  •  
  • C. Flux C < flux B < flux A
  •  
  • D. Flux B < flux A < flux C
  •  
  • 14. Een geladen deeltje zit in een veld waar magnetische en elektrische veldlijnen parallel staan tegenover elkaar. Beschrijf de verandering van de snelheid v en de kinetische energie T als het deeltje vrij kan bewegen.
  •  
  • A. v veranderd, T niet
  •  
  • B. T veranderd, v niet
  •  
  • C. v en T veranderen allebei
  •  
  • D. v en T veranderen allebei niet
  •  
  • 15. Een lamp is in serie aangesloten met een gelijkspanningsbron en een wisselspaningsbron. De spanning over de lamp is gegeven door V = V0 + V1cos(wt). Wat is het gemiddelde vermogen van de lamp. (keuwe uit 4 formules)
  •  
  • 16. Wat is de stabielste opstelling voor 2 identieke dipolen op vast afstand d verbonden met het middelpunt?
  •  
  • A. Beide plat met - polen naar elkaar
  •  
  • B. Beide plat met tegengestelde polen naar elkaar
  •  
  • C. Beide loodrecht op verbindingslijn d met negatieve polen omhoog
  •  
  • D. Beide loodrecht op verbindingslijn d met tegengestelde polen omhoog
  •  
  • 17. Hoe moeten 4 platen geschakeld zijn met een gelijkspanningsbron om een maximale capacitiet te bekomen?
  •  
  • A. 1 en 2 met +pool , 3 en 4 met -pool
  •  
  • B. 1 en 3 met +pool , 2 en 4 met -pool
  •  
  • C. 1 met +pool , 4 met -pool en 2 en 3 niet geschakeld
  •  
  • D. 1 en 4 met +pool , 2 en 3 met -pool
  •  
  • 18. Gegeven; een regelbare condensator met 8 platen (figuur 24.36). Wat is de richting van de kracht op de platen?
  •  
  • A. Wijzerzin voor V<0, anders omgekeerd
  •  
  • B. Wijzerwin voor V>0, anders omgekeerd
  •  
  • C. Wijzerzin
  •  
  • D. tegenwijzerzin
  •  
  •  

Geologie van België

Docent

Stijn Dewaele & Marc De Batist

Dit vak wordt gegeven door Prof. Dewaele en door Prof. De Batist, beide zal je de komende jaren nog vaak terugzien. Prof. Dewaele is een rustige kerel maar legt veel te snel uit en geeft eveneens enorm veel info op korte tijd. Zijn lessen waren nu in zijn eerste jaar vrij saai en monotoon. Op excursie vraag je hem best persoonlijk wat je nog wilt weten of wat niet duidelijk is want voor een groep praat hij iets wat te snel. Prof. De Batist is echt een toffe kerel, zeker om mee om excursie te gaan en gaat opmerkelijk jong gekleed voor een prof. Zijn lessen zijn geregeld niet echt boeiend, maar zijn enthousiaste manier van lesgeven maakt dat weer goed.

Cursus

Alles staat erin, meestal klaar en duidelijk. Het grootste deel bestaat echter uit droge opsommingen van de lithologie of andere kenmerken van een bepaalde formatie of een zeker lid. Weer het principe van een deel tekst en een deel figuren. Je kan dan ook best veel naar de lessen gaan om de figuren te begrijpen (en om het volgende hoofdstuk in ontvangst te nemen bij prof De Batist). In het begin van het semester heb je tevens de mogelijkheid om een geologische kaart van België en het boek “Geologica Belgica” te kopen. Twee aanraders, zowel voor het examen of taken als voor pure interesse.

Excursie

Voor dit vak moet je gewoon ook eens gaan zien hoe dat er nu op het veld uitziet, met de bedoeling om toch een groot deel van ‘onze’ geologie door te hebben achteraf. Er zijn vier excursies gepland: twee keer een maandag én een tweedaagse door het Paleo- en het Mesozoïcum met Verniers en een dag Cenozoïcum (losse sedimenten dus) met De Batist (en assistent Lieven!). De dagen met Verniers zijn meestal lang, met vooral vele uren op de bus. Sommigen zien dit dan ook als het ideale moment om het tekort aan nacht-slaap aan te vullen. Toch zijn de excursies interessant en aangenaam, je mag ook vaak zelf op zoek naar fossielen of mineralen. Verder is er ook nog een dag voorzien om de voorgelegde taak uit te voeren. Deze dag bestaat uit een halve dag naar geologische kaarten kijken op de S8 en een halve dag naar de Belgische Geologische Dienst in Brussel.

Buis-o-meter
(10%)

Dit is één van de zwaarste blokvakken uit je carrière! En zoals het een blokvak betaamt, kan dit een struikelblok vormen. Als je de meeste formaties echter kent en er iets zinnigs over weet te vertellen, moet je er niet al te veel vrees voor hebben: zoals reeds gezegd, de proffen zijn zeker niet van de slechtste mensen die er rond lopen.

  •  
  • TWIEOOS
  • Vaak gestelde vragen!
  •  
  • Grote vragen
  •  
  • 1. Bepreek de … (Ieper, Zenne…) Groep.
  •  
  • 2. Bespreek de afzettingen van het Tertiair/Paleogeen.
  •  
  • 3. Bespreek het Onder-Carboon/Onder-Devoon.
  •  
  • 4. Vertel schematisch over het Massief van Brabant.
  •  
  • 5. Geef een overzicht van de afzettingen in het Givetiaan en het Frasniaan.
  •  
  • 6. Bespreek het Famenniaan volledig en geef het verband met de Famenne.
  •  
  • Kleine vragen
  •  
  • 1. Geef de geologie (groepen tot leden, kenmerken en diepte) onder de S8, tot de sokkel.
  •  
  • 2. Duid de plaatsen die het meest seismisch gevoelig zijn aan op een kaart + bespreek.
  •  
  • 3. Wanneer vinden we eolische sedimenten in het Cenozoïcum?
  •  
  • 4. Bespreek de Cu- of de grindontginning.
  •  
  • 5. Bespreek de formatie die vanaf het Romeinse Rijk gebruikt werd als bouwsteen.
  •  
  • 6. Bespreek de geologie van de gasopslagplaats rond Loenhout.
  •  
  • Denkvragen
  •  
  • 1. Dateer en bespreek de situatie aan de hand van een blinde kaart van Europa.
  •  
  • 2. Het Cenozoïcum bestaat uit een afwisseling van subsidentie en opheffing. Vind je dit evenwicht ook terug in de stratigrafie en de eenheden?
  •  
  • 3. Bespreek het verschil tussen de Formatie van Diest en de Formatie van Brussel.
  •  
  • 4. Geef de omstandigheden waardoor grote pakketten krijt afgezet werden in het Boven-Krijt, over grote delen van Europa.
  •  
  • 5. België is gekend voor de typische kalkriffen in het frasniaan en het Dinantiaan. Bespreek diens verschillen en gelijkenissen.
  •  
  • 6. Vergelijk het Fammeniaanbekken en het huidige Zuidelijke Noordzeebekken.
  •  
  • Excursievragen
  •  
  • 1. Bespreek de coupe Halle-Mons.
  •  
  • 2. Bespreek het Dinantiaan langs de Maas.
  •  
  • 3. Bespreek de coupe Tielt-Antwerpen
  •  
  • 4. Bespreek de groeve in Egem/Kruibeke.
  •  
  •  
  • Examen 2023-2024
  •  
  • Versie 1
  •  
  • 1) Geef en bespreek de aeromagnetische, gravimetrische en seismische kaart belgie (40).
  •  
  • 2) Bespreek gelijkenissen en verschillen onder carboon en frasniaan (25).
  •  
  • 3) Bespreek aan de hand van excursiestops in het zuiden van belgie het variscisch metamorfisme (25).
  •  
  • 4) Iguanadons van bernissart: waar, formatie, enzo.
  •  
  • Hoofdvraag
  •  
  • 1) Caldonische orogenese begint al vroeg in het Proterozoïcum, hoe zie je dit in Massief van Brabant leg uit.
  •  
  • Denkvraag
  •  
  • 1) Afbeelding van afzetting in het krijt met periode en alle formaties.
  •  
  • 2) Bespreek het krijt aan de hand van een figuur + bespreek de 4 typische lithologiën van het krijt.
  •  
  • Excursievraag
  •  
  • 1) Kruibeke, welke formatie/afzettingen.
  •  
  • 2) Bandenstructuur lagen uitleggen en hoe ontstaan septaria.
  •  
  • Kleine vraag
  •  
  • 1) Formatie van Burnot uitleggen, eigenschappen geven.
  •  
  • 3) Wat kun je daaruit afleiden?
  •  
  •  
  • Examen 2022-2023
  •  
  • Versie 1
  •  
  • 1) Geef de gravimetrische en aeromagnetische uitslagen van België, leg uit hoe dit inzicht heeft gegeven in onze kennis van het massief van Brabant en leg hierbij ook diep seismologisch onderzoek uit. (ben niet zeker hoe deze vraag geformuleerd werd)
  •  
  • 2) Leg de Frasniaan-riffen en Onder-Carboon-riffen uit (gelijkenissen en verschillen).
  •  
  • 3) Hoe komt het dat er ten noorden van de Condrozstrook geen Onder-Devoon afzettingen aangetroffen worden? 4) Wat zijn septaria, hoe worden ze gevormd?
  •  
  • Versie 2
  •  
  • 1) Bespreek Caledonische gebergtevorming en wat zijn de bewijzen hiervan in het Massief van Brabant.
  •  
  • 2) Alles onder S8.
  •  
  • 3) Bespreek groeve Kruibeke.
  •  
  • 4) Pb-Zn-... afzettingen in het Devoon-Carboon bespreken
  •  
  •  
  • Examen 2021-2022
  •  
  • 1) Hoofdvragen (40)
  •  
  • - Bespreek de Rupel Groep
  •  
  • - Een bevriende geoloog van buiten Europa komt op bezoek en wil iets weten over de paleogeografie en geodynamiek die geleid heeft tot de Caledonische gebergtevorming. Bespreek aan de hand hiervan de afzettingen van het massief van Brabant.
  •  
  • 2) Denkvragen (25)
  •  
  • - Geef de ondergrond onder de S8 met formaties, leden, lithologie, ouderdom, dikte...
  •  
  • - Waarom is er geen Onder Devoon te vinden ten noorden van de Condroz?
  •  
  • 3) Excursievragen (25)
  •  
  • - Bespreek het SW-NE transect van Tielt naar Boom. Verklaar de geomorfologie die je tegenkomt
  •  
  • - Teken een schematische doorsnede van Tielt tot Antwerpen. Duid de excursiepunten aan en verklaar de morfologie van het landschap.
  •  
  • - Bespreek het metamorphisme van de Variscishe orogenese a.d.h.v excursie stops (van zuiden Massief van Brabant tot zuiden van het land).
  •  
  • 4) Kleine vragen (10)
  •  
  • - Wat weet je over het conglomeraat van Burnot? Geef de samenstelling en verklaar daarmee de afzettingsomstandigheden.
  •  
  • - Wat kan je afleiden uit de afzetting(en) van het krijt in de hoge venen (welke afzetting + interpretatie)?
  •  
  •  
  • Examen 2019-2020
  •  
  • Hoe was het magmatisme is het paleozoicum (pre-perm) , de types en hoe verklaren ze de geodynamiek
  •  
  • Vertel iets over de conglomeraat van Burnot, ouderdom, lithologie en dag kana je hier uit afleiden.
  •  
  • In de fm van Boom heb je de septaria, wat is het hoe werd het gevormd
  •  
  • De 4 grote afzettingen van het krijt bepalen aan de hand van een afbeelding, en door welke globale en regionale aspecten ervan
  •  
  • Bespreek de rupelgroep en hun afzettingsomstandigheden, laterale facies (40)
  •  
  • Hoe komt het dat er geen onderdevoonafzettingen aanwezig zijn in het noorden van de condroz (25)
  •  
  • Bespreek de afzettingen van het Belgisch Lotharingen en hoe de geologie invloed heeft op de geomorfologie (25)
  •  
  • Geef het ontstaan van het bekken van mons en de waarnemingen die de theorie bevestigen (10)
  •  
  •  
  • Examen 2017-2018
  •  
  • 1. Vergelijk de Carboon riffen met de Frasniaan riffen.
  •  
  • 2. Bespreek het geomagnetisch en gravimetrisch veld van Belgie. Welke inzichten kregen we met diepe seismiek in het Massief van Brabant
  •  
  • 3. Bespreek Belgies Lotharingen aan de hand van de excursiestop.
  •  
  • 4. Bespreek het Krijt in de Hoge Venen en wat vertellen de afzettingen je over de omstandigheden.
  •  
  •  
  • Examen 2016-2017
  •  
  • Versie 1
  •  
  • 1. Een geoloog van buiten Europa komt op bezoek en wil iets weten over de Caledonische gebergtevorming in België (grote vraag, 40p)
  •  
  • 2. (excursievraag, 25p) maak een schematische doorsnede van Tielt naar Kruibeke. Verklaar de morfologie van het landschap
  •  
  • 3. (denkvraag, 25p) Beschrijf de lithologie onder de s8 tot aan de sokkel (samenstelling, eenheden, dikte, ouderdom,...)
  •  
  • 4. (kleine vraag, 10p) Wat weet je over het conglomeraat van Burnot? Wat is de samenstelling en wat vertelt deze jou als geoloog over de afzettingsomstandigheden?
  •  
  • Versie 2
  •  
  • 1. Bespreek de geomagnetisme geogravematrie in België en wat kunnen we hier uit afleiden, diepe seismiek op MvBrabant (40)
  •  
  • 2. Belgiës Lotharingen leg uit (25)
  •  
  • 3. Verschillen en gelijkenissen tussen de Devoon en Carboon riffen (25)
  •  
  • 4. Hoe is het bekken van Mons ontstaan (10)
  •  
  •  
  • Examen 2015-2016
  •  
  • Versie 1
  •  
  • 1. Grote vraag (40p, Verniers): Bespreek het Midden-Devoon en Frasniaan in België
  •  
  • 2. Kleine vraag (10p, Verniers): Waar komt ons drinkwater vandaan?
  •  
  • 3. Excursievraag (25p, De Batist): Bespreek de groeve in Kruibeke (formatie, leden, ouderdom, lithologie, bandenstructuur verklaren, septaria uitleggen)
  •  
  • 4. Denkvraag (25p, De Batist): Bespreek de geologie onder de S8 vanaf het oppervlak tot op de sokkel (formaties, leden, ouderdom, dikte, samenstelling)
  •  
  • Versie 2
  •  
  • 1. Korte vraag: Bespreek de afzettingsomsomstandigheden,.... van de Iguanodons van Bernissart
  •  
  • 2. Denkvraag: vergelijk de riffen van onder-carboon met frasniaanriffen
  •  
  • 3. Excursievraag: bespreek de excursiepunten in Belgisch Lotharingen
  •  
  • Versie 3
  •  
  • 1. Bespreek Midden-Devoon en Frasniaan volledig (40p)
  •  
  • 2. Van waar komt het drinkwater in Belgie? (10p)
  •  
  • 3. Bespreek de groeve van Kruibeke (die verschillende banden en septaria) (25p)
  •  
  • 4. Wat ligt er onder de S8 (lithologie, ouderdom, dikte...) (25p)
  •  
  •  
  • Examen 2014-2015
  •  
  • Versie 1
  •  
  • 1. Rupelgroep uitleggen (40p)
  •  
  • 2. Ontstaan van bekken van mons (aan wat zien we dit) (10p)
  •  
  • 3. Excursie coupe Halle-Mons (25p)
  •  
  • 4. Vergelijk Famenniaan Zee met huidig Zuidelijk Noordzeebekken (25p)
  •  
  • Versie 2
  •  
  • 1. Leg uit: onder-carboon (40p)
  •  
  • 2. Ontginning van drink- en industriewater (waar, geologie). (10p)
  •  
  • 3. Groeve van Egem uitleggen (excursievraag) (25p)
  •  
  • 4. Leg uit hoe het krijt verspreid is in belgie aan de hand van de 4 grote groepen die er zijn. Wat had daar een invloed op en hoe zie je dit terug in de formaties? (25p)
  •  
  • Versie 3
  •  
  • 1. Excursie Maasvallei (25p)
  •  
  • 2. Door middel van gravimetrie, aeromagnetisme en diep seismische reflectie de opbouw massief van Brabant verklaren (40p)
  •  
  • 3. Verschil Formatie van Brussel en Fm Diest en ontstaan van geulen (25p)
  •  
  • 4. Verschil sedimentatiecyclus massief van brabant, condroz en ardeense massieven (10p)
  •  
  •  
  • Examen 2012-2013
  •  
  • Versie 1
  •  
  • 1. Bespreek het Mioceen (speciale aandacht voor de afzettingsomstandigheden) (40p)
  •  
  • 2. Bespreek de geologie langs de Maas met behulp van de geziene excursiepunten (25p)
  •  
  • 3. Bespreek de gelijkenissen en de verschillen van Caledonische en Variscische orogene (qua tijd, soort vervorming, zones, ...) (25p)
  •  
  • 4. Bespreek de omstandigheden waardoor grote pakketten krijt afgezet werden in het Boven-Krijt, over grote delen van Europa & België (10p)
  •  
  • Versie 2
  •  
  • 1. Bespreek Onder-Devoon, max 4p (40p)
  •  
  • 2. Bespreek de groeve van Kruibeke (excursievraag) (25p)
  •  
  • 3. Bespreek de formaties onder de S8 tot aan de sokkel (25p)
  •  
  • 4. Bespreek de ontginning van drink-en industriewater (10p)
  •  
  •  

Geologische kartering A

Docent

Marc De Batist

Excursie

1 dag naar het Zwin, waar je de sedimentaire processen moet waarnemen en noteren. Na afloop maak je hiervan een faciëskaart. Goed aanduiden waar je wat gezien hebt is de boodschap! De tweede dag is een excursie naar Egemkapel (nabij Tielt), dezelfde als een stoppunt bij excursies van Geologie van België waar je een litholog maakt van de groeve. Hier moet je dus alles goed meten en de verschillende lithologiën herkennen en benoemen. Daarna volgen nog 3 dagen naar de Hoyoux-vallei. De eerste dag daarvan verblijf je in een zandsteengroeve en moet je daar tevens een litholog van produceren. De andere twee dagen moet je echter karteren : langs een oud spoor verschillende lithologiëen onderscheiden om daar later een kaart van te maken. Het eindproduct van die kartering is een composietlog van het transect.

Buis-o-meter
(0%)

Bijna niemand buist voor dit vak.

  •  
  • TWIEOOS

Inleiding topografie en geografische informatiesystemen

Docent

Alain De Wulf, Haosheng Huang & Nico Van de Weghe

Voor dit vak zijn er maar liefst 3 verschillende proffen : Alain De Wulf (deel topografie), Nico Van de Weghe (deel GIS) en Haosheng Huang (deel cartografie). Het deel topografie wordt gegeven tijdens de drie eerste lessen. Daarna zijn er voor GIS twee lessen voorzien en tot slot voor cartografie één. Bovendien zal je dit vak samen met archeologen krijgen. De lessen GIS krijg je na de practica hiervan, dus zal je enkele leerstof herkennen. Voor de practica topografie heb je de leerstof nodig alvorens je aan de practica begint, daarom komen deze lessen eerst. De les cartografie wordt in het Engels gegeven. Best opletten, want soms is het moeilijk te verstaan.

Cursus

Voor het deel topografie en cartografie zijn er slides beschikbaar op Ufora. Voor GIS zijn er zowel slides als een cursus aanwezig. Professor De Wulf zet op het einde van het semester een lijst met voorbeeldvragen op Ufora ter voorbereiding op het examen.

Practica

Zowel voor topografie als voor GIS zijn er practica die begeleid zullen worden door een vriendelijke assistente. Er zijn drie practica voor topografie voorzien die je telkens uitvoert in een groepje van vier. Deze practica zijn landmeten, waar je na elk practicum een naverwerking moet maken. Je zal elk practicum moeten voorbereiden en een test maken, de score van deze test telt mee voor 10% van de practica punten. Je zal met je groepje de informatie van deze drie practica moeten verwerken tot een eindkaart (in GIS). Je dient deze op het einde van het semester in samen met een eindverslag en je berekeningen.
De practica GIS daarentegen zijn niet verplicht. Dit zijn ook drie practica en hier heb je enkel een computer voor nodig (dit kan m.a.w thuis gebeuren). Je lost enkele oefeningen op die a.d.h. van weblectures worden uitgelegd. Vergeet zeker niet je eindresultaat up te loaded. Op het einde van het semester is er dan een praktisch examen met soortgelijke oefeningen.

Buis-o-meter
(5%)

Het examen topografie en GIS bestaat uit enkele vragen van elke prof. Topografie zijn ongeveer 2 à 3 vragen en zijn standaardvragen (zoals hieronder weergegeven, let wel de lijst van vragen is in de loop der jaren geslonken en niet alle vragen zouden gesteld kunnen worden), doch is het best je antwoorden te formuleren met details (zoals de nauwkeurigheden van de meettoestellen). De GIS-vragen zijn een beetje denkvragen waar je de cursus moet kunnen toepassen (bv figuren uitleggen). Geodesie en Cartografie zijn eerder reproduceer vragen. Je moet voor elk deel afzonderlijk slagen om er voor dit vak door te geraken.

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2022-2023
  •  
  • Deel Topografie
  •  
  • 1) Een hoek van 2'' omrekenen naar Gon, mgon, Mil en radialen
  •  
  • 2) Verschil van een paar instrumenten die ik vergeten ben
  •  
  • 3) Een afstand van 20m met hoogteverschil van 5m moet gemeten worden met nauwkeurigheid 2mm, geef de verschillende mogelijkheden
  •  
  • Deel GIS
  •  
  • 1) Verschil vector en raster gis
  •  
  • 2) Leg uit kwadraattelling
  •  
  • 3) Een aantal begrippen: REM, ruimtelijke convolutie, kaart algebra, CCMD,...
  •  
  • Deel Cartografie
  •  
  • 1) Leg uit ellipoïde en geoïde
  •  
  • 2) Geef de drie types hoogte met figuur
  •  
  •  
  • Examen 2021-2022
  •  
  • Deel Cartografie
  •  
  • 1) Definieer geoïde en ellipsoïde, waarom is dat belangrijk binnen de geodesie?
  •  
  • 2) Coördinaten in graden gegeven, is dit coördinatenpaar eenduidig? Motiveer je antwoord.
  •  
  • Deel GIS
  •  
  • 1) Verschil tussen 2,5D en 3D
  •  
  • 2) Leg uit: rubber sheet geometrie
  •  
  • 3) Waarom wordt een digitaliseringstablet nog zelden gebruikt?
  •  
  • 4) Wat is een low pass filter?
  •  
  • 5) Wat is een dubbelvlakke helling?
  •  
  • 6) Verschil tussen lossless en lossy compressie?
  •  
  • 7) Wat is ruimtelijke convolutie?
  •  
  • 8) Wat is de output bij een zichtbaarheidsanalyse?
  •  
  • Deel Topografie
  •  
  • 1) Hoek van 5 mil omzetten naar (a) minuten (360-delig stelsel) (b) gon (c) radialen (d) seconden (360-delig stelsel)
  •  
  • 2) Afstand van 50m opmeten met een nauwkeurigheid van ongeveer 2mm. Bespreek de methoden van afstandsmeting en welke zijn geschikt in deze situatie
  •  
  • 3) Hoogtemeting: stel de formule op voor hoogtemeting met de correctie voor de aardkromming en refractie.
  •  
  •  
  • Examen 2020-2021
  •  
  • Deel topografie
  •  
  • 1. Hoeveel is een hoek van 0,5 dmgon in (a) gon (b) in mil (c) in zestigdelige graden (d) in radialen ? (4 pt.)
  •  
  • 2. Welk zijn de fouten die bij rechtstreekse afstandsmeting kunnen optreden ? (8 pt.)
  •  
  • 3. Een hoogteverschil van ca. 5 m over een horizontale afstand van ca. 10 m dient gemeten met een nauwkeurigheid van 2 mm. Welke methoden geven welke nauwkeurigheid en welke zou u uiteindelijk aanraden ? (8 pt.)
  •  
  • Deel GIS
  •  
  • Vraag 1: In een GIS wordt zowel gebruik gemaakt rastergeometrie als van vectorgeometrie. Bespreek uitgebreid het verschil tussen beide. Maak in je antwoord ook zeker gebruik van figuren.
  •  
  • Vraag 2: Leg kort uit (maximum 5 lijnen en 1 figuur per begrip)
     - bodembedekking
     - digitaliseerfout
     - filter
     - frechet afstand
     - kwadrantenboom
  •  
  • Deel cartografie
  •  
  • 1. EN: What are the types of map projections if classified according to map distortion? Please mention their names and briefly mention their characteristics. (10 points)
    NL: Wat zijn de soorten kaartprojecties, ingedeeld volgens de kaartvervorming? Noem hun namen en vermeld kort hun kenmerken.
  •  
  • 2. EN: Someone gives you a latitude/longitude coordinate of (50°23'50"N, 02°45'50"E). Is the coordinate unambiguous to identify a location? Please briefly describe your arguments. (10 points)
    NL: Een positie gegeven met coördinaten 50°23'50" N en 02°45'50" E is dit éénduidig? Verklaar je stelling.
  •  
  •  
  • Examen 2017-2018
  •  
  • Deel De Wulf
  •  
  • 1. Omrekeningsvraag: Wat is hoek van 5 minuten in dmgon en mil
  •  
  • 2. Een afstand van 20m dient gemeten te worden met een nauwkeurigheid van 2mm. Welke methoden van afstandsmetingen zijn er? En welke komen in aanmerking voor deze meting uit te voeren [nauwkeurigheden en afstanden erbij zetten]?
  •  
  • 3. Wat zijn de fouten bij waterpassing? Vertrek eerst vanuit de basisformule voor hoogteverschilmetingen van waterpassing [met figuur].
  •  
  • Deel Van de Weghe
  •  
  • 1. Wat zijn de verschillen tussen vector en raster GIS?
  •  
  • 2. Wat is topologie en waarom is het belangrijk voor een GIS?
  •  
  • 3. Leg uit: filters. Wat is het verschil tussen Low pass filter en High pass filter?
  •  
  • Deel De Maeyer
  •  
  • 1. Bespreek wat een cartografisch syteem is.
  •  
  • 2. Verduidelijk de grafische 6 + 1 + 1 variabelen. Pas toe op de chrono-stratigrafische eenheden van een geologische kaart.
  •  
  • 3. Is deze stelling waar of vals en verklaar: de hoogte met GPS gemeten stemt noodzakelijkerwijze overeen met de ware hoogte.
  •  
  •  
  • Examen 2016-2017
  •  
  • 1. Wat is topologie en waarvoor is het belangrijk voor een gis?
  •  
  • 2. Leg modifiable areal unit problem uit
  •  
  • 3. Wat is een high-pass filter?
  •  
  • 4. Leg uit hoe men van de werkelijkheid tot een fysisch gegevensmodel geraakt
  •  
  • 5. Wat is de mercatorprojectie en wat zijn zijn eigenschappen?
  •  
  • 6. Wat is een loxodrome en orthodrome en hoe zien deze eruit op een mercatorprojectie?
  •  
  • 7. Een geoloog in verre kontrijen komt wel eens een andere mercatorprojectie tegen. Welke en wat is de oorsprong en de eigenschappen?
  •  
  • 8. Areaalkaart van ertsen. Welke grafische variabelen kan men gebruiken om de verspreiding van de ertsen aan te duiden?
  •  
  • 9. Geef de basisformule voor het hoogteverschil bij waterpassing (+tekening en aardkrommingscorrectie)
  •  
  • 10. Voor wat zou je gnss gebruiken boven een totaalstation en omgekeerd?
  •  
  • 11. Wat kan je gebruiken om een afstand van 200m te meten met een precisie van 2mm, ga na voor elke methode.
  •  
  •  
  • Examen 2014-2015
  •  
  • 1. Bespreek het verschil tussen VectorGIS en RasterGIS (max. 2 pagina’s)
  •  
  • 2. Wat is kaartalgebra? (max. 2 pagina’s)
  •  
  • 3. Zijn de fouten bij EDM (elektromagnetische afstandsmeting) constant, nemen ze lineair of kwadratisch toe bij een toenemende afstand? Verklaar.
  •  
  • 4. 4 woordjes GIS uitleggen: lossy compression, NGI, sliver, voxel
  •  
  • 5. Zet 6 dmgon om in a) mil en b) minuten. Als de standaardafwijking van een totaalstation 5” is, wat is dan de laterale afstandsfout over een viseerafstand over 100m?
  •  
  • 6. Een afstandsmeting over 200m meten met 3mm nauwkeurigheid, welke methoden ken je en welke komen hier in aanmerking? Verklaar.
  •  
  • 7. Bespreek de geologische kaarten van België (Wallonië en Vlaanderen) met semiologie.
  •  
  • 8. Leg het begrip cartografisch systeem uit aan de hand van Lambert72 en Lambert 2008.
  •  
  •  
  • Examen 2012-2013
  •  
  • 1. Bespreek 2 methodes van hoe de verspreiding van sinkholes voorkomt rond het centrum van Hillsburough
  •  
  • 2. 2 foto’s. Welke techniek wordt gebruikt? (filter)
  •  
  • 3. Bespreek 2 methoden van datacompressie (en toon aan bij welke de techniek het makkelijkst toegepast kan worden (2 foto’s worden gegeven))
  •  
  • 4. 2 projecties weergeven: a) Bespreek zo ver mogelijk / b) Leid de formule af / c) Teken hoe deze tot stand komt/ d) vervormingseigenschappen / e) indicatrix van Tissot (tekenen op projectie & vorming) / f) ? /g) Wat is het verband tussen beide projecties?
  •  
  • 5. Bespreek het kleurengebruik van de geologische kaarten (Vlaanderen en Wallonië) in functie van de semiologische betekenis.
  •  
  • 6. Bespreek de fouten op elektro-magnetische afstandsmeting.
  •  
  • 7. Een hoogtemeting op 500 meter afstand, met een hoogteverschil van 50 meter. Welke soort methode(n) raad je aan?
  •  
  •  
  • Examen 2010-2011
  •  
  • 1. Welke fouten hebben betrekking tot het materiaal van de meetband
  •  
  • 2. Is hydrostatische of trigonometrische hoogtemeting het nauwkeurigst? Leg uit+ motiveer
  •  
  • 3. Hoe werkt elektro optische ... met een totaalstation
  •  
  • 4. Bespreek geocodering versus georefereren
  •  
  • 5. Coordinaten: Bespreek UTM. Bespreek Lambert 72 en 08. Leg uit waarom men deze overgang (72 naar 08) heeft doorgevoerd
  •  
  • 6. Wat is een filter in GIS: Bespreek een filter zijn werkingsmechanisme (juist terminologie gebruiken). Werk een concreet vb uit met toepassing op een high pass filter (een vraag over filters en Lambert zijn al 3 jaar na elkaar voorgekomen)
  •  
  •  
  • Algemene vragen
  •  
  • topografie
  •  
  • 1. Bespreek de fouten bij waterpassing
  •  
  • 2. Bespreek de fouten bij trigonometrische hoogtemeting
  •  
  • 3. Bespreek de richtnauwkeurigheid van een kijker
  •  
  • 4. Reken om tussen hoekeenheden (bvb.: hoeveel seconden is een hoek van 1 mil?)
  •  
  • 5. Bespreek de fouten bij rechtstreekse afstandsmeting
  •  
  • 6. Bespreek het principe van satellietplaatsbepaling
  •  
  • 7. Bespreek de collimatorkijker
  •  
  • 8. Bespreek het omkeerprisma van Wild
  •  
  • 9. Bespreek de stadimetrische afstandsmeting volledig
  •  
  • 10. Geef de basisformule voor hoogteverschilberekening door waterpassing (+fig)
  •  
  • 11. Geef deze voor hoogteverschilberekening door trigonometrische hoogtemeting (+fig.)
  •  
  • 12. Pas de basisformule voor waterpassing aan voor controle van vlakheid van plafonds
  •  
  • 13. Geef de principes van electro-magnetische afstandsmeting (EDM)
  •  
  • 14. Bespreek de fouten bij EDM
  •  
  • 15. Geef en bespreek de soorten rechtstreekse afstandsmeting
  •  
  • 16. Hoe kan het “benaderend” richten worden uitgevoerd
  •  
  • 17. Wat zijn de gebruikte hoekeenheden in de topografie
  •  
  • 18. Hoe werkt autofocus bij topografische instrumenten?
  •  
  • 19. Welke methoden van absolute hoogtebepaling bestaan er?
  •  
  • 20. Welke methoden van relatieve (=differentiële) hoogtebepaling bestaan er?
  •  
  • 21. Wat is een alignementsfout bij EDM?
  •  
  • 22. Wat is een alignementsfout bij rechtstreekse afstandsmeting?
  •  
  • 23. Hoe werkt reflectorloze EDM?
  •  
  • 24. Wat is het verschil tussen nauwkeurigheid en precisie?
  •  
  • 25. Afstand “x”m moet gemeten met nauwkeurigheid “y”cm.Welke methoden gebruik je?
  •  
  • 26. Wat is het verschil tussen geodesie en topografie?
  •  
  • 27. Is iets van “x” m diameter op afstand “y” m zichtbaar met het oog of een kijker?
  •  
  • 28. Wat is het minimum aantal satellieten nodig voor GPS en waarom?
  •  
  • 29. Hoe controleer je een buisniveau? Hoe meet je de helling van een quasi-horizontaal vlak?
  •  
  • 30. Wat zijn de opstellingseisen voor een theodoliet?
  •  
  • GIS
  •  
  • 1. Bespreek Slivers – AGIV – NAA – Zonering/Segmentatie – Metadata - Tiling
  •  
  • 2. Bespreek de diverse schalen in een GIS
  •  
  • 3. Bespreek het verschil en de gelijkenissen tussen geocoding en georeferentie
  •  
  • 4. Hoe worden geografische oppervlakken opgeslaan?
  •  
  • 5. Wat bereik je met een low-passfilter?
  •  
  • 6. Bespreek de verschillen tussen vector- en rastergis
  •  
  •  

Structurele geologie met geologische kaartoefeningen

Docent

Marc De Batist

Cursus

De cursus bestaat uit slides waar alles wel goed uit af te leiden is. In de les zitten om te weten waar de nadruk wordt opgelegd is aan te raden. Prof. De Batist zegt af en toe wel eens dat dit voor hem heel belangrijk is of dat een goed geoloog dit moet kunnen... Voor kaartoefeningen is er geen cursus, daarbij is het dus nodig om het meeste op te schrijven (hoe je berekeningen doet etc..) zodat je nog weet tegen het examen. Op de slides die op Ufora komen, staat er helaas ook niet erg veel theorie.

Practica

Voor beide delen zijn er aardig wat practica voorzien en zeker voor ‘Kaartoefeningen’ is dit geen overbodige luxe. Dit vraagt echt véél oefening, probeer het dan ook goed bij te houden en de taken zo correct mogelijk op te lossen en in te geven. Ook hier is het toch spijtig dat deze middagen al vroeg in het semester stoppen en dat je het meestal al verleerd bent tegen het examen zelf. Na elke les van ‘Structurele Geologie’ volgt ook een practicum, waarin praktische toepassingen, die nauw aansluiten op de les die je net gekregen hebt, opgelost moeten worden. Je zal al snel een groot verschil ervaren tussen de assistenten van de beide onderdelen van deze cursus: een soms wat onbeholpen uitleg tegenover echt vakkennis.

Buis-o-meter
(3%)

Enkele dagen blokken en dan zal je geen problemen ondervinden met Structurele Geologie. Meestal zijn de vragen gewoon dezelfde als alle vorige jaren. Wat altijd terugkomt is de vraag "Bespreek de structurele geologie van België", waar het nodig is om uit te wijden over geziene plaatsen bij excursies Geologie van België. Ook wordt er sowieso een stereoplot gevraagd! Voor de kaartoefeningen is goed om de kaarten eens te hermaken. Het examen is net dat tikkeltje moeilijker, maar aan het einde van de practicareeks krijg je een oude examenvraag, probeer deze dan ook te maken (je kan ook uitleg vragen).

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2023-2024
  •  
  • Versie 1
  •  
  • 1) Grafiek van elastisch gedrag uitleggen (25/100)
  •  
  • 2) Fracturen en schuifbanden uitleggen adhv fluid flow (25/100)
  •  
  • 3) Woordjes: crenulatiesplijting, parasietplooi, pitch (12,5/100)
  •  
  • 4) Stereoplots meerkeuzevragen ver een plooi (25/100)
  •  
  • 5) Stereoplot meerkeuzevraag over orientatie van een vlak (12,5/100)
  •  
  • Versie 2
  •  
  • 1) Vervolledig de plooi op basis van de gelaagdheid en splijting.
  •  
  • 2) Stereoplot van een plooi, meerkeuze beargumenteren:
      - hellende/liggende/rechte
      - afgeronde of scherpe scharnier
      - zwak/matig/steil/zeer steil/isoclinaal
      - symmetrie
      - verticaal/duikend/recht?
  •  
  • 3) Leg uit hoe een breuk bij blijvende spanning propageert en aan elkaar gelinkt geraken. Schets ook de relay ramp.
  •  
  • 4) 5 definities
      - Kwart structuren
      - Riedell?
      - Fractuur
      - Vervormingsband
      - Klippe
      - Plooiprofiel
  •  
  • 5) Stereplot helling & strekking beargumenteren.
  •  
  •  
  • Examen 2022-2023
  •  
  • 1) Splijting en gelaagdheid gegeven, maak de plooi af.
  •  
  • 2) Stereoplot gegeven, meerkeuzevragen:
     - Symmetrisch/asymmetrisch
     - Plooi-as duikend, vertikaal of horizontaal
     - Hoekig/afgerond
     - Steil/matig/isoclinaal
     - Plooi recht/hellend/verticaal/horizontaal
  •  
  • 3) begrippen:
     - Crenulatiesplijting
     - Steile plooi
     - QF en M domeinen
     - Antithetische breuk
     - Klippe
  •  
  • 4) Stereoplot, meerkeuze over strekking en helling
  •  
  •  
  • Examen 2021-2022
  •  
  • 1) Tekening met gelaagdheid en assenvlaksplijting: maak de plooistructuur af
  •  
  • 2) Stereoprojectie met daarop plooiprofiel, assenvlak, vlakkenpolen en plooias. Leid hieruit het soort plooi uit af (hoekige/afgeronde, symmetrisch/asymmetrisch, steilheid van de plooi, duikende plooias, overhellende/liggende/normale plooi) en leg uit
  •  
  • 3) Bespreek foto van porfiroklast in shear-zone: leg bewegingsrichting, type vervormingsvleugels en waaruit de vervormingsvleugels bestaan uit
  •  
  • 4) Begrippen
     - M en QF domeinen
     - zacht gelinkte breuk
     - mullions
     - plooiprofiel
     - schijnbare hellingshoek
  •  
  • 5) Typische vraag over soorten fracturen die gevormd worden bij welke soort spanning: kubus is gegeven en daarop de spanning aanduiden en uitleggen
  •  
  •  
  • Examen 2020-2021
  •  
  • 1) Gegeven een figuur met een hellende laag met omgekeerde polariteit en een splijting met een andere helling. Bepaal op basis van deze figuur de ruimere context. (Waar ligt de plooi...) (25/100)
  •  
  • 2) Stereoplot oefening: gegeven een stereoplot met:
     - plooi-as
     - assenvlak
     - plooiprofiel
     - vlakkenpolen van de lagen.
  •  
  • => Multiple choice vragen: is dit een rechte plooi? is de plooi-as duikend? is het een symmetrische plooi? is de plooi afgerond? is het een steile plooi? (25/100)
  •  
  • 3) Bespreek de evolutie van splijting, beginnend bij simpele laagvlaksplijting tot schistositeit. Geef een schatting van de diepte en de temperatuur. Leg uit wat er op microscopisch niveau gebeurt. (25/100)
  •  
  • 4) leg volgende 5 begrippen uit (25/100)
     - plooiprofiel
     - M- en QF-domeinen
     - schijnbare helling
     - breukpoeder
     - antithetische breuk
  •  
  •  
  • Examen 2019-2020
  •  
  • 1. aanvullen van figuur over assenvlaksplijting waarbij splijting en gelaagdheid gegeven zijn (H8)
  •  
  • 2. stereoplot: meerkeuzevraag: juiste antwoord aanduiden en kort uitleg bij geven
  •  
  • 3. verschillen en overeenkomsten geven van fracturen en vervormingsbanden en uitleg geven over hoe ze fluid flow beïnvloeden
  •  
  • 4. woordjes: pitch, laagvlakstructuren, breukpoeder, plooi-attitude en styloliet
  •  
  •  
  • Examen 2017-2018
  •  
  • Versie 1
  •  
  • 1. (verise 1) Je krijgt de 3 grafieken van elasticiteit; en beschrijf de reologie die hierbij hoort (zie hoofdstuk 2).
  •  
  • 1. (versie 2) Je krijgt de figuur van ‘fracturen: samenvatting’ (zie hoofdstuk 5). Schrijf bij de (rode) pijlen welke sigma het is (1/2/3) en zeg waarom en hoe de bijstaande structuren hiermee te verklaren zijn.
  •  
  • 2. Woordjes: Laagvlakstructuren, Pitch, Breukpoeder, Plooiprofiel, Flinn-diagram, Kwart-structuren, Schmidt net, S/C-structuren, Schijnbare laagscheiding
  •  
  • 3. Stereoplot: Grote cirkel op stereoplot gegeven en via meerkeuze juiste antwoord aanduiden.
  •  
  •  
  • Examen 2016-2017
  •  
  • 1. Bespreek secundaire folliatie: types/ vormingsomstandigheden. (30p)
  •  
  • 2. Welk vlak is weergegeven op het stereoplot, meerkeuze uit 4 notaties. Eventueel argumenteren. (30p)
  •  
  • 3. Woordjes (40p): Bèta-diagram, breukpoeder, slickenlines, plooiattitude, mullions, buckling, S-C-structuren, crenulatiesplijting, diaklaas
  •  
  •  
  • Examen 2014-2015
  •  
  • 1. Definities : Kataklasiet, Buckling, Spanning, Overschuiving, Splijtingsrefractie, gesteenmaaksel, flinn diagram, bisk constructie
  •  
  • 2. Vervolledigen van een coupe waarvan soms splijting en gelaagdheid gegeven waren in sommige punten
  •  
  • 3. Relatieve chronologie van afzetting bepalen
  •  
  • 4. Bespreek diaklazen
  •  
  • 5. Geef de kwantitatieve vervorming (+ 3 voorbeelden)
  •  
  • 6. Stereoplot
  •  
  •  
  • Examen 2012-2013 (Prof. Verniers)
  •  
  • 1. Bespreek structurele geologie van België (40p)
  •  
  • 2. Hoe bereken je de décollement bij plat en vlak breuk? (10p)
  •  
  • 3. Bespreek shear bij brittle en ductile gesteenten (bij kneedbaar-breekbaar gedrag) (15p)
  •  
  • 4. Bespreek de rheologie in functie van vervormingssnelheid, temperatuur en compressie /extensie. (15p)
  •  
  • 5. Stereoplot (20p)
  •  
  •  
  • Examen 2010-2011 (Prof. Verniers)
  •  
  • 1. Bespreek schematisch de structurele geologie van België (2 à 3 paginas) aan de hand van observaties, geziene structuren op excursies, vb uit de cursus en geef bewijzen! Geen afzettingsgeschiedenis geven van België. Informatie uit verschillende vakken halen ( dus hij bedoelt geologie van belgie (40p) komt elk jaar terug
  •  
  • 2. Geef 3 vb van hoe je plastische gesteente kunt kwantificeren (oriëntatie en grootte) (10p)
  •  
  • 3. Bespreek de diaklazen (20p)
  •  
  • 4. Bespreek de rheologie in functie van .... (10p)
  •  
  • 5. Stereoplot (plotten, plooias, soort plooi, relatie s0/s1, antiform of synform en waarom) (20%)
  •  
  •  

Bachelor - Jaar 3

Dierenpaleontologie

Docent

Thijs Vandenbroucke

Buis-o-meter
(5%)

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2023-2024
  •  
  • Schriftelijk:
    1) Bespreek en vergelijk de belangrijkste orden van cnidaria.
  •  
  • 2) Geef de oorzaak, mechanismen, gevolgen en impact van de extinctie(s) aan het einde van het Perm.
  •  
  • 3) Geef de verschillen tussen conodonten en scodonten.
  •  
  • 4) Geef het paleobiogeografisch belang van de aegirocassis benmoulae.
  •  
  • 5) Geef de fylogenetische boom van de belangrijkste diapsida.
  •  
  • Modeling:
    1) Fossiel herkennen en alle uitleg geven.
    - Goniatiet
    - Graptoliet
  •  
  • 2) Fossiel herkennen en situeren
    - Stenolaemata (fenestra)
    - Foraminifera
    - Trilobiet
    - Kannonbeen van een tweehoevige
  •  
  •  
  • Herexamen 2022-2023
  •  
  • 1) Het overgrote deel van de fossielen van de Cnidaria is afkomstig van 3 ordes. Bespreek deze ordes schematisch, denk aan morfologie, systematiek, voorkomen, stratigrafie, ... (10pt)
  •  
  • 2) Bespreek de evolutionaire vooruitgang van dieren in het Ediacaraan, link aan elke vooruitgang een fossiel. Werk in puntjes en niet in doorlopende tekst. Gebruik enkel de plaats hieronder voorzien op de pagina. (10pt)
  •  
  • 3) In de geschiedenis van de aarde zijn LIPs gelinkt aan massa-extincties. Vat de hypotheses samen over de link tussen LIPs en grote massa-extincties. Gebruik enkel de plaats hieronder voorzien op de pagina. (10pt)
  •  
  • 4) Kleine vragen:
  •  
  • a) Geef voor volgende soorten hun chronostratigrafische zone of chronostratigrafisch evenement(5pt):
  •  
  •  -rudist
     -radiatie van de Chondrichtyes
     -archaeocyatha riffen
     -extinctie van de laatste conodonten
     -radiatie van de ...
  •  
  • b) wat is het Paleobiologisch belang van de Aegirocassis benmoulae? (5pt)
  •  
  • c) Stel het fylogenetisch diagram op van de Diapsida, verdere uitleg is niet nodig. (5pt)
  •  
  • 5) Mondeling:
  •  
  • 3 handstukken van fossielen: Wat is het handstuk, wat is de systematiek van de groep, waarin onderscheidt het zich van andere groepen, biostratigrafisch belang, chronostratigrafische zone,...
     -stromatopore
     -ammoniet
     -pygidium van een trilobiet
  •  
  •  
  • Examen 2022-2023 versie 1
  •  
  • 1) Bespreek de Brachiopoda, leg nadruk op de groepen die belangrijk zijn in de paleontologie. (15)
  •  
  • 2) Gebaseerd op de lezing van Mark Williams, bespreek de biostratigrafische signalen van het Antropoceen. (15)
  •  
  • 3) Bespreek in bulletpoints de oorzaak, het mechanisme, de gevolgen en de impact van het extinctie event op het einde van het Perm. (10)
  •  
  • 4) In 2017 werd in China in een Onder-Cambrium gesteente een klein fossiel gevonden met zintuigen, bilaterale symmetrie, een mond en andere kenmerken die erop duiden dat het een deuterostoom is. Hoe helpt deze vondst bij het oplossen van Darwin’s dilemma? (5)
  •  
  • 5) Mondeling: (50)
     a. Bespreek 2 handstukken zo volledig mogelijk
      I. Stromatopore
      II. Ammoniet
  •  
  •  b. Determineer en geef de ranges van 3 fossielen zonder verdere uitleg
      I. Conodont
      II. Echinoderm: blastoidea
      III. Graptoliet
  •  
  • 6) practicum: permanente evaluatie (5)
  •  
  •  
  • Examen 2022-2023 versie 2
  •  
  • 1) Bespreek cephalopoda (15)
  •  
  • 2) Gebaseerd op de lezing van Mark Williams, bespreek de biostratigrafische signalen van het Antropoceen. (15)
  •  
  • 3) Leg de verschillen uit tussen conodonten en Scolecodonten (10)
  •  
  • 4) Wanneer en bij welke organismen zijn beweging en biomineralisatie ontstaan, geef voorbeelden (5)
  •  
  • 5) Mondeling: (50)
     a. Bespreek 2 handstukken zo volledig mogelijk
      I. Rugosakolonie
      II. Graptolieten
  •  
  •  b. Determineer en geef de ranges van 3 fossielen zonder verdere uitleg
      I. Onderkaak rund
      II. Irregulaire echinoidea
      III. Steen met brachiopoden
  •  
  • 6) practicum: permanente evaluatie (5)
  •  
  •  
  • Examen 2021-2022 versie 1
  •  
  • 1) Bespreek Brachiopoda (20)
  •  
  • 2) Bespreek Court Jester en Red Queen en pas toe op Ordovicium (10)
  •  
  • 3) Bespreek Signor-Lipps effect (4)
  •  
  • 4) Bespreek CAMP (4)
  •  
  • 5) Fossieltje gevonden met karakteristieken van Deuterostoom (mond, openingen aan zijkant, ...) en beschrijf hoe dit fossiel kan helpen bij Darwin´s Dilemma (4)
  •  
  • 6) Ranges (3):
  •  
  •  - alle belangrijke rifvormers van Poriferen + naam geven
     - Eerste voorkomen planktonische forams
     - eerste radiatie Chondrichthyes
     - Aegirocassis benmoulai
     - Conodonten volledige range
     - Zoetwater Ostracoden eerste voorkomen
  •  
  • 7) Mondeling (50):
  •  
  •  - Fossiel van Rugosa kolonie beschrijven
     - Fossiel van Ceratiet beschrijven
     - Zanddolar, Trilobiet, Bivalve en Graptolieten chronologisch leggen
  •  
  •  
  • Examen 2021-2022 versie 2
  •  
  • 1) bespreek Echinodermen (20)
  •  
  • 2) Perm extinctie (10)
  •  
  • 3) Kleine vraagjes (15):
  •  
  •  - Beweging metazoa en wanneer zijn welke organismen
     - Waarom geen fossielen in Precambrium?
     - Wat is paleoniologische nut van Aegirocassis benmoulai?
     - Disapsida diagram
  •  
  • 4) Mondeling (50):
  •  
  •  - Bespreek ammonieten
     - Bespreek stromatoporen
     - Leg op volgorde: nummeliet, graptoliet, irregulaire zee-egel, archaeocyths
  •  
  •  
  • Herexamen 2021-2022
  •  
  • 1) Welke drie Cnidaria ordes komen meest voor in de fossiele inventaris, vergelijk adhv tabel.
  •  
  • 2) LIP's leiden niet altijd tot extincties wat zijn de hypotheses die deze verschillen verklaren
  •  
  • 3) Wat zijn de grote vernieuwing die opkwamen tijdens het Ediacara, geef schematisch weer
  •  
  • kleine vragen:
      a) Aegirocassis benmoulae, waarom is dit fossiel paleologisch belangrijk.
      b) Rangschik volgens ouderdom: Rudist, uitsterven Conodonten, radiatie Chondreichtyes, radiatie planktonische Graptolieten, Archaeocyath riffen.
      c) Geef het schema dat de grote groepen Diapsida weergeeft, geen uitleg nodig.
  •  
  • Mondeling: Ammoniet, Trilobiet, Stromatopoor
  •  
  •  
  • Examen 2020-2021
  •  
  • 1) Bespreek de Arthropoda (alles) (20p)
  •  
  • 2) Verklaar waarom soms LIP tot extincties lijden en soms niet (10p)
  •  
  • 3) Kleine vraagjes (15p)
     - fylogenie diaspiden
     - court jester toepassen op GOBE
     - waarom vinden we zo weinig fossielen in het Precambrium
  •  
  • 4) Practicum (50p)
     - Ammoniet, alles over vertellen
     - Stromatopoor, alles over vertellen
     - Graptoliet, zeeegel, archaeoscyathiden, nummulieten (van oudste naar jongste zetten)
  •  
  •  
  • Examen 2019-2020
  •  
  • 1. Bespreek de Cephalopoda (+ situeren in tijd) (op 15 ptn)
  •  
  • 2. Bespreek de evolutionaire ontwikkelingen in het ediacaraan (met voorbeelden van fossielen) (op 10 ptn)
  •  
  • 3. Enkele kleinere vraagjes (allemaal tezamen op 20 ptn):
  •  
  • 3a. Pas het court jester model toe op de GOBE
  •  
  • 3b. Wat is het Signor lipps effect en situeer
  •  
  • 3c. Wat zijn apomorfe kenmerken en situeer
  •  
  • 3d. Bespreek de Agnatha (en situeer in tijd)
  •  
  • 3e. Geef de fylogenetische boom van de diapsida zonder uitleg
  •  
  • 4. Mondeling op 50 ptn (een tabulaat koraal rn een irregulaire echinoidea bespreken en dan een rynchonellide brachiopode en dan nog enkele fossielen in stratigrafische volgorde leggen (een hexacoralia, een nummuliet, een behalve, graptolieten, de trilobiet paradoxides, en een steen met trilobieten, brachiopode en zeelelies in)
  •  
  • 5. Permanente evaluatie (presentaties) op 5 ptn
  •  
  •  
  • Examen 2018-2019
  •  
  • Schriftelijk examen
  •  
  • 1. 2 macro-evolutionaire systemen uitleggen en toepassen op het Cambrium (10p).
  •  
  • 2. Geef de fylogenetische boom van de diapsiden. zonder extra uitleg (8p).
  •  
  • 3. (gegeven grafiek Lip's tov uitgestorven families doorheen tijd) Bespreek de ultimate killers adhv deze grafiek. dus Lip's, pangea, meteorieten,.. Niet 1 per 1 bespreken maar door elkaar (12).
  •  
  • 4. Geef de 3 soorten ammonieten, schets hun sutuurlijn en geef de periode waarin ze voorkwamen (6p).
  •  
  • 5. Verschillende woorden zijn gegeven zet ze in de (gegeven) stratigrafische tabel (14) (alle rifbouwers uit het fylum Porifera en Mollusca en benoem ze, radiatie van teleost, bloeiperiode placodermi, Acanthostega, voorkomen zoogdier achtige reptielen zoals cynodonten en pelycosaurus, eerste voorkomen Chondrichtheiyes, dickinsonia, planktonische foraminifera, die zeeschorpioen, ...)
  •  
  • Mondeling examen
  •  
  • Brachiopode, Rugosa (2 verschillende doorsnedes), onderkaak rund en kanonbeenderen ervan. Alles bespreken wat er over in de cursus staat (45p)!!
  •  
  •  
  • Oudere vragen
  •  
  • Kijk zeker ook eens op deze en deze pagina voor oudere vragen van toen de vakindeling nog anders was.
  •  
  •  

Geofysica

Docent

Marc De Batist & David Van Rooij

Er zijn twee proffen voor dit vak, die je allebei al kent van de vorige jaren : Prof. Van Rooij en prof. De Batist. De Batist is een rustiger type. Het is wel een fijne kerel en de lessen zijn zeer ontspannen.

Buis-o-meter
(7%)

Als je de cursus hebt geblokt mag het examen geen probleem zijn. Bovendien geven beide proffen redelijk veel punten.

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2023-2024
  •  
  • Deel De Batist:
  •  
  • 1) Verschil precessie rotatie-as aarde en precessie nachteveningen plus verschil in effecten. (5)
  •  
  • 2) Bespreek thermoremanente magnetisatie, PTRM, relaxatietijd, blocking temperature en bespreek hoe men de PTRM van een basalt bepaalt. (5)
  •  
  • Deel Van Rooij:
  •  
  • 1) Woordjes: sferische divergentie, Mw, inSAR, geassocieerde veeltermen van Legendre (2)
  •  
  • 2) Het model van Airy en Vening Meinesz gaan beide over de oceanische lithosfeer, wat is het verschil tussen beide en voor welke context worden ze toegepast? (2)
  •  
  • 3) De warmteflux is verschillend voor de continenten en de oceanen, hoe komt dit en hoe kan deze berekend worden? (2)
  •  
  • 4) Hoe moet je een ééndimensionale golfvergelijking opstellen, tot en met de voortplantingssnelheid van de golf? (4)
  •  
  •  
  • Inhaalexamen 2023-2024
  •  
  • Partim De Batist
  •  
  • 1) Processen voor beweging in buitenkern uitleggen [5]
  •  
  • 2) Haardmechanismen: uitleggen hoe strandbaldiagram maken en eentje tekenen met gegeven helling en strekking [5]
  •  
  • Partim Van Rooij
  •  
  • 1) Woordjes: tesserale harmonieken, mb, kritische refractie, wet van Fourier [2]
  •  
  • 2) Hoe temperatuur van de diepe aarde meten [2]
  •  
  • 3) Uitleggen waarom donder anders klinkt dicht bij bliksem [2]
  •  
  • 4) Correcties gravimetrische metingen [4]
  •  
  •  
  • Examen 2022-2023
  •  
  • Deel De Batist
  •  
  • 1. Bespreek de processen van de magneto-hydrodynamica van de aarde. (5p)
  •  
  • 2. Haardmechanismen: Hoe bepaalt men de locatie van de aardbevingshaard, en het haardmechanisme? Hoe gebeurt de constructie van een strandbaldiagram? Schets dit voor een inverse breuk met strekking Z45°E en helling 45°E. (5p)
  •  
  • Van Rooij
  •  
  • 3. Woordjes: (2p)
  •  
  •  - Impedantie
     - Wet Hooke
     - Wet van Snellius
     - Model van Vening Meinesz
  •  
  • 4. Metingen van amplitude van aardbevingen: bespreek de evolutie van de metingen sinds de Lokale Magnitude van Richter. (4p)
  •  
  • 5. Afleiding van de eendimensionale tijdsafhankelijke stroming en bespreek zijn toepassing in het opstellen van het afkoelingsprofiel van de oceanische lithosfeer. (4p)
  •  
  •  
  • Examen 2021-2022
  •  
  • 1) Verschil precessie rotatie-as aarde en precessie nachteveningen plus verschil in effecten.
  •  
  • 2) Bespreek thermoremanente magnetisatie, PTRM, relaxatietijd, blocking temperature en bespreek hoe men de PTRM van een basalt bepaalt.
  •  
  • 3) Wwet van Snellius, sferische divergentie, tesserale harmonieken, tektonothermale ouderdom.
  •  
  • 4) Isostasieprincipe, modellen, correcties en gevolgen.
  •  
  • 5) Wat is een magnitude, bespreek de verschillende bepalingen en hoe ze tot stand zijn gekomen
  •  
  •  
  • Herexamen 2020-2021
  •  
  • Deel De Batist
  •  
  • 1) Wat is het verschil tussen de precessie van de rotatie-as van de Aarde & de precessie van de nachteveningen?
  •  
  • 2) Wat is de oorzaak van de variaties in het magneetveld van de Aarde/Wat is het verschil met het zwaarteveld van de Aarde?
  •  
  • Deel van Rooij
  •  
  • 4) Verklaar volgende woorden: Akoestische impedantie, mb, resistiviteitssonderingen, tektonothermale ouderdom
  •  
  • 5) Wat zijn de verschillende gravimetrische correcties, en hoe moet je ze berekenen?
  •  
  • 6) Hoe moet je een ééndimensionale golfvergelijking opstellen, tot en met de voortplantingssnelheid van de golf?
  •  
  •  
  • Examen 2020-2021
  •  
  • Versie 1
  •  
  • Deel De Batist
  •  
  • 1) Geef de definities van thermoremanente magnetisatie, PTRM, relaxatietijd en Blocking temperatuur. bespreek welke stappen je uitvoert om de primaire remanentie magnetisatie van een basalt te bepalen (5 punten)
  •  
  • 2) Hoe bepaal je de locatie van een aardbevingshaard en hoe bepaal je het soort haardmechanisme (en hoe komt men tot het strandbal diagram) teken het strand bal diagram voor een stick-slib verticale breuk en N45E (5 punten)
  •  
  • Deel Van Rooj
  •  
  • 3) Woordjes (4 punten): Thermische diffusiviteit, Wet van Hooke, wet van Snellius, geassocieerde veel termen van legendre
  •  
  • 4) Wat is de magnitude van een aardbeving, hoe wordt deze berekend en wat zijn de verschillende berekende magnitudes (3 punten)
  •  
  • 5) Wat is isostasie, geef de vershillende modellen, de correcties en gevolgen (3 punten)
  •  
  • Versie 2
  •  
  • Deel De Batist
  •  
  • 1) Verschil geven tussen precessie van de rotatie-as van de Aarde en de precessie van de nachteveningen en het verschil in hun effecten
  •  
  • 2) Wat is de oorzaak van de variaties in het magneetveld van de Aarde/Wat is het verschil met het zwaarteveld van de Aarde?
  •  
  • Deel Van Rooj
  •  
  • 3) Woordjes: Akoestische impedantie, mb, resistiviteitssonderingen, tektonothermale ouderdom
  •  
  • 4) Hoe moet je een ééndimensionale golfvergelijking opstellen, tot en met de voortplantingssnelheid van de golf?
  •  
  •  
  • Examen 2019-2020
  •  
  • Deel prof De Batist:
  •  
  • 1) Verschil geven tussen precessie van de rotatie-as van de Aarde en de precessie van de nachteveningen en het verschil in hun effecten
  •  
  • 2) Een kaart gegeven met breuken op aangeduid met strandbaldiagrammen en dat wat uitleggen
  •  
  • Deel van prof Van Rooj
  •  
  • 3) Woordjes: Wet van Hooke, impedantie, kubische dilatatie, interferogram
  •  
  • 4) Isostasieprincipe uitleggen en de verschillende modellen geven en isostatische anomalieën uitleggen
  •  
  • 5) Tijdsafhankelijke ééndimensionale warmtestroom afleiden en toepassen op het koelingsprofiel van een oceanische lithosfeerplaat
  •  
  •  
  • Examen 2018-2019
  •  
  • Deel De Batist
  •  
  • 1. Bespreek het verschil tussen precessie van de rotatieas van de Aarde en precessie van de nachteveningen en het verschil in hun effecten. (5p)
  •  
  • 2. Haardmechanismen: Hoe bepaalt men de locatie van de aardbevingshaard, en het haardmechanisme? Hoe gebeurt de constructie van een strandbaldiagram? Schets dit voor een normale (dip-slip) breuk met strekking N45°E en helling 80°E. (5p)
  •  
  • Deel Van Rooij
  •  
  • 1. Woordjes: Sferische divergentie, impedantie, Mw en geassocieerde veeltermen van Legendre. (4p)
  •  
  • 2. Geef de soorten correcties die moeten worden toegepast na een gravimetrische meting en leg uit hoe ze berekend worden. (3p)
  •  
  • 3. Bereken de eendimensionale tijdsafhankelijke warmtestroom. Hoe wordt dit toegepast in het koelingsprofiel van een oceanische lithosfeerplaat? (3p)
  •  
  •  
  • Examen 2017-2018
  •  
  • Deel De Batist
  •  
  • 1. Bespreek precessie van de rotatieas van de aarde en precessie van de baan van de aarde om de zon. Geef de verschillen van hun oorzaak en hun effect. (5p)
  •  
  • 2. Gegeven een diagram van spreidingsrug (net zoals cursus). Geef de correcte strandbaldiagrammen en bespreek kort. (5p)
  •  
  • Deel Van Rooij
  •  
  • 1. Woordjes: M0, karakteristieke diffusiesafstand, impedantie, tesserale harmonieken. (4p)
  •  
  • 2. Wat veroorzaakt een afname van amplitude en energie in een golf en leg uit. (3p)
  •  
  • 3. Wat is isostatie, geef de modellen (+bespreek) en wat zijn isostatische anomalien. (3p)
  •  
  •  
  • Examen 2016-2017 2de zit
  •  
  • Deel De Batist
  •  
  • 1. Bespreek de 4 mogelijke oorzaken voor de seculiere afname van de aardrotatiesnelheid. Welke zijn op termijn de effecten hiervan?
  •  
  • 2. Paleomagnetisme : Geef de definities van thermoremanente magnetisatie, PTRM, relaxatietijd en bespreek welke stappen je uitvoert om de primaire remanentie magnetisatie van een basalt te bepalen
  •  
  • Deel Van Rooij
  •  
  • 1. Woordjes :Wet van Fourier, MSK schaal, diffusie afstand, tektonothermale ouderdom
  •  
  • 2. Geef de soorten correcties die moeten worden toegepast na een gravimetrische meting en leg uit hoe ze bepaald worden.
  •  
  • 3. Waarvoor ontstaan amplitude - en energieverlies bij een elastische golf?
  •  
  •  
  • Examen 2016-2017
  •  
  • 1. Variaties in aardmagnetisch veld, verschil met zwaartekrachtveld + hoe rekening houden bij prospectie
  •  
  • 2. Kaartje met breuken en strandbaldiagrammen: bespreken, hoe orientatie en verschuivingsrichting bepalen
  •  
  • 3. Geoide theoretisch bepalen adhv gravitatieversnelling en gravitatiepotentiaal
  •  
  • 4. Woordjes: methode van hammer, curve van Parson, amplitude en fazenspectra, kwaliteitsfactor Q
  •  
  • 5. De verschillende schalen voor sterkte van aardbevingen, op wat zijn ze gebaseerd en hoe kan je ze meten?
  •  
  •  
  • Examen 2015-2016
  •  
  • Deel De Batist
  •  
  • 1. Bespreek de 4 mogelijke oorzaken voor de seculiere afname van de aardrotatiesnelheid. Welke zijn op termijn de effecten hiervan? (5p)
  •  
  • 2. Haardmechanismen (5p): Hoe bepaalt men de locatie van de aardbevingshaard, en het haardmechanisme? Hoe gebeurt de constructie van een strandbaldiagram? Schets dit voor een normale (dip-slip) breuk met strekking N45°E en helling 80°E.
  •  
  • Deel Van Rooij
  •  
  • 1. Woordjes: Schaal van Mercalli, Bandbreedte versus signaallengte, geassocieerde veeltermen van Legendre, sferische divergentie. (4p)
  •  
  • 2. Bespreek isostasie. Welke modellen zijn er, wat zijn de gevolgen? Welke zijn de gravimetrische toepassingen? (3p)
  •  
  • 3. Bereken de eendimensionale tijdsafhankelijke warmtestroom. Hoe wordt dit toegepast in het koelingsprofiel van een oceanische lithosfeerplaat? (3p)
  •  
  •  
  • Examen 2013-2014
  •  
  • 1. Bespreek de Chandler Wobble beweging of vrije nutatie. Oorzaken?
  •  
  • 2. Strandbaldiagrammen bespreken op een geologisch kaartje (roermond), welke richting?
  •  
  • 3. 4 woordjes : - geassocieerde veeltermen van Legendre, astatsische gravimeter, akoestische impedantie, sferische divergentie
  •  
  • 4. Bespreek isostasie, welke gevolgen? En hoe bespreek je dit in een gravimetrische context?
  •  
  • 5. Bereken de afgeleiding voor warmtegelieding in ééndimensionale, tijdsafhankelijke stroom + Hoe toepassen op koelingsprofiel van lithosferische oceaanplaat?
  •  
  •  
  • Examen 2012-2013
  •  
  • Deel De Batist
  •  
  • 1. Geef de variaties van het aardmagnetisch veld in de tijd. Wat is het verschil met deze van het gravitatieveld en hoe moet men daarmee rekening houden bij prospectie?
  •  
  • 2. Figuur waar de strandbaldiagrammen moeten getekend worden (5x) en uitleg erbij.
  •  
  • Deel Van Rooij
  •  
  • 1. Woordjes: MSK-schaal, isostatisch overcompensatie, fouriertransformatie, elasticiteitsmoduli
  •  
  • 2. Eendimensionale tijdsafhankelijke stroming voor warmtegeleiding en wat is het geodynamisch nut ervan
  •  
  • 3. Afleiden van de eendimensionale golfvergelijking en hoe komt men daarna aan het begrip seismische snelheid?
  •  
  •  
  • Oudere Vragen
  •  
  • Bespreek “elastic rebound”
  •  
  • Bespreek geoïdeanomalieën
  •  
  • Bespreek stick-slip
  •  
  • Bespreek de aardse bewegingen voor een waarnemer buiten de aarde
  •  
  • Bespreek het Vening-Meinesz-model
  •  
  • Woordjes : lithosfeer, Bouguer-correctie, Hobble-constante, diamagnetisme, excentriciteit, Chandler Wobble, vrije-luchtanomalie, Jeffrey’s-Bullen, Milankovich, ...
  •  
  • De stappen in de afleiding van de vergelijking van Parson & Sclater kort beschrijven (engelse tekst gegeven)
  •  
  • Geef de variasties van het aardmagnetisch veld in de tijd. Wat is het verschil met deze van het gravitatieveld en hoe moet men daarmee rekening houden bij prospectie?
  •  
  • Geef en bespreek alle stappen van het opstellen van een voetbaldiagram
  •  
  • Hoe werkt een seismometer? Wat is een bouger anomalie en hoe komt men daartoe, vanaf de veldmetingen? Wat voor een bougueranomalie krijg je onder de Alpen en onder Scandinavie, en waarom?
  •  
  • Hoe verloopt de thermische flux in de oceaanbodem? Wat heeft men opgemerkt ivm de thermische flux aan spreidingsassen? Hoe bepaal je daar de thermische flux?
  •  
  • Afleiden van de eendimensionale golfvergelijking en hoe komt men daarna aan het begrip seismische snelheid?
  •  
  •  

Hydrogeologie

Docent

Thomas Hermans

Buis-o-meter
(25%)

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2023-2024
  •  
  • 1) 10 juist of fout vragen.
  •  
  • 2) Solute transport formula, aparte termen benoemen (diffusie, dispersie en advectie) + alle parameters en eenheden benoemen.
  •  
  • 3) Vraag: how much water can sustainably be extracted from an aquifer?
    Antwoord van chatgpt: verbeter / vul antwoord aan.
  •  
  • 4) Pumping test oefening, bereken hydraulic conductivity, transmissivity, range of influence en drawdown.
  •  
  • 5) Pipper diagram oef (zie practica).
  •  
  •  
  • Herexamen 2022-2023
  •  
  • 1) 10 juist/foutvragen met uitleggen bij fout.
  •  
  • 2) Hydraulic conductivity uitleggen wat is het + hoe berekenen in labo + invloed fluid properties uitleggen + 2 methodes geven voor K te berekenen op het veld en voordelen/limitaties geven (= pumping tests vs slug tests??).
  •  
  • 3) Gegeven: schema met unconfined aquifer boven confining layer (claystone) die reliëf heeft. Locatie van een spil van een DNAPL is aangeduid. Gevraagd: wat gebeurt er met de polutant + wat is het minimale aantal wells nodig voor het monitoren van de situatie?.
  •  
  • 4) en 5) practica vragen.
  •  
  •  
  • Examen 2022-2023
  •  
  • Part 1
  •  
  • 1) Define potential evapotranspiration, actual evapotranspiration and plant available water. Explain their difference and explain how they are integrated in the Thornwaite’s model of water balance.
  •  
  • 2) Explain how a slugtest works, give 2 advantages and 2 disadvantages in comparison with Pumping tests.
  •  
  • 3) Given a geological layer with alternating sand, clayey sand layers, how would you design a pumping well. Explain all the parts.
  •  
  • 4) Explain cation exchange processes and their effect on mass of solute transport.
  •  
  • 5) Explain the limitations of Darcy’s law.
  •  
  • Part 2: open question
  •  
  • 1) In a landscape (see: cross section) with an oasis, the only commercial businesses are agriculture and livestock. There is a dyke discovered which contains valuable elements and which can be commercially exploited. The dyke will be exploited with an open air mine, and for the processing of the ores, 10000 m³/day will be pumped through a pumping well in the mine. The water will be pumped out of an semi-confined aquifer.
    You are tasked with coming up with a sustainability plan for this project. Make a step by step plan of the sustainability of the exploitation of this dyke.
  •  
  • Part 3: exercises
  •  
  • 1) Formula’s for the interpretation of pumping tests given data of drawdown for monitoring wells given
    a. Calculate K en T for given aquifer
    b. Using only the given data, estimate an protection zone of 60 days around the pumping well. Explain the assumptions made to calculate this zone and their impact on travel time.
    c. Explain the possible effects of Diffusion and Dispersion on the travel time.
  •  
  • 2) Given table with concentrations of cations and anions in solution.
    a. Calculate CBE.
    b. Plot the data in piper diagram.
  •  
  •  
  • Examen 2021-2022 versie 1
  •  
  • 1) Definities (10/50):
    Capillary fringe, CBE, verschil confined/unconfined, diffusion, effectieve stress, specific yield vs specific retention, Waarom water elektrische conductiviteit referentie T?, kationenuitwisseling, waarom bentoniet?
  •  
  • 2) Stabiele zuurstofisotopen gebruiken om de oorsprong van een grondwatersample te beschrijven? (10/50)
  •  
  • 3) Zeven waarden gegeven van de hydraulic conductivity; drie van slag test in een koude omgeving en 3 in een warme omgeving en 1 van een pumptest. Hoe komt het verschil in hydraulica conductivity?
  •  
  • 4) Unconfined aquifer met 600m zandsteen (K = 10^-5, ne = 1%), fractuur zone van 100m (K = 10^-8, ne = 4,5%) en weer 300m van die zandsteen. Bereken Keq (de lagen waren loodrecht op de stroomrichting), daarna de tijd bereken waarover het water doet op deze afstand af te leggen, wat als er geen fracture zone was?
  •  
  • 5) A well is drilled through 3 formations: the formation of Gentbrugge (clay), formation of Tielt (sand) and the formation of Kortrijk (clay). The well had a diameter of 0,2 m and goes trough the entire aquifer (40m). The water level before pumping is 1m under the surface. A pumping test is per formed. After reaching an equilibrium the measured drawdown at a well 10m from the pump is 3,85 and a second well at 20m gives a drawndown of 3,2m. Calculate the hydraulic conductivity, transmisivity, drawdown at the well, and radius of influence. (Formules zijn gegeven)
  •  
  •  
  • Examen 2021-2022 versie 2
  •  
  • Part 1: woordjes
  •  
  • storage coefficient, difference (un)confined aquifer, principle of diffusion, specific yield en specific retention, principle of cation exchange processes, nog drie woorden waar ik niet meer opkom
  •  
  • Part 2: vraag of stable isotopes of oxygen en hoe origin van groundwater daardoor bepalen
  •  
  • Part 3: oefening met de een aquifer en draining river:
  •  
  • a) wat is Keq en wat is de echte water tafel
  •  
  • b) what time it took for spill to get in river, with and with fault zone
  •  
  • Part whatever:
  •  
  • zo die enen oefening van het voorbeeldexamen met die hot vs cold slug teste en het wat is het verschil daartussen en pumping tests.
  •  
  • Part 4:
  •  
  • oefening over aquifer, uit omschrijving kunnen bepalen of het confined/unconfined is en daardoor de juiste formules gebruiken. Gevraagd: K, T, s en R aka Thiem-dupuits toepassen
  •  
  •  
  • Examen 2020-2021 Versie 2
  •  
  • Theorie
  •  
  • 1. Words/Explain (10 in total): Aquitard, Artesian Well, Difference AEVT & PEVT, Conal Depression, Draw isopiezometric lines of a draining river, How does Redox-potential change with depth, Difference hydraulic conductivity and intrinsic permeability, The effect from mobile/immobile water on solute, Tracing test, and one more word.
  •  
  • 2. Give Terzaghi's principle. Explain sigma - sigma' for an unconfined aquifer with water level drop. Make a sketch. Which hydraulic factor belongs to this principle Explain.
  •  
  • Denkvragen
  •  
  • 1. Zie vraag 2 denkvragen 2017-2018
  •  
  • Oefeningen
  •  
  • 1. Darcy's law (vergelijkbaar met oefening van het voorbeeld examen, practica)
  •  
  • 2. Piper Diagram + Charge Balance error (one time without K, one time without Na; discuss the effect and your solution). Na and K were determined together, why is this not so good?
  •  
  •  
  • Examen 2018-2019
  •  
  • Theorie
  •  
  • 1. 9 definities (absorption/disorption, mechanical dispersion, intrinsic permeability + unit, difference AEVT en PEVT, CBE, link between recession curve and the base flow of a river, perched aquifer, ...).
  •  
  • 2. The limitations of Darcy's law with a large hydraulic conductivity?
  •  
  • 3. Theis's formula given
  •  
  • A. 5 assumptions that have to be true for this method?
  •  
  • B. Derivation of jacob approximation?
  •  
  • C. Jacob approximation for 3 wells?
  •  
  • Denkvragen
  •  
  • 1. Hydraulic conductivity of a confined aquifer was estimated using slug tests. In a first step, the slug test was performed in normal conditions (T = 12°C). In a second step another slug test was performed at the end of this experiment with hot water. In a third step, a pumping test in steady-state conditions was performed in the well and monitored using neighboring wells (distance from 5 to 50 m). Explain the differences in the values of hydraulic conductivity obtained with the different tests. Define all the concepts you use in your explanations.
  •  
  • 2. You're working for a coastel hydraulogical company in a coastal environment. Potential sandstone aquifer with clay lenses.
  •  
  • A. What are the two main risks?
  •  
  • B. Which test would you use to make sure it is maintainable?
  •  
  • Oefeningen
  •  
  • 1. Drawing of an unconfined aquifer and a poluted confined aquifer (1030 kg/m3), 2 wells and hydraulic head given.
  •  
  • A. raw the distribution of the hydrostatic pressure through the aquifer and calculate the hydrostatic pressure at the bottom of both aquifers.
  •  
  • B. Is there a risk of polution of the confined aquifer through vertical flow?
  •  
  • C. A few months later the hydraulic head is higher, will the risk be different?
  •  
  • 2. Drawing sandstone aquifer with clay fault and draining river. delta h, afstanden tussen plaatsen, K en ne (600 m sand, 100m fault, 200m sand ) and spilled NO3 given
  •  
  • A. Calculate equivalent K and draw the water table.
  •  
  • B. What would be the travel time for the polutant to travel to the river?
  •  
  • C. What would be the travel time without the fault?
  •  
  • 3. Anions and cations given mg/l
  •  
  • A. Calculate the CBE
  •  
  • B. Plot in a piper diagram and give the water type
  •  
  •  
  • Examen 2017-2018
  •  
  • Theorie
  •  
  • 1. 10 juist/fout vragen (bvb: Een siltlaag van 10m is een ideale aquifer. In een confined aquifer is de hydraulic head hoger dan de bovenkant van de aquifer.)
  •  
  • 2. Afleiding van de formule van de hydraulische conductiviteit (formule gegeven) bij een confined
  •  
  • 3. Geef de drie hoofdprocessen van mass solute transport. Leg ze uit en geef de formules
  •  
  • Denkvragen
  •  
  • 1. Gegeven de hydraulische conductiviteit K bij a) een slugtest bij temperatuur 12 graden, b) een slugtest bij temperatuur 35 graden en c) bij een pumpingtest. Leg de verschillende testen uit en waarom de K-waardes zo variëren
  •  
  • 2. Een punctuated spill met hogere densiteit dan water boven een unconfined aquifer die licht afloopt naar rechts naar een rivier. Links staat een pumping well voor drinkwater met de cone of influence verder dan het diepste punt van de aquifer. Beschrijf de flow van de pollutant. Hoeveel controleputten heb je minimaal nodig om deze verontreiniging te monitoren?
  •  
  • Oefeningen
  •  
  • 1. Gegeven de gemeten stijghoogtes in een pumping well, en twee controleputten, met telkens twee meettijden. Bij de tweede meettijd veranderd de dichtheid van 1000 naar 1025. Bereken de freshwater hydraulic head en teken de waterflow op piezometric map
  •  
  • 2. Karakteristieken van Boom formatie gegeven (effectieve porositeit, etc... geen formules), bereken de K waarde, bereken de REV van de laag met hydraulic head difference 7m over 2km. Is de werkelijke snelheid van een deeltje sneller of trager?
  •  
  • 3. Chemische analyse van een waterstaal gegeven, bereken de ionic balance error en interpreteer de waarde + plot in Pipper diagram en geef de watersoort.
  •  
  •  

Petrologie van kristallijne gesteenten

Docent

Stijn Dewaele

Buis-o-meter
(5%)

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2022-2023 versie 1
  •  
  • 1) Woordjes
  •  
  •  • Wadsleyiet
     • Differentiatiecoëfficiënt
     • Eu-anomalie
     • Chadacryst
     • Tholeïtische trend
  •  
  • 2) Bespreek en wees volledig, High field strength elements, benoem alle elementen
  •  
  • 3) Grafiek met Gibbsvrije energie op y-as, T op x-as uitleggen
  •  
  • 4) Uitkristalliseringsvolgorde van eilandboogvulkanisme en de invloed van H2O, P en T uitleggen
  •  
  • 5) K in subductiemagmatisme
  •  
  • 6) Grafiek met log f O2 op y-as en T op x-as, verschillende zones van ijzeroxiden.
    Leg de Grafiek uit en geef de reacties
  •  
  • 7) ACF diagrammen voor groenschist, amfiboliet en granulietfaciës gegeven. Analyse van gesteente in oxiden gegeven en periodiek systeem
    a) Welk diagram gebruiken we hier, waarvoor gebruiken we het en leg het diagram uit
    b) Stel het protoliet bereikt het granulietfaciës, gebruik de juiste diagrammen om de mineraalassociatie te bepalen. Geef alle mineralen van de mineraalassociatie
    c) Stel dat het protoliet maar tot het amfiboolfaciës gekomen is, wat zou dan de mineraalassociatie zijn, geef opnieuw alle mineralen bij naam
  •  
  •  
  • Examen 2022-2023 versie 2
  •  
  • 1) Woordjes
  •  
  •  • Distributiecoefficient
     • Lanthaniden contractie
     • Kalkalkalische trend
     • Wadsleyiet
     • Chadacrysten
  •  
  • 2) PGE
  •  
  • 3) Nukleatie-kristalgroei grafiek
  •  
  • 4) Kalium trend
  •  
  • 5) Grafiek redoxreacties, log02 op ...
  •  
  • 6) Granieten, genese en mineralogie
  •  
  • 7) ACF
  •  
  •  
  • Examen 2021-2022
  •  
  • Woordjes:
     • Barroviaanse reeks
     • Ringwoodiet
     • Adiabatische decompressie
     • ASI
     • kalkalkalische trend
  •  
  • REE
  •  
  • K subductie
  •  
  • Grafiek nucleatie & kristalgroei
  •  
  • Granitische magma's genese & mineralen
  •  
  • AFC-diagram, Vesuvuaniry & Chloritoid
  •  
  •  
  • Examen 2020-2021
  •  
  • Allemaal eerder twieoos plus 1 vraag nieuw. Nieuwe vraag; uitleggen plus reacties geven van die ene figuur met de feooxides enzo staat bij oxidatie en redoxreacties.
  •  
  •  
  • Examen 2019-2020
  •  
  • Theorie
  •  
  • 1. Woordjes; adiabatische decompressie, lanthaniden contractie, kalkalkalische trend, chadacryst, wadsleyiet
  •  
  • 2. De PGE groep uitleggen (alle elementen met hun afkorting en voluit) en ook waarom ze nuttig zijn om te bestuderen
  •  
  • 3. Figuur uitleggen van de Gibbs-vrije energie en oppervlakte energie voor kristalvorming
  •  
  • 4. Kaliumtrend bij subductie uitleggen
  •  
  • 5. MORB s hebben qua spreidingssnelheid 2 types: a) Wat zijn de types en maak een schets, b) Wat zijn de eigenschappen (petrologisch, morfologisch...) van de verschillende types, c) Wat is de samenstelling van een typische MORB, als je in realiteit kijkt is er dan iets speciaals op te merken? (vermoedelijk werd hier serpentinitisatie bedoeld)
  •  
  • 6. Schema uitleggen bij metamorfisme (driehoekdiagram) van een systeem x, y en z waarop mineralen A, B, C en D op aangeduid staan (en met het gesteente Jan en Klaas in de cursus) hoe het systeem en de samenstelling van een gesteente zou evolueren als bij een metamorfe reactie A+B zou omzetten naar C + D
  •  
  • 7. Je krijgt een periodiek systeem en de samenstelling in gewichtsprocent van een gesteente, plot het gesteente in het driehoeksdiagram voor metamorfe gesteenten (groenschist, amfiboliet en granuliet facies - de diagrammen zijn gegeven, behalve dat de ACF hoekpunten niet benoemd zijn): a) benoem het diagram en leg de eindleden uit b) wat zou het gegeven gesteente als mineraalassemblage kunnen hebben als het tot in het granulietfacies zou komen c) wat als het pas tot in het amfibolietfacies zou komen
  •  
  • Practicum
  •  
  • 1. 2 slijpplaatjes beschrijven textureel etc en gesteente benoemen en mogelijke geologische context geven
  •  
  • 2. 2 handstukken beschrijven en benoemen en geologische context geven
  •  
  •  
  • Examen 2017-2018
  •  
  • Theorie (14p)
  •  
  • 1. Woordjes: ASI, orthocumulaat, kalkalkalische trend, adiabatische decompressie, ringwoodiet
  •  
  • 2.Leg uit REE en geef elementen met afkortingen, eventueel enkele diagrammen om je antwoord te schetsen
  •  
  • 3. Beschrijf subductiemagmatisme en bespreek de K-trend
  •  
  • 4. Bespreek de twee manieren hoe granitische magma's gevormd worden en bespreek de gevormde mineralogie
  •  
  • 5. Oefening op metamorfe reacties. Gegeven de geochemische tabel met gewichtsprocenten van de oxides van een basaltisch gesteente, het periodiek systeem en ACF-diagrammen van het groenschist-, amfiboliet en granulietfacies. Als het gesteente in het granulietfacies terechtkomt, welke mineraalassemblage kan je verwachten en geef de reacties. (plot het gesteente in het diagram). Geef de naam van de gegeven diagrammen en verklaar de drie eindleden en geef de mineraalreacties hoe deze mineralen vormen. Wat als het gesteente maar tot in het amfiboliet geraakt, bespreek mineralogie (verschillende mineraalassemblages mogelijk?) en mineraalreacties
  •  
  • Practicum (6p)
  •  
  • 1. Beschrijf twee slijpplaatjes (mineralogie, geodynamische context, textuur..) (4p)
  •  
  • 2. Mondelinge bespreking van een gesteente bij de prof (2p)
  •  
  •  

Programmeren

Docent

Peter Dawyndt

Werkcolleges

Hier kan je naartoe gaan voor de oefeningen samen met medestudenten te maken. Er is ook altijd een assistent aanwezig in het lokaal waar je vragen aan kan stellen voor moest je vastzitten bij een oefening of niet echt snappen hoe je aan de oefening moet beginnen.

Buis-o-meter
(35%)

Voor dit vak is het principe oefenen en nog eens oefenen. Elke week moet je 6 oefeningen indienen via Dodona, waarvan je de oplossing van de eerste altijd al op voorhand krijgt. Hierdoor zal je doorheen het semester verplicht worden om voor dit vak te oefenen (wat echt nodig is). Ook zijn er doorheen het semester twee evaluaties, die volgen na 5 oefeningenreeken en tellen elk voor 2 van de 20 punten mee (in totaal dus 4 punten). Het is ook belangrijk dat je de oefeningen op tijd indient tegen de volgende week omdat voor elke niet ingediende oefening de score van de evaluaties 'minder waard worden' (lees alles zeker eens na op Dodona bij eindscoreberekening).

  •  
  • TWIEOOS
  • 3 Oefeningen, 1 op loops, 1 op tekstbestanden en 1 op klassen. Alle examenvragen van de vorige jaren kan je op Dodona terugvinden
  •  
  •  

Sedimentaire geochemie

Docent

Maarten Van Daele

Buis-o-meter
(0%)

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2023-2024
  •  
  • 1) Moedergesteente, suspensie materiaal en bodemstaal: hoe staal nemen, voorbereiden en analyseren (efficient en kostprijs). Plot op A-CN-K driehoek geef formules van hoekpunten en de CIA schaal ernaast.
  •  
  • 2) Wat is de invloed van neerlsag op het verweringsproduct, wat is nog een belangrijke factor voor een verweringsproduct?
  •  
  • 3) Waarom blijven de concentraties van hoofdionen constant in de oceaan, waarom blijft de ionenratio constant bij verhoogde evaporatie, geef een eenvoudige analyse techniek om die ionen te bepalen.
  •  
  • 4) Verschil zuurstofisotopen glaciaal en interglaciaal, wat zijn de delta 18O waarden en waarvoor zijn deze een proxi.
  •  
  • 5) Plot op delta 18O en delta 15N diagram: C3 planten, mariene algen, dieet van rijst, dieet van vis, dieet van vis en maïs + waarom.
  •  
  • 6) Waarom varieert CO2 seizoenaal, waarom veranderd de CO2 concentratie de laatste jaren, leg massaspectrometer analyse uit voor CO2.
  •  
  • 7) Waarom moeten korte en lange n-alkanen gesplitst worden voor analyse met deuterium?
  •  
  • 8) Oefening practicum staal met invloed van afvalwater, lokale rivieren en de oceaan, een staal uit de winter en een uit de zomer, wat is de oorzaak van het verschil tussen de twee.
  •  
  •  
  • Examen 2022-2023
  •  
  • 1a) Je wil fijn suspensiemateriaal onderzoeken van een proglaciaal meer. Bespreek de procedure en techniek van staalname, de monstervoorbereiding en de apparatuur van analyse die jij zou kiezen. Houd rekening met de kosten/efficiëntie verhouding.
    1b) Plot bij benadering in dit A-CN-K diagram (a) opgeloste mineralen van het meer, (b) mineralen in suspensie, (c) de fluviatiele afzettingen op de floodplain van het meer. Geef ze ook alle drie een CIA waarde. De samenstelling van het moedergesteente is al geplot in het A-CN-K diagram. Vul de mineraalformules van de hoekpunten van het A-CN-K diagram aan.
  •  
  • 2) Gegeven: figuur 2.2 van de cursus (depth profile of naturally weathered hornblende using Auger electron spectroscopy)
    a) Waarom nemen de concentraties van Mg en Ca af, terwijl de concentraties van Si, Al en Fe toenemen? Hoe noemt deze laag?
    b) Stel dat we dit bij een veldspaat onderzoeken ipv een hoornblende. Welke elementen zou je nog extra verwachten bij Plagioklaas, schets het concentratieverloop van die elementen op de figuur. Je hoeft geen rekening te houden met de juiste concentratiehoeveelheden, maak gewoon de trend duidelijk.
    c) Via welke reactie verweert Plagioklaas? Is dat congruent of incongruent?
  •  
  • 3) Leg uit hoe een IRMS werkt in het analyseren van 3 tinnen/zilveren capsules.
  •  
  • 4) Er bestaat een goedkope en (vooral) snelle manier om de hoeveelheid Cl- in zeewater te meten. Leg uit waarom dit werkt.
  •  
  • 5) Waarom is het Ca2+ en HCO3- gehalte van rivierwater zoveel hoger dan regenwater en oceaanwater?
  •  
  • 6a) Waarom is stijgt de δ18O waarde van de oceaan tijdens een ijstijd en waarom daalt de δ18O waarde van de ijskappen?
    6b) In tegenstelling tot δ18O, stijgt de δ13C van het DIC van de oceanen tijdens een ijstijd. Leg uit.
  •  
  • 7) Plot volgende ‘waarden’ op een grafiek met δ13C op de x-as en δ15N op de y-as: (a) beuk, (b) savannegras, (c) mariene algen, (d) Maya met een vegetarisch dieet van voornamelijk maïs, (e) Maya met dieet van vis en maïs. Het is belangrijker om het onderscheid te zien tussen de verschillende punten dan dat de waarden correct zijn.
  •  
  • 8) Waarom is het nuttig om de n-alkanen te analyseren voor de δD geanalyseerd wordt?
  •  
  • Extra toegevoegd door een anonieme persoon: "IRMS uitleggen en aan de hand van 3 faraday cups (faraday cup staat in een afbeelding in de ppt en niet in de cursus!!)"
  •  
  •  
  • Inhaalexamen 2021-2022
  •  
  • 1a) Bespreek staalname procedure, techniek, monstervoorbereiding, apparatuur voor analyse hoofdelementen in bodemstaal, houd rekening met kosten/efficientie
    1b) Plot in ACNK diagram het bodemstaal, sedimenten in een rivier en opgeloste mineralen in een rivier, geef formules van hoekpunten diagram en zet CIA schaal ernaast
  •  
  • 2) Grafiek met concentraties van Ca, Mg en Si, Al en Fe in rand van hoornblende kristal gegeven a) Verklaar waarom concentraties van Ca en Mg dalen aan oppervlakte en de andere 3 stijgen, en wat is de naam van de buitenste laag b) Wat als het over een veldspaat ging, teken gedrag van elementen van veldspaten toe in de grafiek (de trend is belangrijk, niet exacte waarden) c) Waarom wordt verwering uitgezet tov aluminium percentage
  •  
  • 3a) Kies een conservatief element en teken hoe de concentratie ervan varieert van noordpool tot zuidpool en leg uit 3b) Dit gedrag is gelijkaardig voor alle conservatieve elementen, maar niet voor de niet-conservatieve elementen, leg uit 3c) Teken concentratie van conservatief element in de waterkolom op 0 graden en op 30 graden NB
  •  
  • 4a) Grafiek van global meteoric water line gegeven, waarom is het bereik van delta 18O 25 promille en bij delta deuterium 190 promille 4b) Welke waarden komen overeen met hoge en welke met lage breedtegraden en waarom
  •  
  • 5a) Op x-as staat delta 13C en op y-as delta 15N, plot op juiste plaats: C3 planten, C4 planten, vegetarische mens die veel rijst eet, kip die mais eet, mens die veel dieren eet die C3 planten eten 5b) Verklaar elke van de 5 locaties
  •  
  • 6) Grafiek met CO2 en delta 13C waarden van afgelopen 2000 jaar gegeven, zet cijfers op de y-as van delta 13C en leg uit hoe het gedrag in de 2,grafieken van de laatste 200 jaar verklaard wordt
  •  
  • 7) Leg een biomarker uit die als paleothermometer gebruikt kan worden
  •  
  • 8) In mariene delta omgeving water stalen in winter en zomer gegeven met delta 13C en delta 15N waarden, beïnvloed door 3 bronnen waarvan de isotopische waarden ook gegeven zijn (oceaan, lokale rivieren, afvalwater), reken uit wat de bijdragen van de 3 bronnen in zomer en winter zijn en verklaar de verschillen tussen zomer in winter bijdragen
  •  
  •  
  • Examen 2021-2022
  •  
  • 1) Beschrijven van hoe je een rivier sediment sample neemt, analytische methode enzo uitleggen
  •  
  • 2) Plotten van een gesteente, bodem, water en kleimineralen in een A-CN-K diagram, de formules voor de letters geven en CIA as erbij zetten
  •  
  • 3) Verwerkinsproduct afhankelijk van hoeveelheid regen uitleggen b) wat kan dit nog beïnvloeden c) waarom Al indicatie voor verwering
  •  
  • 4) Zuurstofisotopen in zeewater en ijsboringen waarden uitleggen, hoe het komt en waarvoor het een proxy is
  •  
  • 5) Invloed Antropoceen CO2 en oceaan
  •  
  • 6) a) vraag over nitraat en koolstof in de voedsel keten, plot in een diagram: C3 plant, C4 plant, vegetarische mens, kip die mais eet, carnivoor mens en geef een argument bij iedere plot
  •  
  • B) Welke massa spectomter voor δ18O voor in carbonaten
  •  
  • 7) Bespreek een biomarker als paleothermometer
  •  
  • 8) Oefening met C en N
  •  
  •  
  • Inhaalexamen 2020-2021
  •  
  • 1. a) je wilt een A-CN-K diagram opstellen van een rivier, bespreek staal name, methode, techniek, apparatuur. b) stel het moedergesteente in de rivier was graniet, plot in onderstaand A-CN-K diagram a) moedergesteente, b) chemisch verweerde graniet, c) elementen in suspensie en d) opgeloste elementen duid ook de CIA schaal aan en geef de chemische formules c) is er een verschil in samenstelling met een rivier (ergens in) Afrika en Patagonië + mogelijke oorzaken.
  •  
  • 2. a) in een rivier zit Al (3+) en Si, waarom zit Al minder in de oplossing dan Si terwijl bindingssterkte zwakker is.b) grafiek van hoeveelheid Ca en Na in verschillende rivieren is gegeven, waarom zo een verschillen. (evaporatie en verwering)
  •  
  • 3. .a) in kernwoorden conservatief en niet-conservatief bespreken b) welk zijn de meest voorkomende conservatieve elementen en waar komen ze het meest voor
  •  
  • 4. Leg Rayleigh distillatie uit adhv waterstofisotopen en geef tekening.
  •  
  • 5.a) Delta 13C toont jaarlijkse variaties, geef verklaring.b) Delta 13C heeft ook meer jaarlijkse variatie oiv uitstoot van fossiele brandstoffen, stel dat deze uitstoot enkel bestond uit aardgas, wat zou het effect dan zijn. c) welke massaspectrometrie wordt er gebruikt om delta 13C te analyseren, geef werking MS en hoe het geanalyseerd wordt. (tekeningen waar nodig)
  •  
  • 6. a) Terrestrisch OM en aquatisch OM bij C/N kan gemakkelijk onderscheiden worden, waarom moet er toch nog vaak een oorsprong/kalibratie onderzoek gedaan worden bij lacustrien-/oceaanomgeving. b) welke andere techniek kan er gebruikt worden om beide te onderscheiden van elkaar.
  •  
  • 7. hefboomregel oefening (practicum), van een gebied waarbij op twee momenten metingen zijn gedaan. verschillende bijdragen bepalen van beide momenten, wat zouden de mogelijke oorzaken kunnen zijn (het kunnen er meerdere zijn) voor deze verschillen. (staat op 20% van de punten)
  •  
  •  
  • Examen 2020-2021
  •  
  • 1.Meet de CIA in riviersedimenten, hoe pak je dit aan? Welke materialen worden er gebruikt? Welke voorbereidingen moet men treffen?
  •  
  • 2. Plot de gesteenten op een A-CN-K diagram (graniet, chemisch verweerde graniet, riviersedimenten en ionen in oplossing), geef ook de benaming van elk hoekpunt (mineraalformule)
  •  
  • 3. Wat is de invloed van fossiele brandstoffen op delta 13C waarden in atmosferisch koolstof? Wat zou er gebeuren als deze brandstoffen uit C14 planten zou bestaan?
  •  
  • 4. Met welke massa-spectrometer wordt delta 13C gemeten en hoe werkt het princiepe hiervan?
  •  
  • 5.Hoe worden terristrische en aquatische planten van elkaar gescheiden? Leg de C/N verhouding hiervan uit en bedenk nog een andere manier om deze te onderscheiden.
  •  
  • 6. Wat is het verschil tussen conservatieve en niet-conservatieve elementen + voorbeeld
  •  
  • 7. Wat is een rayleigh destillatie?
  •  
  • 8. Waarom zit ijzer na verwering niet in oplossing na verwering?
  •  
  • oefeningmet delta N & delta O waarden, plotten op een driehoek en % meten van aandeel oceaan, rivier en afvalwater. Interpreteer de uitkomst en vergelijk de waarden in de winter en de zomer. Wat is de oorzaak in het verschil?
  •  
  •  
  • Examen 2019-2020
  •  
  • 1. Rivieren voeren Na en Si in ongeveer gelijke mate opgelost aan aan de oceaan, verklaar waarom de concentratie aan opgelost Na zoveel hoger is in de oceaan dan die van opgelost Si? + Wat is het verloop van de concentratie van Na en Si doorheen de waterkolon?
  •  
  • 2. Je krijgt de curve van stijgende CO2 en dalende delta 13C en verklaar waarom dit de laatste 200 jaar een knik vertoont en vul de assen aan
  •  
  • 3. Hoewel er geen fosfor of stikstof tekort is in de oceaan op hoge breedtegraden in de zuidelijke hemisfeer, is er toch een lage productiviteit, hoe komt dit?
  •  
  • 4. Curve van de global meteoric water line, waarom is het bereik van delta D ongeveer 190 permil en van delta 18O maar 25 permil? En duid op de curve de punten aan die overeen komen met een hogere breedtegraad en deze die met een lagere breedtegraad overeen komen en leg uit.
  •  
  • 5.A-CN-K diagram, waarom plotten Afrikaanse stalen zo hoog in het diagram? Schat hun gemiddelde CIA in en waar zouden waterstalen (de dissolved fraction) van diezelfde Afrikaanse stalen plotten?
  •  
  • 6. Je krijgt een oefening net als het tweede practicum met 3 bronnen van N en C isotopen en moet de fractie van elke bron berekenen voor 2 verschillende samples van op dezelfde plaats maar een ander tijdstip en dan verklaren waarom er een verschil is tussen de samples (meerdere verklaringen mogelijk)
  •  
  •  
  • Examen 2018-2019
  •  
  • 1. Wat zijn de twee meest voorkomende elementen in regenwater en waarom? Wat is het verschil met rivierwater?
  •  
  • 2. Er is een terrestrisch organisme gevonden met N isotopen van 12 promille. Is dit afkomstig van een herbivoor of carnivoor, en waarom?
  •  
  • 3. Pb-concentraties in geologische archieven: welke 3 archieven zijn dit en met welke methoden zou je stalen uit deze 3 verschillende archieven analyseren?
  •  
  • 4. Welke methode gebruik je om de proportie van C3 en C4 planten te berekenen.
  •  
  • 5. Plot 4 dingen in een A-CN-K diagram: graniet, fysiek verweerde graniet, chemisch verweerde graniet, interstitial water.
  •  
  • 6. Al in rivierwater en isotopisch koolstof in de bodem: geef sample preparation, instrumentanalyse en waarom?
  •  
  • 7. Wat is de invloed van Si verwering op atmosferische concentratie van CO2 op de geologische tijdsschaal.
  •  
  • 8. Oefening: gegeven zijn 2 waardes/fracties van O en N isotopen (Zomer en Winter). Je moet de percentages berekenen van de invloed van 3 bronnen (rivier-, oceaan- en rioolwater). [Net als oefening met driehoek in grafiek en hefboomregel]. Wat is de verklaring voor het verschil tussen zomer en winter, verschillende verklaringen zijn mogelijk.
  •  
  •  
  • Examen 2017-2018
  •  
  • 1. A. Wat zijn de bronnen van het Cl in het oceaanwater? B. Hoeveel bedraagt de gemiddelde concentratie van opgelost Cl in ppm in de oceaan? C. Hoe is de concentratie in vergelijking met de andere opgeloste elementen? D. Wat is de variatie van de concentratie doorheen de waterkolom?
  •  
  • 2. Gegeven: Een bodemprofiel met onderaan graniet. Duidt de trend aan van de concentratie Ti, Na, Al en de CIA en schrijf op de x-assen de benaderende waarden.
  •  
  • 3. Leg uit welke monstervoorbereiding en welke techniek je zou gebruiken om: a. Al-concentratie te bepalen in rivierwaterstalen, b. de CIA waarden te berekenen van bodemmonsters vanuit de hele wereld.
  •  
  • 4. Wat is het verband met de ∂13C van het atmosferisch CO2 en de verbranding van fossiele brandstoffen?
  •  
  • 5. Pb-vervuiling in de atmosfeer: welke geologische archieven kunnen gebruikt worden en waarop moet je letten bij elk van hen.
  •  
  • 6. Welke methode zou je gebruiken en wat zou je meten in meersedimenten om de invloed van C3 en C4 planten te weten? Wat zegt dit over het klimaat?
  •  
  • 7. Oefening: Gegeven twee stalen van oceaanwater en drie mogelijke bronnen met hun ∂13C- en ∂15N-waarden, ook een tekening van de kustlijn met de plaats waar de stalen genomen zijn. Bereken voor elke locatie de invloed van elke bron. Waarom zijn er verschillen tussen beide locaties?
  •  
  •  

Bachelorproject

Docent

David Van Rooij

Buis-o-meter
(0%)

  •  
  • TWIEOOS

Geologische kartering B

Docent

Stijn Dewaele

Buis-o-meter
(5%)

Voor dit vak buist bijna niemand.

  •  
  • TWIEOOS

Isotopengeologie

Docent

Johan De Grave

Buis-o-meter
(22%)

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2023-2024
  •  
  • DEEL THEORIE
  •  
  • 1) Zowel de K-Ar als de Ar-Ar methode maken gebruik van een isochrone. Leg beide methoden uit, zeg waarvoor ze specifiek dienen en leg uit waarin de Ar-Ar methode beter is dan de K-Ar methode.
  •  
  • 2) Leg volgende begrippen uit (10 zinnen exclusief schets) en geef formules en berekeningen indien nodig:
      - ε-UR
      - isotopendilutie
      - SNC-meteorieten
      - HIMU
  •  
  • 3) Leg zo uitgebreid mogelijk de menghyperbool uit, geef formules en berekeningen.
  •  
  • 4) Tot welke vervalreeks behoren volgende isotopen en leg uit waarom:234Th, 228Th, 223Th, 214Pb, 211Pb en 210Pb.
  •  
  • DEEL OEFENINGEN
  •  
  • 1) Bij een basalt zijn volgende verhoudingen gemeten:
      - Plagioklaas: 143Nd/144Nd = 0,512365 en 147Sm/144Nd = 0,1727
      - Pyroxeen: 143Nd/144Nd = 0,513861 en 147Sm/144Nd = 0,2434
      => Wat is de ε-CHUR?
  •  
  • 2) Het lood van een recent afgezette galeniet afzetting geeft volgende geologische geschiedenis ondergaan: Beginnende op de ouderdom van de aarde tot 2Ga heeft het geëvolueerd in een reservoir met mu = 8,9. Bij 2Ga is de mu veranderd naar 12 en dat is ook de huidige waarde nu.
    a) Wat zouden de gemeten 206/204 Pb en 207/204 Pb verhoudingen zijn van de galeniet?
    b) Als we zouden aannemen dat het éénfasig model hiervoor telt, welke ouderdom zou het lood dan opleveren en wat kan je daar dan uit concluderen?
  •  
  •  
  • Herexamen 2022-2023
  •  
  • 1) Bij zowel we K-Ar als de Ar-Ar methode wordt gebruik gemaakt van de isochrone. Leg beide methodes uit, noteer de formules en bespreek adhv de parameters. Zeg voor beide methoden waarvoor ze specifiek aangewend worden en waarin ze beter dan zijn de gewone K-Ar methode (15%).
  •  
  • 2) Bespreek volgende begrippen in ongeveer 10 lijnen, gebruik formules en een schets waar nodig (20%):
  •  
  •  - ε(UR)
     - seculair
     - SNC meteorieten
     - HIMU
  •  
  • 3) Bespreek de menghyperbool met betrekking tot Sr. Geef de volledige afleiding en schets waar nodig (15%).
  •  
  • 4) Tot welke vervalreeksen horen volgende isotopen en waarom? Geef voor elke isotoop de moederisotoop en dochterisotoop (10%). (a) 210Pb (b) 211Pb (c) 214Pb (d) 228Th (d) 234Th
  •  
  • 5) Oefeningen: (20%) + (20%)
  •  
  •  
  • Examen 2022-2023
  •  
  • Theorie
  •  
  • 1) Bespreek Holmes Houtermans (15p)
  •  
  • 2) bespreek in 10 lijnen excl. figuren (20p)
     - Isotopendilutie
     - J-factor
     - Crustale verblijfsouderdom
     - Sr in carbonaten
  •  
  • 3) Bespreek concordia (zo werd het gevraagd) (15p)
  •  
  • 4) r-proces en reactie 65Cu uitleggen (10p)
  •  
  • Oefeningen
  •  
  • 1) Een monzoniet gesteente wordt gedateerd aan de hand van zirkoon. De zirkonen hebben volgende samenstelling:
    Staal 1: 207Pb:206Pb:204Pb - A:B:C (weet de exacte getallen niet meer, C was wel enorm klein (0.4%-ish)
    Staal 2: 207Pb:206Pb:204Pb - D:E:F (weet de exacte getallen niet meer, C was wel enorm klein (0.2%-ish)
  •  
  • ABC en DEF waren sterk verschillende waarden. De waarden werden gegeven in %
  •  
  • a) Wat is een monzoniet gesteente
    b) Wat is de ouderdom van het gesteente
    c) Wat was de isotopische samenstelling van uranium op het moment van vorming?
  •  
  • 2) De Th/U verhouding is vandaag 3.8, wat was deze verhouding 4 Ga geleden?
    Mijn oplossing: de verhouding wordt gegeven door (232Th/ (238U+235U+234U)). 234U mag worden verwaarloosd want is slechts zeer weinig aanwezig en is de dochter van 238U (seculair evenwicht). Bereken nu met de algemene leetijdsformule N = N0 * e^(lambda*t) de hoeveelheid van elk isotoop 4Ga geleden. De starthoeveelheid waarmee je rekent maakt niet uit, zolang je de juiste verhouding maar blijft nemen. Dan deel je je bekomen Th-hoeveelheid door je som van je bekomen U-hoeveelheid en je hebt je antwoord. (niet zeker dat dit de juiste/beste oplossing is!)
  •  
  •  
  • Examen 2021-2022
  •  
  • Theorie:
  •  
  • 1) Leg het p-proces uit.
  •  
  • 2) Leg deze woorden uit:
  •  
  •  - HIMU-basalten
  •  
  •  - Electronenvangst
  •  
  •  - BABI
  •  
  • 3) CHUR beschrijven
  •  
  • 4) Rb-Sr toepassing bij metamorfose uitleggen.
  •  
  • Oefeningen:
  •  
  • 1) Bij een basalt zijn volgende verhoudingen gemeten
  •  
  •   - Plagioklaas: 143Nd/144Nd = 0,512365 en 147Sm/144Nd = 0,1727
  •  
  •   - Pyroxeen: 143Nd/144Nd = 0,513861 en 147Sm/144Nd = 0,2434
  •  
  •   => Wat is de ε-CHUR?
  •  
  • 2) Het lood van een recent afgezette galeniet afzetting geeft volgende geologische geschiedenis ondergaan: Beginnende op de ouderdom van de aarde tot 2Ga heeft het geëvolueerd in een reservoir met mu = 8,9. Bij 2Ga is de mu veranderd naar 12 en dat is ook de huidige waarde nu.
  •  
  • a) Wat zouden de gemeten 206/204 Pb en 207/204 Pb verhoudingen zijn van de galeniet?
  •  
  • b) Als we zouden aannemen dat het éénfasig model hiervoor telt, welke ouderdom zou het lood dan opleveren en wat kan je daar dan uit concluderen?
  •  
  •  
  • Herexamen 2020-2021
  •  
  • 1) U/Pb ouderdommen in Apatiet (discussie moet gaan over Tera-Wasserberg concordia!)
  •  
  • 2) Korte definities:
  •  
  •  - Hertzsprung-Russel diagram
  •  
  •  - Seculair evenwicht
  •  
  • 3) Bespreking crustale ouderdom
  •  
  •  
  • Examen 2020-2021
  •  
  • 1) Isotopendilutie; uitleggen en afleiden formules
  •  
  • 2) 3 begrippen + formules:
  •  
  •  - Mantelreeks
  •  
  •  - Tera-Wasserburg
  •  
  •  - Wetmatigheid van Oddo-Harkins
  •  
  • 3) Opstellen van menghyperbool
  •  
  • 4) Uitwerken Holmes-Houtermans model
  •  
  •  
  • Examen 2019-2020
  •  
  • 1. Leg het principe uit in verband met de crustale verblijfsouderdom in een pelitisch gesteente. Geef indien nodig formules en figuren.
  •  
  • 2. Leg uit in ongeveer 10 regels met indien nodig berekeningen, formules en schets:
  •  
  • - Seculair evenwicht
  •  
  • - R-proces
  •  
  • 3. Leg het principe uit van de menghyperbool met indien nodig formules en figuren.
  •  
  • 4. Vraagstuk/oefening: Het lood van een recent afgezette galeniet afzetting geeft volgende geologische geschiedenis ondergaan: Beginnende op de ouderdom van de aarde tot 2Ga heeft het geëvolueerd in een reservoir met mu = 8,9. Bij 2Ga is de mu veranderd naar 12 en dat is ook de huidige waarde nu.
  •  
  • a) Wat zouden de gemeten 206/204 Pb en 207/204 Pb verhoudingen zijn van de galeniet
  •  
  • b) Als we zouden aannemen dat het éénfasig model hiervoor telt, welke ouderdom zou het lood dan opleveren en wat kan je daar dan uit concluderen?
  •  
  •  
  • Examen 2017-2018
  •  
  • Versie 1
  •  
  • Theorie
  •  
  • 1. Bespreek Holmes-Houtermans + figuur, en hoe kan men hiervan de ouderdom van de aarde mee bepalen? (15pt)
  •  
  • 2. Bespreek Concordiadiagram. (15pt)
  •  
  • 3. Vier woordjes: Isotopendilutie, Sr geochemie in carbonaten, J-factor en Crustale verblijfsouderdom. (20pt)
  •  
  • 4. Bespreek het r-proces bij nucleosynthese. Situeer en geef een schets. Bespreek de reactie van 65 Cu naar 70 Zn. (10pt)
  •  
  • Oefeningen
  •  
  • 1. Twee galenietafzettingen met hun isotopische samenstelling van lood gegeven. Erts1: 206/204 = 16,50; 207/204 = 15,80. Erts2: 206/204 = 14,85; 207/204 = 15,46.
  •  
  • A. Bereken de ouderdom als je mag aannemen dat hun vorming beantwoord aan het eenfasig HH (met ouderdom van de aarde T=4,55Ga)
  •  
  • B. Onderzoek de µ-waarde of ze al dan niet komen uit een geochemisch identiek reservoir.
  •  
  • Versie 2
  •  
  • Vraag over het nieuw deel van nucleosynthese: bespreek wat je weet over het r proces en geef de reactie voor een bepaald element.
  •  
  • De rest waren al twieoos
  •  
  • Oefeningen
  •  
  • 1. Je krijt voor 4 gesteenten (Basalt, Rhyoliet, Graniet, en ?) de Sr concentratie in ppm, de Sr/Sr, de Rb/Sr en de ouderdom.
  •  
  • A. is de basalt van manteloorsprong?
  •  
  • B. Is de rhyoliet het gevolg van partiele opsmelting van de basalt of partiele opsmelting van de basalt + contaminatie met graniet of partiele opsmelting van de basalt en contaminatie met ?
  •  
  • 2. Je krijgt de 207/204 Pb en de 206/204 Pb verhoudingen van twee galentietertsen. Ouderdom van de aarde T=4.55. Het systeem voldoet aan het Holmes Houtermans model
  •  
  • A. Wat is de ouderdom van de ersten? => pas op linkerlid HH vgl staat niet in de tabel (waarde te hoog)
  •  
  • B. Wat is de u waarde van de ersten? Wat kan je hieruit afleiden in verband met het reservoir waaruit ze ontstaan?
  •  
  •  
  • Examen 2016-2017 2de zit
  •  
  • Deel De Grave
  •  
  • 1. Bespreek Holmes-Houtermans + figuur, en hoe kan men hiervan de ouderdom van de aarde mee bepalen?
  •  
  • 2. Bespreek Concordiadiagram
  •  
  • 3. 4 woordjes: isotopendilutie, Sr geochemie in carbonaten, J-factor en crustale verblijfsouderdom
  •  
  • Deel Bertrand
  •  
  • 1. De δ13C = -13‰ in de maag van een fossiele herbivoor. In welk klimaat leefde dit fossiel en hoe weet je dat?
  •  
  • 2. Gegeven de fractienatie factor-temperatuur grafiek, wat is de δ18O van de lucht bij 30 graden celcius als de δ18O van water is gelijk aan nul?
  •  
  • 3. In een gebied komt water van gletsjers (δ18O = -30‰) en oceaanwater (δ18O = 2‰) wat is de relatieve aandeel van smeltwater en oceaanwater in het gebied in de winter (δ18O = -26‰) en in de zomer (δ18O = -6‰)? Wat zorgt voor dit seizoenaal verschil?
  •  
  • Oefeningen
  •  
  • 1. Plagioklaas en pyroxeen van 2 maanbasalten geanalyseerd. 147Sm/144Nd en 143Nd/144Nd gegeven van alle vier. Basalt 1: plagioklaas: 147Sm/144Nd = 0.1685 en 143Nd/144Nd = 0.511092, pyroxeen: 147Sm/144Nd = 0.2434 en 143Nd/144Nd = 0.513027, Basalt 2: plagioklaas: 147Sm/144Nd = 0.1727 en 143Nd/144Nd = 0.512365, pyroxeen: 147Sm/144Nd = en 143Nd/144Nd. Als je mag aannemen dat het brongesteente voor beide de maanmantel was, waarvan mer verondersteld dat hij een uniforme samenstelling heeft, welke was dan de 143Nd/144Nd verhouding in deze mantel bij het ontstaan van de maan 4.6Ga? Hoe verhoudt deze waarde zich tot de verhouding aanwezig in de primaire aarde?
  •  
  • 2. De huidige Th/U van de aardkorst bedraagt 3.80 (berekend uit concentratie in ppm). Welke was deze verhouding 4.0 Ga? (gebruik atoommassa's uit repertorium)
  •  
  •  
  • Examen 2015-2016
  •  
  • Deel De Grave
  •  
  • 1. Bespreek Holmes-Houtermans (+ figuur)
  •  
  • 2. Bespreek Concordiadiagram
  •  
  • 3. 4 woordjes (in 10lijnen uitleggen+afleiding/figuren): Isotopendilutie, Sr geochemie in carbonaten, J-factor, Crustale verblijfsouderdom
  •  
  • 4. Mondeling een figuur uitleggen
  •  
  • Deel Bertrand
  •  
  • 1. Evolutie 13C in atmosferisch CO2 bespreken: gestegen of gedaald? Welk geologisch archief kan je hierbij het beste gebruiken?
  •  
  • 2. Terrestrisch fossiel met 12promille aan stikstofisotoop, herbivoor of carnivoor?
  •  
  • 3. Exercise: Grafiek en N isotopen over zomer en winter gegeven, wat is het relatieve aandeel van mariene en terrestrische invloed? Wanneer valt het regenseizoen?
  •  
  • Oefeningen
  •  
  • 1. Plagioklaas en pyroxeen van 2 maanbasalten (neem aan van uniforme maanmantel) geanalyseerd. 147Sm/144Nd en 143Nd/144Nd gegeven van alle vier. Wat is de Nd/Nd waarde bij de vorming van de maan 4.0 Ga geleden? Wat is de verhouding van deze waarde met de Nd/Nd verhouding van de primitieve aarde?
  •  
  • 2. Th/U = 3,8. Wat is deze verhouding 4.0 Ga geleden?
  •  
  •  

Mariene geologie

Docent

David Van Rooij

Buis-o-meter
(2%)

  •  
  • TWIEOOS
  • Herxamen 2022-2023
  •  
  • 1) 2 begripppen kiezen en uitleggen bij de prof (begrippen zoals die van 2021-22) (/5)
  •  
  • 2) Gegeven een grafiek waar het noorwaardse warmtetransport op weergegeven was globaal, in de atlantische oceaan en in de atlantische oceaan tijdens een glaciatie; leg deze figuur uit (max 2p) (Warmtepiratering) (/5)
  •  
  • 3) 5 begrippen uitleggen in max 10 lijnen: 2e orde segmentatie bij traagspreidende ruggen, Thetys Zee evolutie, werking van black smokers en hun verband met Parsons and Sclater, oorzaken van hellingsinstabiliteiten, invloed van het sterkteprofiel van continentale lithosfeer op rifting (/5)
  •  
  •  
  • Examen 2022-2023
  •  
  • 1) Mondeling: 2 begripppen kiezen uit de 9: OSC, Polynya, Lysocline & CCD, Ekman spiraal... (5)
  •  
  • 2) Duid aan op de kaart waar upwelling voorkomt & bespreek de verschillende mechanismen die upwelling veroorzaken (5)
  •  
  • 3) Beantwoord volgende vragen bondig en in max 10 lijnen: (5)
    - Wat is het verschil tussen de seismische en de petrografische MOHO? Wat is hier het ""probleem""
    - Continentale spreiding ontstaat door MORB vulkanisme tussen twee continentale blokken (cf. Afar rift). Hoe komt het dan dat oceanische bodem vormt? Leg uit hoe de passieve oceanische rand zich vormt en hoe het de structuur beïnvloedt.
    - Hoe beïnvloedt de oceanische circulatie de C14 methode?
    - In een boorkern zie je een zandig laagje van 10 cm met een scherpe ondergrens. Hoe zie je of dit een contouriet of turbudiet afzetting is?
    - Wat zijn de gelijkenissen en verschillen tussen black shales en sapropels?
  •  
  •  
  • Examen 2021-2022
  •  
  • Theorie (10 pt)
  •  
  • 1) Sedimentatie uitleggen op basis van de globale sedimentdikte kaart (5p).
  •  
  • 2) Woordjes max 10 lijnen (5p)
  •  
  •   - Echosounder, subbottom profiler en seismiek
  •  
  •   - Raleigh-Taylor instabiliteiten en verband met spreidingsrug
  •  
  •   - Destructieve en constructieve actieve oceanische randen
  •  
  •   - Oorzaken hellingsinstabiliteiten en (kort) verschillende types
  •  
  •   - Vulkanogene Massieve Sulfiden en verband met model van Parsons & Sclater
  •  
  • Mondeling (5pt) -> 2 begrippen trekken en uitleggen uit onderstaande woorden:
  •  
  • Panamaparadox, Polynya, CCD en lysocline, Silicaswitch, Ekmanspiraal, Structuren van passieve randen, Atmosferische circulatie op een continentloze aarde, HOT vs LOT, effect ITCZ op de moesson, cyclinale/anticyclinale cel, continentale upwelling
  •  
  •  
  • Examen 2019-2020
  •  
  • 1) Leg uit met schets: (5)
  •  
  • -Mariana vs Chili subductie
  •  
  • -Ekman spiraal
  •  
  • 2) Op basis van de oceanische lithosfeer kan een trage van een snelle spreidingsrug gescheiden worden. Leg uit welke ontdekkingen/onderzoeken hebben geleid tot het hedendaags model en leg dit model uit. (5)
  •  
  • 3) Leg uit in max. 10 lijntjes uit (5)
  •  
  • -Panama paradox
  •  
  • -Overdruk, waarom en waar kan dit voorkomen.
  •  
  • -Wat is de invloed van de conveyor belt op de C-14 methode in mariene sedimenten.
  •  
  • -Ik observeer in een boring een laag van 10 cm zand. Onderaan is deze scherp begrensd en de laag toont een fining upwards. Hoe kan ik weten of dit een turbidiet of countourit afzetting is.
  •  
  •  
  • Examen 2017-2018
  •  
  • 1. Leg uit passieve en actieve oceaanranden; structuren en processen (max 2p). (5pt)
  •  
  • 2. Gegeven een grafiek waar het noorwaardse warmtetransport op weergegeven was globaal, in de atlantische oceaan en in de atlantische oceaan tijdens een glaciatie; leg deze figuur uit (max 2p) (Algemeen wartedifeciet, de Golfstroom, Brasil Current, twee vormen van piratering en het verschil met een glaciatie) (5pt).
  •  
  • 3. 2 woordjes mondeling uitleggen bij Van Rooij (mag bord gebruiken); LOT en HOT, atmosferische circulatie op continentloze aarde, pockmarks, anticycloon en cylcoon, ... (5pt)
  •  
  •  
  • Examen 2016-2017
  •  
  • 1. 2 begrippen mondeling uitleggen + tekening maken (3p)
  •  
  • 2. Welke observaties hebben tot het onderscheid tussen snelle en trage spreidingsassen geleidt + welke modellen komen hieruit tot stand? (6p)
  •  
  • 3. Leg de afkoeling tijdens het Cenozoïcum in chronologische volgorde uit (3p)
  •  
  • 4. Men wil turbines installeren om energie op te wekken door bodemstromingen in de Cycladen (Griekenland), met welke technologie en methoden zou je dit oplossen? (3p) (de laatste 5 punten van de 20 zijn een presentatie en literatuurstudie van tijdens het jaar)
  •  
  •  
  • Examen 2013-2014
  •  
  • 1. De structuur textuur en de geochemie van de oceanische lithosfeer laat ons toe om snelle van trage spreidingruggen te onderscheiden. Bespreek welke verschillende observaties hiertoe geleid hebben evenals de huidige modellen die uit deze observaties zijn afgeleid (5p)
  •  
  • 2. Verklaar volgende begrippen (bondig maar zo volledig mogelijk) : pockmarks, sapropel, HMS Challenger, CCD, mud breccia, serpentinisatie (6p)
  •  
  • 3. A. Gashydraten: wat zijn ze en onder welke omstandigheden komen ze voor? B. hoe worden ze herkend op een seismisch profiel C. welke risico's houden ze in? (4p)
  •  
  • 4. Een vliegtuig is neergestort in de Middelandse Zee. Men wil rap de black box recupereren. Je hebt 10 dagen en onbeperkte middelen en toegang tot alle mogelijke methodes. Aan de hand van welke methodes/bemonstering onderzoek je het gebied. Geef je volgorde en leg uit waarom. (3p)
  •  
  •  
  • Examen 2012-2013
  •  
  • 1. Bespreek passieve en actieve continentale randen
  •  
  • 2. Gashydraten: wat zijn ze, hoe worden ze herkend op een seismisch profiel, welke risico's houden ze in?
  •  
  • 3. Je krijgt een ctd profiel dat je moet bespreken: welke watermassa's zijn aanwezig, bespreek hun circulatie
  •  
  • 4. Begrippen (een tiental): OSC, HOT, lysocline, black shales,...
  •  
  •  
  • Examen 2011-2012
  •  
  • 1. De structuur textuur en de geochemie van de oceanische lithosfeer laat ons toe om snelle van trage spreidingruggen te onderscheiden. Bespreek welke verschillende observaties hiertoe geleid hebben evenals de huidige modellen die uit deze observaties zijn afgeleid (5p)
  •  
  • 2. Verklaar volgende begrippen (bondig maar zo volledig mogelijk): Black smokers, Black shales, Passaat winden, Sediment drifts, Messiniaan crisis, Silica switch (6p)
  •  
  • 3. Bespreek oorzaak engevolgen van het panama effect (schematisch en niet in volzinnen) (3p)
  •  
  • 4. De Belgica moet onderzoek doen (biologisch en geofysisch) naar een onbekende canyon in portugal. Je hebt 20 dagen en onbeperkte middelen en toegang tot alle mogelijke methodes. Aan de hand van welke methodes/bemonstering onderzoek je het gebied. Geef je volgorde en leg uit waarom (2p)
  •  
  • 5. Gegeven CTD profiel in het N van de golf van Biskaje tot 1200m diep. Bespreek de vorm van de curves, geef fe aanwzeige watermassas + hun circulatie, genenese en ontstaansgebied. Verklaar ook het turbidity verloop (4p)
  •  
  •  
  • Oudere vragen
  •  
  • 1. Hoe beïnvloed de sterkte van de lithosfeer het verloop van de rift tot spreiding aan passieve continentale randen? Interpreteer met deze achtergrond de gegeven profielen (zelfde als in les)
  •  
  • 2. Gegeven is de situatie van de Middellandse Zee van *periode* tot *periode*. Beschrijf de grote veranderingen in dit bekken in de loop van de geschiedenis, maak eventueel schetsen
  •  
  • 3. De Belgica komt net terug van een expeditie in de Golf van Biscaye en heeft daar een sonde neergelaten tot 5000 meter diepte. Welke watereenheden zijn daar te vinden in de diepte, waar ligt hun oorsprongsgebied, hoe worden ze gevorm en wat is hun hoofdstromingsrichting?
  •  
  • 4. Woorden uitleggen in twee regels: SST - Lysocline - Ekmanspiraal - Contouriet - Debris flow – Pycnocline
  •  
  • 5. Wat was de betekenis van de expeditie van de Challenger en geef enkele belangrijke resultaten
  •  
  • 6. Bespreek FZ, Hoe ontstaan ze, wat voor gevolg hebben ze voor het reliëf van een spreidingsas
  •  
  • 7. Een seismogram van décollement aan een accretiewig dat je moet interpreteren (staat ook in cursus)
  •  
  • 8. Wat is MOW? Wanneer en hoe is deze stroming ontstaan? Wat zijn de brongebieden van de MOW? Schets de verspreiding van de MOW
  •  
  • 9. Je krijgt een zuurstofisotopen curve, diegene die gaat van nu tot ongeveer 5Ma terug. Je moet de curve uitleggen en de belangrijke veranderingen in de evolutie van het Atlantisch bekken gedurende die periode
  •  
  •  

Geologie en duurzaamheid

Docent

Stijn Dewaele, Thomas Hermans, Stephen Louwye en David Van Rooij

Principe

Voor dit vak word je in groepjes verdeeld waarvan elk groepje een begeleidende prof heeft (één van de vier proffen die hierboven vermeld staan). Elke prof geeft in het begin van het semester een les over duurzaamheid in een bepaald onderdeel van de geologie. Daarna moet je een opiniepaper schrijven per groep en die dan presenteren/verdedigen tegen het einde van het semester.

Buis-o-meter
(0%)

Tot nu toe is nog niemand gebuisd geweest voor dit vak.

  •  
  • TWIEOOS

Teledetectie

Docent

Rudi Goossens & Kristine Walraevens

Practica

De practica zijn apart voor het deel van professor Goossens en het deel van professor Walraevens. Voor het deel van professor Goossens probeer je hoogtemetingen onder de knie te krijgen. Met deze hoogtemeting moet je dan een profiel opstellen voor een vallei.

Voor het deel van professor Walraevens heb je een theoretisch en een practisch deel, maar deze zijn niet echt opgesplitst in A- en B uren. Wanneer een deel theoretisch bespoken werd, zal deze er direct na practisch bekeken worden, het is dus niet zo dat je een les theorie hebt en een les practicum, deze lessen lopen in elkaar over! Van alle practica moet je een kort verslagje schrijven over wat je ziet en hoe je het interpreteert.

De practica van beide proffen staan samen op 1/3 van de punten.

Buis-o-meter
(0%)

Dit vak is vaag, maar niet echt moeilijk.

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2022-2023
  •  
  • Deel Rudi
  •  
  • 10 begrippen
     - pixel
     - fiducial mark
     - IFOV
     - parallax
     - zon-synchroon
     - Modis
     - World view
     - linear stretching
     - beeldhistogram
     - FCC
  •  
  • Van welke 4 parameters hangt parallax af? we kregen de formule voor hoogteberekening als ""geheugensteuntje""
  •  
  • Een voor en na beeld van een vulkaansuitbarsting. Wat voor soort composiet is dit? (True color composite) Wat stellen volgende kleuren voor en verklaar? Welke conclusie kan je trekken door dit voor en nabeeld te vergelijken?
     - groene kleuren
     - witte kleuren
     - blauwe kleur
     - grijze tinten
     - licht bruine tinten
  •  
  • Bespreek de 3 verschillende algoritmen van supervised image classification en haal hun voor- en nadelen aan.
  •  
  • Deel Kristine
  •  
  • Bespreek de kenmerken van de vaste sedimentaire gesteenten op een luchtfoto.
  •  
  • Vragen bij stereopaar uit Algerije:
     - Welke duidelijke lithologieën herken je? Verklaar.
     - Welke structuren herken je? Verklaar en duid schematisch aan op kalk.
     - Welk hydrografisch net zie je? Bespreek kort en duid schematisch aan op kalk.
  •  
  •  
  • Examen 2011-2022
  •  
  • Deel Goossens
  •  
  • 1) 10 woordjes:
     - Pixel
     - Fiducieel merkteken – Fudicial marks
     - Zon-synchroon
     - Modis
     - Laplace filter
     - World-View
     - FCC
     - GCP
     - Parallax
     - Valse kleurencomposiet
  •  
  • 2) 4 factoren parallax + uitleggen (geen afleidingen ofzo)
  •  
  • 3) Uitbarsting op La Palma, foto Sentinel 2 -> kleuren uitleggen: Rood-geel (magma), groen (percelen met vegetatie), bleek/cyaan (Braakliggende grond zonder vegetatie), blauw (zeewater)
  •  
  • Deel Walraevens
  •  
  • 1) Identificatiekenmerken harde sedimentaire gesteenten
  •  
  • 2) Stereobeeld van gebied:
  •  
  •   - Gesteentetypes + argumenten
  •  
  •   - Geologische structuren + argumenten + op kalk
  •  
  •   - Hydrografisch net uitleggen + op kalk
  •  
  •  
  • Examen
  •  
  • 1) Leg uit:
     - Pixel
     - Fiducieel merkteken – Fudicial marks
     - Zon-synchroon
     - Modis
     - Laplace filter
     - World-View
     - FCC
     - GCP
     - Parallax
     - Valse kleuren composiet
  •  
  • 2) Onderstaand satellietbeeld is een SPOT-4 beeld genomen over de Galapagos eilanden – Peru. Het betreft een FCC beeld.
    Hoe verklaar je de volgende kleuren aangeduid met de ellipsen:
     - De kleurverschillen in de grijs tonaliteiten in de witte ellipsen
     - De kleursaturatieverschillen in de rode kleuren in de zwarte ellipsen
     - De kleursaturatieverschillen in de licht bruine kleuren in de gele ellips
  •  
  • 3) Stel: je dient een kaart te maken van de actuele uitbreiding van een gletsjer en de bodembedekking rond het gletsjergebied, aan de hand van teledetectie-methoden. Welke technieken zou je hiervoor gebruiken en argumenteer je antwoord.
    => Onderstaand vind je een voorbeeld van de Columbia gletsjer in Alaska (USA), een echte kleurencomposiet aan de hand van een Landsat 8 beeld. (2 juli 2014)
  •  
  • 4) * Lithologische interpretatie: licht je antwoord telkens toe met enkele zinnen.
    Is het mogelijk deze gesteenten te verwarren op een stereopaar:
     - Zandsteen en kalksteen
     - Zandsteen en schiefer
     - Zandsteen en graniet
    * Interpreteer bijgevoegd stereopaar: beschrijf zowel lithologie als structuur, en motiveer.
  •  
  •  
  • Examen 2019-2020
  •  
  • Deel Goossens
  •  
  • 1) 10 woordjes: Pixel, Fiducieel merkteken –Fudicial marks, Zon-synchroon, Modis, Laplace filter, World-View, FCC, GCP, Incident angle, Interferometrie
  •  
  • 2) Onderstaand satellietbeeld is genomen in de Democratische Republiek Congo, Verunga park, over de vulkanen Nyiragongo en Nyamuraghira.
  •  
  • 1. Met welk soort beeld hebben we te maken? Mogelijke sensor? Composiet? (volgens mij FCC)
  •  
  • 2. Hoe verklaar je de volgende kleuren aangeduid met de ellipsen:
  •  
  • - de kleurverschillen in de witte ellipsen
  •  
  • - de kleursaturatieverschillen in de rode kleuren in de zwarte ellipsen
  •  
  • - de kleursaturatieverschillen in de magenta kleuren in de gele ellips
  •  
  • 3)Welke factoren bepalen de parallax in een conventioneel luchtfoto-stereokoppel. Bespreek deze factoren kort.
  •  
  • Hieronder een geheugensteuntjes: (foto slides)
  •  
  • Deel Walraevens
  •  
  • 4) a) Lithologische interpretatie: licht je antwoord telkens toe met enkele zinnen.
  •  
  • Is het mogelijk deze gesteenten te verwarren op een stereopaar:
  •  
  • - Zandsteen en kalksteen
  •  
  • - Zandsteen en schiefer
  •  
  • - Zandsteen en graniet
  •  
  • b) Structurele geologie
  •  
  • Is het mogelijk dat de topografische helling naar het zuiden is, terwijl de lagen hellen naar het noorden? En in verband hiermee: kan het hart van een antiform gevormd worden door een depressie? Verklaar je antwoord.
  •  
  •  
  • Examen 2017-2018
  •  
  • Deel Walraevens
  •  
  • Schriftelijk en mondelinge toelichting beide vragen.
  •  
  • 1. bespreek de elementen die gebruikt worden voor luchtfoto-interpretatie.
  •  
  • 2. bespreek de geologische structuur van op de drie stereoparen vanachter in het lokaal.
  •  
  • Deel Goossens
  •  
  • 1. 10 woordjes: Stereomodel, thermisch licht, FCC, NDVI, ASTER, vliegbasis, omega, multispectrale benadering, spatiale resolutie en nog eentje.
  •  
  • 2. Bespreek waarom hoogtebepaling afhangt van de vlieghoogte en de vliegbasis. (Geef de figuur)
  •  
  • 3. Bespreek de drie algoritmen bij gesuperviseerde beeldclassificatie.
  •  
  •  
  • Examen 2016-2017
  •  
  • Versie 1
  •  
  • Deel Walraevens
  •  
  • 1. Geef alle lijnpatronen en hoe interpreteren we die (dat is dus alles dat op een lijn trekt... van diaklazen en breuken tot plooien en lagen)
  •  
  • 2. Bespreek de hoofdkenmerken voor het determineren van de grote groepen van vaste sedimentaire gesteenten
  •  
  • 3. Luchtfoto bespreken (welk gesteente, welke structuren, drainagepatroon)
  •  
  • Deel Goossens
  •  
  • 1. Woordjes bespreken: Stereomodel, thermisch licht, FCC, NDVI, ASTER, vliegbasis, omega, multispectrale benadering, spatiale resolutie
  •  
  • 2. Wat is de invloed van vlieghoogte en vliegbasis op de parallax (figuur tekenen)
  •  
  • 3. Wat zijn de drie algoritmen bij gesuperviseerde beeldclassificatie (box-classification, shortest distance to mean en max likelihood methode), en welkeen heb je een voorkeur voor (de laaste)
  •  
  • Versie 2
  •  
  • Deel Walraevens
  •  
  • 1. Bespreek de hoofdkenmerken voor het determineren van de grote groepen van vaste sedimentaire gesteenten
  •  
  • 2. Bespreek hoe lijnen op een luchtfoto kunnen geïnterpreteerd worden
  •  
  • 3. Achter in het lokaal stonden er stereografen met allemaal dezelfde foto, een voor een moesten er mensen daar naartoe gaan. Welke gesteenten komen er voor op je luchtfoto? Welke structuren zie je, bespreek kort. Bespreek het hydrolisch net
  •  
  • Deel Goossens
  •  
  • 1. 10 woordjes: Terminale golflengte, omega, multispectrale benadering, FCC, vliegbasis, grondresolutie, ...
  •  
  • 2. Bespreek hoe de vliegbasis en de vlieghoogte de parallax bepalen? (met tekening)
  •  
  • 3. Bespreek kort de 3 logaritmische benaderingen voor classificatie
  •  
  •  
  • Oudere vragen
  •  
  • Bespreek de hoofdkenmerken voor het determineren van de grote groepen van vaste sedimentaire gesteenten
  •  
  • Luchtfoto bespreken zoals tijdens de practica (alles aanduiden etc) en mondeling uitleggen
  •  
  • 20 woordjes : TIR licht, homoloog punt, kappa, vliegbasis, multispectrale benadering, thermale golflengte, feature space, maximum likeyhood methode, .stereomodel,...
  •  
  • Bespreek kort de eigenschappen van de ASTER sensor en de mogelijke geologische toepassingen. (staat niet in de cursus, maar ergens in de slides)
  •  
  • Licht de verschillende factoren toe die de hoogte bepaling beïnvloeden in het stereomodel
  •  
  • Wat is een interpretatiesleutel? Waarvoor dient het en hoe wordt het gebruikt?
  •  
  • Bespreek de hoofdkenmerken voor het determineren van de grote groepen van vaste sedimentaire gesteenten
  •  
  • Luchtfoto bespreken zoals tijdens de practica.
  •  
  • Woordjes (10) uitleggen op de voorziene ruimte, meer is niet toegestaan: TIR licht, Homoloog punt, Vliegbasis, Kappa, Multispectrale benadering, Thermale golflengte, Feature space, Maximum likelyhood (method)
  •  
  • Bespreek kort de eigenschappen van de ASTER sensor en de mogelijke geologische toepassingen. (staat niet in de cursus, maar ergens in de slides)
  •  
  • Licht de verschillende factoren toe die de hoogte bepaling beïnvloeden in het stereomodel
  •  
  •  
  • Vaak gestelde vragen
  •  
  • Deel Walraevens
  •  
  • Een of meerdere luchtfoto’s bekijken met stereoscoop en korte mondelinge bespreking hiervan
  •  
  • Welke zijn de verschillende herkenningsfactoren waarop de interpretatie van luchtfoto’s is gesteund?
  •  
  • Deel Goossens
  •  
  • Woordjes en altijd een vraag over parallax!
  •  
  • Blauw licht, centraal punt, DN-waarde, fotobasis, grondresolutie, IFOV, kappa, omega, mengpixel, nadir, ontschranking, restitutie, spectrale signatuur, stereomodel, stereopaar, vliegbasis, ...
  •  
  • De schaal en het % overlapping bepalen het paralaxverschil bij verticale luchtfoto’s. Verklaar.
  •  
  • Bespreek waarom vanuit de ruimte oblieke opnamen worden gemaakt om parallax te meten en vergelijken met verticale luchtfoto-opname.
  •  
  • Invloed van de vliegbasis en de vlieghoogte (en dus het %overlapping) op de parallax en dus bijgevolg op de hoogtebepalingen van de objecten
  •  
  •  

Quartairgeologie

Docent

Maarten Van Daele & Frank Mostaert

Buis-o-meter
(0%)

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2023-2024
  •  
  • 1) SPECMAP gegeven: Benoem de assen, geef een alternatieven y-as, duid de verschillende MIS aan, duid de terminaties aan, duid de weichel en wurm glaciales aan, duid het Een aan, duid de great interglacial aan.
  •  
  • 2) a: Geef 3 manieren hoe meren kunnen gebruikt worden om (de effecten) van de deglatiaties te reconstrueren.
    b: Wat hebben Dendrochronologie, meersedimenten en ijskernen gemeen met elkaar?
  •  
  • 3) a: Duid op de SPECMAP (vraag 1) aan wanneer dat de britse en de scandinavische ijkappen in verbinden stonden met elkaar.
    b: geef de gevolgen hiervan weer in bullet points.
  •  
  • 4) a: Waarom blijf de Neandertaler in midden en zuid europa?
    b: geef de verschillen tussen de neandertalers en de mens.
  •  
  • 5) a: wat zijn de 4 factoren voor eustatische zeespiegelschommelingen, en welke is dominant in het Quartair?
    b: Geef 2 locaties waar er desondanks de zeespiegelschommelingen er ook een algemeen dalende trend is waar te nemen. geef de reden en leg deze kort uit.
  •  
  • 6) a: Er zijn verschillende warmere periodes op het einde van het laat glaciaal. hoe worden deze genoemd?
    b: geef 2 excursielocaties waar er afzettingen van deze periodes terug te vinden zijn.
  •  
  • 7) waar zijn er in vlaanderen afzettingen te vinden van het gelaciaan, welk type afzetting verwacht je hier?
  •  
  • 8) a: handstuk determineren (chert)
    b: waar kan je dit vinden in vlaanderen, hoe is dit gevormd/afgezet geweest
    c: waar komt dit oorspronkelijk vandaan
  •  
  • Waar of niet waar vragen (+leg uit):
  •  
  • a: De zeetemperatuur daalde het sterkste in de noordelijke hemisfeer in het LGM
    b: Hoe grover het sediment hoe kouder dat de gemiddelde jaartemperatuur moet zijn om ijswiggen te vormen
    c: ijkappen zullen altijd inkrimpen als het warmer wordt (of iets in die aard allesinds)
    d: Lake Bonneville was begrensd door ijskappen daarom was het groter dan de great salt lake.
  •  
  •  
  • Examen 2022-2023
  •  
  • 1) Geef 5 voorbeelden waarom het Quartair zo speciaal is (5)
  •  
  • 2) Benoem volgende elementen op de SPECMAP (10)
     a. Assen
     b. Een alternatieve y-as
     c. Alle MIS
     d. De terminaties
     e. Weichsel
     f. Eemsiaan
     g. Wat is de benaming voor het Weichsel in: Noord Amerika, Zuid Amerika, de Britse eilanden, de Alpen
  •  
  • 3) De verschillen tussen periglaciale en glaciale afzettingen, geef twee voorbeelden van elk en leg uit wat er mee bepaald kan worden (6)
  •  
  • 4) Waar of Niet waar? Leg uit in een of twee zinnen
    a. Het LGM in Zuid-Amerika duurde langer dan in de noordelijke hemisfeer
    b. The Great interglacial period was een periode met langere interglaciale omstandigheden dan normaal
    c. Lake Bonneville, de voorloper van the great Salt Lake, was een meer begrensd door de ijskaplimieten
    d. Er waren minder tropische regenwouden in het LGM dan vandaag
  •  
  • 5)
    a. Waarom migreerde de Homo neanderthalensis enkel naar Midden en Zuid Europa
    b. Waarin verschilden de Homo neanderthalensis en de Homo sapiens van elkaar? Waarom was de Homo sapiens beter?
  •  
  • 6)
    a. Op welk archief baseren we ons in België voor het bepalen van zeespiegelschommelingen
    b. Geef 4 andere voorbeelden van archieven waarmee zeespiegelschommelingen bepaald kunnen worden
  •  
  • 7) Afbeelding van Gletsjer in Alaska die aan het terugtrekken is en pijlen naar de morenes
    a. Wat is de ouderdom (in getallen en een periode) van de afzettingen aangeduid met pijlen, welke afzetting is het?
    b. Hoe was het klimaat in België toen?
  •  
  • 8) Excursiestop Beerse:
    a. Wat is de maximale ouderdom van deze Quartaire afzettingen?
    b. Welke sedimenten zijn hier afgezet en onder welke omstandigheden?
    c. Hoe zie je dat deze lagen een Quartairouderdom hebben?
    d. Waarom is de zwarte laag bovenaan in de ontsluiting onderbroken?
  •  
  • 9) Excursiestop Berlare
    a. Verschillende topografische en geomorfologische structuren zijn aangeduid, benoem ze met een of enkele woorden en leg ze kort uit.
    b. Rangschik de afzetting van de structuren van oud naar jong en plak er indien mogelijk een ouderdom op in jaren of een indicatie van ouderdom (Periode, tijdsraam, …)
  •  
  • 10) Excursiestop Adinkerke a. We boorden in de duinengordel enkele km’s van het strand, hoe zijn deze afzet en onder welke omstandigheden?
    b. Wat vonden we tussen het zand? Verwacht je dit? Waarom wel of Waarom niet?
  •  
  •  
  • Examen 2021-2022
  •  
  • 1) Alles over de grens van het Quartair: ouderdom en waar, wat was het ervoor en waarom (met twee vb).
  •  
  • 2) SPEC-map, benoem de assen, MIS, terminaties, Weichel, Eemsiaan, geef ook alle andere benamingen van het Weichsel.
  •  
  • 3) Originele Brexit, geef voorbeelden van het bewijs dat ze ooit verbonden waren en dan niet meer.
  •  
  • 4) Geef 5 terrestrische archieven en zeg of ze continu of discontinu zijn.
  •  
  • 5) Waar of niet waar:
      - Er is een preciptatietrend in LGM bij lage breedte graden.
      - LGM in de noordelijke hemisfeer zorgde voor een koudere SST.
  •  
  • 6) Geef de Meltwaterpulses, ouderdom en oorzaak.
  •  
  • 7) De drie hypotheses van de evolutie van de mens afhankelijk van klimaatsveranderingen.
  •  
  • 8) Handstuk: wat is het (keitjes); waar afgezet, welke afzettingsmilieu en vanwaar komen ze?
  •  
  • 9) 6 locaties op een hoogtekaart van Vlaanderen bespreken en vormingsoorzaak geven(zandrug, duinen, paleoduinen, verhoging bij Berlare, getuigenheuvel).
  •  
  • 10) Over Beerse: ouderdom, welke sedimenten, afzettingsomgeving, indicatie van het Quartair, onderbreking.
  •  
  •  
  • Examen 2020-2021
  •  
  • 1) Stratotype Holoceen met indicator. Voor wat was dit een proxy?
  •  
  • 2) Data van Holoceen; vroeg-, midden- en laat plus de events die dit vormde.
  •  
  • 3) MIS grafiek: benoem de assen, de MIS stages, de terminaties, maak een as aan de andere kant (titels, eenheid, waarden), Weichsel, LGM, Eemiaan aanduiden
  •  
  • 4) Geef de andere benaming voor het Weichsel in Noord-Amerika, Zuid-Amerika Groot-Brittannië en de Alpen.
  •  
  • 5) Hoe komt het dat er maar vier glaciaties te vinden op het land?
  •  
  • 6) Welke twee terrestrische archieven tonen wel de volledige glacialen?
  •  
  • 7) Hoe zie je in België de Flandrien transgression?
  •  
  • 8) Waar of niet waar:
     - Het was in lagere breedtegraden tijdens het LGM droger
     - Het was warmer aan de evenaar dan nu tijdens het LGM.
  •  
  • 9) Wat zijn de 2 grote theorieën over de verspreiding van de mens in het Holoceen?
    => Welke van deze is de meest robuuste en verklaar
  •  
  • Excursievragen
  •  
  • 1) Oude meander bij Berlare:
     - Welke vlakte ligt in het noorden?
     - Hoe komt het dat op 10m diepte er terristrische afzettingen zijn?
     - Is de hoogte (hoger dan het omgeven landschap) een getijdengeul of een rivierduinen en waarom?
     - Hoe komt het dat de Schelde grote meanders had?
  •  
  • 2) Beerse groeve:
     - Wat is typisch voor het Holoceen in deze groeve?
     - Welk type sediment is dit en in welk milieu werd het afgezet?
     - Waarom is de zwarte laag onderbroken?
  •  
  • 3) Kruishoutem silex en akker: Hoe komen die hier? Waarvan komen die? Afzettingsgeschiedenis, rivierterrassen enzo en waar is dit.
  •  
  •  
  • Examen 2018-2019
  •  
  • Deel Bertrand
  •  
  • 1. In welke stages is het Holoceen opgedeeld? Geef de juiste data en het stratotype.
  •  
  • 2. Waarom is er op het land maar bewijs van 4 glacialen? Welke 4 zijn dit (MIS-nummer)?
  •  
  • 3. Grafiek van 18O gegeven: a) Wat zijn de oranje lijnen (= terminations) en benoem ze b) Duidt de laatste twee galacialen en interglacialen aan c) Duidt het begin van het Holoceen aan d) Duidt MIS 5e aan en geef ook de juiste naam. Is dit een glaciaal, interglaciaal, stadiaal of interstadiaal?
  •  
  • 4. Kaart van noordelijke hemisfeer gegeven: a) Duidt de grote ijskappen aan die heersten in de NH en benoem ze b) Welk was de dikste ijskap en hoe dik was die gemiddeld?
  •  
  • 5. Geef 5 terrestrische bewijzen van glacialen en zeg erbij of continue/discontinue en een goede proxy/identification zijn.
  •  
  • 6. Grafiek van MWP-koralen gegeven: a) Kunnen alle koralen gebruikt worden voor zeespiegelcurves te reconstrueren? b) Waarom zijn koralen een goede geologische indicator voor zeespiegelstijgingen? c) Duidt aan: Younger Drias d) Hoe worden de stippelijnen die de curves verbinden genoemd en wat stellen ze voor?
  •  
  • Deel Mostaert
  •  
  • 1. Waarom bestaan de meanders in Vlaanderen uit 2 sets (kort en lang)?
  •  
  • 2. Loess in België: a) Hoe dik is het loess in België maximaal? b) Bespreek de homogeniteit van het loess c) Waarvoor wordt loess gebruikt in de industrie?
  •  
  •  
  • Examen 2017-2018
  •  
  • Deel Bertrand
  •  
  • 1. Wat is het stratotype van het Holoceen? Wat zijn de voordelen en wat zijn de valkuilen van dit stratotype? (10p)
  •  
  • 2. Gegeven de grafiek voor mariene zuurstofisotopen. Waarvoor staan deze waarden? Duid alle terminations aan. Duid het Eemiaan aan en geef de nummer van MIS. (15p)
  •  
  • 3. Hoe kan je loessafzettingen gebruiken om glaciaal-interglaciaal cyclussen te reconstrueren. (5p)
  •  
  • 4. Waarom zijn er maar vier glacialen te zien op het land? (10p)
  •  
  • 5. Leg uit Heinrich events, wanneer, wat en waar? (10p)
  •  
  • 6. MWP 1a en 1b. Waar zijn de bewijzen te vinden en wanneer kwamen deze voor? Welk geologisch archief zou je gebruiken om ze te zien? (15p)
  •  
  • Deel Mostaert
  •  
  • 1. Hoe zijn de terassen gevormd bij de Maas en de Schelde en de Leie? Wanneer werden deze gevormd? Hoeveel terassen zijn er in Maastricht op het veld zichtbaar en waarom? (10p)
  •  
  • 2. Vergelijk de huidige Holoceen afzettingen en de afzettingen in Beerse en Sint-Lenaerts (5p)
  •  
  •  

Master - Major Basins and Orogens

Exploration Geophysics

Docent

David Van Rooij en Thomas Hermans

Cursus

De cursus wordt gegeven door professor Hermans en professor Van Rooij. Het deel van Hermans gaat over electrische meetmethoden, electromagnetische meetmethoden en boorgat methoden. Van Rooij zijn deel gaat dan weer over graviteit en magnetisme, seismologie (refractie en reflectie) en radiometrische methoden.

Practica

De eerste weken voer je metingen uit aan de Krekenplas (bij de Blaarmeersen) en S8. De gegevens die je hierbij verzameld worden vervolgens de daaropvolgende weken verwerkt.
Enkele namiddagjes knoeien met programma's voor de voorafgaand genomen metingen te verwerken. Probeer mee te zijn met wat je hier doen, omdat dit handig is voor in de verslagen die je elke week moet indienen over wat je de week ervoor hebt verwerkt.

Opdracht

60% van de punten kan al tijdens het jaar verdiend worden. Het schrijven van een abstract van een paper van exact 200 woorden (die opdracht krijg je vanaf de eerste les) is al goed voor 10%. Op een afgesproken datum moet je vervolgens een presentatie geven over hetzelfde onderwerp, wat ook weer voor 10% van de punten telt. Je moet ook de samenvattingen van anderen hebben gelezen, want je MOET vragen stellen tijdens de presentaties. De overige 40% wordt verdiend door verslagen te schrijven over practica die je in Blaarmeersen of S8 hebt uitgevoerd.

Buis-o-meter
(10%)

Leer de slides, kijk soms in het boek, zorg dat je het meeste verstaat. In de master zou je dat al moeten kunnen. Drie dagen leren voor het examen zou het klusje moeten klaren, mits enkele dagen inzet in de blok.

  •  
  • TWIEOOS
  • Inhaalexamen 2022-2023
  •  
  • Oral question (10 out of 40 points): carstic limestone area in Yucatan peninsula (mexico) near-shore and close to impact crater, area of a Belgian province, mexican government asks you to detect karstic features (picture as example of a large cave of maybe 50m diameter partly filled with water), and to know their size and depth
    Give 3 best methods and explain geophysically why, for each method give depth of investigation and resolution. How would you do the survey? How long would it take to do the complete survey? Are there any precautions or environmental risks?
  •  
  • Written part: 10 shorter questions (30 out of 40 points):
    1) Explain aliasing (what is it, where does it happen, how prevent it)
    2) Gravimetric assumptions and ambiguities
    3) Seismic profile: which artefacts, what processing steps to improve the profile
    4) Explain hidden layers in context of refraction seismics
    5) Explain how magnetic proton gradiometer works
    6) Explain concept of time domain electromagnetic induction
    7) a) Something about explaining the concept of inversion
    b) Does the profile (given image of profile with resistivity values) contain saltwater? Explain
    8) Explain electrical double layer, and how does it influence measurements of resistivity, spontaneous potential and induced polarization
    9) GPR profile given, a) Why is the water table much clearer visible than layer interfaces
    b) How convert y-axis to depth information
    10) Explain sphere of influence in natural gamma ray logs, how does it have an effect on layer boundaries and thin layers
  •  
  •  
  • Examen 2022-2023
  •  
  • Oral part (10/40): Question about an orebody in Sweden, which 3 methods and explain why and how long would it take, which sampling method + environmental concerns?
  •  
  • Written part (30/40)
  •  
  • 1) What is aliasing, where does it happen and how can you prevent it?
  •  
  • 2) Gravity and magnetism have some similarities in signal response or something, what are the similarities and difference?
  •  
  • 3) How do you measure radioactivity in an air survey, which data processing steps do you need to do (like if you are measuring in a valley and those things)?
  •  
  • 4) Artefacts in a profile at Ostend
  •  
  • 5) Airborne radiometric thing and complications
  •  
  • 6) Explain conduction and storage capacity of charge in clay particles
  •  
  • 7) How do you go from pseudo sections to inversion model and explain, what are the necessary steps and what is the problem of something with it
  •  
  • 8) LIN, what is it, why, and what if in high conductivity area?
  •  
  • 9) GPR, something with wat the first two reflections represent.
  •  
  • 10) Compare resistivity and EM methods in boreholes. Give advantages and disadvantages
  •  
  •  
  • Examen 2020-2021
  •  
  • 1. Oral question: landfill of 4 hectare in sand quarry – which 3 methods? Spatial resolution? Investigation depth? Which general survey strategy? Environmental concerns or precautions? 2/20
  •  
  • 2. 10 small questions, in total on 6/20:
  •  
  • • Aliasing, explain
  •  
  • • Schlumberger dinges given – which configuration is it? Explain with advantages and disadvantages
  •  
  • • Which methods can you use to find the EM velocity for GPR?
  •  
  • • Borehole signals given (gamma ray, SP, resistivity, neutron, …)? what do they represent and give small interpretation
  •  
  • • Reflection seismic profile given – which seismic artefacts do you see/expect and which processing methods would you suggest to improve the profile
  •  
  • • Which ambiguities and assumptions are there for gravimetric data and how would you solve this
  •  
  • • Explain hidden layers
  •  
  • • Membrane polarization vs electrode polarization
  •  
  • • Real/imaginary components advantage over regular tilt angle method
  •  
  • • Explain proton gradiometer
  •  
  •  
  • Examen 2019-2020
  •  
  • Written part
  •  
  • 1. Explain the theoretical and practical basis of VES (including limitations) and derive for each method the apparent resistivity.
  •  
  • 2. Survey for a company correlating seismic profile VS cores
  •  
  • (a) Which (geo)physical properties need to be obtained? How would you correlate the core with the seismic profile?
  •  
  • (b) Which methodology can be used to obtain these properties? Explain for each method shortly the acquisition and pitfalls.
  •  
  • (c) Which factors can cause miscorrelations? For which of these factors can be accounted for and which not?
  •  
  • Oral part
  •  
  • 1. Survey on a Portuguese area as large as a Belgian Province surching for carstic caves. The area is uninhabited and has rare forestation.
  •  
  • (a) Which three methods would you propose, give a geophysical explanation why you would use them and give the depth of investigation and spatial resolution for each method.
  •  
  • (b) What survey strategy would you use (crew, time, cost, material...)?
  •  
  • (c) What are the environmental influences and which precautions can be taken?
  •  
  •  
  • Examen 2017-2018
  •  
  • 1. Refractieseismiek: geef principes, acquisitie, interpretatie (+formules 2-layer model) en pitfalls (5p)
  •  
  • 2. Metalliferous ores: Beste methodes (die het metallisch karakter gebruiken), Op welke principes werken die? Voordelen, nadelen en limieten van alle methodes
  •  
  • 3. Studie naar hydrocarbons over groot offshore gebied, a) welke methodes met limieten en resoluties zou je gebruiken (unlimited budget), welk principe werken ze b) survey strategie (werknemers, materiaal, tijd...), c) milieufactoren en voorbereiding
  •  
  •  
  • Examen 2015-2016
  •  
  • 1. What is VES: Give the theoretical and practical methods and limitations. Give for each method the apparent resistivity. (5p)
  •  
  • 2. An amplitude-frequention graph (seismics) is given. List and explain everything about source, setup, resolution, processing... (5p)
  •  
  • 3. In a large forested area in Europe, some copper-silver ore bodies are found in outcrops. You have the chance to examine this area. a) Give 3 most efficient methods in order for exploitation possibilities. Give also the limitations and the spatial resolution. b) Can you give an estimate of this survey (costs, crew, time,...) c) Do you have to take environmental problems or other precautions in account? (6p)
  •  
  •  
  • Examen 2011-2012
  •  
  • 1. Gegeven: een refractieseismogram van 1 horizontale laag Geef de formules en bereken: diepte z, intercept time, cross over distance, critical angle (afleiding maken in klad en zo de tot de formules komen)
  •  
  • 2. VES: wat zijn de theoretische en praktische methodes, geef bij allen de afleiding om de resestitviteit te berekenen (Wenner, ...)
  •  
  • 3. Geef overeenkomsten en verschillen tussen GPR en land reflection seismics. vergelijk op basis van methode, data verwerving, processing, interpretatie
  •  
  • 4. Verklaar Aliasing, Nettleton's method, Vibroseis, Chargeability, CMP Bin, ...
  •  
  •  
  • Examen 2009-2010
  •  
  • 1. Gegeven een de resistiviteiscurve van een Schlumberger-sondering (zelfde als in cursus). Wat vertegenwoordigen de punten A en B? Wat is de resistiviteit van de verschillende lagen en hun diepte? Bespreek de grootheid S en het belang ervan in het hydrogeologisch onderzoek?
  •  
  • 2. Bespreek de Self-potential variaties in het Noir Ri bekken
  •  
  • 3. Woordjes: convolutie, Q-factor, sferische spreiding en dynamische correctie
  •  
  • 4. Meerkeuze: Motiveer een keuze voor de seismische snelheid van lemig deklaag (200m/s, 300m/s, 600m/s, 1500m/s) en kalksteen-bedrock (600m/s, 2500m/s, 7500m/s, 9000m/s). Wanneer de leembedekking 11m dik is, en uitgaande van de gekozen snelheden: hoelang moet je array aan geofonen zijn opdat je zou waarnemen over een afstand die 3 keer groter is dan de waargenomen snelheidstak van de leemlaag in een x-t diagram (was zoietske, dus 3x uw crossover-distance Xc)
  •  
  • 5. Vraag computerpractica: gegeven een seismogram loodrecht op de voornaamste strekkingsrichting van de breuken in een KWS-bekken in Nigeria. Geef een overzicht van de verschillende stappen die je zal uitvoeren bij het uitkarteren van dit KWS-reservoir (visualisatie, interpretatie, ...)
  •  
  •  

Field Course: Biosphere Evolution and Stratigraphy

Docent

Stephen Louwye & Thijs Vandenbroucke

Buis-o-meter
(0%)

Normaal buist er niemand voor dit vak.

  •  
  • TWIEOOS

Geochronology

Docent

Johan De Grave & Dimitri Vandenberghe

Prof. De Grave zouden jullie ondertussen toch al moeten kennen, de lessen over AFT zijn zijn specialiteit en deze methode zal je dan ook uitgebreid in de les zien. Prof. Vandenberghe (a.k.a. Dimi) zal een aantal lessen geven over luminiscentie en alle overige Quartaire dateringsmethodes.

Cursus

Voor het deel van Prof. De Grave heb je een tweetal hoofdstukken die je kan afdrukken als je meer toelichting wil bij de slides, voor Dimi zijn deel zal je een boek volledig vanbuiten moeten leren maar dit valt nog mee aangezien de helft van het boek voorbeelden zijn.

Practica

Je zal een paar namiddagen met QTQt een programma voor AFT-data leren werken.

Buis-o-meter
(15%)

Een aanvaardbaar vak voor 6 studiepunten.

  •  
  • TWIEOOS
  • Herexamen 2022-2023
  •  
  • Partim Degrave:
  •  
  • 1) What is an AFT annealing model? Explain principles and usage (~1 page).
  •  
  • 2) Schematic profile of fault zone with AFT ages at various points given.
    a) Justify the AFT-ages.
    b) Two length distribution graphs are given: which one belongs to which sample?
  •  
  • 3) Explain in 5-10 sentences:
  •  
  •  -TINT
     -Electron capture + the dating method based on this
     -Secular equilibrium
     -Dpar
     -Epithermal neutrons
     -Detrital thermochronology
  •  
  • Partim Vandenberghe:
  •  
  • 1)
    a) What are cosmic radionuclides? Principles, methods, etc.
    b) One of these is more commonly used compared to the others in Quarternary dating despite the limited range. Which one + explain in detail.
  •  
  • 2) You are tasked with surveying aeolian glacial deposits, Which method will you use and why?
  •  
  • 3) Explain:
  •  
  •  -Uranium dating
     -210Pb-dating
  •  
  •  
  • Examen 2022-2023
  •  
  • Partim Degrave
  •  
  • 1) You forget to etch before irradiating your sample
    a) Why is this a problem?
    b) How can you solve this without measuring a new sample?
    c) You find a new sample and measure it, you get a track length distribution where the mean track is about 11 µm. What is this distribution for the sample you forgot to etch?
  •  
  • 2) You get a graph with on the x-axis the distance to a basalt intrusion, and on the y-axis the AFT-age. a) What can you deduce from this graph about the geological context and history (I've written about APAZ, your lowest age was 10 Ma so that's how long ago the intrusion was and the highest age was 80 Ma). b) The graph of sphene was also given next to the one of apatite, what can you deduce about sphene from this (the annealing only started at a higher temperature than apatite).
  •  
  • 3) Words
  •  
  •  - α-implantation
     - G in the AFT-age formula
     - AHePRZ
     - Thermal neutrons.
  •  
  • Partim Dimi
  •  
  • 1) For radiation damage, which methods do you use for the Quaternary? Explain them, give the strengths and weaknesses and give at least one example. (40%)
  •  
  • 2) Graph from the CN guest lecture showing a sequence of gravel, loam, gravel and another bit of loam on top. The 10Be graph is given, as are the Ti/Zr ratio and the weathering intensity. You need to explain what these figures mean. (40%)
  •  
  • 3) Words (20%)
  •  
  •  - Isotopic fractionation
     - U-series decay
     - Wiggle matching
     - Precision and accuracy
  •  
  •  
  • Examen 2021-2022
  •  
  • De Grave
  •  
  • 1. Breuk vraag (oudste aft rond 103 Ma, jongste rond 12 Ma (langsbreukvlak), u/Pb graniet rond 250 Ma en K-Ar tuff 15 Ma)
  •  
  • 2. Matrix effecten + benoem diagram
  •  
  • 3. Waarom primaire en secundaire standaard bij U/Pb
  •  
  • 4. Teken wetherill Concordia diagram en duid aan punt a = veel u verlies punt b = geen verlies van pb of u punt c = tuf as van een vulkaan
  •  
  • Deel Dimi
  •  
  • 1. Radiation damage basics, belangrijkste quartair, problemen en applicaties (45%)
  •  
  • 2. Glaciatie retreat and advance laat pleistocene welke methodes, waarom en voor en nadelen (45%)
  •  
  • 3. 230Th/234U en isotopic fractionation uitleggen (10%)
  •  
  •  
  • Examen 2019-2020
  •  
  • Partim De Grave:
  •  
  • Q1. (1) Explain the pattern of the AFT ages along the fault and discuss the geological/tectonic evolution of the fault.
  •  
  • (2) Given: two AFT length distributions: one with a broader distribution and smaller lm, one with narrower distribution and higher lm). Which distribution belongs to the AFT age of sample 2 (higher in landscape, higher AFT age) and which to the AFT age of sample 7 (lower in landscape, lower AFT age? Explain!
  •  
  • Q2. Explain everything about electron capture and give an example of a widely used dating method in which it occurs (answer: used in K-Ar)
  •  
  • Q3. Downhole fractionation in U-Pb dating. Explain
  •  
  • Q4. Explain words (5-10 lines):
  •  
  • (1) alfa-ejection
  •  
  • (2) common lead
  •  
  • Partim Dimi
  •  
  • Q1. (1) Give all the dating techniques based on the accumulation of radiation damage.
  •  
  • (2) Indicate those that are of interest for Quaternary research. If not, then explain why not.
  •  
  • (3) Choose one method that you think is best for Quaternary studies, explain why. Give the principles of the method, abilities/advantages, weakness/limitations, and illustrate the method with an application.
  •  
  • Q2. Natural hazards: two questions were given but you could choose which one to answer ¯\_(ツ)_/¯ (tip: choose the question you will gain the most points with)
  •  
  • (1) How would you date the cyclicity (periodicity) of a tsunami deposit? Explain and give limitations and advantages.
  •  
  • (2) If you had to date another natural hazard. Choose a natural hazard and explain how you would date this event, give for each method used the limitations and advantages.
  •  
  • Q3. Explain:
  •  
  • (1) Wiggle matching
  •  
  • (2) SAR protocol
  •  
  • (3) isotopic fractionation
  •  
  • (4) U-Series dating
  •  
  • Partim Vandenhaute
  •  
  • Everyone gets another question that you can prepare on a paper and have to discuss with the professor (oral exam).
  •  
  • Examples: figure Hubble flow (derive formula for hubble flow, explain figure and what info it gives you), Tera s method for dating the universe, I,Xe-chronometer, formation interval, r-process, s-process, …
  •  
  •  
  • Examen 2017-2018
  •  
  • Deel De Grave
  •  
  • 1. Je wilt een hele reeks samples in een reactor steken met glasdosimeters en standaarden, hoe ga je da prepareren, kalibreren en analyseren? Geef alle parameters van de ouderdomsvergelijkingen die je gebruikt
  •  
  • 2. A. Wat geef je allemaal in bij AFT QTQt? B. Bespreek de statistiek ervan en vergelijk deze met traditionele statistiek. C. Wat voor output krijg je en hoe interpreteer je deze?
  •  
  • 3. Woordjes (5): Secular equilibrium, TINT, α-ejection, Dpar, Detrital thermochronology
  •  
  • Deel Vandenhaute
  •  
  • 1. Leg alles uit over het onstaan van de melkweg, Os/Re en U/Th chronometers en nucleosynthesemodellen, ... (1 vraag per persoon)
  •  
  • Deel Vandenberghe
  •  
  • 1. Leg alles uit over de minimum detectielimiet van luminescentie
  •  
  • 2. Bespreek alle problemen bij radiocarbon in mariene reservoirs
  •  
  • 3. Woordjes (9): Lichenometry,Isotopic fractionation, SAR Protocol, Cosmogenic nuclide, Wiggle matching, AMS, Accuracy and precision, Anomalous fading, Dose rate (annual dose)
  •  
  •  
  • Examen 2016-2017
  •  
  • 1. Tijdens een onderzoek is iets fout gelopen met het monster. Het apatietkristal is niet geëtst vooraleer het samen met de ED te bestralen. A. Voor welke problemen zorgt dit. B. Hoe zou je dit oplossen. C. Teken het histogram van het failed sample.
  •  
  • 2. Leg uit in 10 zinnen: annealing model
  •  
  • 3. Verklaar: Geometry ratio. Is dit altijd hetzelfde? Indien het veranderd, leg uit
  •  
  • 4. 10 woordjes: electron capture + vb, alfa-inplantation, confined tracks, rho-d, epithermal neutrons, closing temperature, zetafactor,..
  •  
  • 5. Lengtedistributie en AFT-ages van 2 samples gegeven. Teken het annealing model van deze 2 samples en vul de assen aan
  •  
  • 6. Geef alle soorten dating techniques o.b.v. radiation damage. Leg deze kort uit en geef van alle de limitations, voordelen en een voorbeeld
  •  
  • 7. Hoe zou je de cycliciteit van een tsunamideposit dateren
  •  
  • 8. 10 woordjes: AMS, sclerochronologie, SAR protocol, Bayesian analysis, isotopic fractionation, orbital tuning, isotones, fish canyon tuff apatite, isochrone method, cosmogenic nuclide, U-series, wiggle matching...
  •  
  • 9. 2 figuren mondeling gaan uitleggen met voorbereiding: Holmes Houtermans (of variant), r- & s-processen, I,Xe-evolution path of stars, Pb-Pb dating, hoe aan ouderdom aarde geraken
  •  
  •  
  • Examen 2014-2015
  •  
  • Deel De Grave
  •  
  • 1. Gegeven een figuur met een breuk met verschillende, genummerde AFT ouderdommen. Deze dalen langsheen het breukvlak
  •  
  • 2. A. Verklaar het patroon van AFT ouderdommen en bespreek de geologische/tektonische evolutie van de breuk. B. (gegeven 2 AFT lengtedistributies: eentje met brede distributie en lagere lm, en eentje met smalle distributie en hogere lm) Welke distributie hoort bij AFT ouderdom van punt 2(hoger gelegen, hogere AFT ouderdom) en welke van punt 7(lager gelagen langs breukvlak en lagere AFT ouderdom)
  •  
  • 3. A. Wat is εt(Hf)? Geef de formule en leg de factoren en constanten uit. B. Hoe ziet de evolutie van de εt(Hf) van mantel- en korstgesteenten eruit ? (Maak bij voorkeur een diagram). C. Duidt de εt(Hf) van de BSE aan.
  •  
  • 4. Bespreek alpha-ejection. Welke problemen levert dit in thermochronologie? Hoe wordt dit probleem opgelost?
  •  
  • Deel Vandenberghe
  •  
  • 1. Verklaar alle methodes in verband met accumulatie van radiatie. (Luminescentie, ESR, FT, alfa-recoil,…)
  •  
  • 2. Geef alle groepen met decay/accumulation van radionuclids. Bespreek 1 methode helemaal (basics, use, source of errors) en motiveer waarom je deze koos.
  •  
  • 3. Tephra layers are import horizont markers. Verklaar en legt uit hoe je dit dateert.
  •  
  • 4. Geef het verschil tussen accuracy and precision
  •  
  • 5. 5 woordjes : Wiggle-match, SAR protocol, Isotopic fractionation, Oxygen Isoptope Chronostratigraphy, Remanent Magnetism
  •  
  • 6. Bespreek alle Kwartaire dateringsmethoden die gebaseerd zijn op stralingsschade.Wat zijn de voordelen en wat zijn de beperkingen van elke methode. Geef bij elke methode een toepassing aan de hand van een voorbeeld
  •  
  •  
  • Examen 2013-2014
  •  
  • Deel De Grave
  •  
  • 1. ED methode
  •  
  • 2. Wat is Ehf? Geef de formule en bespreek differentiatie van de aarde (met schema)
  •  
  • 3. Gegeven: aft ouderdommen in een breukschema. Bespreek de geologische geschiedenis van de breuk
  •  
  • Deel Vandenberghe
  •  
  • 1. Bespreek de dateringsmethodes die gebaseerd zijn op stralingsschade
  •  
  • 2. Bespreek de onevenwichten in de U-series
  •  
  • 3. Een glacio-geoloog wil een dateringskader bepalen. Welke methodes raad je hem aan?
  •  
  • 4. Woordjes: wiggle, AMS, aminostratigrafie, isotopische fractionatie
  •  
  •  

Micropaleontology and Paleo-environmental Reconstruction

Docent

Stephen Louwye, Thomas W. Hearing, Robert Speijer

Prof. Speijer is een prof uit Leuven, Louwye en Hearing uit Gent.

Cursus

Dit vak wordt door drie proffen gegeven, de eerste vier weken worden door Prof. Speijer in Leuven gegeven. Hier worden Foraminifera, Ostracoden en kalkschalig nannoplankton besproken. De hieropvolgende twee weken worden Acritarchen, Conodonten en Chitinozoa besproken, alsook het ontstaan en evolueren van het (vroege) leven. Deze lessen door Hearing gegeven. De laaste twee weken houdt Louwye voor zijn rekening, waar Radiolaria, Diatomeeën en Dinoflagellaten worden besproken.

Practica

De eerste vier weken van het semester gaan de practica in Leuven door. Hier worden voornamelijk de Formainiferen en paleoenvironmental reconstructions bekeken. De andere vier practica vinden dan plaats in Gent, waar er naar Radiolaria, Acritarchen, Conodonten, Chitinozoa, Diatomeeën en Dinoflagellaten wordt gekeken.

Buis-o-meter
(10%)

  •  
  • TWIEOOS
  • Inhaalexamen 2022-2023
  •  
  • Partim Louwye
  •  
  • 1) Diatoms:
     a) Paleoecology of diatoms
     b) Evolution of a tidal river using diatoms
  •  
  • 2) Why is the dinoflagellate fossil assemblage selective?
  •  
  • 3) Explain 5 terms
  •  
  •  - Archeopyle
     - Diachronic Biozone Boundary
     - Proximochorate
     - Spumullaria
     - Diatomite
  •  
  • Partim Spijer
  •  
  • 1) PETM
     a) Age in Ma?
     b) What is the importance? deep + shallow marine
     c) Why not use conodonts?
     d) How are ostracods used for depth?
  •  
  • 2) Forams
     a) Short definition forams
     b) 3 most common wall types + phylogeny
  •  
  • 3) Graph of nannofossil diversification/extinctions from the past 200 Ma
     a) Explain the most important events
     b) Why does cooling in Cretaceous cause diversification while cooling in Eoceen causes loss of diversity?
  •  
  • Partim Hearing
  •  
  • 1) Chitinozoa given + list of characteristics + phylogenetic tree a) Describe + identify
  •  
  • 2) Para-and euconodont compare evolution and growth
  •  
  • 3) Use at least 2 fossil groups to explain 2 palaeoecological or/and palaeoenvironmental techniques.
  •  
  •  
  • Examen 2022-2023
  •  
  • Partim Spijer
  •  
  • A text on Boom's formation was given and you had to explain how you would approach a study of the palaeoenvironment along a transcect from Rupel to Denmark. You also had to explain how to see this in the fossils.
  •  
  • Partim Louwye
  •  
  • 1) Giving relationship between acritarchs and dinoflagellates and the evolution between them. (5)
  •  
  • 2) A bore at TST, what do you find through the bore? (10)
  •  
  • 3) Explan these 5 words (5)
  •  
  •  - Auxospore
     - Halophobe
     - Frustule
     - Hypnozygote
     - Hystrichosphaera
  •  
  • Partim Hearing
  •  
  • 1) Give a technical description of a chitinozoa in a photograph, you also had to determine with a given classification. (6)
  •  
  • 2) What would you find in a Silurian sample prepared according to the standard palyonological stuff? (1)
  •  
  • 3) What can you say about the biological affinity of acritarchs? What does this say about the Mesoproterozoic biosphere? (7)
  •  
  • 4) For which 2 palaeo-ecological and environmental reconstructions can you use conodonts and describe them.
  •  
  •  
  • Examen 2021-2022
  •  
  • Partim Louwye
  •  
  • 1) Ecology and environment of dinoflagelatte cysts
  •  
  • 2) Taphonomy of diatoms and dioflagellates before and after burial
  •  
  • 3) Diachronous boundaries faciès gedoe
  •  
  • Partim Speijer
    - Suborders text, mil, glob, en nog 1
    - Jaartallen van die orders
    - Toepassen in global curve
  •  
  • Partim Thomas Wong Hearing
  •  
  • - Chitinoza description
  •  
  • - Fossil groups after palynological thinhies
  •  
  • - What can be done with those fossil groups in paleoenvironmental studie pre-Mesozoic
  •  
  •  
  • Examen 2020-2021
  •  
  • PARTIM LOUWYE
  •  
  • 1. In Lower Jura they found a Lowstand Wedge. You need to explain what you would find (microfossils and palyonomorphs) in this wedge (lowstand systems tract) and also explain what paleo-environmental information you can get based on those microfossils and palynomorphs. (15 pt/20 pt of part of Louwye)
  •  
  • 2. Explain the paleobiology of the dinoflagellate cysts (morphology, habitat, reproduction, taphonomy) (5pt/20 pt of part of Louwye)
  •  
  • PARTIM SPEIJER
  •  
  • 1 Een gesteente bestaat uit 3 eenheden: een onderste klei-eenheid van 90% Textulariina, daarboven een mergellaag met 90% Miliolina en daarboven een mergellaag met 90% Globigerinina en de rest waren Rotaliina.
  •  
  • (a) Bespreek de verschillende morfologieën en samenstellingen van deze 3 subordes.
  •  
  • (b) Wanneer komen deze groepen voor?
  •  
  • (c) en wat valt af te leiden uit deze gegevens ivm het paleomilieu?
  •  
  • (d)Als je nu deze core wil vergelijken met de delta O 18 curve, op welke laag zou je je baseren en welke forams zou je kiezen en leg uit waarom?
  •  
  • PARTIM HEARING
  •  
  • 1. Given: a microscopic picture of a Chitinozoan + paper about Chitinozoa. Asked: Give a technical description of this given organism (without taxonomy)
  •  
  • 2. a) Wat zou je vinden in een silurian staal dat geprepareerd was volgens standaard palynological techniques? b) Geef 1 voorbeeld van wat je kan doen voor paleoenvironmental of ecology reconstructie met conodonten.
  •  
  • 3. Zo gelijk de correlatie oefening van log A, B en C, maar dan maar eentje en je moest niet correleren - wel in biozones opdelen en missing biozones aanduiden.
  •  
  •  
  • Examen 2019-2020
  •  
  • PARTIM LOUWYE
  •  
  • 1. Explain the chemical and physical taphonomy processes of Diatoms and Dinoflagellates and explain why the fossil record is not representative for the living organisms at that time.
  •  
  • 2. Drilling in Low Stand Fan in Jurassic. What wil you find (trend, fossils...) when going from bottem to top of the drilling and why appear/disappear certain microfossils
  •  
  • PARTIM SPEIJER
  •  
  • 1. (a) What phylum and order represents the most modern Ostracods?
  •  
  • (b) Give the environment en living mode of these modern Ostracods.
  •  
  • (c) Compare stratigraphy, paleo-environment and paleoclimatology reconstructions between Forams and Ostracods
  •  
  • PARTIM HEARING
  •  
  • 1. Given: a microscopic picture of a Chitinozoan + paper about Chitinozoa. Asked: Give a technical description of this given organism (without taxonomy)
  •  
  • 2. Given: Ordovican stratigraphy with Conodont/Chitinozoa biozones, explaination Conodont of biozones
  •  
  • Asked:
  •  
  • (a) What are the fossil groups you can find after palynogical microscopic preparation of an Ordovician marine siliciklastic rock?
  •  
  • (b) Correlate and construct the biostratigraphy with biozones found in 2 different cores.
  •  
  • (c) Give the main paleo-environment and paleoclimate reconstructions for Conodonts.
  •  
  •  
  • Examen 2018-2019
  •  
  • Speijer's questions
  •  
  • 1. Explain the P/B ratio.
  •  
  • 2. For which time interval(s) can we use this method?
  •  
  • 3. Give an example for which you can use this method and explain the advantages and limitations of this method.
  •  
  • Vandenbroucke's questions
  •  
  • You work for a company that decides to drill into a basin with deposits of the UPPER ORDOVICIUM (cross section of the basin shown on a picture). Two locations in the drill-hole are marked with one of them located in a open-marine facies and the second one in a younger shallow-marine facies.
  •  
  • 1. Give in steps and explain how you need to prepare a sample to analyse the microfossils/paynomorphs.
  •  
  • 2. What are the microfossils/palynomorphs that you are going to find from the open-marine facies sample?
  •  
  • 3. How is the relative abundance of the microfossils/palynomorfs going to be in the shallow-marine facies sample compared to the open-marine facies sample?
  •  
  • Louwye's questions
  •  
  • 1. Describe the phylogenetic relation between acritarchs and dinoflagellates.
  •  
  • 2. Why is the fossil record of dinoflagellates selective to a certain degree?
  •  
  • 3. Give the paleoecology of the diatoms and give a good example about what they can be used for.
  •  
  • Steurbaut's questions
  •  
  • Calcareous nannoplankton
  •  
  • 1. Give the definition.
  •  
  • 2. Explain the preservation.
  •  
  • 3. What are the benefits of using calcareous nanaplankton and disadvantages?
  •  
  • 4. What is the second thing that they are usefull for next to biostratigraphy?
  •  
  • 5. Give 2 suborders of calcareous nanoplankton and give some general information about them, plus explain their optical properties.
  •  
  •  
  • Examen 2017-2018
  •  
  • Deel Vandenbroucke
  •  
  • 1. Lab treatment of palynomorfs
  •  
  • 2. Which microfossils can be found after treatment? Give for each group: paleobiology, stratigraphic range, use in Ordovician
  •  
  • 3. Give the realtive abundances of groups influenced by depth ( he gave a figure with biofacies)
  •  
  • Deel Steurbaut
  •  
  • 1. Definition, evolutionary history, taphonomic history, strengths and weaknesses in applications of calcareous nannofossils, zygodiscaceae
  •  
  • Deel Louwye
  •  
  • 1. Morphology, distribution, reproduction,... of dinoflagellates
  •  
  • 2. A biofacies is found in the shallow part of a basin and is dated 15Ma, the same biofacies is also found in a deeper part of the basin, dated at 13.2Ma. Explain (diachronous biofacies boundaries)
  •  
  • Deel Speijer
  •  
  • 1. How would you approach and look for if you want to reconstruct the paleoenvironmental conditions?
  •  
  • 2. What variations would you expect along the N-S transect
  •  
  •  
  • Examen 2016-2017
  •  
  • 1. Leg uit Kalkschalige nannofossielen: general definition, time range, spatial distribution, applications, strength/weakness, coccolithaceae
  •  
  • 2. We behandelen sample met HCl en HF. We zeven de resterende korrels. Welke microfossielen vind je in de kleine en welke in de grote fractie. Dit voor een mudstone sample uit het ordovicium. Als we hetzelfde herhalen voor een sample uit het siluur, welke microfossielen vinden we dan?
  •  
  • 3. Een sequencie van TST in het gedecalcificieerde Eoceen op lage latitude. Verklaar de biofacies van bottom to top (aan de hand van de microfossielen). En verklaar welke palynomorfen/microfossielen aan- of afwezig zijn in de sequentie
  •  
  • 4. ???
  •  
  •  
  • Examen 2014-2015
  •  
  • 1. Bespreek hoe foraminiferen gebruikt kunnen worden voor de studie van het paleoklimaat in het Cenozoicum (en het Quartair). En wat kunnen non-mariene ostracoden hier bij helpen?
  •  
  • 2. Een fossiele walvis wordt ontdekt in het gedeeltelijke gecalcificieerde Eoceen van Peru. Er moet een nieuw onderzoek gedaan worden naar ouderdom, stratigrafie en ecologie. Hoe pak je de campagne aan en welke expertise heb je nodig?
  •  
  • 3. Een sequencie van TST in het gedecalcificieerde Eoceen op lage latitude. Verklaar de biofacies van bottom to top (aan de hand van de microfossielen). En verklaar welke palynomorfen/microfossielen aan- of afwezig zijn in de sequentie.
  •  
  • 4. Bespreek de groep Chitinozoa (age, ecology, stratigraphy, morphology) en geef enkele toepassingen.
  •  
  •  
  • Examen 2013-2014
  •  
  • 1. Bespreek de paleobiologie van dinoflagellaten. Bespreek hoe ze bruikbaar zijn in paleomilieureconstructies en geef een voorbeeld
  •  
  • 2. Een gesteente bestaat uit 3 eenheden: een onderste klei-eenheid van 90% Textulariina, daarboven een mergellaag met 90% Miliolina en daarboven een mergellaag met 90% Globigerinina. (a) Bespreek de verschillende morfologieën en samenstellingen van deze 3 subordes. (b) Wanneer komen deze groepen voor? (c) en wat valt af te leiden uit deze gegevens ivm het paleomilieu?
  •  
  • 3. Bespreek waar in België (mogelijks) aardgas/olie te vinden is
  •  
  • 4. Stel je voor dat je een specialist bent in kalkschalig nannoplankton. En je krijgt de opdracht om een magnetostratigrafische reconstructie te maken van het Ypresiaan van het zuidelijk Noordzeebekken. Hoe ga je tewerk? Welke groepen komen hiervoor in aanmerking? En welke andere (minstens 2) vakgebieden zou je nog kunnen gebruiken om extra informatie te verzamelen?
  •  
  •  
  • Examen 2011-2012
  •  
  • 1. Welke geologische problemen kunnen opgelost worden met behulp van Conodonten?
  •  
  • 2. Bespreek de evolutie van de orde foraminiferen. Bespreek op welke structuren de verdere onderverdeling gesteund is. Geef onderverdelingen met belangrijkste kenmerken. Bespreek ook de fylogenie van deze evolutie
  •  
  • 3. Bespreek welke paleomilieureconstructies uitgevoerd kunnen worden met foraminiferen en ostracoden. Bespreek de voor en nadelen tegenover elkaar
  •  
  • 4. Een klakhoudende klei afzetting van kayadablabla formatie oekraine uit midden-ypresiaan. Hoe gebeurt het onderzoek met nannofossielen? Bespreek vanaf de preparatie tot de analyse. Welke species denk je tegen te komen en het biostratigrafisch belang
  •  
  • 5. Hydrocarbon-research in Belgium. Waar kunnen ze voorkomen? geef structuren in belgie waar ze mogelijk zitten. bespreek ook de analysetechnieken die hiervoor gebruikt worden
  •  
  • 6. Een HST sequentie op 40°N op de buitenste shelf met Selandiaan ouderdom (Nu denk je waarschijnlijk Selandiaan nog een geluk dat de prof me wist te vertellen dat het redelijk recent was, jammer genoeg voor mij liggen onze definities van recent wat ver uit elkaar). Je doet een boring, welke palynomorfen en microfossielen denk je tegen te komen en wat vertellen deze over het milieu en de geologie?
  •  
  •  
  • Oudere twieoos
  •  
  • Bespreek het verschil tussen Braarudosphaerae en Discoasteraceae en in welke omgeving komen zij heden ten dage vooral voor?
  •  
  • 5 criteria waarom kalkschalig nannoplankton belangrijk is voor biostratigrafie
  •  
  • Bespreek het gebruik van forminiferen en ostracoden in paleobathymetrisch onderzoek
  •  
  • Bespreek cryptosporen: morfologie, affiniteit, gebruik in de geologie
  •  
  • Bespreek de ecologie van de silicieuse microfossielen en geef enkele toepassingen
  •  
  • Over de exacte affiniteit van conodonten is nog veel discussie. Bespreek en geef jouw mening (echt waar)
  •  
  • Bespreek de voor- en nadelen van het gebruik van Conodonten in stratigrafie
  •  
  • Wat is het stratigrafisch belang van Kalkschallige Nannofossielen (5 criteria) en definieer biozone NP12
  •  
  • Wat is het verschil tussen coccolieten van de Coccolithaceae en de Princiaceae
  •  
  • Wat is het belang van bentische en planktische foraminifera bij het bepalen het paleoklimaat. Structureer uw antwoord op 1 tot max. 2 bladzijden
  •  
  • Welke geologische problemen kan je oplossen door het gebruik van dinoflagellaten? Argumenteer en illustreer waar nodig met een voorbeeld. Schrijf 1 tot max. 2 bladzijden
  •  
  • Een buitenlandse firma vraagt u als Belg of een nota van 1 à 2 bladzijden te schrijven over waar er in België allemaal Koolwaterstoffen (zouden kunnen) zitten. Bespreek meteen kort wat alle voorwaarden zijn opdat aardolie zou kunnen ontstaan. (nota van een oudwebpraeses van 2007-2008 (nvdr: =Tom Jottier): dit is een denkvraag. Eigenlijk moet ge ook de plaatsen bespreken waar het niet zit en zeggen waarom het daar niet zit.)
  •  
  •  

Origin, Evolution and Modelling of Sedimentary Basins

Docent

Jeffrey Poort & Katleen Wils

Cursus

Drie lessen van Wils, met vijf hoofdstukken: 1. Introduction, 2. Basins formed by Lithospheric Stretching, 3. Basins formed by Lithospheric Flexure, 4. Basin associated with strike slip deformation en 5. Reconstruction of subsidence history and thermal evolution. Twee lessen van prof. Poort, met acht hoofdstukken: 1. Introductie, 2. Basin Analysis Concepts, 3. Basin modelling basics (1D), 4. McKenie Model, 5. Case Study in 1D Subsidence, 6. Numerical modelling, 7. Basin modelling in 2D en 8. MatLab, PdeTool & Comsol.

Practica

De oefeningen op de slides bij Poort worden tijdens de les zelf gemaakt, ook heeft hij enkele extra oefeningen bij die je maakt tijdens de les, enkele daarvan zijn ook op de PC.

Buis-o-meter
(12%)

Er zijn enkel slides, geen cursus, maar daar staat het meeste zeker al in. De lessen van Poort zijn iets moeilijker te begrijpen als je enkel de slides hebt, daar is het dus zeker handig als je naar de les gaat.

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2023-2024
  •  
  • Partim Wils
  •  
  • 1) Lithostatic vs hydrostatic pressure
  •  
  • 2) Fault bend and overstep basins
  •  
  • 3) Passive margins
  •  
  • 4) Pure vs simple shear as mechanisms for lithosphere extension
  •  
  • 5) Gravitational stability of thick continental crust
  •  
  • 6) Big question: foreland basins; types, formation and general characteristics and compare subsidence history with that of rift basins.
  •  
  • Partim Poort
  •  
  • 1) Effective elastic thicknes
  •  
  • 2) Construct T depth diagram at time 0 and when thermal equilibrium has been reached in the stretching model of continental lithosphere.
  •  
  • 3) Stability condition for explicit method
  •  
  • 4) Dirichlet and Neumann BC
  •  
  • 5) Tectonic subsidence
  •  
  • 6) Backstripping equation for 1 layer decompacted sediments + no relative sealevel change.
  •  
  • 7) Big question: 1D heat equation
    a) how many boundary conditions are needed
    b) how can you solve this equation numerically (2 ways)
  •  
  •  
  • Examen 2022-2023
  •  
  • Partim Wils
  •  
  • 1) Explain: (5 pnt)
  •  
  •  - Gravitational instability of a thick continental crust
     - Release bend fault basin vs overstep basin
     - Foreland basin
     - Sediment blanketing
     - Pure vs simple shear in a extensional setting
  •  
  • 2) What are the three methods to measure porosity? Explain one in more detail, give the formula and potential pitfalls. (2,5 pnt)
  •  
  • 3) Give 4 assumptions of the McKenzie model and explain why they are not valid, explain for one assumption how you can correct this in the model. (2,5 pnt)
  •  
  • Partim Poort
  •  
  • 4) Explain: (5 pnt)
  •  
  •  - Effective elastic thickness
     - Lithostatic vs hydrostatic pressure
     - Stability condition for explicit method
     - Neumann vs Dirichlet boundary conditions
     - Tectonic subsidence
  •  
  • 5) Reconstruct the backstripping formula (most simple form): what would the water depth be without the sediments? (2,5 pnt)
  •  
  • 6) 1D steady-state conduction equation with no internal heat productions is given. (2,5 pnt)
     A) How many boundary conditions are needed to solve the equation? Explain.
     B) Which two methods are there to solve this equation numerically?
  •  
  •  
  • Inhaalexamen 2022-2023
  •  
  • Partim Wils
  •  
  • 1) 5 words, make a schematic drawing if possible (5ptn)
  •  
  •  - Gravitational instability of thick continental crust
     - Strike-slip margins
     - Wyllie time average equation
     - Passive margins
     - Pure shear versus simple shear in context of continental extension
  •  
  • 2) Several corrections need to be applied before the tectonic subsidence can be calculated. Explain and if possible quantify how increase in water depth contribute to subsidence and sedimentation rate, and how can we get information about the water depth (2.5 ptn)
  •  
  • 3) Explain the basic morphologies of foreland basins and how they are formed, explain their subsidence history and compare this subsidence history to that of rift basins (2.5 ptn)
  •  
  • Partim Poort
  •  
  • 4) 5 words, explain short (5 ptn)
  •  
  •  - Tectonic subsidence
     - Deviatoric stress
     - Explicit versus implicit method
     - Neumann versus Dirichlet boundary conditions
     - Dynamic versus kinematic modelling
  •  
  • 5) Lithosphere of 120 km thickness and beta factor of 1,5. Make a sketch and calculate the subsidence. Densities of water, lithosphere and mantle are given (2.5 ptn)
  •  
  • 6) 1D steady-state conduction equation with no internal heat productions is given.
     A) How many boundary conditions are needed to solve the equation? Explain.
     B) How would you solve the equation numerically (principle)? What else do you need to decide? (2.5 ptn)
  •  
  •  
  • Herexamen 2021-2022
  •  
  • Vs woordjes (5)
  •  
  •  - Release bend fault basin vs overstep basin
     - Foreland basin
     - Compaction vs porosity loss
     - Indicators of heat ... (forams, condodonten, Clay,..)
  •  
  • 4 redenen waarom mckenzie model te eenvoudig is, leg uit en hoe los je dit op (1 voorbeeld)? (5)
  •  
  • Deel Poort
  •  
  • Woordjes (5)
  •  
  •  - Lithostatic en hydrostatic pressure
     - Impliciet expliciet
     - Boundary van dirichlet and neumann
     - Effective elastic thickness
     ...
  •  
  • Reconstruct the backstripping formula (most simple version) and how deep was the original water depth before sedimentation? (2.5)
  •  
  • 1D heat equation, what are the boundary conditions? How would you solve it, wich method? What do you still have to know before you solve it?(2.5)
  •  
  •  
  • Inhaalexamen 2021-2022
  •  
  • Partim Wils
  •  
  • Explain (5 ptn)
  •  
  •  - Compaction vs porosity
     - 2 kinds of stike-slip basins (overstep and faultbend)
     - Forelandbasin
     - Gravitational instability thick continental crust
     - vergeten
  •  
  • Give for assumptions uniform model McKenzie and why they are invalid + explain one in more detail and how it can be altered to become valid (5ptn)
  •  
  • Partim Poort
  •  
  • Explain (5 ptn)
  •  
  •  - Tectonic subsidence
     - Lithostatic vs hydrostatic pressure
     - Dirichlet vs Neumann boundaries
     - Implicit vs explicit
     - vergeten
  •  
  • Derive backstripping equation (2,5 ptn)
  •  
  • 1D thermal equation: a) How many boundary conditions do you need, explain b) don’t calculate it but how would you solve it numerically? (2,5 ptn)
  •  
  •  
  • Examen 2021-2022
  •  
  • Deel Wils
  •  
  • 5 definitions (5/20)
  •  
  •  - Thermal vs elastic lithosphere
     - 2 kinds of stike-slip basins (overstep and faultbend)
     - Sediment blanketing
     - Simple vs pure shear
     - Under- vs normal compactation
  •  
  • Compare sedimentary rift basins and oceanic trench basins and compare the morphology, seismicity, gravity, … make a graph of the subsidence history (5/20)
  •  
  • Deel Poort
  •  
  • 5 definitions (5/20)
  •  
  •  - Kinematic vs Dynamic
     - Neumann vs dirichlet
     - Deviatoric stress
     - Impliciet vs expliciet
     - Tectonic subsidence
  •  
  • Isostacy exercise (lithosphere 120 km thinning with a beta factor of 1.5) calculate the subsidence and make a drawing) (2,5/20)
  •  
  • 1D thermal exercise: don’t calculate it but how would you solve it? How many boundary conditions do you need, explain? (2,5/20)
  •  
  •  
  • Examen 2020-2021
  •  
  • De Batist's questions
  •  
  • 1. McKenzie assumpions: explain why these are not always valid (5/20): 1) Heat flow in 1D by conduction, 2) Instantaneous stretching, 3) stretching by pure shear
  •  
  • 2. What affects the thermal evolution and distribution in a basin and how can you reconstruct the maximum reached temperature of the sediments? (5/20)
  •  
  • Poort's questions
  •  
  • 1. 6 short explanations, each on 1/20: lithostatic vs hydrostatic pressure - implicit vs explicit method - how many boundary conditions needed for 1D steady state conduction equation - kinematic vs dynamic modelling - Airy vs flexural isostasy - tectonic subsidence
  •  
  • 2. Derive the backstripping equation without sealevel changes. (2/20) + What would the resting water depth be if 500m sediment would accumulate in a 1000m deep basin (densities are given)? (2/20)
  •  
  •  
  • Examen 2019-2020
  •  
  • Partim De Batist
  •  
  • 1. Strength profiles of continental lithospheres. Explain these strength profiles. When and where earthquakes would occur on these profiles? Explain.
  •  
  • - of a two-layered crust
  •  
  • - of thick continental crust
  •  
  • 2. Sedimentary basins have a thermal history.
  •  
  • A. What are the factors, besides normal temperature increase with depth (geotherm), that influence the thermal distribution throughout the sedimentary basin.
  •  
  • B. What methods can be used to determine the thermal maturation (after extracting the sediment through coring, so direct methods used on the sediment samples)? Aswer: organic substances, minerals, microfossils... or see last chapter of his lessons)
  •  
  • Partim Poort
  •  
  • 1. Woordjes: Thermal stress, Effective elastic thickness, Tectonic subsidence, + nog 2 woordjes die al in de twioos staan (ben even vergeten welke het waren)
  •  
  • 2. Calculate the subsidence of a lithosphere with a thickness of 120 km that is thinned with a ß-factor of 1,5. How much more subsidence is there if the water in the basin is filled with sediment?
  •  
  • 3. Given the 1D heat differential equation with no heat production: A. Explain explicit and implicit method, which method gives the most stable result? B. How many boundary conditions are needed? C. If we use a depth discretization of 20 km what will be an appropriate time step to adopt if we use the explicit method? D. Does McKenzie in his paper (1978) work out an analytical or a numerical solution of this equation?
  •  
  •  
  • Examen 2018-2019
  •  
  • De Batist's questions
  •  
  • 1. When McKenzie published his model for uniform stretching in 1978, he made some assumptions. Explain for the following assumption why they are not always true: stretching is pure shear (2p), stretching is instantaneous (1p), the heat flow is 1D (vertical) by conduction (2p).
  •  
  • 2. In geohistory analysis there are some corrections that need to done. What are these corrections and explain why you have to apply them. (5p)
  •  
  • Poort's questions
  •  
  • 1. Explain the following words: deviatoric stress, kinematic vs dynamic modelling, backstripping, Neumann vs Dirichlet Boundary conditions & tectonic subsidence (2,5p)
  •  
  • 2. Calculate the subsidence of a lithosphere with a thickness of 120 km that is thinned with a ß-factor of 1,5. How much more subsidence is there if the water in the basin is filled with sediment? (2,5p)
  •  
  • 3. Given the 1D heat differential equation with no heat production: A. Explain explicit and implicit method, which method gives the most stable result? B. How many boundary conditions are needed? C. If we use a depth discretization of 20 km what will be an appropriate time step to adopt if we use the explicit method? D. Does McKenzie in his paper (1978) work out an analytical or a numerical solution of this equation? (5p)
  •  
  •  
  • Examen 2017-2018
  •  
  • Deel De Batist
  •  
  • 1. Two strength profile were given, explain (profile of 2-layered and very thick continental lithosphere)
  •  
  • 2. Active versus passive rifting, explain. How can you distinguish them (if possible) based on geophysical and topographic characteristics?
  •  
  • Deel Poort
  •  
  • 1. Explain briefly: Tectonic subsidence, Neumann vs Dirichlet boundary conditions, Effectice elastic thickness, Backstripping, Kinematic vs dynamic modelling
  •  
  • 2. 1D heat differential equation with no heat production ( equation was given): A. Explain explicit and implicit method, which method gives the most stable result? B. How many boundary conditions are needed? C. If we use a depth discretization of 20 km what will be an appropriate time step to adopt if we use the explicit method? D. Does McKenzie in his paper (1978) work out an analytical or a numerical solution of this equation?
  •  
  • 3. Calculate subsidence: beta is 1.5, initial lithosphere is 120km thick. How much more subsidence is there if the water in the basin is filled with sediment?
  •  
  •  
  • Oudere vragen
  •  
  • Deel De Batist
  •  
  • Give the corrections (explain them) and reason why they are used
  •  
  • Give the differences between the Bouger gravity profile of a rift basin and that of a ocean trench (drawing + explanation)
  •  
  • Draw the time-depth profile and explain (for a rift basin, foreland basin or strike slip basin)
  •  
  • Methods to measure subsurface porosity
  •  
  • Give the assumptions of lithospheric extensional model of McKenzie
  •  
  • Explain strength-depth diagrams (layered/…layered crust)
  •  
  • Explain these words: lithospheric buckling, under compaction,…
  •  
  • Deel Poort
  •  
  • Give the difference between passive and active rifting
  •  
  • How would you discern 2 processes based on geographic and topographic characteristics that are of a rift basin
  •  
  • Explain these words: Lehman, effective stress, lithospheric buckling
  •  
  • Exercise: Basin (B = 1.5), lithospheric thickness (120 km), density of water, sediment,… given: How much more subsidence occurs if the water is filled with sediment?
  •  
  • Explain: Airy vs flexural isostacy, Kinematic vs dynamic model, Neumann vs Dirichlet boundary, Young modulus vs poisson ratio
  •  
  • 1D heat flow differential equation with no heat production (you have to give this): What is assumed … the special use of the … in this equation?
  •  
  • Explain with grid explicit and implicit method for the 2nd order finite differential? Of the 1D equation and explain which one of the 2 gives the most stable… How many boundaries are needed to solve the 1D heat flow?
  •  
  • If we use a depth of 20 km, what time step do we have/get if we use the explicit method?
  •  
  •  

Advanced Sedimentology

Docent

Maarten Van Daele (since 2020-2021), some lectures given by Inka Meyer and Katleen Wils

Cursus

The main part of this course consists of theory lectures, with the course material consisting of the PowerPoints used during these lectures. There is some recap from the Bachelor sedimentology course, but this advanced course will go more in depth and most importantly will focus more on the practical part of sedimentology; obtaining sediment samples and cores, analysing them and using these results to answer geological questions. The exam will not so much focus on reproduction questions, but rather test whether you understand this practical part and whether you can apply this to specific examples. Similar short exercises will be included during the lectures.

Opdracht

Furthermore, the course includes two graded exercises. One involves using sedimentological data together with some dated layers to reconstruct an age-depth model and write a report about it in maximum 3 pages, while the other exercise consists of writing a 5-page research proposal for a PhD project involving the study of sediment cores (students are free to choose the subject themselves), followed by giving a 10-minute presentation. Both exercises require collaboration with a classmate.

Buis-o-meter
(20%)

The theory exam constitutes 75% of the final grade, while the age-depth modelling exercise contributes 10% and the research proposal exercise accounts for 15%.

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2023-2024
  •  
  • 1) Graphs of TOC and biogenic silica wt% with depth as well as age-depth model given (9 points)
    *Draw the wt% of clastics, assuming that carbonates are negligible
    *Draw trends of mass accumulation rate, magnetic susceptibility and lightness, and add the units
    *Which method would you use to determine the carbonate content?
    *Which two methods would you use to estimate the organic matter content on high resolution (mm scale)?
    *Which method would you use to determine the biogenic silica content on a high resolution based on an Avaatech XRF dataset?
    *Which type of varves would you expect (can change with depth)?
    *Assuming the varve thickness, which method would you use to count the varves?
    *What explanation would you give to the sudden change in composition at 5m depth (TOC and biogenic silica are zero)?
    *What coring method was most likely used?
  •  
  • 2) Describe the different components from the global dust cycle, give their characteristics (from source over transport to deposition) (5 points)
  •  
  • 3) Graphs of two end members with percentage of their contribution to the sediment with depth given (of the last 20 ka), also their grainsize distributions are given (peak at 6µm for EM1 and peak at 80 µm for EM2) (8.5 points)
    *Draw the mean grainsize with depth
    *Draw the grainsize distribution at 8 kyr and at 16 kyr
    *Which method would you use to determine the grainsizes?
    *One of the end member is from a fluvial source, the other one from a nearby dust source, which end member represents the dust source and why?
    *How can you be sure that the sources from the end members are fluvial and dust input by doing additional fieldwork
    *How can you link the changes in contribution from the end members with climate
  •  
  • 4) Map of a lake with bathymetric data and river input given (8 points)
    *Indicate with a 5 km radius where you would find the easiest to interpret paleoseismic dataset, the thickest earthquake triggered *turbidite sequence and the most complete flood-triggered turbidite sequence
    *Which two analytic methods would you use to distinguish between earthquake and flood triggered turbidites?
    *Using CT scanning, which two methods would you use to distinguish between earthquake and flood triggered turbidites
    *Eutrophication happened over the last 100 years, how would you see this in the sedimentary record (give at least two characteristics)? Where in the lake would this be the most clear? Which core logging technique would you use to identify changes in eutrophication?
  •  
  • 5) The take-home message from the CT lecture was “try to scan every core” give 3 reasons why (3 points)
  •  
  • 6) Abstract for a scientific conference is given, it was rejected, why? (4 points)
    Abstract was about cores taken in different lakes and oceans, Avaatech scanning was done at 5 mm scale to determine Ca/Si ratio and according to authors this ratio changed over depth, indicating that it can be used as a proxy for carbonate productivity, also ICP-MS measurements were done every 10 cm, this correlated well with the Avaatech results (r=0.94, p<0.01).
  •  
  •  
  • Examen 2022-2023
  •  
  • 1) Graphs with TOC and Carbonates.
     - Draw the Terrigenous material (assume Silicates are neglible).
     - Draw the magnetic susceptibility, Br and log(Ca/Al) and include the units).
     - What are the cause of the two vertical lines in the age-depth model and what is their difference?
     - What sort of varves can we expect?
     - Which wich method do you get an estimation of the carbonate content?
     - Which method is the best to determin the carbonate content?
     - Which dating-method was most likely used to make the age-depth method?
  •  
  • 2) Given is a graph with two end members grainsizes. Aswell as the averager grain size in function of depth.
     - Draw the grainsize distribution at 8 and 16 kyr.
     - Draw the contribution of each end member in function of the depth.
     - Which method would you use to determin the grainsizes?
     - Which end member is responsible for the peak grainsize in the average grainsize distribution or is third end member needed to explain this peak. And what can be the source of this peak?
     - Which end member is in fluvial and which one has a dust source?
     - Which hemisphere is dustier and why?
     - In which hemisphere would we expect more clasit varves?
  •  
  • 3) Given is a Radio picture of a core and the percentage of the special metals found in it. In the core almagamated turbidites are visible.
     - What are almagamated turbidites?
     - How do we now they are earthquake triggert and what is the name of this concept?
     - Where on the map was this core most likely taken?
     - Which to other core-logging methods would help the research?
  •  
  • 4) Give all the direct and indirect causes of aerosols.
  •  
  • 5) Given is an abstract. The abstract was rejected, give the reason why.
  •  
  • 6) The previous abstract talked about coring to determine earthquakes and thus predict future hazards. For what else can sedimentology be used to work for a more sustainable and safe future.
  •  
  •  
  • Examen 2021-2022
  •  
  • 1) Grote vraag over de grafieken van TOC en Carbonates:
  •  
  •  - Opal is not present, teken Clastics.
     - Teken de curve voor MS, Br en Ca/Al + geef de units.
     - In de AD model zijn 2 turbidites te zien, welke zijn dit en waarom (flood vs earthquake)
     - Geef een verklaring voor de verandering van 10% clastics naar 50% clastics
     - Welke varves kunnen we in dit meer verwachten
  •  
  • 2) Grote vraag over EMMA (zelf tekenen en grain sizes geven op bepaalde ouderdommen)
  •  
  •  - Zijn de gegeven EM's genoeg om de volledige grafiek te beschrijven
     - Welke EM stelt rivier aanvoer voor
  •  
  • 3) Wat is de meest dusty hemisphere en waarom?
    In welke hemisphere vinden we de meeste clastic varved sediments en waarom?
  •  
  • 4) Een core given met almagamated turbidite
  •  
  •  - Wat zijn dit?
     - Hoe weet men dat deze earthquake triggered is + hoe noemt dit concept
     - Geef 2 technieken om deze te onderzoeken
     - Toon op de kaart waar deze waarschijnlijk genomen is
  •  
  • 5) 3 methodes om het jaarlijks karakter van varves na te gaan
  •  
  • 6) Geef alle directe en indirecte gevolgen van aerosolen
  •  
  • 7) Abstract gegeven dat afgewezen is, geef de redenen waarom
  •  
  •  
  • Examen 2020-2021
  •  
  • 1) given graphs are TOC, bio-Si, age depth model. (7p)a. Assuming carbonates are negligible, draw the graph for terrestrial grains. b. Draw the terrestrial grains accumullation rate, MS, L* and add the units to the axis label. c. What is the best method to measure the carbonates? d. Give two method with which you can measure the organic matter. e. Assuming varves are present in the sediment core, which type of varves can be observed looking at the sediment compositions (graphs). This can vary through the core. f. By what can the jump in the graphs be explained? (excluding errors)g. With what dating method was the age depth model most likely made?(some question about how to know something about biogenic silica from XRF data?)
  •  
  • 2) Given graphs are grainsize EM1, grainsize EM2, grainsize with both end-member models. (5p?) a. draw the mean grainsize b. draw the grainsize distribution at 8 and 16 kyr BP c. What method would you use to measure the grainsize d. Assuming one of the input is dust and the other river input, which EM would you say is dust and why? e. If you have all resources and money available, how would you continue the research to be sure that that EM sources are dust and river input? f. Say these data span the last 100 ka. How can you link it with the climate?
  •  
  • 3) Given figure of canyon system, with two possible coring locations related to paleoseismic research (5p?)
     a. Which core would you chose to do and why?
     b. Why is it better to take two or more cores instead of one?
     c. How would you analyse these cores? Give in chronological order and briefly give the key points in bullet points.
  •  
  • 4) Given a figure of a lake with rivers indicated. (8p)
    a. indicate on the figure 1. zone where you would find thickest earthquake triggered turbidite; 2. zone where you can find the best cores to study earthquake triggered turbidites; 3. zone where the flood turbidites are best representative.
    b. give 2 analysing techniques to distinguish turbidites triggered from earthquakes and floods
    c. Give 2 more methods to distinguish the two d. For the past 100yr the lake has been in a state of eutrophication (with the sediment composition same as in exersise 1). Give 2 methods with which you would prove this? Methods using the sediment.
  •  
  • 5) Given an abstract submitted for a science conference, why was this rejected? (4p) (was abstract about cores (7/8) all over the world, that prove Ca/Si as proxy for carbonate productivity. Their theory proven by doing ICP-MS and XRF Ca/Si ratios)
  •  
  • 6) When would you prefer to use a Stokes settling law-based instrument (e.g. sedigraph) above a laser particle size analyzer?
  •  
  • 7) Question different for everyone, describe how you would do a sedimentological study of a certain environment with limited budget. vb lake productivity in Western-Canada since the Last Glacial Maximum
  •  
  •  
  • Examen 2019-2020
  •  
  • 1) which 2 core scanning/logging techniques/methods/instruments are the most used for determining the organic mater concentration. What are the advantages, disadvantages and limits of these techniques/methods/instruments?
  •  
  • 2) a)Which proxies (max 2) would you use to determine the sediment coming from river runoff in the Cariaco basin (Venezuela) and which technique would you use to measure them?
  •  
  • b) Which calibration curve would use to obtain chronological radiocarbon ages?
  •  
  • 3) given: end-member distribution of 2 end-members and the fraction of each end-member over time. Draw the whole grain size distribution at 5, 17 and 25 kyr cal BP. Draw a curve of the mean grain size over time
  •  
  • 4) given: age depth model, carbonate and TOC. There is no Biogenic silica. Draw the curve for Magnetic susceptibility, density, terrigenous particles, L*, label the corresponding axises and give the units.
  •  
  • 5) given: rejected abstract from a science conference. Why was this rejected?
  •  
  • 6) When would you prefer to use a Stokes settling law-based instrument (e.g. sedigraph) above a laser particle size analyzer?
  •  
  • 7) Question different for everyone, describe how you would do a sedimentological study of a certain environment with limited budget. vb lake productivity in Western-Canada since the Last Glacial Maximum
  •  
  •  
  • Examen 2018-2019
  •  
  • 1. Compare advantages and disadvantages of TOC with LOI550
  •  
  • 2. Graph of counted diatom valves (lake) and alkaline extracted BSi.
  •  
  • A. How do they compare, are they compatible? Why (not)? What are potentional issues?
  •  
  • B. How would an XRF scan look like, what would you scan and how would it compare?
  •  
  • 3. A glaciologist asks you to help scan an ice core to find large volcanic eruptions. How would you help and what parameters would you analyse?
  •  
  • 4. Graph of TOC, carbonates and age-depth model. There is no BSi. Draw the curves for: BSi accumulation rate, MS, bulk density, terrigenous particle accumulation rate, L*
  •  
  • 5. Given: an abstract which was rejected for a science conference. Explain why? (very shitty proxy, validated etc.)
  •  
  • 6. When would you prefer to use a Stokes settling law-based instrument (e.g. sedigraph) above a laser particle size analyzer?
  •  
  • 7. Error 404 Twieoo not found
  •  
  • 8. Question different for everyone, describe how you would do a sedimentological study of a certain environment with a certain objective. Example: Anthropogenic impact in New Zealand Alps lakes.
  •  
  •  
  • Examen 2015-2016
  •  
  • 1. Which methods/techniques would you use?
  •  
  • A. Glacial-interglacial variability in carbonates in middle Pacific Ocean.
  •  
  • B. Very thin and fine grained turbidites in lake core.
  •  
  • C. Modern accumulation rates in estuaria environment.
  •  
  • 2. Is the LOI550 compatible with TOC method to determine organic matter? Yes, what are the difference. No, how would you solve it?
  •  
  • 3. Pb-pollution in the last millennial. Given: a core with some tephra layers. Where and how would you date in order to reconstruct a age-depth model?
  •  
  • 4. Some curves are given (age-depth, terrigenous fraction and Biogene silica). Give the trends for bulk sedimentation, accumulation rates, Magnetic Susceptibility and TOC. There is no carbonate in the core.
  •  
  • 5. Unlimited budget for a research proposal. How would you investigate certain area and topic (from collecting to analysis). Every student has another question (tsnunamis in Late Holocene, contourites from LGM, dust influx in Africa,...)
  •  
  •  

Field Course: Geology of Basins and Orogens

Docent

Johan De Grave & Marc De Batist

Voor deze velstage gaan jullie naar noorden van de Franse Alpen waar het Juragebergte, Molasse bekken en de Alpen zelf bestudeerd gaan worden. Hiervoor wordt er een week op het veld gegaan voor leuke, maar intense excursie. Het ontstaan van de Alpen wordt bestudeerd, gaande van het openen van het bekken tot de laatste tektonische fasen (die tot op de dag van vandaag nog steeds bezig zijn). De dagen zijn lang, je moet altijd vroeg opstaan en 's avond is er altijd een presentatie voorzien voor een groep die moet uitleggen wat er die dag gezien werd. Er zijn ook enkele dagen (bij ons waren dat er 3) waar je heel de dag of toch een groot dele van de dag gaat moeten wandelen. Je punten zijn gebaseerd op deelname en input tijdens de excursie (1/6), inzicht op het veld (1/6), presentatie tijdens de excursie (1/6) en een mondeling examen + posterpresentatie (3/6). Ondanks de lastige dagen zijn er reglmatig heel mooie uitzichten om van te genieten en is het verhaal van het ontstaan van de Alpen ook redelijk interessant, probeer er dus zo veel mogelijk van te genieten!!

Buis-o-meter
(40%)

  •  
  • TWIEOOS

Paleoclimatology

Docent

Marc De Batist & Dirk Verschuren

Buis-o-meter
(40%)

Het deel van Verschueren is niet gestructureerd en heel moeilijk te studeren. Hij geeft ook elk jaar andere vragen. Punten scoren op de presentaties dus!

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2023-2024
  •  
  • 1) Which processes can result in a change in CO2 level, explain the warm Cretaceous and the cooling into the Quaternary.
  •  
  • 2) Explain Heinrich events en D-O cycles, how are they formed and how are they linked.
  •  
  • 3) Plot of Holocene temperature. Link climatic (natural/anthropogenic) causes to the T fluctuations on scale of A) multi-millenial scale (early-midde Holocene warming and later cooling), B ) the 8,2 ka cooling drop, C) the last 2000 years and D) the T recent increase. What is the main intention of this graph?
  •  
  • 4) Why are some years colder than others while CO2 has doubeled since 1850 explain the processes.
  •  
  • 5) Explain 4 of the 6 controversies in max 5-6 lines.
  •  
  •  
  • Examen 2022-2023
  •  
  • Partim De Batist
  •  
  • 1) What is the 100 ka problem and discuss what the cause can be
  •  
  • 2) Words--> The faint young hypothesis, Bi-polar seesaw, D-O cycles, monterey hypothesis and thermohaline circulation
  •  
  • Partim Verschueren
  •  
  • 1) Give the processes that cause influence the Atlantic ocean circulation, and how they influence the lake levels in Afrika. And link them the the orbital scale (Marine isotope stages), milllenial scale (Younger Dryas) and century scale (Little ice age)
  •  
  • 2) Given are two plots (lesson 3). The first plot visualizes 3 graphs, explain these graphs and how were they used to produce the second plot. Give also the y-axis and the result that can be concluded from this graph. (It is about the two plots, one with volcanism insolation and forcing factors, and the second plot combines this and makes the subdivision (non) antropogenic forcing so you se clear temperature diference, from the end of the last lesson)
  •  
  • Explain in 5-6 lines ALL the controversies from the presentations exept you own controversy.
  •  
  •  
  • Examen 2021-2022
  •  
  • Deel Verschuren
  •  
  • 1) Graph of the temperature changes over the Holocene.
  •  
  •  A) why is there a early to mid-Holocene warming and a late Holocene cooling.
     B) on what low res proxies is the older part (before 1500 BP) of this curve based.
     C) what can be deducted from this graph.
     D) why are lake levels in africa during the warm Holocene period higher than now? As evaporation should be higher during warm periods.
  •  
  • 2) what are the factors that influence climate on a scale of years to decades
  •  
  • Deel De Batist
  •  
  • 3) explain bipolar seesaw and how was this recently confirmed?
  •  
  • 4) explain alles van Heinrich events en D-O events
  •  
  • Controversies
  •  
  • 5) leg alle controversies uit (buiten uw eigen ding) in 5 a 6 lijnen. General idea of the debate, is it settled and if not, what is needed to settle it.
  •  
  •  
  • Examen 2020-2021
  •  
  • Deel Verschuren
  •  
  • 1. [Graph - slide 2, lesson 6] Explain the early-Holocene warming and mid-Holocene warming and the cooling during the late-Holoceen. Give also two examples of the low resolution proxies used for the reconstruction of this curve before ca. 1500 BP, and explain their correlation with temperature.
  •  
  • 2. [Graph - slide 23 (top), lesson 6] What do the four different curves represent? Since they are all plotted together, which common factor do they represent (what is the y-axis)? For what is this reconstruction used?
  •  
  • De Batist
  •  
  • 1. Woordjes: SPECMAP, IRD, faint young sun paradox, thermohaline circulation
  •  
  • 2. Give examples for the processes behind CO2-changes and how they influenced the warm Cretaceous and the cooling Cenozoïc
  •  
  • 3. What are main influences (rise/lowering) in CO2 atmospheric concentrations? Explain these influences and link it with the Cretaceous warm period and Cenozoïc cooling.
  •  
  • 4. Explain the following words in less than 10 lines: Bi-polar Seesaw, Feint Young Sun Paradox, Thermohaline circulation, SPECMAP, IRD
  •  
  • Controversies
  •  
  • Explain the main debate of the following controversies seen in the presentations in 3-4 lines (excluding your own topic)
  •  
  •  
  • Examen 2019-2020
  •  
  • Deel Verschuren:
  •  
  • 1. Figuur van CO2 levels van de laatste 50 ky.
  •  
  • A: Vul de CO2 gehaltes aan op de y-as.
  •  
  • B: Hoe zijn deze waarden opgemeten?
  •  
  • C: Duidt aan op de grafiek: Heinrich 1, LGM, Holocene optimum, younger Dryas
  •  
  • D: verklaar waarom deze CO2 waarden zo variëren in tijd.
  •  
  • (Antwoorden in 1ste ppt van verschuren)
  •  
  • 2. Welke effecten heeft een verdubbeling van het CO2 gehalte in de atmosfeer, zoals in vele simulaties wordt gedaan? (Antwoorden in 3de ppt van verschuren)
  •  
  • Deel De Batist:
  •  
  • 1. Woordjes: Bond cycle, Faint Young Sun Paradox, the stage 11 problem, monterey hypothesis
  •  
  • 2. Wat is het 11ka problem? Geef en discussieer de mogelijke oplossingen voor dit probleem.
  •  
  • Vragen over de werkjes:
  •  
  • Leg de voorgestelde controversies uit maximaal 5 regels (behalve die van jezelf).
  •  
  •  
  • Examen 2018-2019
  •  
  • Deel Verschueren
  •  
  • 1. How is the spatial variation of the ITCZ forced? And how does it change at: Seasonal scale, years to decades, millenia?
  •  
  • 2. Graph of the third course about solar intensity, volcanic activity, ...
  •  
  • Deel De Batist
  •  
  • 3. What is the 100 ka problem? What are the possible causes, discuss this with criticism
  •  
  • 4. What is the bi-polar seesaw and which proxies confirm this?
  •  
  • 5. Explain three of the presentations (your own presentation excluded).
  •  
  •  
  • Examen 2017-2018
  •  
  • Deel Verschueren
  •  
  • 1. Grafiek (Les 3 Verschueren, dia 25 onderste grafiek): Wat geeft deze figuur weer? Benoem de assen. Wat geven a) de grijze zone en b) de dikke en dunne lijnen weer? Geef de verschillen met eerdere reconstructies zoals "spaghettiplot" en "hockeystickcurve" (andere grafieken op dia 25).
  •  
  • 2. Bespreek het einde van de African Humid Period (AHP). Geef de "weight of evidence" adhv bewijs vanuit vegetatie, geomorfologische en archeologische/archeozoölogische te bespreken. Is het einde dan snel en abrupt gegaan of meer geleidelijk?
  •  
  • Deel De Batist
  •  
  • 1. Panama Isthmus closing: Welke chain-reaction processes zijn het gevolg en hebben deze een direct of indirecte invloed op het klimaat?
  •  
  • 2. Wat zijn Heinrich events? Wat zijn D/O cycles? Wanneer komen deze voor en wat zijn de gelijkenissen/verschillen tussen de twee?
  •  
  • 3. Deel over controversie presentaties: Kies 3 controversies (uitgezonderd die van jezelf) en leg deze uit in 6 lijnen. Wat, discussie, algemeen aanvaard? Welke data moet er nog zijn om deze controversies af te ronden?
  •  
  •  
  • Examen 2016-2017
  •  
  • 1. T-curve van laatste 1000 jaar gegeven: wat zie je? Benoem de assen, global warming controversy
  •  
  • 2. Early Holocene climate conditions a.d.h.v.: O18 isotopen, glacier retreat/advance, treeline in alps
  •  
  • 3. D-O cycles en heinrich events
  •  
  • 4. Controversies: ruddiman hypothesis, asteroid impact causing YD, global warming and hurricanes
  •  
  • 5. Atmospheric composition: CO2 in cretaceous greenhouse
  •  
  •  
  • Examen 2015-2016
  •  
  • Deel Verschueren 8pt
  •  
  • 1. How is the spatial variation of the ITCZ forced? And how does it change at: Seasonal scale, years to decades, millenia?
  •  
  • 2. CO2 in Greenhouse Climate Models is doubled since pre-industrial period. What affects this doubling of CO2?
  •  
  • Deel De Batist 8pt
  •  
  • 1. Where and when did the continental-scale glaciations start? And from which records do we know this information?
  •  
  • 2. Explain (in less than 10 lines): 100 ka Problem, Bond cycle, SPECMAP
  •  
  • Questions about the presentations 4pt
  •  
  • 1. Give in max 5 lines per controversy the controversy, what it is about and where the debat is now: Global Climate and hurricanes, Climate vs Humans in megafaunal extinctions, Iron fertilization for CO2 uptake, Ruddiman hypothesis
  •  
  •  
  • Examen 2012-2013
  •  
  • Deel Verschueren
  •  
  • 1. Which Milancovich cycle are dominant in: CO2 concentrations in the atmosphere, methane concentrations, vegetation in lakes and tropics and, O18 in foraminifera.
  •  
  • 2. Give the different hypothesis about the desiccation of Africa Eastern Africa during Plio/Pleistocene.
  •  
  • 3. Bonusquestion: figure from the course notes, name the axis, measuring methodes and explain the peaks.
  •  
  • Deel De Batist
  •  
  • 1. Where and when did the continental-scale glaciations start? And from which records do we know this information?
  •  
  • 2. Discuss the inorganic part of the CO2 cycle. Discuss also which kind of rocks are the most efficient in the reduction of CO2 by weathering.
  •  
  • 3. Words: Dansgaard-Oescher cyclus, Faint young sun paradox, 100ka problem
  •  
  •  
  • Examen 2011-2012
  •  
  • Deel Verschueren
  •  
  • 1. The Holocene is quite stable, according to Greenland ice cores. Give at least 3 datasets which will prove that the Holocene isn't stable at all. Give also their relation with the locations and other information. (Answers: African lakes, Deep marine cores with Sahara dust, Pollen records).
  •  
  • 2. The shift of the ITCZ. How is this variation of the ITCZ forced? And how does the climate change at seasonal scale, years to decades, millenia?
  •  
  • 3. What determines the impact of the volcano eruption on the climate?
  •  
  • 4. Bonus: Name the axes of a graph (1st slide, lesson 3).
  •  
  • Deel De Batist
  •  
  • 1. Which causes are due to changing CO2 concentration in the atmosphere at long-time scale? Give them and use them to explain the Greenhouse in the Cretaceous and to explain the cooling in the Quaternary.
  •  
  • 2. Discuss the Bi-polar Seesaw hypothesis
  •  
  • 3. Words: 100ka probleem / BLAG hypothese / SPECMAP
  •  
  •  

Imaging Techniques of Consolidated and Unconsolidated Sediments

Docent

Veerle Cnudde

Buis-o-meter
(40%)

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2023-2024
  •  
  • PART 1
  •  
  • 1) Explain these concepts in around 5 lines.
    a) Filtered backlight projection
    b) Synchrotron beam line
    c) Principle of XRF spectroscopy
  •  
  • 2) Explain ESEM (principle, advantages, disadvantages)
  •  
  • 3) Explain/compare SE images and BSE images
  •  
  • PART 2
  •  
  • You get a rock with following properties:
    Lithology: Limestone
    Porosity: 30%
    Size: 10x10x10 cm^3
    Amount: 4
    Describe your research plan to a) 3D reconstruction of the porosity b) capillary water uptake in real time(5 points).
  •  
  •  
  • Examen 2022-2023
  •  
  • 1) Explain following words in about 4 sentences
  •  
  •  - Backlight filter ... (dont really remember)
     - Confocal microXRF
     - Image compression
  •  
  • 2) Explain the interactions between particles for the different SEM images.
  •  
  • 3) Why and how do X-ray measurements and neutron measurements differ from eachother. Something with what is the difference in the results of that imaging.
  •  
  • 4) Big question
    Mining company wants to know the mineralogy an the way certain minerals are distributed to know how much the ores should be crushed.
    You can get samples in any size you want.
  •  
  •  
  • Examen 2020-2021 Versie 1
  •  
  • Oral exam (due to covid) (there may be multiple versions)
  •  
  • Part 1: Concepts and processes: (8)
  •  
  • 1.1 Describe the different imaging and analytical modes of SEM (6)
  •  
  • 1.2 Briefly describe the following concepts (2):
  •  
  • 1. Image noise
  •  
  • 2. Partial volume effect
  •  
  • Part 2: Setting up a research plan:
  •  
  • 2.1. You want to visualize water uptake inside the pores of Savonnière building stone. You are provided with a cylindrical sample of 5 cm diameter and 10 cm height. What would be your workplan? (8)
  •  
  • Describe the procedure:
  •  
  • - Sample preparation
  •  
  • - Techniques used and the data that will be obtained by the technique(s)
  •  
  • - Reason why you select this approach + advantages/disadvantages of the selected technique(s).
  •  
  •  
  • Examen 2020-2021 Versie 2
  •  
  • Part 1: concepts & processes
  •  
  • 1.1 Describe the different imaging and analytical modes of SEM (6)
  •  
  • 1.2 Briefly describe the following concepts (2)
  •  
  • - MLA
  •  
  • - XRF
  •  
  • Part 2: Setting up a research plan:
  •  
  • 2.1. You have a dense ore material of 10 cm in all dimensions. You want to know its internal 3D structure. What would be your workplan? (8) Describe the procedure:
  •  
  • - Techniques used and the data that will be obtained by the technique(s)
  •  
  • - Reason why you select this approach + advantages/disadvantages of the selected technique(s).
  •  
  • (Dit was een (online) mondeling examen, dus er waren meerdere versies van examenvragen dit jaar)
  •  
  •  
  • Examen 2020-2021
  •  
  • 1) woordjes uitleggen in +-4 lijnen (/4)
    - scintillator
    - confocal micro xrf
    - filtered back projection
    - bit depth
  •  
  • 2) explain all imaging and analytical modes of a SEM (/4)
  •  
  • 3) research question: a building rock shows some white spots after use in buildings. It has a nanometer to millimeter grainsize. How would you completely characterise this rock. (/8)
  •  
  •  
  • Examen 2019-2020
  •  
  • PART 1: Concepts and processes
  •  
  • 1.1 Explain following terms in max. 4 lines: FIB-SEM (1,5), maximum volume effect (1), noise (1), BSE (1) and ... (1)
  •  
  • 1.2 Explain synchrotron and give one advantage and one disadvantage (2)
  •  
  • 1.3 Explain closing (1)
  •  
  • 1.4 Correct or incorrect: You can detect F with a hand-held XRF + Explain (1,5)
  •  
  • PART 2: Research question
  •  
  • 2.1: Given, a sample of 2mm in all directions. You want to know the chemical composition in 3D. Which technique(s) would you use, which data is acquired, give the advantages and disadvantages of these techniques. (4)
  •  
  •  
  • Examen 2018-2019
  •  
  • 1. Bespreek FIB-SEM: naam, principe, voor en nadelen (5/16)
  •  
  • 2. Wat is closing (1/16)
  •  
  • 3. Kan je C en O zien met XRF? ja/nee en waarom (2/16)
  •  
  • 4. Hoe kan je SNR verbeteren (1/16)
  •  
  • 5. Wat is dual thresholding (1/16)
  •  
  • 6. Hoe zou je een sample van 50x10 die mag kapot gaan bestuderen als je fluid flow behaviour wil weten? sample strategy, methods, advantages & disadvantages (6/16)
  •  
  •  
  • Examen 2017-2018
  •  
  • 1. Kan je met xrf een resolutie van 100nm halen? zo ja hoe. zo nee waarom?
  •  
  • 2. Sem-edx. leg uit principe.
  •  
  • 3. Core van 50 cm en 10cm diameter. hoe ga je poresizedistribution onderzoeken?
  •  
  • 4. Sample 8*8*8cm groot. methode neutron tomographie: Real time water movement & microfissure tracks (700nm). Kan je dit doen waarom wel/niet hoe zou je het wel doen? wat raad je aan?
  •  
  •  
  • Examen 2015-2016
  •  
  • Versie 1
  •  
  • 1. Structure and grain size of a large heterogeneous sample of 10x10x10 cm. Which methods would you use? Would you use a destructive or non destructive protocol? What's the output of the methods? Main question so write a lot!
  •  
  • 2. Give at least 3 things that influence resolution of a X-ray lab based CT.
  •  
  • 3. 5 words to be described in max 3 lines: voxel, BSE, partial volume effect, FIB SEM and maximum opening
  •  
  • 4. Give 2 artifacts that can occur when using X-ray CT.
  •  
  • Versie 2
  •  
  • 1. Je hebt een homoloog gesteente van 10*10*10cm en moet de korreloriëntatie en de chemische samenstelling onderzoeken: Welke sample preparaties gebruik je niet-destructief of destructief? Welke onderzoekstechnieken gebruik je en waarom? Wat krijg je na deze toe te passen?
  •  
  • 2. Waarom is een Pb-bekisting transparant voor neutronen en niet voor x-rays?
  •  
  • 3. Geef 2 voordelen en 1 nadeel van synchotron radiatie
  •  
  • 4. 5 woordjes, max. 5 zinnen per woordje: X-ray fluoresence tomography, ESEM, segmentatie, beam hardening, ring artifacts
  •  
  •  
  • Examen 2014-2015
  •  
  • Agree or disagree, explain why
  •  
  • 1. Can neutron radiography be used to visualize water in 5 micrometer pores
  •  
  • 2. During XRF a sensitive solid state detector is used to analyse atomic elements nr 20 to 64 by analyzing the K shell lines.
  •  
  • 3. Can X-ray CT be used to determine the composition
  •  
  • Other questions
  •  
  • 1. What is opening?
  •  
  • 2. BSE VS X-ray
  •  
  • 3. FIB/SEM
  •  
  • 4. Advantages of synchrotron
  •  
  • 5. Monochromator
  •  
  • 6. Question about resolution
  •  
  •  

Mineral Resources, Economics and the Environment

Docent

Stijn Dewaele

Dit vak is een typisch Dewaelevak waarbij er aan een heel snel tempo wordt lesgegeven en je heel veel informatie krijgt op korte tijd. In de lessen maak je eerst kennis met algemene concepten over minerale rijkdommen, en worden vervolgens systematisch alle verschillende mogelijke types besproken. De laatste lessen gaan over de Mining Cycle (hoe mijnbouwprojecten werken) en de economische kant van minerale rijkdommen. Het is echt wel een blokvak waarbij je heel wat nieuwe dingen moet verwerken, maar het examen zijn voornamelijk twieoos, wat de lading wat lichter maakt.

Cursus

Prof. Dewaele voorziet online kopies van 3 handboeken waarop hij zijn slides baseert (Evens, 1993; Evens, 2006 en Ridley, 2013). Tussen die boeken is er wel wat overlap, maar de leerstof die je echt moet kennen is datgene dat op de slides staat. Wat hij verteld komt wel vrij goed overeen met de inhoud van de boeken, dus als je een deel niet begrijpt kan je altijd daarnaar teruggrijpen, maar je zal wel zelf wat moeten zoeken in welk boek wat staat.

Opdracht

Voor dit vak zal je ook een omvangrijke paper moeten schrijven (10 tot 20 pagina’s inclusief referenties), die op vrij veel punten staat (5 van de 20). Het onderwerp van de paper is een minerale grondstof (meestal een element uit het periodiek systeem) waarover je vervolgens een uitgebreide review van moet doen: wat voor ertsafzettingen, welke mineralen, waar/in wat soort geologische omgeving komen die afzettingen voor, hoe ziet het mijnproces eruit, wat met mineral processing, economische/ecologische aspecten, wat zijn de toepassingen,… Je mag zelf kiezen over welk element je schrijft. De prof is ook erg flexibel over hoe je het precies aanpakt, dus als je niet onmiddellijk ziet hoe je het moet aanpakken of vast zit, kan je altijd op feedback gaan. Op het einde van het semester geef je ook een presentatie van 15 minuten over je paper.

Buis-o-meter
(40%)

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2023-2024
  •  
  • 1) Describe wall rock alteration. Parameters + apperance patterns associated with mineralization. Why is it useful?
  •  
  • 2) Which mineralisations can you find at mid-oceanic ridges? Explain. How are these mineralisations formed? Which metals are formed? (20 p)
  •  
  • 3) What is the JORC-code?
  •  
  • 4) VMS deposits: what could be the origin of the hydrothermal fluids? Explain and elaborate on this discussion.
  •  
  • 5) Begrippen:
    - Greisen
    - Saprorock
    - Clifford's rule
    - Secondary dispersion
    - Algoma Type BIF
  •  
  •  
  • Examen 2022-2023
  •  
  • 1) Explain the following words
  •  
  •  - Lowell-Guilbert modelling
     - Greisen
     - IOCG
     - Saprolite
     - Clifford's rule
  •  
  • 2) Discribe wall rock alteration. Parameters + apperance patterns associated with mineralization. Why is it useful?
  •  
  • 3) Difference high and low sulfidation. Geological setting? Exploited for which commodity?
  •  
  • 4) Main types of Cr-deposits? Differences? How are they formed?
  •  
  • 5) Characteristics of pegmatite deposit? Which processes?
  •  
  • 6) Chemical processes for association of Au- and Fe-sulfides in orogenic gold mineralization?
  •  
  •  
  • Examen 2020-2021
  •  
  • 1. Explain: Clifford's Rule, fenitisation, saprolite, greisen, second boiling (15 p)
  •  
  • 2. What is wall-rock alteration? Which parameters influence the alteration (how to identify)? And what can you use it for? (20 p)
  •  
  • 3. Which mineralisations can you find at mid-oceanic ridges? Explain. How are these mineralisations formed? Which metals are formed? (20 p)
  •  
  • 4. Explain sulfidation in epithermal deposits and the difference between high- and low-sulfidation. Where can you find the two types (in which settings are they formed/located)? And which metals? (15 p)
  •  
  • 5. VMS deposits: what could be the origin of the hydrothermal fluids? Explain and elaborate on this discussion. (15 p)
  •  
  • 6. What chemical processes are responsible for the gold and Fe-sulfides in Orogenic Gold Deposits? (15 p)
  •  
  •  
  • Examen 2019-2020
  •  
  • 1. Explain: secondary dispersion, skarn, Cliffords Rule, fenitisation and Algoma Type BIG. (15ptn)
  •  
  • 2. What is wall rock alteration. Give the characteristics. (15ptn)
  •  
  • 3. Give the processes that form magmatic ore deposits. Explain the formation and give an example. (20ptn)
  •  
  • 4. Explain VMS deposits (15ptn)
  •  
  • 5. What deposits are present at mid-ocean ridges. Explain the formation. Which elements are present? (15ptn)
  •  
  • 6. What processes are responsible for the gold and Fe-sulfides in Orogenic Gold Deposits. (10ptn)
  •  
  •  
  • Examen 2018-2019
  •  
  • 1. Woordjes: greisen, first boiling, clifford's rule, pseudomorphism...
  •  
  • 2. Explain sulfidation, what is difference between high and low, what metals?
  •  
  • 3. Deposits at MORs, formation and kind of metals.
  •  
  • 4. Explain pegmatites, formation and zonation hypotheses.
  •  
  • 5. Explain wall rock alteration, how to identify and uses.
  •  
  •  
  • Examen 2017-2018
  •  
  • Versie 1
  •  
  • 1. Explain: Pseudomorphism, Skarn, Stratiform ore deposit, Second boiling & Clifford's rule
  •  
  • 2. Isochemical vs. allochemical: Explain the difference and give for each an example of an ore deposit
  •  
  • 3. What kind of ore deposits are formed at a mid ocean ridge? Explain how they are formed and which metals are formed.
  •  
  • 4. Wall rock alteration, what is it, what can you do with it, how did the alteration happen?
  •  
  • 5. Pegmatites, explain how they are formed, give the formation processes (different hypotheses) which mineral/metals are formed?
  •  
  • Versie 2
  •  
  • 1. Low and high sulfidation
  •  
  • 2. Magmatic segregation
  •  
  • 3. Pegmatite
  •  
  • 4. Zoning
  •  
  •  

Master - Groundwater and Mineral Resources

Exploration Geophysics

Docent

David Van Rooij en Thomas Hermans

Cursus

De cursus wordt gegeven door professor Hermans en professor Van Rooij. Het deel van Hermans gaat over electrische meetmethoden, electromagnetische meetmethoden en boorgat methoden. Van Rooij zijn deel gaat dan weer over graviteit en magnetisme, seismologie (refractie en reflectie) en radiometrische methoden.

Practica

De eerste weken voer je metingen uit aan de Krekenplas (bij de Blaarmeersen) en S8. De gegevens die je hierbij verzameld worden vervolgens de daaropvolgende weken verwerkt.
Enkele namiddagjes knoeien met programma's voor de voorafgaand genomen metingen te verwerken. Probeer mee te zijn met wat je hier doen, omdat dit handig is voor in de verslagen die je elke week moet indienen over wat je de week ervoor hebt verwerkt.

Opdracht

60% van de punten kan al tijdens het jaar verdiend worden. Het schrijven van een abstract van een paper van exact 200 woorden (die opdracht krijg je vanaf de eerste les) is al goed voor 10%. Op een afgesproken datum moet je vervolgens een presentatie geven over hetzelfde onderwerp, wat ook weer voor 10% van de punten telt. Je moet ook de samenvattingen van anderen hebben gelezen, want je MOET vragen stellen tijdens de presentaties. De overige 40% wordt verdiend door verslagen te schrijven over practica die je in Blaarmeersen of S8 hebt uitgevoerd.

Buis-o-meter
(10%)

Leer de slides, kijk soms in het boek, zorg dat je het meeste verstaat. In de master zou je dat al moeten kunnen. Drie dagen leren voor het examen zou het klusje moeten klaren, mits enkele dagen inzet in de blok.

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2022-2023
  •  
  • Oral part (10/40): Question about an orebody in Sweden, which 3 methods and explain why and how long would it take, which sampling method + environmental concerns?
  •  
  • Written part (30/40)
  •  
  • 1) What is aliasing, where does it happen and how can you prevent it?
  •  
  • 2) Gravity and magnetism have some similarities in signal response or something, what are the similarities and difference?
  •  
  • 3) How do you measure radioactivity in an air survey, which data processing steps do you need to do (like if you are measuring in a valley and those things)?
  •  
  • 4) Artefacts in a profile at Ostend
  •  
  • 5) Airborne radiometric thing and complications
  •  
  • 6) Explain conduction and storage capacity of charge in clay particles
  •  
  • 7) How do you go from pseudo sections to inversion model and explain, what are the necessary steps and what is the problem of something with it
  •  
  • 8) LIN, what is it, why, and what if in high conductivity area?
  •  
  • 9) GPR, something with wat the first two reflections represent.
  •  
  • 10) Compare resistivity and EM methods in boreholes. Give advantages and disadvantages
  •  
  •  
  • Examen 2020-2021
  •  
  • 1. Oral question: landfill of 4 hectare in sand quarry – which 3 methods? Spatial resolution? Investigation depth? Which general survey strategy? Environmental concerns or precautions? 2/20
  •  
  • 2. 10 small questions, in total on 6/20:
  •  
  • • Aliasing, explain
  •  
  • • Schlumberger dinges given – which configuration is it? Explain with advantages and disadvantages
  •  
  • • Which methods can you use to find the EM velocity for GPR?
  •  
  • • Borehole signals given (gamma ray, SP, resistivity, neutron, …)? what do they represent and give small interpretation
  •  
  • • Reflection seismic profile given – which seismic artefacts do you see/expect and which processing methods would you suggest to improve the profile
  •  
  • • Which ambiguities and assumptions are there for gravimetric data and how would you solve this
  •  
  • • Explain hidden layers
  •  
  • • Membrane polarization vs electrode polarization
  •  
  • • Real/imaginary components advantage over regular tilt angle method
  •  
  • • Explain proton gradiometer
  •  
  •  
  • Examen 2019-2020
  •  
  • Written part
  •  
  • 1. Explain the theoretical and practical basis of VES (including limitations) and derive for each method the apparent resistivity.
  •  
  • 2. Survey for a company correlating seismic profile VS cores
  •  
  • (a) Which (geo)physical properties need to be obtained? How would you correlate the core with the seismic profile?
  •  
  • (b) Which methodology can be used to obtain these properties? Explain for each method shortly the acquisition and pitfalls.
  •  
  • (c) Which factors can cause miscorrelations? For which of these factors can be accounted for and which not?
  •  
  • Oral part
  •  
  • 1. Survey on a Portuguese area as large as a Belgian Province surching for carstic caves. The area is uninhabited and has rare forestation.
  •  
  • (a) Which three methods would you propose, give a geophysical explanation why you would use them and give the depth of investigation and spatial resolution for each method.
  •  
  • (b) What survey strategy would you use (crew, time, cost, material...)?
  •  
  • (c) What are the environmental influences and which precautions can be taken?
  •  
  •  
  • Examen 2017-2018
  •  
  • 1. Refractieseismiek: geef principes, acquisitie, interpretatie (+formules 2-layer model) en pitfalls (5p)
  •  
  • 2. Metalliferous ores: Beste methodes (die het metallisch karakter gebruiken), Op welke principes werken die? Voordelen, nadelen en limieten van alle methodes
  •  
  • 3. Studie naar hydrocarbons over groot offshore gebied, a) welke methodes met limieten en resoluties zou je gebruiken (unlimited budget), welk principe werken ze b) survey strategie (werknemers, materiaal, tijd...), c) milieufactoren en voorbereiding
  •  
  •  
  • Examen 2015-2016
  •  
  • 1. What is VES: Give the theoretical and practical methods and limitations. Give for each method the apparent resistivity. (5p)
  •  
  • 2. An amplitude-frequention graph (seismics) is given. List and explain everything about source, setup, resolution, processing... (5p)
  •  
  • 3. In a large forested area in Europe, some copper-silver ore bodies are found in outcrops. You have the chance to examine this area. a) Give 3 most efficient methods in order for exploitation possibilities. Give also the limitations and the spatial resolution. b) Can you give an estimate of this survey (costs, crew, time,...) c) Do you have to take environmental problems or other precautions in account? (6p)
  •  
  •  
  • Examen 2011-2012
  •  
  • 1. Gegeven: een refractieseismogram van 1 horizontale laag Geef de formules en bereken: diepte z, intercept time, cross over distance, critical angle (afleiding maken in klad en zo de tot de formules komen)
  •  
  • 2. VES: wat zijn de theoretische en praktische methodes, geef bij allen de afleiding om de resestitviteit te berekenen (Wenner, ...)
  •  
  • 3. Geef overeenkomsten en verschillen tussen GPR en land reflection seismics. vergelijk op basis van methode, data verwerving, processing, interpretatie
  •  
  • 4. Verklaar Aliasing, Nettleton's method, Vibroseis, Chargeability, CMP Bin, ...
  •  
  •  
  • Examen 2009-2010
  •  
  • 1. Gegeven een de resistiviteiscurve van een Schlumberger-sondering (zelfde als in cursus). Wat vertegenwoordigen de punten A en B? Wat is de resistiviteit van de verschillende lagen en hun diepte? Bespreek de grootheid S en het belang ervan in het hydrogeologisch onderzoek?
  •  
  • 2. Bespreek de Self-potential variaties in het Noir Ri bekken
  •  
  • 3. Woordjes: convolutie, Q-factor, sferische spreiding en dynamische correctie
  •  
  • 4. Meerkeuze: Motiveer een keuze voor de seismische snelheid van lemig deklaag (200m/s, 300m/s, 600m/s, 1500m/s) en kalksteen-bedrock (600m/s, 2500m/s, 7500m/s, 9000m/s). Wanneer de leembedekking 11m dik is, en uitgaande van de gekozen snelheden: hoelang moet je array aan geofonen zijn opdat je zou waarnemen over een afstand die 3 keer groter is dan de waargenomen snelheidstak van de leemlaag in een x-t diagram (was zoietske, dus 3x uw crossover-distance Xc)
  •  
  • 5. Vraag computerpractica: gegeven een seismogram loodrecht op de voornaamste strekkingsrichting van de breuken in een KWS-bekken in Nigeria. Geef een overzicht van de verschillende stappen die je zal uitvoeren bij het uitkarteren van dit KWS-reservoir (visualisatie, interpretatie, ...)
  •  
  •  

Groundwater Chemistry

Docent

Kristine Walraevens

Kristine kennen we ondertussen al van vakken als Teledetectie en misschien zelfs Environmental Impact Assesment of Geophysical Well Logging. Zoals altijd geeft ze haar lessen op een duidelijke manier.

Cursus

Vak is samen met een andere richting waardoor je de vrijdag samen met hen les hebt en woensdag les hebt over de delen dat zij niet moeten kennen. Hierdoor is het soms wel eens onduidelijk waar je precies bent in de slides. Het is best om je pc mee te doen als je naar de les komt of de afgedrukte slides maar deze komen pas de avond voordien online. Naar de les gaan is een aanrader want ze zegt altijd wel wat ze gaat vragen op het examen en wat niet.

Buis-o-meter
(40%)

Op het examen mag je je aan een aantal vragen verwachten die je vrij goed kan voorspellen als je naar de les bent geweest. Ze geeft vrij duidelijke hints of zegt gewoon: dit vraag ik op het examen. Je krijgt een paar theorie vragen en een paar oefeningen. Let op, want je formules moet je hiervoor kennen. Naar de les gaan is belangrijk.

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2022-2023
  •  
  • 1) Explain the development of redoxzones in an aquifer (+figuur p 69) and explain the underlying processes (+ figuur p 121). She prefers da you explain the processes first (so stage system of redox reactions) and then the redox zones.
  •  
  • 2) Explain what happens in a freshening aquifer. Give the different watertypes that occur during this process. (You have to explain from normal seawater to normal freshwater)
  •  
  • 3) Discuss the dissolution of calcite in the unsaturated zone, and compare this to the same process in the saturated zone. What does this difference result in? (+ figure p 114)
  •  
  • 4) You get a groundwater composition (same data as last year). Calculate the TDS which processes have probably caused such a composition?
  •  
  • 5) A groundwater sample contains this much Ca2+ and this much F-? Is this water saturated with respect to fluorite CaF2? And if not how much gypsum should be added to reach saturation for fluorite?
    You get the molecular weight and the activity coeficients and the solubility constant of fluortite. (Also same data as last year)
  •  
  • 6) You get the composition of Nile water and the composition of groundwater (which is caused by irrigating with Nile water). What causes the difference between Nile and groundwater? There is also given that there is strong evaporation in the region.
    So first calculate the conservative mix water type, so the infiltrating water caused by evaporation. (calculate the fraction with the Cl-)
    Then you also have to plot these three waters in a piper diagram.
  •  
  •  
  • Examen 2021-2022
  •  
  • 1) Explain the development of redox zones in aquifer systems (+ figure), and elaborate on the underlying processes (+ figure).
  •  
  • 2) Discuss the dissolution of calcite in the unsaturated zone, and compare it to the same process in the saturated zone. What does the difference result in? (+ figure)
  •  
  • 3) The composition of a groundwater is given. Calculate TDS. Which main processes probably have caused this composition?
  •  
  • 4) A groundwater sample contains x mg/l Ca2+ and y mg/l F-. Is this saturated with respect to CaF2? If not, how much gypsium should be added to reach saturation with respect to fluorite.
  •  
  • 5) The composition groundwater is given, give the watertype.
    Calculate the composition of the conservative mixture of seawater and vresh water from which this groundwater has developed.
  •  
  •  
  • Examen 2018-2019
  •  
  • 1. Describe the existence of redox zones in aquifers and the principle that causes it (2 figures!)
  •  
  • 2. The dominant groundwater type in the East African rift zone is NaHCO3 but it is not caused by freshening. What mechanism causes this water type and what implication has it on human health.
  •  
  • 3. Describe the ∂13C correction used for 14C age determinations (Pearsons model).
  •  
  • 4. Explain the dissolution of calcite in unconfined aquifers and compare it to confined aquifers (figure!)
  •  
  • 5. You get the analysis of a groundwater sample (in mg/l), calculate the TDS and explain which processes are responsible for the composition.
  •  
  • 6. You get the Ca2+ and F- concentrations of a groundwater sample. a) is the sample saturated with respect to fluorite (CaF2) b) if no: how much gypsum needs to be added to reach saturation. Given: the activity products of Ca and F, the atomic weight of Ca, F and gypsum and the solubility product of fluorite.
  •  
  • 7. The analysis of a groundwater sample is given: calculate the conservative mixture and determine the extent of reactions and explain which processes are occurring. Plot the composition of the sample, seawater, fresh water and the conservative mixture on the piper diagram.
  •  
  •  
  • Examen 2017-2018
  •  
  • 1. Leg het ontstaan van de verschillende redoxzones uit (+figuur). Bespreek ook de achterliggende reacties (+ figuur) (3pt)
  •  
  • 2. Bespreek de 13C-correctie op de 14C dateringsmethode (2,5pt)
  •  
  • 3. Riftzone in afrika, hoe ontstaat hier het NaHCO3 watertype en geef het effect op de gezondheid. (3pt)
  •  
  • 4. Gasoil is de vervuiler, welke verschillende pollutions veroorzaakt dit en hoe verwijder je de types door pompen? (3pt)
  •  
  • 5. Oefening: TDS berekenen en zeggen welke reacties voor deze samenstelling gezorgd hebben.
  •  
  • 6. Oefening: Je krijgt een concentratie van Ca en van F in het grondwater. Is deze verzadigd voor fluoriet (CaF2)? Indien niet, hoeveel Gips (CaSO4.2H2O) moet je dan nog toevoegen om verzadiging te bekomen?
  •  
  • 7. Je krijgt de concentraties van elementen in het water van de Nijl en van het grondwater. Bereken (met concentratiefactor (iets met evaporatie) en het oorspronkelijke Cl-gehalte) de samenstelling van een derde soort water. Welke processen liggen aan de oorzaak van de verschillen tussen het water van de Nijl en van het grondwater? Plot ook deze 3 waters in het Piper-diagram.
  •  
  •  
  • Examen 2015-2016
  •  
  • 1. Geef de redoxzones en hun ontstaan (+figuur) en de processen erachter (+figuur)
  •  
  • 2. Riftzone in afrika, hoe ontstaat hier het NaHCO3 watertype en geef het effect op de gezondheid.
  •  
  • 3. Bespreek de 13C correctie op de 14C methode
  •  
  • 4. Gasoil is de vervuiler, welke verschillende pollutions veroorzaakt dit en hoe verwijder je de types door pompen
  •  
  • 5. TDS berekenen + processen
  •  
  • 6. Saturatie oefening van Fluoriet en gips. Hoeveel gips moet je toevoegen voor saturatie te bekomen.
  •  
  •  
  • Examen 2009-2010
  •  
  • 1. Over verzadiging: je krijgt de aanwezige gehalten van Ca en F en ook Ks van fluoriet (CaF2). Gevraagd: is deze oplossing oververzadigd aan fluoriet en zo neen, hoeveel extra gips (CaSO4.2H2O) mag aanwezig zijn vooraleer fluoriet neerslaat. Je krijgt ook de Ks van gips.
  •  
  • 2. Mengen van zeewater en zoet water en vergelijken met een gegeven monster en uitzetten in het Piper diagram en dat interpreteren. Net hetzelfde zoals in de les.
  •  
  • 3. Je krijgt de gehalten van een aantal ionen in mg/l. Gevraagd: bereken TDS en zeg welke belangrijke processen dit water heeft ondergaan.
  •  
  • 4. Iets in de trant van: hoe ontstaan redoxzones en bespreek hun voorkomen in de aquifers. (geef fig op p35 + uitleg en ook het Berner diagram)
  •  
  • 5. Wat zijn sorptie-isothermen (+fig)? Hoe bereken je ze? Waarvoor dienen ze? Wat is de retardatiefactor? Hoe bereken je die?
  •  
  • 6. Wat is de delta 13 C correctie voor het berekenen van C14 ouderdommen? (of zoiets)
  •  
  • 7. Vergelijk kalkoplossing in de verzadigde zone met die in de onverzadigde zone (+fig). Bespreek ook de kalkoplossing in de onverzadigde zone.
  •  
  •  
  • Examen 2008-2009
  •  
  • 1. Uitleggen hoe redoxzonering ontstaat, hoe deze zoneringen zijn opgebouwd. Geef hierbij het figuurtje met de pijltjes en het Berner-diagram
  •  
  • 2. Je krijgt enkele ionenconcentraties van een water. Bereken de TDS (hahaha) en bespreek welke reacties zich hebben voorgedaan. In welke omstandigheden kan zo een water ontstaan? Let op, kijk goed naar de grootte van de concentraties!
  •  
  • 3. Leg het voorkomen van ijzer uit in grondwater. Dus leg dat wat uit in verband met de redoxzonering en geef het Eh-pH diagram van ijzer. Kijk ook maar eens goed naar het Eh-pH diagram van ijzer in de aanwezigheid van zwavel, kan handig zijn als je over pyriet begint te spreken...
  •  
  • 4. Wat is het vershil tussen kalkoplossing in de verzadigde en onverzadigde zone? hoe uit zich dit? Geef hierbij het diagram waarbij het bicarbonaat-gehalte is uitgezet tov pH, en de partiele CO2 drukken zijn aangegeven.
  •  
  • 5. Hoe zal stookolie zich gedragen bij zijn verspreiding (bij een lek)? Welke vormen van verontreiniging zullen hierbij ontstaan? Waarmee moet rekening gehouden worden bij het saneren?
  •  
  • 6. Er zijn bepaalde ionenconcentraties gegeven, is de oplossing over- of onderverzadigd aan een bepaald mineraal? en als het onderverzadigd is; hoeveel moet je van een ander mineraal oplossen om tot een evenwicht te komen?
  •  
  • 7. Je krijgt de concentraties van geanalyseerde ionen, herbereken de concentraties als zou het water ontstaan zijn door menging van zoet water en zeewater. Zet beiden uit in een piper-diagram en interpreteer. Welke reacties hebben zich voorgedaan om tot zo'n concentraties te komen? Welk watertype is het?
  •  
  •  
  • Examen 2007-2008
  •  
  • 1. In welke omstandigheden is arseen mobieler (ze zegt er bij of het kationisch of anionisch is)
  •  
  • 2. Waarom vind je geen nitraat in de verzadigde zone ( + geef uitleg over fig p35 redox )
  •  
  • 3. Iets over oplossing van kalk ( fig 11 p71 uitleggen)
  •  
  • 4. Iets over verontreiniging met olie met figuur residuele verzadiging (fig 43 p163) (+ ze vroeg hoe je best zou saneren bij mondelinge verbetering !)
  •  
  • 5. ets over een put waar je bepaalde ijzer concentraties vond (was iets dat normaal niet samen voorkwam maar hier zat putfilter blijkbaar zowel in verzadigd als onverzadigd door overbemaling voor zover ik begrepen heb op mondeling verbetering)
  •  
  •  

Groundwater Modelling

Docent

Thomas Hermans

Cursus

Practica

Buis-o-meter
(40%)

Het examen is openboek. Op het examen krijg je een paper waarover er dan vragen worden gesteld.

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2022-2023
  •  
  • 1) The researched area is divided in two zones which ones. Explain
  •  
  • 2) This has an influence on the boundaries. Give the three types of boundaries that are used. (je moet dan een schets geven van het gebied met welke boundary waar gebruikt is) are these boundaries justified?
  •  
  • 3) How was the model calibrated? Give the objective function.
  •  
  • 4) Why do you think the calibrated values differ so much from the measured ones knowing what you know about the conceptual model (reference to figure paper). Give three reasons
  •  
  • 5) How did they decide to model the time period from 2001-2017. What effects does this have on the a) numerical model b) the calibration, something with link theory
  •  
  • 6) How did they implement/model the fractures. What advantages and disadvantages does this have.
  •  
  • 7) Knowing the results (verwijzing naar figuur) what would you do to minimize the maximal drawdown in the both the Quaternary and Cretaceous aquifer
  •  
  • 8) What are the two main limitations of this model?
  •  
  •  
  • Examen 2017-2018
  •  
  • Article: Alfaro et al., 2017: Modelling groundwater over-extraction in the southern Jordan Valley with scarce data. This article is given and some curcial info is left out, solve questions with the article and own knowledge.
  •  
  • 1. Hydrogeologically and geologically, the site is devided into 2 zones. Why? Explain.
  •  
  • 2. In what state is the system solved? what is the other way? explain both systems and the different methods how they solve the flow equations?
  •  
  • 3. Modflow uses a method to solve the equations, what is this method, explain the basic principle, limitations,... what is the other possible method?
  •  
  • 4. Draw the conceptual model with the boundary conditions. What boundary conditions were used? explain them? what is the third possible boundary condition, explain? mathematically how was the hydrailic head represented? (+ another question i can't remember)
  •  
  • 5. How are the results according to the senario?explain how to limmit/show possible uncertainities?
  •  
  • 6. How is the callibration done? explain? what is the important information that is missing?
  •  
  • 7. What is a sensitivity analysis? what were the results from it? what does it mean for the numerical model?
  •  
  • 8. There are several limitations with this model, give 2 limitations and explain.
  •  
  •  

Imaging Techniques of Consolidated and Unconsolidated Sediments

Docent

Veerle Cnudde

Buis-o-meter
(40%)

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2023-2024
  •  
  • PART 1
  •  
  • 1) Explain these concepts in around 5 lines.
    a) Filtered backlight projection
    b) Synchrotron beam line
    c) Principle of XRF spectroscopy
  •  
  • 2) Explain ESEM (principle, advantages, disadvantages)
  •  
  • 3) Explain/compare SE images and BSE images
  •  
  • PART 2
  •  
  • You get a rock with following properties:
    Lithology: Limestone
    Porosity: 30%
    Size: 10x10x10 cm^3
    Amount: 4
    Describe your research plan to a) 3D reconstruction of the porosity b) capillary water uptake in real time(5 points).
  •  
  •  
  • Examen 2022-2023
  •  
  • 1) Explain following words in about 4 sentences
  •  
  •  - Backlight filter ... (dont really remember)
     - Confocal microXRF
     - Image compression
  •  
  • 2) Explain the interactions between particles for the different SEM images.
  •  
  • 3) Why and how do X-ray measurements and neutron measurements differ from eachother. Something with what is the difference in the results of that imaging.
  •  
  • 4) Big question
    Mining company wants to know the mineralogy an the way certain minerals are distributed to know how much the ores should be crushed.
    You can get samples in any size you want.
  •  
  •  
  • Examen 2020-2021 Versie 1
  •  
  • Oral exam (due to covid) (there may be multiple versions)
  •  
  • Part 1: Concepts and processes: (8)
  •  
  • 1.1 Describe the different imaging and analytical modes of SEM (6)
  •  
  • 1.2 Briefly describe the following concepts (2):
  •  
  • 1. Image noise
  •  
  • 2. Partial volume effect
  •  
  • Part 2: Setting up a research plan:
  •  
  • 2.1. You want to visualize water uptake inside the pores of Savonnière building stone. You are provided with a cylindrical sample of 5 cm diameter and 10 cm height. What would be your workplan? (8)
  •  
  • Describe the procedure:
  •  
  • - Sample preparation
  •  
  • - Techniques used and the data that will be obtained by the technique(s)
  •  
  • - Reason why you select this approach + advantages/disadvantages of the selected technique(s).
  •  
  •  
  • Examen 2020-2021 Versie 2
  •  
  • Part 1: concepts & processes
  •  
  • 1.1 Describe the different imaging and analytical modes of SEM (6)
  •  
  • 1.2 Briefly describe the following concepts (2)
  •  
  • - MLA
  •  
  • - XRF
  •  
  • Part 2: Setting up a research plan:
  •  
  • 2.1. You have a dense ore material of 10 cm in all dimensions. You want to know its internal 3D structure. What would be your workplan? (8) Describe the procedure:
  •  
  • - Techniques used and the data that will be obtained by the technique(s)
  •  
  • - Reason why you select this approach + advantages/disadvantages of the selected technique(s).
  •  
  • (Dit was een (online) mondeling examen, dus er waren meerdere versies van examenvragen dit jaar)
  •  
  •  
  • Examen 2020-2021
  •  
  • 1) woordjes uitleggen in +-4 lijnen (/4)
    - scintillator
    - confocal micro xrf
    - filtered back projection
    - bit depth
  •  
  • 2) explain all imaging and analytical modes of a SEM (/4)
  •  
  • 3) research question: a building rock shows some white spots after use in buildings. It has a nanometer to millimeter grainsize. How would you completely characterise this rock. (/8)
  •  
  •  
  • Examen 2019-2020
  •  
  • PART 1: Concepts and processes
  •  
  • 1.1 Explain following terms in max. 4 lines: FIB-SEM (1,5), maximum volume effect (1), noise (1), BSE (1) and ... (1)
  •  
  • 1.2 Explain synchrotron and give one advantage and one disadvantage (2)
  •  
  • 1.3 Explain closing (1)
  •  
  • 1.4 Correct or incorrect: You can detect F with a hand-held XRF + Explain (1,5)
  •  
  • PART 2: Research question
  •  
  • 2.1: Given, a sample of 2mm in all directions. You want to know the chemical composition in 3D. Which technique(s) would you use, which data is acquired, give the advantages and disadvantages of these techniques. (4)
  •  
  •  
  • Examen 2018-2019
  •  
  • 1. Bespreek FIB-SEM: naam, principe, voor en nadelen (5/16)
  •  
  • 2. Wat is closing (1/16)
  •  
  • 3. Kan je C en O zien met XRF? ja/nee en waarom (2/16)
  •  
  • 4. Hoe kan je SNR verbeteren (1/16)
  •  
  • 5. Wat is dual thresholding (1/16)
  •  
  • 6. Hoe zou je een sample van 50x10 die mag kapot gaan bestuderen als je fluid flow behaviour wil weten? sample strategy, methods, advantages & disadvantages (6/16)
  •  
  •  
  • Examen 2017-2018
  •  
  • 1. Kan je met xrf een resolutie van 100nm halen? zo ja hoe. zo nee waarom?
  •  
  • 2. Sem-edx. leg uit principe.
  •  
  • 3. Core van 50 cm en 10cm diameter. hoe ga je poresizedistribution onderzoeken?
  •  
  • 4. Sample 8*8*8cm groot. methode neutron tomographie: Real time water movement & microfissure tracks (700nm). Kan je dit doen waarom wel/niet hoe zou je het wel doen? wat raad je aan?
  •  
  •  
  • Examen 2015-2016
  •  
  • Versie 1
  •  
  • 1. Structure and grain size of a large heterogeneous sample of 10x10x10 cm. Which methods would you use? Would you use a destructive or non destructive protocol? What's the output of the methods? Main question so write a lot!
  •  
  • 2. Give at least 3 things that influence resolution of a X-ray lab based CT.
  •  
  • 3. 5 words to be described in max 3 lines: voxel, BSE, partial volume effect, FIB SEM and maximum opening
  •  
  • 4. Give 2 artifacts that can occur when using X-ray CT.
  •  
  • Versie 2
  •  
  • 1. Je hebt een homoloog gesteente van 10*10*10cm en moet de korreloriëntatie en de chemische samenstelling onderzoeken: Welke sample preparaties gebruik je niet-destructief of destructief? Welke onderzoekstechnieken gebruik je en waarom? Wat krijg je na deze toe te passen?
  •  
  • 2. Waarom is een Pb-bekisting transparant voor neutronen en niet voor x-rays?
  •  
  • 3. Geef 2 voordelen en 1 nadeel van synchotron radiatie
  •  
  • 4. 5 woordjes, max. 5 zinnen per woordje: X-ray fluoresence tomography, ESEM, segmentatie, beam hardening, ring artifacts
  •  
  •  
  • Examen 2014-2015
  •  
  • Agree or disagree, explain why
  •  
  • 1. Can neutron radiography be used to visualize water in 5 micrometer pores
  •  
  • 2. During XRF a sensitive solid state detector is used to analyse atomic elements nr 20 to 64 by analyzing the K shell lines.
  •  
  • 3. Can X-ray CT be used to determine the composition
  •  
  • Other questions
  •  
  • 1. What is opening?
  •  
  • 2. BSE VS X-ray
  •  
  • 3. FIB/SEM
  •  
  • 4. Advantages of synchrotron
  •  
  • 5. Monochromator
  •  
  • 6. Question about resolution
  •  
  •  

Mineral Resources, Economics and the Environment

Docent

Stijn Dewaele

Dit vak is een typisch Dewaelevak waarbij er aan een heel snel tempo wordt lesgegeven en je heel veel informatie krijgt op korte tijd. In de lessen maak je eerst kennis met algemene concepten over minerale rijkdommen, en worden vervolgens systematisch alle verschillende mogelijke types besproken. De laatste lessen gaan over de Mining Cycle (hoe mijnbouwprojecten werken) en de economische kant van minerale rijkdommen. Het is echt wel een blokvak waarbij je heel wat nieuwe dingen moet verwerken, maar het examen zijn voornamelijk twieoos, wat de lading wat lichter maakt.

Cursus

Prof. Dewaele voorziet online kopies van 3 handboeken waarop hij zijn slides baseert (Evens, 1993; Evens, 2006 en Ridley, 2013). Tussen die boeken is er wel wat overlap, maar de leerstof die je echt moet kennen is datgene dat op de slides staat. Wat hij verteld komt wel vrij goed overeen met de inhoud van de boeken, dus als je een deel niet begrijpt kan je altijd daarnaar teruggrijpen, maar je zal wel zelf wat moeten zoeken in welk boek wat staat.

Opdracht

Voor dit vak zal je ook een omvangrijke paper moeten schrijven (10 tot 20 pagina’s inclusief referenties), die op vrij veel punten staat (5 van de 20). Het onderwerp van de paper is een minerale grondstof (meestal een element uit het periodiek systeem) waarover je vervolgens een uitgebreide review van moet doen: wat voor ertsafzettingen, welke mineralen, waar/in wat soort geologische omgeving komen die afzettingen voor, hoe ziet het mijnproces eruit, wat met mineral processing, economische/ecologische aspecten, wat zijn de toepassingen,… Je mag zelf kiezen over welk element je schrijft. De prof is ook erg flexibel over hoe je het precies aanpakt, dus als je niet onmiddellijk ziet hoe je het moet aanpakken of vast zit, kan je altijd op feedback gaan. Op het einde van het semester geef je ook een presentatie van 15 minuten over je paper.

Buis-o-meter
(40%)

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2023-2024
  •  
  • 1) Describe wall rock alteration. Parameters + apperance patterns associated with mineralization. Why is it useful?
  •  
  • 2) Which mineralisations can you find at mid-oceanic ridges? Explain. How are these mineralisations formed? Which metals are formed? (20 p)
  •  
  • 3) What is the JORC-code?
  •  
  • 4) VMS deposits: what could be the origin of the hydrothermal fluids? Explain and elaborate on this discussion.
  •  
  • 5) Begrippen:
    - Greisen
    - Saprorock
    - Clifford's rule
    - Secondary dispersion
    - Algoma Type BIF
  •  
  •  
  • Examen 2022-2023
  •  
  • 1) Explain the following words
  •  
  •  - Lowell-Guilbert modelling
     - Greisen
     - IOCG
     - Saprolite
     - Clifford's rule
  •  
  • 2) Discribe wall rock alteration. Parameters + apperance patterns associated with mineralization. Why is it useful?
  •  
  • 3) Difference high and low sulfidation. Geological setting? Exploited for which commodity?
  •  
  • 4) Main types of Cr-deposits? Differences? How are they formed?
  •  
  • 5) Characteristics of pegmatite deposit? Which processes?
  •  
  • 6) Chemical processes for association of Au- and Fe-sulfides in orogenic gold mineralization?
  •  
  •  
  • Examen 2020-2021
  •  
  • 1. Explain: Clifford's Rule, fenitisation, saprolite, greisen, second boiling (15 p)
  •  
  • 2. What is wall-rock alteration? Which parameters influence the alteration (how to identify)? And what can you use it for? (20 p)
  •  
  • 3. Which mineralisations can you find at mid-oceanic ridges? Explain. How are these mineralisations formed? Which metals are formed? (20 p)
  •  
  • 4. Explain sulfidation in epithermal deposits and the difference between high- and low-sulfidation. Where can you find the two types (in which settings are they formed/located)? And which metals? (15 p)
  •  
  • 5. VMS deposits: what could be the origin of the hydrothermal fluids? Explain and elaborate on this discussion. (15 p)
  •  
  • 6. What chemical processes are responsible for the gold and Fe-sulfides in Orogenic Gold Deposits? (15 p)
  •  
  •  
  • Examen 2019-2020
  •  
  • 1. Explain: secondary dispersion, skarn, Cliffords Rule, fenitisation and Algoma Type BIG. (15ptn)
  •  
  • 2. What is wall rock alteration. Give the characteristics. (15ptn)
  •  
  • 3. Give the processes that form magmatic ore deposits. Explain the formation and give an example. (20ptn)
  •  
  • 4. Explain VMS deposits (15ptn)
  •  
  • 5. What deposits are present at mid-ocean ridges. Explain the formation. Which elements are present? (15ptn)
  •  
  • 6. What processes are responsible for the gold and Fe-sulfides in Orogenic Gold Deposits. (10ptn)
  •  
  •  
  • Examen 2018-2019
  •  
  • 1. Woordjes: greisen, first boiling, clifford's rule, pseudomorphism...
  •  
  • 2. Explain sulfidation, what is difference between high and low, what metals?
  •  
  • 3. Deposits at MORs, formation and kind of metals.
  •  
  • 4. Explain pegmatites, formation and zonation hypotheses.
  •  
  • 5. Explain wall rock alteration, how to identify and uses.
  •  
  •  
  • Examen 2017-2018
  •  
  • Versie 1
  •  
  • 1. Explain: Pseudomorphism, Skarn, Stratiform ore deposit, Second boiling & Clifford's rule
  •  
  • 2. Isochemical vs. allochemical: Explain the difference and give for each an example of an ore deposit
  •  
  • 3. What kind of ore deposits are formed at a mid ocean ridge? Explain how they are formed and which metals are formed.
  •  
  • 4. Wall rock alteration, what is it, what can you do with it, how did the alteration happen?
  •  
  • 5. Pegmatites, explain how they are formed, give the formation processes (different hypotheses) which mineral/metals are formed?
  •  
  • Versie 2
  •  
  • 1. Low and high sulfidation
  •  
  • 2. Magmatic segregation
  •  
  • 3. Pegmatite
  •  
  • 4. Zoning
  •  
  •  

Environmental Impact Assessment

Docent

Kristine Walraevens

The course is given by professor Walraevens, you have already seen her in the course remote sensing in the bachelor. And also in the course groundwater chemistry in 1st master.

Cursus

When there are English speaking students, the course will be in English and will be about international impact assessment regulations. Met nederlands sprekende studenten gaat het over de regeling van milieueffecten rapportage in Vlaanderen. Je moet doorheen het jaar zelf als groepswerk een milieu effecten rapport schrijven (begin er vroeg genoeg aan, anders stress!). Dit staat op 1/3 van de punten. Daarnaast is er nog een presentatie dat je moet geven waar je een korte aanmelding maakt, mag geinspireerd zijn op een bestaand mer maar hoe meer je zelf doet hoe beter. Ook hoe meer kaartjes je maakt hoe beter ( ook bij groeps mer). Dit staat op 1/3 van de punten. Het examen staat op de overige 1/3 van de punten.

Practica

Buis-o-meter
(40%)

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2022-2023
  •  
  • 1) Objectives of EIA and role of the UN?
  •  
  • 2) What are alternatives and what are they used for? Give a concrete example.
  •  
  • 3) How is a study area delimited? Give an example of a project that needs an EIA and give the disciplines which must be considered. Explain for two disciplines how you would delimitate the study area and motivate.
  •  
  • 4) How do you define a reference situation? What should be conceived when a company wants a prolongation license for groundwater exploitation when there is damage to the area due to previous exploitation (house cracking & soil compaction)?
  •  
  •  
  • Exemen 2021-2022
  •  
  • 1) What is the objective of EIA? What is the role that the UN have played here?
  •  
  • 2) What are “alternatives” in the framework of EIA? What is their importance and what are they used for? Give an example.
  •  
  • 3) How is the study area delimited? Give a concrete example of a case requiring EIA: mention all disciplines that are relevant for EIA of this case, and (for two disciplines of your own choice) explain how you would delimit the study area, and motivate.
  •  
  • 4) How is the reference situation defined? What is it used for? Consider the case of an existing groundwater exploitation. Considerable drawdown has been observed in the past, with ground settlement and cracking houses. The project licence will expire soon. For the prolongation of the project licence, an EIA is required. How would you conceive the reference situation?
  •  
  •  
  • Examen 2019-2020
  •  
  • 1. What are the objectives of EIA? What role have the UN played?
  •  
  • 2. What is the purpose of the alternatives in an EIA? What are they used for? Give an example.
  •  
  • 3. How is the study area determined? For the given EIA project, give all the disciplines which should be considered and draw the study area for two of them.
  •  
  • 4. How is the reference situation defined? For what it is used? Give an example (Describe a project that needs an EIA and how would the reference situation be coincived).
  •  
  •  
  • Examen 2018-2019
  •  
  • 1. Wat is plan-mer, wat zijn de voordelen? Wat is plan-mer plicht?
  •  
  • 2. Wat is het nulalternatief?
  •  
  • 3. Wat is de referentie situatie?
  •  
  • 4. Wat is een studiegebied? + case waar je alle relevante disciplines moet geven en voor 2 disciplines het studiegebied moet afbakenen?
  •  
  •  
  • Examen 2017-2018
  •  
  • 1. Hoe is de plan-merplicht geregeld in Vlaanderen?
  •  
  • 2. Wat wordt er bedoeld met de referentiesituatie? Hoe wordt deze bepaald?
  •  
  • 3. Hoe wordt het studiegebied afgebakend? Je krijgt een kaart met een beetje uitleg over een project. Zeg welke de 2 belangrijkste disciplines hiervoor zijn en duid hun studiegebied aan op de kaart en argumenteer.
  •  
  • 4. Wat wordt er bedoeld met nulalternatief? Geef ook een voorbeeld.
  •  
  •  

Geographic Information Systems

Docent

Nico Van De Weghe

Buis-o-meter
(40%)

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2023-2024
  •  
  • Theory questions:
  •  
  • 1) Discuss the LATIS project, explain why it is useful to use a cartographic model to tackle such a complex problem.
  •  
  • 2) Explain the point-in-polygon algorithm.
  •  
  • 3) How does the concept of Rough Set theory extend the concept of time geography.
  •  
  • 4) In the paper by Aranda, which geographic entity was found to be the best for mapping Cultural Ecosystem Services (point-polygon-marker)? Explain.
  •  
  • 5) What are the pros and cons of the OAT (one-at-a-time) approach to a sensitivity analysis?
  •  
  • Practical part:
  •  
  • - You have to make a cartographical model of a specific question (open book).
  •  
  • - You had a layer with a road network of Ghent in a certain CRS, and a csv-file with the locations of different Ugent campusses in WGS 84. The model has to calculate how many streets arrive at the different intersections in the network. (you have to find the intersections by yourself as well). You have to find the route that passes the most intersections and the route that passes the least amount of intersections. You have to approach these routes by using pairs of campusses? The output has to be a layer that contains all the possible routes between the different campusses. This question was very difficult, I think none of the geologists knew what to do here :( .
  •  
  •  
  • Examen 2022-2023
  •  
  • Theorievragen
  •  
  • 1) Bespreek het Latis project en leg uit waarom het handig is om een cartografisch model hiervoor te gebruiken.
  •  
  • 2) Bespreek de typology van netwerken.
  •  
  • 3) Wat is een sensitiviteitsanalyse en hoe kan dit gebruikt worden in een MCE?
  •  
  • Praktijkdeel
    Je moet een cartografisch model maken van een specifiek vraagstuk (open boek).
  •  
  •  

Geology of Building Stones

Docent

Veerle Cnudde

Cursus

This course consists of both theory and practical classes. During the theoretical portion, you will learn how to identify and test the physical properties of building stones, as well as learning about different methods of preservation. The course discusses the most commonly used building stones in Belgium, both native and imported. During the practical lessons, you get the opportunity to study these stones both in thin section and as macro samples. The grading consists of a written exam and a number of (group) assignments. The exam is made up of 2 parts: one which features questions from the theory and another where you have to describe and identify a number of stones seen during the practicals. The theory questions usually follow a similar model each year, such as having to compare two similar stones or describing your workflow and methodology in a given scenario. The assignments are firstly a short presentation and written report about a given stone and secondly an assignment where you have to find certain historical building stones in the center of Ghent. In addition, the course features a one-day excursion to various Belgian cities. This excursion is ungraded but may cover exam material.

Buis-o-meter
(40%)

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2022-2023
  •  
  • Question 1 (6p)
  •  
  • 1. Unknown weathered stone in church (no specification if facade, floor tiling)should get replaced. A lot of values are given (capillary, flexural and compression strength, water permeability, microscopy thin sections) you should than decide what further lab test would help to determine a replacement stone.
    2. Than you should decide, which would be the 2 most needed, if budged is restricted
    3. Argue 1. are these metopes destructive/non destructive; 2. how much material is needed; 3. how does this Methode work exactly 4. Why these parameters. What are the important information?
  •  
  • Question 2 (8p)
  •  
  • Compare similarities and differences Maastricht stone and blue limestone (age, location, origin, macro and micro description, properties, use)
  •  
  • Question 3 (3p)
  •  
  • What is a consolidant, what is it for and what do you have to care for if you use it (she said we should think we are the experts and have to explain to a costumer what a consolidant is)
  •  
  • Practical:
    - Handpice (this year Euville)
    - Micro: probably Lede or Ypersian stone
  •  
  •  
  • Examen 2021-2022
  •  
  • Theory
  •  
  • 1) What is DCMS and for what is it used?
  •  
  • 2) Compare Euville limestone and Belgian Blue stone. Highlight differences and similarities (everything: age, location, macro & microscopic, ...)
  •  
  • 3) What is the difference between a water repellent and consolidant + why is it used?
  •  
  • Practical
  •  
  • 1) Macroscopic description + determination (explain why) -> Gobertange limestone
  •  
  • 2) Microscopic description + drawing + determination (explain why) -> Fieldstone
  •  
  •  
  • Examen 2018-2019
  •  
  • 1. Exercise where mass of dry sample, mass of wet sample and mass of wet sample in water is given and also a drying curve and a waterabsorption versus rootsquare of time curve is given. Then they ask to calculate the open porosity, bulk density, absoptioncoefficient, and absoroption in %/s^0.5
  •  
  • 2. Ypresian stone, (macroscopic, microscopic, weathering, locatino, everything,...)
  •  
  • 3. A building with a white porous stone and a brick wall will be renovated. What methods/ thechniques will you use to determine what preservation technique you will use. (so give the techniques that will lead to your choise of preservation, not the preservation)
  •  
  • 4. Explain how you can remove salt by advection/dispersion.
  •  
  •  
  • Examen 2016-2017
  •  
  • 1. Je krijgt verschillende gemeten properties (compressive strength, flexural strength, abrasion resistance, ...) van een onbekend gesteente. De klant wil een vervangsteen zoeken, maar deze is verweerd. Geef nog twee properties en zeg waarom (2pt). Leg de testen van deze twee properties kort uit en zeg wat de klant hier aan heeft (4pt)
  •  
  • 2. Geef de gelijkenissen en verschillen tussen de Maastricht limestone en de Lincent limestone (micro- en macroscopisch, age, location, ...) (8pt)
  •  
  • 3. Twee gesteenten liggen vooraan (dit jaar Tournai limestone en Lede steen), iedereen om de beurt gaan kijken met loupe. Beschrijf macroscopisch (6pt). Geef de naam van het gesteente (2pt)
  •  
  • 4. Twee soorten slijpplaatjes (4keer hetzelfde voor 4 studenten tegelijk) vooraan geplaatst met telkens drie stenen erbij (A, B, C).(Dit jaar een veldsteen (tussen ijzerzandsteen en een buitenlandse) en een Euville (tussen bijna exact dezelfde gesteenten, moeilijk!). Beschrijf microscopisch (6pt). Geef de naam van het gesteente (2pt) en bij welk gesteente (A, B, C) correspondeert dit (1pt)?
  •  
  •  
  • Examen 2012-2013
  •  
  • 1. Beschrijf en determineer een handstuk.
  •  
  • 2. Wat zijn de verschillen en gelijkenissen tussen Euville limestone en Belgian Blue Stone?
  •  
  • 3. Beschrijf het oudste een jongste gesteente dat we gezien hebben op excursie.
  •  
  • 4. Beschrijf en determineer twee slijpplaatsjes (hiervoor mag je je nota’s en cursus gebruiken).
  •  
  •  

Hydrogeophysics Project

Docent

Thomas Hermans

Cursus

Practica

Buis-o-meter
(20%)

Dit vak is nieuw dus is er nog geen betrouwbare buisometer.

  •  
  • TWIEOOS

Groundwater and Mineral Resources Apprenticeship

Docent

Kristine Walraevens, Stijn Dewaele, Veerle Cnudde & Thomas Hermans

Cursus

Practica

Buis-o-meter
(40%)

  •  
  • TWIEOOS

Engelstalige master - Keuzevakken

3D Digital Rocks

Docent

Tom Bultreys

Cursus

Dit vak is een vervolg op Rock Imaging Techniques en beschrijft vooral het gedrag van vloeistoffen op de poriënschaal. Het moet gezegd worden dat dit een vak is waarin er veel computerkracht aan te pas komt. Juist daarom is het één van de snelst evoluerende studiegebieden die meer en meer wordt gebruikt voor industriële toepassingen.

Buis-o-meter
(40%)

16/20 punten theorie, waarvan je alle vragen krijgt (31 mogelijke). 4/20 punten oefeningen, niet zo moeilijk maar je moet er wel voor in de les gezeten hebben in tegenstelling tot de theorie

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2022-2023
  •  
  • 1) Discuss the difference in concept between continuum simulations and pore-scale simulations on porous media behaviour. Explain the goal of each approach, and give an example where each approach could be useful. (2)
  •  
  • 2) Draw the capillary pressure curve and the relative permeability curve for the drainage and the imbibition of a water wet rock. What is trapping, explain. How can you see trapping in the Pc and kr graph and what does it mean? (3)
  •  
  • 3) Describe the differences in strategy followed by convential fluid mechanics simulations and lattice-Boltzmann simulations of single-phase flow in rocks. Briefly explain the working principle of both methods. (4)
  •  
  • 4) Why are pore network models so much faster then Lattice-Boltzman simulations? What do you sacrifice for getting this speed? (give 3 disadvantages) (4)
  •  
  • 5) Briefly describe the main ideas and working principles behind the three different classes of methods that can be used to reconstruct a 3D pore structure representation. What are the advantages and disadvantages of each method? For each method, give a practical example for a case when you would use it. (3)
  •  
  •  
  • Examen 2019-2020
  •  
  • Exam question 1
  •  
  • You want to perform a pore-scale simulation to estimate the permeability of a sandstone with pore sizes on the order of 50 μm. How do you proceed? Explain why you make certain choices.
  •  
  • Exam question 2
  •  
  • Give an example of a case where Digital Rocks could add value to a subsurface engineering project. Explain how the concept of Digital Rocks fits into the bigger picture
  •  
  •  
  • Examen 2017-2018
  •  
  • 1. What are the three necessary conditions needed to do a meaningful pore-scale simulation? No details ± 5 sentences (1,5pt)
  •  
  • 2. Which criteria are important to determine whether a pore structure representation is adequate for a pore scale simulation? No details ± 5 sentences (2pt)
  •  
  • 3. Explain the concept of the representative elementary volume, and why this is important when attempting to do pore scale simulations. No details ± 5 sentences (2,5pt)
  •  
  • 4. Describe the differences in strategy followed by convential fluid mechanics simulations and lattice-Boltzmann simulations of single-phase flow in rocks. Briefly explain the working principle of both methods. Give details (4pt)
  •  
  • 5. Explain the concept of trapping and discuss its importance. On which pore structure properties does trapping depend? Give details (6pt).
  •  
  • 6. Exercise about vertical permeability if there are 3 layers (1 clay 2 sand) (need to know k of clay and sand by heart) (3pt)
  •  
  • 7. How to calculate maximum pressure of CO2 in sequestering under a cap rock if you know the pore throat size distribution (1pt)
  •  
  •  
  • Examen 2016-2017
  •  
  • 1. You want to characterize de 3D grain size and structure of a stone sample of 5 x 5 x 5 mm³. Which sample protocol (non-destructive, destructive) would you follow? Which research methods discussed during the course, would you use? What are the advantages and disadvantages of these methods?
  •  
  • 2. Which factors influence the resolution of a lab-based X-ray CT scanner (give minimum 3 factors)?
  •  
  • 3. Please explain the following words (max. 3 lines): FIB-SEM, Maximum opening, BSE, voxel
  •  
  • 4. How could you reduce statistical noise? (min. 2 ways)
  •  
  • 5. Why can neutrons “look through” a lead container, and X-rays not?
  •  
  • 6. Give 2 advantages and 1 disadvantages of synchrotron radiation.
  •  
  • 7. Please explain the following words in max. 5 lines: X-ray Fluorescence Tomography, Beam hardening, ESEM, Ring artefacts, Segmentation
  •  
  • 8. Please fill in the missing words:
  •  
  • A. ________ typically have a wavelength of 10 nm, which means that in practice the resolution is limited because of other reasons like for example focusing devices. Additionally their penetrating power is largely dependent on their _______
  •  
  • B. The types of signals produced by an SEM include: i. ______________________ ii. ______________________ iii. ______________________ iv. ______________________
  •  
  • C. Several methods exist in order to reduce statistical noise during acquisition, including: i. __________________ ii. __________________
  •  
  • D. When I want to have images, where the greyvalues inside the images are strongly related to the atomic number (Z) of the specimen and therefor providing contrast based on the distribution of different elements in the sample without using X-rays, I need to make_________________ images.
  •  
  • E. When we need the 3D structural information of a geological sample at a resolution of 100 nm, we can use________________. This technique can/cannot be used to monitor dynamical changes in 3D in real time.
  •  
  • F. EMPA or _________________________ is specialized for chemical analysis with some imaging options.
  •  
  • 9. Which different preprocessing treatments are required for chemical examination of most geological specimens when using SEM? (Describe the different required steps)
  •  
  • 10. Describe Lambert-Beer’s law.
  •  
  • 11. What are the main differences when scanning with a lab-based X-ray source or a synchrotron?
  •  
  • 12. What is the difference between Neutron and X-ray Tomography (explain in detail)?
  •  
  • 13. When we are scanning a stone sample, with a size of 10 mm diameter and 10 mm height, which is positioned exactly at 40 cm away from the detector and the distance between the source and detector is 1 m, and we know that the focal spot size is 1 µm and we are using the Varian PaxScan 2520V detector of 1496x1880 pixels, with a detector resolution or pixel pitch of 127 µm, what is then the achievable resolution in the radiography?
  •  
  •  
  • Examen 2014-2015
  •  
  • 1. Woordjes, 10 lijnen max: capillary pressure, lattice boltzmann, capillary trapping
  •  
  • 2. How to have an adequate description of the microstructure?
  •  
  • 3. Invasion-percolation: how? which simplifications? what are the consequences?
  •  
  • 4. Which methods exist to extract a pore network model? Describe
  •  
  • 5. Compare pore scale modelling and continuum scale
  •  
  •  

Advanced Micropaleontology

Docent

Stephen Louwye, Robert Speijer & Thijs Vandenbroucke

Buis-o-meter
(40%)

  •  
  • TWIEOOS

Clay Mineralogy

Docent

Stijn Dewaele

Cursus

Practica

Buis-o-meter
(40%)

  •  
  • TWIEOOS
  • Herexamen 2022-2023
  •  
  • 1) What are the methods of sample mounting for XRD analysis, which one is used for clay minerals? Are there different techniques? Explain in detail.
  •  
  • 2) Image of the structure of a clay mineral is given. What mineral is it? Describe the structure in detail and the charge balance. Give the structural formula. (It was halloysite).
  •  
  • 3) How can you positively identify chlorite in a mixture of 2:1 clays. (Then you had to explain the methods).
  •  
  • 4) Explain the Hinckley index .
  •  
  • 5) What is the difference between constant surface charge minerals and constant surface potential minerals?
  •  
  • 6) What effect does the presence of pyrite have during firing?
  •  
  • (The questions were all either 3 or 4 points of the 20 but I dont remember which one was which)
  •  
  •  
  • Examen 2022-2023
  •  
  • 1) Welke methodes worden gebruikt voor sample mounting voor XRD, leg uit in detail?
  •  
  • 2) Structuur Flogopiet is gegeven, welk mineraal is dit, beschrijf de structuur en de ladingsbalans, en geef de structuurformule.
  •  
  • 3) DTA curves van de drie dioctahedrische smectieten. Benoem ze, en verklaar de verschillen tussen de curves.
  •  
  • 4) Wat is Mering's Methode, voor wat wordt dit gebruikt.
  •  
  • 5) Waarom laten dioctaëdrische mica's hun K minder snel los dan trioctaëdrische mica's. In andere woorden, waarom verweren de laatsten sneller.
  •  
  • 6) Waarom kan de aanwezigheid van Pyriet gedurende bakken(Firing) problemen geven?
  •  
  •  
  • Examen 2021-2022
  •  
  • 1) What are the methods of sample mounting for XRD analysis, which one is used for clay minerals? Are there different techniques? Explain in detail.
  •  
  • 2) Image of the structure of a clay mineral is given. What mineral is it? Describe the structure in detail and the charge balance. Give the formula. (answer: trioctahedral mica => phlogopite)
  •  
  • 3) XRD spectra is given. Identify the minerals, explain why.
  •  
  • 4) DTA curves of 3 dioctahedral smectites is given. Name the minerals and explain the difference in temperature for the peaks.
  •  
  • 5) Explain why do dioctahedral micas release their K much less readily than trioctahedral micas. In other words, why do trioc micas weather faster than dioc micas?
  •  
  • 6) Why can the presence of pyrite in clays be bad when firing them?
  •  
  •  
  • Examen 2019-2020
  •  
  • 1) What are the 2 different methods of sample preparation for XRD analysis, which one is used for clay minerals? Are there different techniques? Explain in detail.
  •  
  • 2) Image of the structure of a clay mineral is given. What mineral is it? Describe the structure in detail and the charge balance. Give the formula.
  •  
  • 3) XRD spectra is given. Identify the minerals and explain the different treatments.
  •  
  • 4) DTA curves of 3 dioctahedral smectites is given. Name the minerals and explain the difference in temperature for the peaks.
  •  
  • 5) Explain why do dioctahedral micas release their K much less readily than trioctahedral micas. In other words, why do trioc micas weather faster than dioc micas?
  •  
  •  

Dredging and Offshore Constructions

Docent

Bruno Stuyts en Vincent Gruwez

Buis-o-meter
(10%)

Het mondeling openboekexamen staat op 60% de overige 40% staat op een groepswerk. Probeer notities te nemen in de les want de examenvragen zijn wel vaak zaken die je niet echt in de slides terug vindt.

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2022-2023
  •  
  • 1) Picture of the four types of foundations are given. What are they, what ere the advantages and disadvantages and for which depths? (/3)
  •  
  • 2) True or false (/3)
    a) The drag and inertia forces are both maximal at the wave crest.
    b) Where along the wave profile is the horizontal movements equal to zero?
  •  
  • 3) Pictures of five CPT diagrams and data from a borehole are given, few questions about it. (/8)
  •  
  • 4) An experiment is done at 20 m depth, and it is found that at 1 m/s caviation occurs. (/3)
    a) What would happen to the caviation velocity if it was at 859 m depth?
    b) Give an estimate how the caviation velocity is at 859 m depth.
    c) How much cutting power (was given but I don't remember how much, 2000 kN/m2 at the caviation velocity?) would be needed at 859 m at 2 m/s?
  •  
  • 5) Graph of jet power and pump capacity. (/3)
    a) What is the maximal discharge rate (intersection between them)?
    b) If jets with lower discharge rate would be used ate the same pressure difference, would the pump need more or less power?
    c) Explain the curve of pumping capacity, the pump is a centrifugal pump.
  •  
  •  
  • Examen 2020-2021
  •  
  • Question 1: Wave Theory
    The celerity equation for shallow water is L/T=√gd. This means that waves with different wave lengths move at different speeds. Correct or false? Please give arguments for your answer.
  •  
  • Question 2: Loading on structures
    The ratio between maximum drag and inertia force in the Morison equation can be written as: F_(D,max)/F_(I,max) =1/π² C_D/C_M KC
    From this expression, it can be deduced that for large values of KC number the drag force becomes dominant over the inertia force. Explain what happens physically in such case.
  •  
  • Question 3: Offshore Geotechnics
    An extensive PCPT campaign has been conducted for the Hollandse Kust West (HKW) offshore wind farm with 239 PCPT testing locations spread over the entire wind farm (Figure 1). PCPT tests results for location HKW-082a and HKW-082b are presented in Figure 2 and Figure 3. Seismic CPT tests were performed in addition to the CPT tests to characterise the shear wave velocity of the soil and small-strain stiffness of the soil. Several samples were also taken.
    Questions:
    Which phase of the offshore wind farm development are we currently in, considering the site investigation coverage?
    What is the difference between the PCPT test result in Figure 2 and Figure 3?
    Using the chart in Figure 4, which friction angle would you estimate at 10m depth for HKW-060 (assume an effective unit weight of 10kN/m3)?
    If you would need to verify the shear wave propagation velocity from the S-PCPT test with a laboratory test, which test would you consider?
    For which offshore wind turbine foundation type is the small-strain stiffness important?
    Is the small-strain stiffness more important for axial or lateral behaviour?
    Which protection method would you select to protect the cables between the offshore wind turbines and the offshore transformer platform from emergency anchoring?
    (given:
    Figure 1: PCPT testing coverage
    Figure 2: PCPT test location HKW-082a
    Figure 3: PCPT test location HKW-082b
    Figure 4: Friction angle from Robertson & Campanella (1983)
    )
  •  
  • Question 4: Cutter head (picture given)
    This cutter head is used for what kind of soil material.
    What is different when a different soil material has to be dredged.
  •  
  • Question 5: Jets in sand (picture given)
    The picture below shows a snapshot taken during a jet experiment. ‘Halve’ a jet moves along the glass wall of a container partly filled with sand. The jet nozzle moves with a horizontal velocity of 1 m/s. The jet water is coloured blue.
    Where in the sand is the erosion velocity at maximum and what is the erosion velocity there?
    What do you see at B in Figure 1?
    What happens to the penetration depth when the sand is not homogeneous and the jet enters in a sand layer with the same grain size but with a larger relative density? Will this also change the slope of the jet with the vertical when the jet enters the sand?
    What is the direction of the groundwater flow just in front of the jet and why?
  •  
  •  
  • Examen 2019-2020
  •  
  • Task 1
  •  
  • Describe and sketch three principally different types of offshore foundation structures. Discuss these structures (briefly!) with respect to the following aspects:
  •  
  • • Water depth
    • Costs
    • Environment
    • Construction process
    • Decommissioning
  •  
  • Task 2
  •  
  • Using the Morison equation to calculate wave-induced forces on piles typically result in a figure as indicated below (figuur met drag en inertia in grafiek). Please explain this figure and specifically answer the following questions:
  •  
  • • What are the four curves showing?
    • Which unit do each of these curves have?
    • How can these curves be calculated?
  •  
  • Figure 1 shows a NW-SE section through the Borssele wind farm area. A PCPT investigation has also been carried out in the area. Figure 2 to 4 show 3 CPT profiles executed along the section.
  •  
  • Task 3: Two different modes of CPT execution have been used. Can you describe them and say which corresponds to each of the profiles?
  •  
  • Task 4: Where do you think the CPT profiles are located along the section. Provide a short reasoning for your choice.
  •  
  • Task 5: Are these CPTs useful for cable burial risk assessment? Motivate your answer? Would you propose any alternative investigation methods?
  •  
  • Task 6: Monopile foundations are foreseen for the offshore wind turbines at the site. Provide a short answer (max 5 lines) to the following questions:
  •  
  • • Which loading will dominate the behaviour?
    • Which design methods will you use?
    • Which soil parameters will you need for their design?
    • How will you derive them from CPT data?
    • Would you propose any other tests?
  •  
  • Task 7: Trailer suction hopper dredger
  •  
  • A TSHD (trailer suction hopper dredger) is dredging sand. The jet pumps are working at full capacity. The pumps can deliver a certain power (W) that is the product of the discharge (Q) and the pressure difference (p), thus W=Q.p. Assume that W remains constant when Q and P are changed. The drag head has 10 jet nozzles, the jet nozzles have a diameter of 40mm and are well shaped so that the relation between pressure difference (p) and jet velocity close to the nozzle (uo) can be written as: p=0.5.u02
  •  
  • The drag head (1) is changed to a drag head (2) with the same amount of nozzles but with nozzle diameter that is reduced from 40 to 30mm. The following questions can be answered quantitatively, but a qualitative answer is sufficient and will save you time.
  •  
  • 1. What will happen to the discharge through the nozzle, the jet velocity and the jet pressure?
  •  
  • 2. Following the Vlasblom equation for the jet production and assuming that the jet production is limiting, which drag head will have the highest production and why?
  •  
  • 3. The production is pumped into the hopper. Which drag head will result in the largest overflow? Describe 2 reasons.
  •  
  •  
  • Examen 2017-2018
  •  
  • Versie 1
  •  
  • 1. Figure on dia 13 of the ppt. of offshore structures, overview, developments and examples: give the suitable water depths, advantages and disadvantages of the four foundation structures.
  •  
  • 2. What is wrong in the following statement and explain: The inertial and the drag force are sinusodials and so the total force is sinusodial.
  •  
  • 3. Retrogressive flow: the breaching happend in 30 minutes over a distance of 5m, with a porosity of 40% and a saturated porosity of 48%.: What is the duration of the breaching when the porosity is 44%? Draw a cross-section of the slope when it is breaching and when the breaching stopped.
  •  
  • 4. Cutting in a rock: Make a sketch of the soil after cutting the rock. Give one advantage and one disadvantage of a rock with large chips. What happend when you cut through a saturated sandstone?
  •  
  • Versie 2
  •  
  • 1. Give 3 reasons to recycle/decommission offshore platforms and give your preferred method + why
  •  
  • 2. Give the deciding parameter(s) for values of Cm and Cd
  •  
  • 3. Cutting at 10 and 30 m depth. what is the difference in hauling speed between both depth if: A. There is cavitation at both depths. B. There is no cavitation.
  •  
  • 4. Halve jet at 1 m/s horizontal velocity (picture of laboratory test): What is the maximum erosion velocity? Sketch a cross-section through the sand (behind the jetted part). What is the penetration depth and production if the sand has a lower grain size lower (heterogeneous, same density)? Sketch the pore pressure distribution in a vertical cross section.
  •  
  •  
  • Examen 2015-2016
  •  
  • Offshore
  •  
  • 1. 4 soorten platformen: geef naam, voordelen en nadelen en de dieptes waarop ze gebruikt worden.
  •  
  • 2. Geef de installatie stappen van een gravity based platform en de risico's.
  •  
  • 3. Figuur van een golf: benoem de aangeduide delen en leg uit in eigen woorden.
  •  
  • 4. Waar of niet waar en leg uit: gegeven een formule voor celeriteit T/L = vkw(gk) golven met een verschillende periode zullen zich voortplanten met een verschillende snelheid in ondiep water
  •  
  • Dredging
  •  
  • 1. Jetten in zand: teken de waterstroom in het zand voor de jet, welk effect heeft heterogeen zand met kleinere korrelgrootte op de diepte van de jet en de afbuiging.
  •  
  • 2. Verticaal dredgen van zand: leg de vorm van de put uit: waarom is de helling het zwakst bij de suction pipe en het steilst bij de rand, heb je een onderwaterpomp nodig (je krijgt praktisch geen gegevens en moet zelf aannames doen).
  •  
  • 3. Diepte afhankelijkheid voor het cutter dredgen van zand: hoe is het afhankelijk en hoeveel, hoeveel energie is nodig om het zand naar de oppervlakte te brengen zonder rekening te houden met verlies (je hebt opnieuw praktisch geen data om berekeningen mee te doen).
  •  
  •  
  • Oudere vragen
  •  
  • 1. Een golf komt loodrecht aan op de kust vanuit diep water (T, d en H gegeven). Bereken waar deze zal breken (diepte) en wat de goflhoogte zal zijn vlak voor hij breekt, evenals de hoogt vlak na breken als 75% van de energie verloren gaat tijdens het breken (dus 25% overblijft).
  •  
  • 2. Bereken de kracht op een paalconstructie (gegeven golflengte, diepte, diameter, ... uiteraard) en teken het verloop van de componenten (inertie en sleep) met toepassing van de lineaire theorie. Daarna de maximale sleep en inertie kracht berekenen met behulp van de stroomfunctie-theorie en het verschil bespreken.
  •  
  •  

Evolution of Primates and Paleo-anthropology

Docent

Dominique Adriaens

Cursus

Een pak dia's met heel veel details. Dat is echter niet het belangrijkste. Het is namelijk de bedoeling om de evolutie te begrijpen.

Buis-o-meter
(15%)

Het examen bestaat uit twee delen; een modeling en een puur schriftelijk deel. Beide delen krijg je samen en dan moet je de modelinge vraag eerst schriftelijk uitwerken en indienen om vervolgens deze bij Prof. Adriaens modeling te bespreken. Nadat je de modelinge vraag hebt ingediend kan je dan aan de 4 schriftelijke vragen werken. Zowel voor het mondelinge als schriftelijke deel krijg je statments waarvan je moet zeggen of ze waar, vals of beiden zijn.
Het examen is niet makkelijk, je moet goed je leerstof kennen maar normaal zou dit vak wel geen probleem moeten zijn.

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2022-2023
  •  
  • Argue why you think the following stetements are correct, false, or both. (oral /30, written /20 -> /5 per statement)
  •  
  • Version 1
  •  
  • Oral: Do Platyrrhini and Catarrhini show the same ecological/Morphological variation.
  •  
  • Written:
    1) Hominids lost their fur, because it blocked sunlight
    2) Australopithecus is an early East-African hominid
    3) Neanderthals have lot of similar traits to sapiens, which they independently evolved.
    4) The knee morphology has remained quite consistent throughout human evolution from the split from chimps on.
  •  
  • Version 2
  •  
  • Oral: The evolutionary shift toards bipedal locomotion started with the origin of Homo erectus and the drying of the East African enviroment.
  •  
  • Written:
    1) Extant apes are fully arboreal and strictly quadrupedal, and have a large bodysize.
    2) Human evolution is an example of cladogenesis.
    3) Primates originated in Africa.
    4) A foot arch is an adaptation to vertical climbing, as it helps to grasp around a tree stem.
  •  
  • Version 3
  •  
  • Oral: modern humans and Neanderthals co-existed and co-evolved.
  •  
  • Written:
    1) Tarsi shows very simular traits to its sistergroup the New World monkeys.
    2) Dermatoglyphs are important for thermoregulation.
    3) Small hominins are all part of Australopithesines.
    4) A wide pelvis in hominins has advantages (something like that).
  •  
  • Version 4
  •  
  • Oral: Savannah theory explains the phenotype of modern humans.
  •  
  • Written:
    1) Meat was only culturally important.
    2) Australopithecus could walk efficiently.
    3) Old World monkeys all had the same ecological niche (social and arboreal).
    4) ?
  •  
  •  
  • Examen 2016-2017
  •  
  • Deel Adriaens
  •  
  • 1. Australopitheci and Homo transition is characterised from fighting to non-fighting body plan.
  •  
  • 2. Knuckle-walking is the transition of quadrupedal to bipedal walking.
  •  
  • 3. Toolmaking and language developed independed from each other.
  •  
  • Deel Verniers
  •  
  • 1. Put in the right order: bipedalism, terrestrialism, encephilization, civilization/culture? With examples, sites, ages,...
  •  
  • 2. Body art and Rock art in the prehistory. Give examples and discuss at what industry they belong. Give also a scientific explanation to these founds.
  •  
  • 3. Give the context of at least 5 sites in France.
  •  
  • 4. Give the most important Neanderthal sites in Belgium.
  •  
  • Mondeling
  •  
  • 1. A. afarensis of H. habilis: wat is het en wat zijn de kenmerken waaruit je dit kan afleiden?
  •  
  • 2. Kaak gorilla of proconsul: wat zijn de kenmerken en in welke groep van de primaten zet je dit? (Diastema, size canine, cusps, palate, tooth formula, maxilla or mandible, snout length, ...)
  •  
  • 3. Hoe bepaal je de leeftijd van een skelet? (Tanden, epiphyseal fusion, toegroeien suturen op schedel, artrose)
  •  
  • 4. Hoe bepaal je het geslacht van een skelet?
  •  
  •  
  • Examen 2014-2015
  •  
  • Deel Adriaens
  •  
  • 1. Is the diversification of apes also visible in the past?
  •  
  • 2. Is the hypothesis of the African origin of Homo Sapiens based on fossil evidence?
  •  
  • 3. Can you say the evolution from early australopithicenes to Homo sapiens happened gradually?
  •  
  • Deel Verniers
  •  
  • 1. Put in the right order: bipedalism, terrestrialism, encephilization, civilization/culture? With examples, sites, ages,...
  •  
  • 2. Body art and Rock art in the prehistory. Give examples and discuss at what industry they belong. Give also a scientific explanation to these founds.
  •  
  • 3. What is the paleoantropological and archeological importance from the site Spy? What is found?
  •  
  • 4. What caused the accelerated cooling of the Quaternary? Which influence had this in the development of the Homo?
  •  
  • 5. Fossielen : Paranthropus boisei, Proconsul, determination of sex of recent skull (tell also how you should do this)
  •  
  •  
  • Examen 2012-2013
  •  
  • Deel Adriaens
  •  
  • 1. Zijn de eerste mensen in europa afkomstig van een immigratiegolf van de Afrikaanse Homo heidelbergensis?
  •  
  • 2. Kon H. neanderthalensis spreken?
  •  
  • 3. Is de vorm van het kaakapparaat van de hominiden het gevolg van verandering in ecologie?
  •  
  • Deel Verniers
  •  
  • 1. 3 schedels/skeletten mondeling
  •  
  • 2. 2 schriftelijke vragen:
  •  
  • A. Belangrijke gebeurtenissen in menselijke evolutie: geef de juiste volgorde, met belangrijke vondsten, tijdstippen etc.: bipedalisme, terrestrialisme, encephalisatie, civilisatie
  •  
  • B. Verklaar de plotse koeling aan de basis van het Quartair, heeft dit een invloed gehad op de ontwikkeling van Homo?
  •  
  •  
  • Examen 2011-2012
  •  
  • Deel Adriaens
  •  
  • 1. Neanderthalens gebruikten nog geen taal.
  •  
  • 2. De eerste hominiden die West-Europa koloniseerden waren afstammelingen van de H. heidelbergensis
  •  
  • 3. De algemene trend binnen de hominiden is het robuuster worden van het kaakapparaat.
  •  
  • Deel Verniers
  •  
  • 1. Bespreek de oorzaak van de afkoeling in het Quartair en de gevolgen voor de evolutie van de hominiden.
  •  
  • 2. Zet in juiste chronologische volgorde: bipedalism, encepahilsation, civilization, terrestrialism. Argumenteer met fossiele evidentie en de tijdsschaal
  •  
  • 3. fossielen: Onderkaak Australopethicus sp. & schedeldak van H. ergaster - H. erectus grade (Java Man, Trinil)
  •  
  • (de beste methode bij de fossielen is het werken via uitsluiting: probeer via zoveel mogelijk kenmerken bepaalde species uit te sluiten, dan moet het normaal geen probleem zijn. Ook altijd handig als je de fossielen herkent van het practicum!) Algemeen: ga bij het blokken van het Adriaens-gedeelte niet overdreven in detail, probeer het belangrijke te onderscheiden van de randinformatie. Zorg zeker dat je het laatste gedeelte, de uitleg van de cladistische analyse, ook goed kent. Er komen vragen zoals wat is Bremer support, via welke principes wordt de boom gegenereerd..
  •  
  •  
  • Examen 2010-2011
  •  
  • Deel Adriaens
  •  
  • 1. De armen en benen van Paranthropus waren heel robuust.
  •  
  • 2. Het eten van vlees speelde een belangrijke rol bij de eerste migraties van homininen
  •  
  • Deel Verniers
  •  
  • 1. Welke vondsten geven een inzicht in cultuur gedrag van de moderne mens bij de archaische homo sapiens.
  •  
  • 2. Sites rond Turkana meer bespreken.
  •  
  • 3. Oorzaken van snelle afkoeling aan de basis van het Kwartair + invloed op de evolutie van eerste mensachtigen.
  •  
  • 4. Practicum: Mauerkaak, kaak gorilla + paar makkelijke vragen op menselijk skelet (man/vrouw + ouderdom).
  •  
  •  

Geothermal Energy

Docent

Thomas Hermans

Buis-o-meter
(0%)

Het vak bestaat uit twee delen. Het eerste deel is een les dat je gaat moeten geven in groepjes, waarvan je twee vragen per groep moet doorgeven aan Hermans die dan op het examen kunnen gevraagd worden. Het tweede deel is het (mondeling) examen. Hier stelt Hermans één vraag van zijn lessen en één uit de lijst van de van vragen van de presentaties. Beide delen staan elk op 50% van de punten.

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2022-2023
  •  
  • Theory
  •  
  • How do you generate electricity from water? You had to compare dry steam and hydrothermal resources. He also wants to know about the enthalpy-pressure diagram.
  •  
  • Give the 4 conditions to have a geothermal resource. Explain the exploration strategies for these conditions.
  •  
  • Explain the different heat transfer processes and define the corresponding properties. How do you derive the corresponding heat transport equation and how are they solved?
  •  
  • What are the main challenges in the process of drilling a geothermal system?
  •  
  • What is the relation between plate tectonics and deep geothermal energy? give also 3 examples?
  •  
  • What are the four things needed for a geothermal reservoir?
  •  
  • Which isotopes are used for geothermal systems and explain their principle.
  •  
  • What is the Thermal Response Test? Explain the principle and why it is used.
  •  
  • Presentations
  •  
  • Discuss some advantages and disadvantages of shallow geothermal systems for deicing.
  •  
  • What effect does the geochemical composition have on a geothermal system?
  •  
  • Discuss 5 possible risks linked with HT-ATES?
  •  
  • Explain the four phases of designing a geothermal heating system on roads or bridges.
  •  
  •  
  • Examen 2021-2022
  •  
  • 1) Explain the different heat transfer processes and define the corresponding properties.
    How do you derive the corresponding heat transport equation and how are they solved
  •  
  • 2) What are the main isotopes used in geochemical explorations of geothermal systems? Explain their principles and why they are useful.
  •  
  • + question about presentations
  •  
  •  
  • Examen 2020-2021
  •  
  • Mondeling: 2 vragen per persoon waarvan 1 vraag van de groepsprojecten (die al op voorhand gekend waren), en 1 theorie vraag uit de cursus.
  •  
  • 1) Projects - Which hydrogeological and tectonic conditions are important to explain the abundant distribution of high and low temperature geothermal fields in Iceland?
  •  
  • 2) Theory - Explain the different heat transfer processes and define the corresponding properties. How do you derive the corresponding heat transport equation and how are they solved?
  •  
  • 1) Projects - Explain the principle of silica geothermometers, the main limitations and the range of application.
  •  
  • 2) Theory - What are the main isotopes used in geochemical explorations of geothermal systems? Explain their principle and why they are useful.
  •  
  • 1) Projects - Explain the principle of cation geothermometers, the main limitations and the range of application.
  •  
  • 2) Theory - What is the Thermal Response Test? Explain the principle and why it is used.
  •  
  • Question from another version?
    Give 3 reasons why oil & gas wells should be transformed into/co-produced as geothermal wells. Explain 2 skills from the O&G industry that can be transferred to the geothermal industry.
  •  
  •  

Geochronological Methods in Practice

Docent

Johan De Grave & Dimitri Vandenberghe

Principe

In dit vak ga je de methodes die in geochronology (specifiek AFT en OSL) zag practisch uitvoeren. Er zijn dus twee delen in dit vak; het AFT deel en het OSL deel. Voor AFT moet je een volledige dag (of misschien iets meer) fission tracks tellen, Dpar meten... Deze gegevens gebruik je dan om de AFT ages van je sample te bepalen en de thermische geschiedenis ervan te bepalen. Voor OSL geeft Prof. Vandenberghe een rondleiding doorheen het labo waar hij de stappen uitlegt. In de meetkamer ga je dan je sample op de plaatjes moeten doen en ze in de machine steken. De resultaten van deze metingen zal je dan moeten gebruiken om een OSL ouderdom te bepalen via een ingewikkelde berekening. Voor beide delen ga je een verslag moeten maken en een examen. Het examen voor OSL is openboek en is een oefening maken zoals de ouderdomsberekening die je voor je verslag moest maken. Hij stelt ook nog een paar kleine vraagjes erbij. Voor AFT is het gesloten boek en stelt Prof. De Grave een aantal vragen over de paper die je hebt geschreven dus zorg dat je je paper grondig hebt gelezen! AFT en OSL staan elk op 50% van de punten, en van elke van die delen is voorzien: niet-periodegebonden: 70% (taak), periodegebonden: 30 % (examen).
Belangrijk is dat het mogelijk is dat volgend jaar (2023-2024) er geen examen meer meer is.

Buis-o-meter
(10%)

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2022-2023
  •  
  • Version person 1
  •  
  • Deel De Grave
  •  
  • 1) You mentioned that there was doming and bulging on the African continent, explain its origin/mechanisms and evt what those two papers that you mentionned tell about this doming/bulging.
  •  
  • 2) What do you mean with rift shoulder uplift and how does it affect the AFT age?
  •  
  • 3) What is ρ(d) how is it measured what is it used for?
  •  
  • 4) Something with ρ(s)/ρ(i) or something like that but I don't remember.
  •  
  • 5) Under wich conditions is the apatite etched?
    ...
  •  
  • Version person 2
  •  
  • Partin De Grave (AFT) --> Study area was the Central Gangdese batholith
  •  
  • 1) I had a bad title so he asked a question about it...
  •  
  • 2) How and when did the Gangdese batholith form?
  •  
  • 3) What is ρ(d) and what is its purpose?
  •  
  • 4) What are possible explanations what your P(chi^2) is so low?
  •  
  • 5) How is the etching for the apatite mount performed?
  •  
  • 6) You stated in your interpretation that the heating phase was probably the result of the compressional regime as a result of the collision event between India and Eurasia. How can compression lead to heating?
  •  
  • Partim Dimi (OSL)
  •  
  • 1) Exercise
    a) Calculate the equivalent dose with the data from appendix 1 (signal and test response dose were measured for the first 2 channels and the last 24 channels for the background).
    b) How good was the SAR protocol? He wanted numbers...
    And a c and d question I can't remember...
  •  
  • 2) Questions about report
    a) Why can't we date events post-1650 CE with 14C?
    b) Why is the sample placed in epoxy at one point in the process (I don't know where exactly)?
    c) What is the effect of moisture on the luminescence age?
    d) What can you say about the precision and accuracy of the results?
  •  
  •  

Geology: a Human Perspective

Docent

Stephen Louwye

Opdracht

Er is in het begin een inleidingsles. Je moet een onderwerp kiezen en daar dan een opiniepaper over schrijven en een presentatie over geven. Het is wat geologie in de (zeer) brede zin: petroleumindustrie, nuclear afval, hoe gaan geologen om met tijd in vergelijking met andere mensen. Je moet vervolgens ook een korte reactie schrijven op de opiniepapers van je klasgenoten (max. een half blad).

Buis-o-meter
(0%)

  •  
  • TWIEOOS

Geology of the Precambrian

Docent

Stijn Dewaele

Buis-o-meter
(32%)

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2022-2023
  •  
  • 1) Explain the evolution of the surface temperature according to following figure. (luminosity and atmosphere) (15%)
  •  
  • 2) Explain the tectonostratigraphy of greenstone belts. (25%)
  •  
  • 3) First crust? (explaining the 3 models for first crust) (30%)
  •  
  • 4) What major geological processes influenced the continental crust at the Archean-Proterozoic boundary? (explaining the 4 effects) (30%)
  •  
  •  
  • Examen 2019-2020
  •  
  • 1) Explain the evolution of the surface temperature according to following figure. (luminosity and atmosphere)
  •  
  • 2) Explain the tectonostratigraphy of greenstone belts
  •  
  • 3) First crust? (explaining the 3 models for first crust)
  •  
  • 4) What major geological processes influenced the continental crust at the Archean-Proterozoic boundary? (explaining the 4 effects)
  •  
  •  
  • Examen 2018-2019
  •  
  • 1) Explain shortly. Only use the place that is available.
      *Big Burp Model
      *Komatiite
      *TTG
      *Geon concept
      *Heterogenous Accretion Model
  •  
  • 2) Explain the evolution of the surface temperature of the Earth with the help of the following figure. (the one with luminosity and atmosphere)
  •  
  • 3) Explain the tectonostratigraphy of greenstone belts.
  •  
  • 4) Explain the main geological indications of atmospheric oxygen levels on Earth. Give the main evolution of oxygen in the Precambrian.
  •  
  • 5) Explain the crustal growth mechanism (continental crust) in the early to late Archean.
  •  
  •  
  • Voorbeeldvragen
  •  
  • 1) Explain shortly. Only use the place that is available.
      *Big Burp Model
      *Komatiite
      *TTG
      *Geon concept
      *Petrotectonic assemblages
  •  
  • 2) Are carbonates widely occurring in the Archaean rock sequences? Why?
  •  
  • 3) Explain the overall tectonostratigraphy of greenstone belts.
  •  
  • 4) What are geological indicators of ancient atmospheric oxygen levels? Explain the main trends throughout the geological history.
  •  
  • 5) Explain the relationship between the age distribution in the occurrence of juvenile continental crust throughout time and the mantel dynamics?
  •  
  • 6) Explain the evoluation of the ratio of dolomite to calcite in sedimentary carbonates with time?
  •  
  •  

Geohazards

Docent

Maarten Van Daele

Buis-o-meter
(5%)

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2022-2023
  •  
  • 1) Explain relationship vulnerability, exposure, hazard and risk.
    b) Explain this using a volcanic hazard
    c) How can a hazard turn into a catastrophy?
  •  
  • 2) Why is paleoseismology important?
    b) What is the most used primary method to determine a large intercontinental strike-slip fault?
    c) Distribution give, what recurrence pattern is it and explain?
  •  
  • 3) The 2023 earthquake in Turkey was desasterous because they ignored risk assessment regilations, explain.
  •  
  • 4) What is beach budget, and what are the parameters that determine it?
    b) How can humans influence this?
  •  
  • 5) What is the effect of urbanization on flooding hazard, and give the two main consequences.
  •  
  • 6) Explain three differences between complex and simple impact craters.
  •  
  • 7) Differences between tsunami's and hurricanes on 1) monitorring 2) watch and warning time 3) effects on coast environment 4) evacuation.
  •  
  • 8) What is most in danger for subsidence for climate change?
  •  
  • 9) Article given about rockfall in Switserland.
    a) What two monitoring methods did they probably use and give two more that they could use.
    b) Explain why water destabilises the slope.
    c) give the 4 risk managements that they give in the article.
  •  
  •  
  • Examen 2020-2021
  •  
  • 1) Given an earthquake recurrence distribution. Show what CoV each one has, if is it quasi periodic, poissonian or clustered. What does this mean for the evolution of earthquake hazard after the last earthquake?
  •  
  • 2) Give 2 monitorring methods that can help to forecast a volcanic eruption on Iceland. Briefly explain why they may work.
  •  
  • 3) Given an aerial image of a coastline with an approaching tropical cyclone and its projected trajectory and two potential living locations. Where would you prefer to live? And why?
  •  
  • 4) Given a figure of a roadcut. Give 3 mechanisms that can cause slope failure in this picture.
  •  
  • 5) Figure of a seawall in Belgium: What is this is what should it provide protection for.
  •  
  • 6) Given a beach ball diagram and info about an earthquake: Will this earthquake cause a tsunami and why. Would you evacuate the coastline, and why? (was same example as used in the class)
  •  
  • 7) Give 3 types of paleoflood records.
  •  
  • 8) What are the 3 main parameters used to calculate the impact hazard and why those 3.
  •  
  • 9) Show how risk, hazard, vulnerability and expose are related to each other visually.
    Explain this in words by using a tsunami as example.
    What is a residual risk?
  •  
  •  

Integrated Offshore Exploration

Docent

David Van Rooij

Cursus

Practica

Buis-o-meter
(40%)

By the end of the semester you have to finish an assignment about planning a research campaign. It is a hard assignment but if you have done it well, the exam will be very easy. The exam is rather a discussion of your report than an actual exam and it will take you a maximum of half an hour. It consists of 4 questions: 1 main question about your report in general and 3 questions more detailed questions about a specific technique or word that you used in your report. The list of questions is rather to give you an idea on the type of questions but your questions will definitely be different.

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2022-2023
  •  
  • General question: What is the purpose of the site survey, and the future objective of the study.
  •  
  • Q 1: what do you mean with a georeferenced bathymetry map? How do you get to the GPS information of the points that are measured with bathymetry?
  •  
  • Q 2: Why do you use an airgun array? and not a single airgun?
  •  
  • Q3: Explain the downhole logging methods that you want to use. What is the difference between a dual induction tool vs an induction resistivity tool? Why do you use induction for measuring resistivity rather than using a direct resistivity measurement?
  •  
  • Other version
    Q 1: A question on seismic, I had to explain the setup and why i have chosen it.
  •  
  • Q 2: A question on multi-beam.
  •  
  • Q 3: The last on was on borehole logging methods to explain them
  •  
  •  

Introduction to Geotechnics

Docent

Herman Peiffer

Herman Peiffer is een vriendelijke prof, zeer aanspreekbaar, en steevast een half uur te laat. De lessen zijn wel niet bijzonder interessant gegeven. Hij past zijn lesvorm wat aan aan de grootte van de groep.

Cursus

Er is geen cursus van en ook op de slides staat niet zoveel, notities nemen is de boodschap.

Buis-o-meter
(15%)

Het examen is straight forward. Bij indienen overloopt hij de vragen samen met jou en weet je dus onmiddellijk ongeveer hoe je het ervan af gebracht hebt

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2022-2023
  •  
  • Version 1
  •  
  • 1) Discuss plasticity of the soil : ‘physical’ plasticity and ‘mechanical’ plasticity.
  •  
  • 2) Discuss the following soil retention techniques : sheet piles/berliner wall/piled wall.
  •  
  • 3) Interpretation of CPT:
     a) Soil type
     b) Type of foundation
     c) Foundation depth
  •  
  • Version 2
  •  
  • 1) Discuss the vacuum extraction wells and the gravity wells : difference ? field of application, which result can be achieved?
  •  
  • 2) In case the execution of a shallow foundation is not possible because the necessary bearing capacity can’t be reached, which way the foundation concept can be modified, without considering a deep foundation?
  •  
  • 3) Interpretation of CPT (X=85402.00; Y=178405.00 are the coordinates if you want to see the diagram):
     a) Soil type
     b) Type of foundation
     c) Foundation depth
  •  
  •  
  • Examen 2021-2022
  •  
  • 1) What are the criteria for the choice of the depth of a shallow foundation?
  •  
  • Discuss the vacuum extraction wells and the gravity wells : difference ? field of application, which result can be achieved.
  •  
  • Discuss CPT-diagram: soil nature, foundation level and type foundation.
  •  
  •  
  • Examen 2019-2020
  •  
  • *online dus iedereen had een andere CPT, Stress exercise en theorie vraag*
  •  
  • Q1: interpretation of CPT and proposal for type foundation and foundation level
  •  
  • Q2: determination of soil stresses – determination of stresses in point A and B: effective stresses, total stresses and water stresses
  •  
  • Q3: Webinar questions (op voorhand 2 vragen gekregen en die moeten oplossen ahv web lecture)
  •  
  • Q3: één vraag uit de volgende vragen:
  •  
  • 1. In case the execution of a shallow foundation is not possible because the necessary bearing capacity can’t be reached, which way the foundation concept can be modified, without considering a deep foundation
  •  
  • 2. In case the execution of a shallow foundation is not possible because the allowable settlement limits can’t be reached, which way the foundation concept can be modified, without considering a deep foundation
  •  
  • 3. Discuss the main classification scheme for piles. Give one examples of each category.
  •  
  • 4. Discuss the following soil retention techniques : sheet piles/berliner wall/piled wall
  •  
  • 5. Can you discuss the impact of pile installation on the environment depending on the type of installation
  •  
  • 6. Explain the difference between compaction grouting and VHP-grouting, can you also give practical applications for these types
  •  
  •  
  • Examen 2017-2018
  •  
  • 1. Exercise: calculate the soil stresse (exercise just like in the lesson)
  •  
  • 2. In case the execution of a shallow foundation is not possible because the allowable settlement limits can't be reached, which way the foundation concept can be modified, without considering a deep foundation?
  •  
  • 3. Exercise: CTP-diagram: identify the layers and describe them. Give a depth for a shallow foundation if possible and what are the criterias?
  •  
  •  
  • Examen 2016-2017
  •  
  • 1. Exercise: calculation of soil stresses
  •  
  • 2. Exercise: interpretation of a CPT-diagram : identification of soil, interpretation towards bearing capacity
  •  
  • 3. In case the execution of a shallow foundation is not possible because the necessary bearing capacity can’t be reached, which way the foundation concept can be modified, without considering a deep foundation.
  •  
  • 4. In case the execution of a shallow foundation is not possible because the allowable settlement limits can’t be reached, which way the foundation concept can be modified, without considering a deep foundation.
  •  
  • 5. Discuss the main classification scheme for piles. Give one examples of each category.
  •  
  • 6. Discuss the following soil retention techniques: sheet piles/berliner wall/piled wall
  •  
  • 7. Can you discuss the impact of pile installation on the environment depending on the type of installation.
  •  
  • 8. Explain the difference between compaction grouting and VHP-grouting, can you also give practical applications for these types.
  •  
  •  
  • Examen 2014-2015
  •  
  • 1. Exercise with soil (calculating stresses + discussing soil type)
  •  
  • 2. Explain: fysical plasticity (water content) and mechanical plasticity (due to the exceed load of the soil)
  •  
  • 3. How works the principle of CPT (M1) and how do you determine the characteristics of a CPT test (phi, c and C).
  •  
  •  
  • Examen 2012-2013
  •  
  • 1. Oefening stresslijnen
  •  
  • 2. Oefening CPT en uitleg over fundering
  •  
  • 3. Welke proef gebruik je om samendrukkingsconstante te bepalen?
  •  
  • 4. Berlinerwall uitleggen
  •  
  •  
  • Oudere examens
  •  
  • Bespreek Consolidatie ( -fysisch -mechanisch -nadeel)
  •  
  • Bespreek de verschillende zettingen (de verschillende zettingen die voorkomen in de tijd, dus s0, s1en s2)
  •  
  • Bespreek de sondering (uitvoering en resultaat)
  •  
  • Gegeven sondeergrafiek: interpreteren en fundeeradvies geven
  •  
  • Bespreek platicitieit
  •  
  • Bespreek Sonderingen (Cone Penetration Tests)
  •  
  •  

Leadership and Innovation for Geoscientists

Docent

Jos Decleer

De prof is een businessman, wel vriendelijk, heel aanspreekbaar.

Cursus

Chill vakje, punten makkelijk verdiend. Goed om een klein beetje achtergrond te krijgen in businesstermen. Maar vooral met veel dure woorden gooien en bitterweinig zeggen.

Buis-o-meter
(10%)

  •  
  • TWIEOOS
  • 2020-2021
  •  
  • We had to make a document where we answer 5 questions/do tasks.
  •  
  • 1: Make a ready-for-use CV
    2: What have you learned from covid
    3: Why should you be a good leader
    4: Give a critical review on disrusptive innovation (some type of save the ice initiative)
    5: Make a career path for the next 20 years (bullet point formeat)
  •  
  • This is all done before the exam period and we had to send him this document a week before the oral exam. On the oral exam itself you're not supposed to do anything but explain your choices you made in the document. Very chill
  •  
  •  

Metals: Production and recycling

Docent

Bart Planpain en Annelies Malfliet

Het zijn alle twee proffen die de leerstof goed uitleggen en verwachten dat je oplet in de les, want ze stellen graag vragen tijdens de les.

Vakomschrijving

Dit is een vak van de KULeuven, wat ambetant is want de meeste lessen vallen heel in het begin van het semester waardoor er veel overlap is met de lessen in Gent. Hierdoor is het wat moeilijk om mee te zijn met dit vak. Dit is ook een 1e masterjaar materiaalkunde vak (van de burgies), wat ervoor zorgt dat iedereen veel meer voorkennis heeft dan jou over belangrijke zaken in dit vak.

Cursus

Het is een openboekexamen, waardoor je dus best wel de cursus koopt. Deze is een dik boek waar echt alles instaat, gaande van de leerstof tot appendixen met de basistheorie waarop de leerstof verderbouwt, zoals thermodynamica of kristallografie.

Werkcolleges

Er is één oefeningenles gepland, twee lessen over een één of ander computerprogramma dat eigenlijk niet echt uitmaakt een aantal bedrijfsbezoeken. Van deze bedrijfsbezoeken is er een volledige dag dat je naar Umicore in Hoboken gaat en daar ook nog les krijgt naast het bezoeken van het bedrijf.

Buis-o-meter
(45%)

Dit is puur gebaseerd op de ervaring van één persoon, want ongeveer nog niemand heeft dit vak al opgenomen. Maar hij vond dat het vak moeilijk is omdat de voorkennis die nodig is om dit vak deftig te kunnen wat afwezig is bij onze richting. De proffen verbeteren wel vriendelijk dus het is wel doenbaar.

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2022-2023
  •  
  • 1) A microscopic image was given from an ore that contained galena, chalcopyrite and sphalerite. How would you extract the Zn from this, draw a flowsheet and explain why you chose these routes. Give the parameters, assumptions...
  •  
  • 2) In the production of copper, you have a matte of 50wt% Cu2S and 50wt%FeS. To this a flux containing 80wt% SiO2 and 20% FeS is added. Air is pumped into this at 15000Nm³/h. The first step is finished when all FeS is oxidised to FeO. In the second step, half of the slag is removed and matte is added again: this time the weight of the matte is equal to the weight of the FeS in the first step. Again until all FeS is oxidised to FeO. In the third step, part of the stroke is kept and all the CuS is converted to pure liquid copper. In each of these steps, the same amount of air is added.
  •  
  •  a) make a flowsheet (drawing) and indicate all inputs correctly
     b) how much flux needs to be added to oxidize all the FeS in the first step?
     c) how long does the process take?
  •  
  • 3) An article was given about the recycling of Li-batteries. In the text were seven questions asked about something that was written, like Explain thermodynamically why Cu and other elements are in their metallic or sulphidic phase, while others are oxidized, what would Fe do? What would you want to remove Ni from Cu? How would you seperate the PGM from the base metals? ...
  •  
  •  

Biogeography and macro-ecology

Docent

Luc Brendonck

Buis-o-meter
(30%)

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2022-2023
  •  
  • Meer twieoos zijn beschikbaar op deze site! (antwoorden van de multiple choice staan daar ook) Kijk hier zeker want ze vragen echt veel twieoos! https://bios.fandom.com/nl/wiki/Biogeografie
  •  
  • Grote vraag Brendonck:
    Discuss the mammalian fauna between the Oriental and African zoogeographical region. What are the (dis)simmilarities? Some main questions to address: Which processes influenced the current patterns of diversity, species presence and distribution? Which taxa are shared among the regions, which are not and why?
  •  
  • Multiple choice Brendonck:
    - The reason why no large mammalian predators can be found on Australia
    - Island theory from Mcarthur and Wilson
    - Alfred Russel Wallace is known for
    - The islands of Hawaii type 3 island because
    - Australia and South America have high endemism, why?
  •  
  • Grote vraag Jacquemyn:
    The evolution and subsequent ecological expansion of grasses (Poaceae) since the Late Cretaceous have resulted in the establishment of one of Earth's dominant biomes, the temperate and tropical grasslands, at the expense of forests.
  •  
  • a) Explain the major factors explaining the evolution and expansion of grasses and grasslands.
  •  
  • b) Describe and situate the world's major grassland biomes.
  •  
  • c) You had to explain why grasslands where at the places where they are? (I don't know how it was worded anymore) But like i said something about precipitation and the effect of fire and grazers)
  •  
  • Multiple choice Jacquemyn:
    - Triodia is a member of the grasses in which area?
    - The Miombo is ...
    - Gymnosperms are more/less resistant to frost than Angiosperms, and are more/less resistant to drought.
    - Psammophores are adapted to ...
    - Osmunda are an important plant in what period?
  •  
  •  

Nederlandstalige master - Keuzevakken

Milieueffectrapportering

Docent

Kristine Walraevens

Het vak wordt gegeven door Kristine Walraevens, die je waarschijnlijk wel nog kent van de lessen teledetectie.

Cursus

Je krijgt een drietal keer les van 3 u waarin alles over MER uiteengezet wordt. Het ontstaan van MER, alle wettelijke aspecten, hoe een MER in elkaar zit, de verschillende disciplines ect.
Deze ppt van ongeveer een 200 slides is ook ineens de leerstof voor het examen.

Het examen zelf staat slechts op 30% van het totaalpunt voor dit vak. De overige 70% kan behaald worden met een groepswerk waar je zelf een project-MER gaat opstellen over een gegeven onderwerp (bv aanleg autostrade). De helft van de quotering staat op de gezamenlijke delen van het groepswerk. De andere helft staat op je persoonlijke discipline van het MER. Je gaat na wat de invloed is van het project op je discipline (bodem, grondwater, biodiversiteit, mens, geluid,…) Wekelijks kom je samen met je team en de assistent om te kijken hoever je staat met het MER, of er vragen zijn en wat er nog moet gebeuren

Buis-o-meter
(20%)

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2022-2023
  •  
  • 1) Wat is een Plan-MER en wagt is het voordeel ervan. Geef ook een voorbeeld.
  •  
  • 2) Wanneer zijn plannen in vlaanderen merplichtig? Verklaar.
  •  
  • 3) Wat zijn alternatieven in kader van een mer? Waarom zijn ze belangrijk en waarvoor worden ze gebruikt? Geef een vb.
  •  
  • 4) Wat is een referentiescenario? Hoe wordt het gebruikt? Geef een vb.
  •  
  •  
  • Examen 2021-2022
  •  
  • Versie 1
  •  
  • 1) Waarvoor dient een MER? Op welke wijze kunnen de besluiten van MER een weerklank vinden bij de vergunningverlening?
  •  
  • 2) Hoe is de MER-plicht in Vlaanderen geregeld voor project-MER? Hoe is deze wetgeving ontstaan? Wat vormt de basis voor de MER-plicht?
  •  
  • 3) Wat zijn “alternatieven” in het kader van MER? Wat is hun belang en waarvoor worden ze gebruikt? Geef een voorbeeld.
  •  
  • 4) Wat wordt bedoeld met “ontwikkelingsscenario’s”? Waarvoor worden ze gebruikt? Geef een voorbeeld.
  •  
  • Versie 2
  •  
  • 1) Wat is een plan-MER? Welke voordelen biedt de opmaak hiervan? Geef een concreet voorbeeld.
  •  
  • 2) Welke plannen zijn in Vlaanderen onderworpen aan de MER-plicht? Verklaar.
  •  
  • 3) Wat zijn “alternatieven” in het kader van MER? Wat is hun belang en waarvoor worden ze gebruikt? Geef een voorbeeld.
  •  
  • 4) Wat wordt bedoeld met “referentiesituatie”? Hoe wordt ze opgesteld, en waarvoor wordt ze gebruikt?
  •  
  •  

Milieurecht

Docent

Hendrik Schoukens

Buis-o-meter
(35%)

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2022-2023
  •  
  • 1) Welke overheden zijn er bevoegd voor de gascentrales en kerncentrales. Kan Vlaanderen zelf plannen opmaken om een kerncentrale te bouwen?
  •  
  • 2) Een afval verbrandingsmaatschappij wil een tweede verbrandingsoven bouwen naast hun huidige site. Deze tweede oven zal gebouwd worden aan de rand van stedelijk gebied, naast een rivier en een drassig (moeras) gebied. Omwonenden zeggen dat er in het MER niet naar alle alternatieven wordt gekeken en dat er andere opties zijn. Momenteel wordt enkel het huidige plan als redelijk alternatief bekeken. De gemeente heeft de vergunning verleend.
    a) Kunnen de omwonende en milieuverenigingen in beroep gaan?
    b) Zijn de verschillende alternatieven voldoende bekeken in het MER?
    c) Hoe zit het met dit waterziek gebied en zou dit kunnen leiden tot een wijgering van de vergunning?
  •  
  • 3) Je bent sinds 5 jaar eigenaar van een huis. Nu ben je er via een documentaire achtergekomen dat je eigendom gelegen is op een oude gemeentelijke stortplaats uit de jaren 60. Hangt er nu een saneringsplicht boven je hoofd of kan je deze eventueel ontwijken? Zo ja wie is dan wel saneringsplichtig?
  •  
  • 4) "Rechten voor de natuur" is dit te mooi om waar te zijn, heeft het nut? Wat vind jij (eigen mening onderbouwen)?
  •  
  • 5) De Vlaamse overheid is in het bezit van een onderzoek waaruit blijkt dat de pesticiden die gebruikt worden in de productie van bieten kan leiden tot kanker. Je vertegenwoordigd een van de nabestaande. Deze beweerd dat de Vlaamse overheid dit had moeten communiceren. Kan je dit hart maken?
  •  
  •  

Milieu-economie en -beleid

Docent

Brent Bleys

Buis-o-meter
(20%)

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2022-2023
  •  
  • - 15 juist/fout vragen (zie vb op studocu)
    - 15 Mutiple choice (zie vb op studocu)
    -> deze worden beoordeeld met standard setting (grrrrrr)
  •  
  • Dan 8 open vragen:
    1) Een vraag rond dynamische efficientie: norm vs heffing. Wat is het verschil als de overheid wel of niet statisch is. Gebruik de gegeven figuur.
  •  
  • 2) Externaliteit:
     - wat zijn de drie cruciale aspecten plus een woordje uitleg.
     - Geef een voorbeeld van een positieve externaliteit (vraagzijde).
     - Maak een figuur dat aanduid wat er gebeurt als deze positieve externaliteit(vraagzijde) wel en niet wordt meegerekend.
  •  
  • 3) Figuur met verschillende reductietechnieken (zo die met de no regret maatregelen en dan ook de hele duren enzo): Maak een tekstje waarin je toont welke instrumen,ten je zou gebruiken om de maatregeken in de figuur te realiseren.
  •  
  • 4) Je krijgt een lijstje met maatrgelen die de vlaamse overheid heeft gedaan om de doelstellingen van 2030 te realiseren. Geef 5 elementen over de instrumenten en hun criteria die hier in die oplijsting worden toegepast.
  •  
  • 5) Enkele vragen rond verschil tussen hoeveelheidsinstrumenten en prijsinstrumenten en welke de overheid het liefst toepast als er spraken is van asymmetrische uitbuiting.
  •  
  • 6) Er zijn verschillende soorten TEW. Geef er drie en welke methode je zou gebruiken om ze te waarderen. Ik herinner me de andere twee vragen niet meer :((
  •  
  •