hamburger_icon

Wiki

Dag beste Geoloog of Geoloog in wording!

Verheugt uzelf, want u hebt de weg gevonden naar de Wiki. Op deze plek kunnen we elkanders kennis delen en bundelen tot een machtige vuist die zal inbeuken op de tiranie der examenvragen!

Natuurlijk hebben we ook jullie hulp nodig om de Wiki up-to-date te houden. Zeker nu de opleiding aangepast is geweest zijn er veel vakken verdwenen en bijgekomen, hebben vakken nieuwe proffen gekregen en zullen soms nieuwe cursussen en practica gegeven worden.

Bachelor - Jaar 1

Algemene chemie 1

Leerkracht

Klaartje De Buysser

Klaartje De Buysser is een van de beter proffen, ze legt alles duidelijk uit en probeert iedereen met de leerstof mee te krijgen. Als je naar de les gaat (wat je bij dit vak beter wel doet) zorg er dan voor dat je goed meewerkt want ze stelt vaak vragen aan willekeurige studenten en van sommigen kent ze de naam. Check ’s morgens voor je naar de les vertrekt zeker nog eens Minerva of de les wel doorgaat, het is namelijk al enkele keren gebeurd dat studenten voor een gesloten deur stonden (kleine tip). Als ze tijdens de les zegt dat iets belangrijk is zet hier dan een groot rood kruis bij want dan kan dat deel wel eens terugkomen op het examen.

Cursus

Deze is vrij dik maar verkijk je hier niet op want hij leert vrij vlot en er staan ook heel veel ‘tekeningen’ en kaders bij. Er is ook de mogelijkheid om de slides van de lessen bij de cursus te kopen maar deze komen ook op Minerva en eigenlijk ben je beter dat je die zelf afprint dan kan je er meer op een bladzijde zetten en dit is beter voor het milieu, we zijn tenslotte geologen!

Werkcolleges

Hier ga je best elke keer naartoe! Er worden niet alleen veel oefeningen gemaakt maar ook de theorie wordt nog eens grondig herhaald. Probeer voor het werkcollege de oefeningen al eens te bekijken dat je weet over wat het gaat.

Practica

Deze bereid je beter goed voor want soms is de tijd erg krap. In het eerste semester is het vooral titreren dus zorg dat je dit onder de knie krijgt. Het tweede semester valt qua practica goed mee en zijn minder lang. Tip: eet genoeg de middag voor het practicum want het practicum duurt 4 uur! Vergeet ook zeker je curios ( soort toets over de theorie van het practicum) niet te maken want deze telt mee voor 5 punten!

Buis-o-meter

Om dit examen goed te kunnen maken is het noodzakelijk heel, heel, heel veel oefeningen te maken! Als die goed lukken dan is het examen normaal gezien heel goed te doen.

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2017-2018
  •  
  • Waarom is de de IE groter bij N dan bij N2? Leg uit aan de hand van de Molecuul Orbitaal theorie (tekening me orbitalen links en rechts de N, in het midden N2)
  •  
  • Geef de drie resonantiehybriden van NO3-, duidt de formele ladingen en de oxidatiegetallen aan en geef de hybridisatie van het centrale atoom, geef ook de hoeken ( <...,>...)
  •  
  • Je krijgt drie complexen: welke geeft de kleur blauw, welke de kleur geel, welke de kleur groen. Je krijgt er de golflengtes van de kleuren erbij (~aan de hand van ligandsterkte).
  •  
  • Bespreek de dipoolmomenten van drie moleculen
  •  
  • Welke reacties gaan door (drie reacties gegeven met hun enthalpieverandering en alledrie uit eenzelfde atoom, de golflengte van het licht waarmee de atoom bestraalt wordt ook gegeven): eerst u energie berekenen a.d.H.V E= (h.c)/gamma, dan nog maal het getal van avogadro omdat je per mol moet uitkomen. Zo kom je dan energie/mol uit, en kijk je welke enthalpieveranderingen daar onder liggen)
  •  
  • Bespreek tweede orde vergelijking en de snelheidsvergelijking
  •  
  • Stellingen: Waar of niet waar? + uitleg:
  •  
  • - een katalysator verlaagt deltaH.
  •  
  • - unimoleculaire molecules zijn steeds kleiner dan bimoleculair molecules.
  •  
  • - reactiesnelheid stijgt bij lagere druk (s = p d f).
  •  
  • Een reactie met deltaH° en deltaS° gegeven. Bereken deltaG°. Zet Kc om naar Kp. Is dit een spontane reactie?
  •  
  • Uitrekenen van een pH bij het titreren van een buffer
  •  
  • Kijk ook eens op: http://fkserv.ugent.be/chemica/examenvragen/1bach_chemie.pdf
  •  
  •  

De biosfeer: dieren

Leerkracht

Wim Bert

Wim Bert is de prof van dienst. De lessen zijn aan de hand van PowerPoint presentaties die na de les ook op Minerva komen. De prof haat het wanneer studenten aan het praten zijn en aangezien je een mondeling deel hebt voor het examen doe je dit dus beter niet.

Cursus

Je hebt de keuze om in het begin van het semester een vrij duur boek te kopen (in het Engels) waar de lessen op gebaseerd zijn. De slides komen wel op Minerva waar alles nog eens kort opstaat maar dit is eerder een samenvatting. Je neemt het boek dus beter eens goed door.

Werkcolleges

Hier ga je best elke keer naartoe! Er worden niet alleen veel oefeningen gemaakt maar ook de theorie wordt nog eens grondig herhaald. Probeer voor het werkcollege de oefeningen al eens te bekijken dat je weet over wat het gaat.

Practica

Het practicum is een van de eenvoudigste uit het eerste jaar. Je krijgt in het begin van het practicum een korte uitleg van de super toffe assistente. Daarna krijgt iedereen een dier/enkele dieren en die moet je dan in detail overteken en enkele delen aanduiden. Het is wel eerder een lang practicum aangezien dat je soms 5 tekeningen dient te maken

Buis-o-meter

Slecht nieuws voor de mensen met veel inzicht, want dierkunde is een blokvak! Het examen bestaat uit 3 delen. Deel 1 is het mondelinge examen van het practicum. Je moet enkele organismen determineren en delen van organismen aanduiden. Dit alles gebeurt in de inhaalweek. Het is niet zo akelig als het lijkt want de assistente begeleidt je goed. Deel 2. Je krijgt een blad met foto’s die je moet benoemen, dieren die je fylogenetisch moet ordenen, woorden die je moet uitleggen en een 2-tal vragen die je dan zo uitgebreid mogelijk moet beantwoorden op je blad. Ben je met dit klaar dan ga je over naar deel 3, het mondelinge deel. Hierbij moet je met je geschreven blad naar de prof gaan die dan je antwoorden leest en indien nodig hierover wat extra uitleg vraagt.

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2017-2018
  •  
  • 1. De namen van de phyla geven van de dieren op de foto's
  •  
  • 2. Maak er een phylogenetische boom van
  •  
  • 3. Geef de 5 belangrijkste eigenschappen van de Echinodermata en de 5 grote groepen
  •  
  • 4. Bij massa extinctie hoeveel procent van dieren dood en hoeveel procent tot nu toe uitgestorven?
  •  
  • 5. Cyclus van Enterobius Vermicularis geven en bespreken
  •  
  • 6. Koraalvorming en dinoflagellaten - Endosymbiose
  •  
  • 7. Zet Donald Trump op de fylogenetische boom (dus zo ver mogelijk hem classificeren)
  •  
  • 8. Bespreek de Amniota met ook de uitgestorven soorten bij. (2 schema's achteraan in boek combineren)
  •  
  • 9. Evolutietheorie van Lamarck onderzoeken met wetenschappelijke methode
  •  
  • 10. Begrippen uitleggen: tergum, clade, gilde, axopodium,..
  •  
  • 11. Bespreek de Branchiopoda
  •  
  • Practicum: Onderdelen van dieren worden aangeduid en jij moet zeggen wat het is. Erna prentjes herkennen (zeeklit, pijlinktvis, iets van de cnidaria ontwikkeling stadia..) en dan nog een arthropoda determineren.
  •  
  •  
  • Examen 2016-2017
  •  
  • 1. Benoem de organismen op de foto's (/5) en zet deze in een fylogenetische boom (/3)
  •  
  • 2. Beschrijf de levenscyclus van de bloedbot(/4)
  •  
  • 3. Geef de 5 grote stappen binnen de vertebraten en orden deze in een fylogenetische boom (/5)
  •  
  • 4. Geef een fylogenetisch overzicht van de subphyla binnen de artropoden
  •  
  • 5. Wat is een vis? Waarom is dat geen taxonomische groep?(/3)
  •  
  • 6. Hoe is de manier van indelen van organismen verandert doorheen de geschiedenis? (/5)
  •  
  • 7. Kan je nematoden gebruiken in de landbouw?(/2)
  •  
  • 8. Zijn deze groepen monofyletisch, parafyletisch of polyfyletisch?(/3)
  •  
  • 9. Leg uit: Rhopalium, homologie, Lamarckisme, Taenia & Pedicellaria(/5)
  •  
  •  
  • Examen 2014-2015
  •  
  • 1. Bespreek de levenscyclus van plasmodium
  •  
  • 2. Maak een fylogenetisch diagram van organismen dat de prof gegeven geeft
  •  
  •  
  • Examen 2012-2013
  •  
  • 1. 5 dieren benoemen en in een boom zetten (cercarie larve, ciliata, rotifera, cephalochordata, tardigrada)
  •  
  • 2. De 5 eigenschappen van chordata geven
  •  
  • 3. Uitleggen hoe je toxoplasmose kan krijgen liefst met tekening
  •  
  • 4. De huismus plaatsen in het dierenrijk => fylogenetesche boom
  •  
  • 5. De verschillen geven tussen annelida en arthropoda
  •  
  • 6. Waarom moet je de levenscyclus van de urochordata kennen om te weten dat het tot de chordata behoort
  •  
  • 7. Leg uit: axopodium, parafyletisch, verschil tussen mier en termiet, acoelomaat
  •  
  •  

Fysica 1

Leerkracht

Matthieu Boone

Werkcolleges

Zeer nuttig! Het wordt ook door de prof zelf gegeven zodat je weet waar hij de nadruk op legt. Hier maak je niet zoveel oefeningen maar hij geeft je de tijd om zelf uit te zoeken hoe te beginnen aan een op het eerste zicht onmogelijke oefeningen. Indien er problemen zijn komt hij die individueel oplossen

Practica

Hier moet je opnieuw het practicum zeer goed voorbereiden want de tijd is schaars en veel uitleg wordt er niet gegeven door de assistenten. Er zijn 6 practica in het 1e semester, wat vrij veel is. Tip: schrijf je verslag niet in het klad maar enkel je metingen, zo win je tijd. Het verslag moet je na 4 uur afgeven en wordt gequoteerd door de assistenten. De practica staan op 3 punten van het examen.

Buis-o-meter

Het vak is niet gemakkelijk.

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2017-2018 Prof. Ryckebosch
  •  
  • Theorie
  •  
  • 1. Conische slinger
  •  
  • 2. Schrijf een functie uit van de druk in functie van de hoogte (atmosfeer) - boek p.397
  •  
  • Oefeningen
  •  
  • 1. Een combinatie van kogelbaan en andere kleine dingen
  •  
  • 2. Impuls (er is een botsing in 2 dimensies en je moet de snelheden en zo van na de botsing vinden)
  •  
  • 3. Een combinatie van krachtmoment en impulsmoment enzo en het hoofdstuk over evenwicht.
  •  
  •  
  • Examen 2015-2016 Prof. Ryckebosch
  •  
  • Theorie
  •  
  • 1. Conische slinger
  •  
  • 2. Corioliskracht berekenen en toepassen op winden op noordelijk en zuidelijk halfrond
  •  
  • Oefeningen
  •  
  • 1. Een man laat op Mars een bol van een helling rollen. De helling bevindt zich 5m boven de grond wanneer de bol de helling verlaat. Bereken op welke afstand van de helling de bol zal vallen. Gegeven zijn: hoek van de helling, straal van de bol, massa van de bol, straal van Mars, massa van Mars en lengte van de helling.
  •  
  • 2. 20 skiërs worden door een lift omhooggetrokken op een helling van 32 graden met een constante versnelling van 3,0m/s. De wrijvingscoëfficient tussen de ski's en de sneeuw is 0,12. Een gemiddelde skiër weegt 60kg. Bereken a) het vermogen van de lift. b) het krachtmoment dat moet uitgeoefend worden op het rad van de lift als dat een straal van 2,0m heeft.
  •  
  • 3. Kan een toren van massief beton van 1009m hoog staande blijven zonder te bezwijken onder zijn eigen gewicht? Hoe hoog kan een toren zijn die uit massief staal vervaardigd is?
  •  
  •  
  • Examen 2014-2015 Prof. Ryckebosch
  •  
  • Theorie
  •  
  • 1. Bespreek de wet van Bernoulli (dus het bewijs geven).
  •  
  • 2. geef de 3e wet van Kepler & bewijs voor 2 planeten rond de zon, bepaal hieruit de formule voor de massa van en zon
  •  
  • 3. geef de formule voor de potentiële zwaartekrachtenergie adhv de wet van de universele zwaartekracht en de conservatieve kracht
  •  
  • Oefeningen
  •  
  • 1. impuls: 2 pucks op een tafel massa puck 1 is gegeven (0.25 kg) met een bepaalde beginsnelheid. Puck 2 ligt in rust. Puck 1 botst tegen puck 2 met een elastische botsing, die afstand 2d van tafel schuift en puck 1 keert terug en schuift van tafel met afstand d. Bereken de massa van puck 2
  •  
  • 2. oefening op evenwicht: een boomstronk met gegeven massa hangt horizontaal aan 2 stalen dragen. De straal van beide draden is gelijk en gegeven, de lengte van beide draden is ook gegeven (van VOOR dat de boomstronk aan de draden werd gehangen)
  •  
  • 3. Een holle, bolvormige, ijzeren vat ligt net volledig ondergedompeld in water. De Buitenste diameter is 0.5 m, wat is de binnenste diameter?
  •  
  •  
  • Examen 2012-2013 2de zit Prof. Ryckebosch
  •  
  • Theorie
  •  
  • 1. atmosferische druk (3p)
  •  
  • 2. bewijs over rotatie invloed op de zwaartekracht (2p)
  •  
  • 3. bewijs van kogel die in een cilinder inslaat en dan draait de cilinder (3p)
  •  
  • Oefeningen
  •  
  • 1. Je schiet een alpha deeltjes op een atoom x en je kijkt naar de deeltjes die recht terug vliegen naar jou (behoud van impuls in 1 dimensie) bepaal de massa van atoom X en welk element is atoom X. (Massa alfa deeltje = 6,65x10^-27, kinetische energie voor botsing : 2MeV, na botsing 1,59 MeV.) (4p)
  •  
  • 2. een blok hangt aan een katrol met massa enkel aan de buitenkant welke valversnelling heeft het blok (massa (katrol) = 5,907, massa(blok) = 4,203, straal = 0,4621 meter) (2p)
  •  
  • 3. een vliegtuig moet om te draaien kantelen en maakt zo een hoek bereken de hoek die nodig is om te draaien in een cirkel met straal 290 km als u vliegtuig 4800 km per uur gaat (3p)
  •  
  •  
  • Examen 2012-2013 1ste zit Prof. Ryckebosch
  •  
  • Theorie
  •  
  • 1. Conische cirkel: (3p) ; 1) naar waar versnelt de massa? en waardoor? 2) geef de formule voor v en T met betrekking van m, g, l en theta (l = lengte slinger, theta= hoek tussen loodrechte en de slinger, r=l.sin(theta)
  •  
  • 2. Leid de formule voor de ontsnappingssnelheid van de aarde af (2p)
  •  
  • 3. Rotationele onbalans, hb pagina 338 (3p)
  •  
  • Oefeningen
  •  
  • 1. Je vuurt een granaat af onder een hoek van 55° met een snelheid van 150m/s en m=12kg, op het hoogste punt ontploft de granaat in 2stukken, 1 stuk is 3keer zwaarder dan het 2de stuk, het zwaarste stuk komt terecht op het begin punt. (3p) a) waar valt het lichtste stuk (8631.2m)? b) wat is de totale energie die vrijkomt bij de ontploffing (577458,2J)?
  •  
  • 2. Meisje rolt een bal een heuvel op met met v1 en de bal komt terug met v2 de bal rolt heel de tijd en glijdt niet en ook verliest hij evenveel energie in het naar boven rollen als het naar beneden rollen (2p) a) v1= 8m/s, b) V2= 4m/s, c) mbal= 0.600kg, d) hoe hoog rolt de bal de berg op (verticaal) (2m hoog)
  •  
  • 3. In de marianentrog op 10,9km diepte heerst een druk: P=1,16.10^8 (2p): a) als je 1m³ water van de opp naar deze diepte brengt hoe groot/ verkleint is hij dan (V2= 8.733.10^-4 of 1145,114 keer kleiner dan V1); b) welke massadichtheid heeft het zeewater op deze diepte? (rho= 1173741,362kg/m³)
  •  
  • 4. Je hebt een deur van 1meter op 2meter met een gewicht van 280N deze deur heeft 2scharnieren elks op 0,5m van de boven/ onderkant (2p) ; bereken en teken de horizontale component van 1 van de 2 scharnieren als je aanneemt dat de deur volledig homogeen is en 1 scharnier dus de helft van het gewicht draagt en schets deze op schaal (140N)
  •  
  •  

Inleiding tot de mineralogie

Leerkracht

Stijn Dewaele

Cursus

Practica

Buis-o-meter

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2017-2018
  •  
  • 1. Definities van 4 begrippen (indicatrix, polymorfisme, piëzo-elektriciteit en solidus) (4pt)
  •  
  • 2. Hoe zou granaat er uitzien onder een petrologische microscoop met gekruiste polarizatoren? En als je de microscooptafel draait? (Je kreeg dan eigenschappen van granaat erbij.) (2pt)
  •  
  • 3. Op welke eigenschap van mineralen steunt X-stralendiffractie? Geef de wet van Bragg? Leg kort uit hoe de wet van Bragg toegepast wordt bij X-stralendiffractie? (5 of 6 pt)
  •  
  • 4. Welke parameters bepalen de hardheid van een mineraal? (3 pt)
  •  
  • 5. Welk specifiek bouwelement komt voor bij de silicaten? Welke vorm heeft dat dan? Bespreek dit en geef alle onderverdelingen van de silicaten (tekening + formule + naam)? Waarom is er makkelijke polymerisatie? (6 pt)
  •  
  • 6. Wat is ionische substitutie? Wat bepaalt of er ionische substitutie kan zijn of niet? Geef ook een voorbeeld. (5 pt)
  •  
  • 7. Geef de klasse en eventueel subklasse van de mineralen die bij deze chemische formules horen en geef ook de naam van de mineralen. (5 pt)
  •  
  •  

Systeem Aarde: Geologie

Leerkracht

Stephen Louwye & David Van Rooij

Buis-o-meter

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2016-2017
  •  
  • 1. 5 begrippen: Hutton, principe van de insluitsels, proxy, paleogeen, ...
  •  
  • 2. Paleozoïsche extincties
  •  
  • 3. Je hebt een zogezegde fossiele schelp gevonden uit het vroeg-Holoceen. Welke radiometrische dateringsmethode ga je gebruiken + uitleg (waarom, hoe...)
  •  
  • 4. 5 begrippen: Magnetohydrodynamica, chondrullen, pallasieten, Edward Suess, ...
  •  
  • 5. Genese, evolutie en vernietiging van de lithosfeer
  •  
  • 6. Bespreek de gelijkenissen en verschillen tussen het magnetisch veld van de Aarde, Maan en Venus
  •  
  •  
  • Examen 2014-2015
  •  
  • 1. Bespreek het Archeaan
  •  
  • 2. Bespreek de dateringsmethode van ...
  •  
  • 3. Bespreek Venus-Aarde
  •  
  • 4. Bespreek alle discontinuïteiten
  •  
  • 5. Bespreek enkele thermen in max. 5 zinnen
  •  
  •  
  • Examen 2012-2013 2de zit
  •  
  • 1. Evolutie geosfeer en biosfeer in Proterozoïcum
  •  
  • 2. Vergelijk K-Ar met Rb-Sr methode (voor en nadelen)
  •  
  • 3. Accretie en condensatiegeschiedenis van de aarde
  •  
  • 4. Cyclus van de oceanische lithosfeer
  •  
  •  
  • Examen 2012-2013 1ste zit
  •  
  • 1. geef alle theorieën + persoon over de werking van de aarde vanaf descartes tot platentektoniek
  •  
  • 2. begrippen verklaren: suevieten, magnetohydrodynamica, D, Charles D. Walcott, het principe van de insluitsels, mascon, farra, pangea, paleogeen, catastrofisme
  •  
  • 3. Men wil een fossiele schelp dateren, welke radiometrische methode gebruik je best + waarom en leg die methode in detail uit
  •  
  • 4. Wat is het nut van de studie van meteorieten: geef de indeling + van elke soort wat ze ons geleerd hebben
  •  
  • 5. Geef de verandering van de geosfeer en de biosfeer tussen 3.6Ga en 2.5Ga
  •  
  •  

Wiskunde 1

Leerkracht

Koen Thas

Buis-o-meter

  •  
  • TWIEOOS
  • Op Minerva zullen examens van de afgelopen jaren verschijnen, oplossingen worden er niet bijgegeven.
  •  
  •  

Algemene chemie 2

Leerkracht

Klaartje De Buysser

Klaartje De Buysser is een van de beter proffen, ze legt alles duidelijk uit en probeert iedereen met de leerstof mee te krijgen. Als je naar de les gaat (wat je bij dit vak beter wel doet) zorg er dan voor dat je goed meewerkt want ze stelt vaak vragen aan willekeurige studenten en van sommigen kent ze de naam. Check ’s morgens voor je naar de les vertrekt zeker nog eens Minerva of de les wel doorgaat, het is namelijk al enkele keren gebeurd dat studenten voor een gesloten deur stonden (kleine tip). Als ze tijdens de les zegt dat iets belangrijk is zet hier dan een groot rood kruis bij want dan kan dat deel wel eens terugkomen op het examen.

Cursus

Deze is vrij dik maar verkijk je hier niet op want hij leert vrij vlot en er staan ook heel veel ‘tekeningen’ en kaders bij. Er is ook de mogelijkheid om de slides van de lessen bij de cursus te kopen maar deze komen ook op Minerva en eigenlijk ben je beter dat je die zelf afprint dan kan je er meer op een bladzijde zetten en dit is beter voor het milieu, we zijn tenslotte geologen!

Werkcolleges

Hier ga je best elke keer naartoe! Er worden niet alleen veel oefeningen gemaakt maar ook de theorie wordt nog eens grondig herhaald. Probeer voor het werkcollege de oefeningen al eens te bekijken dat je weet over wat het gaat.

Practica

Deze bereid je beter goed voor want soms is de tijd erg krap. In het eerste semester is het vooral titreren dus zorg dat je dit onder de knie krijgt. Het tweede semester valt qua practica goed mee en zijn minder lang. Tip: eet genoeg de middag voor het practicum want het practicum duurt 4 uur! Vergeet ook zeker je curios ( soort toets over de theorie van het practicum) niet te maken want deze telt mee voor 5 punten!

Buis-o-meter

Om dit examen goed te kunnen maken is het noodzakelijk heel, heel, heel veel oefeningen te maken! Als die goed lukken dan is het examen normaal gezien heel goed te doen.

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2016-2017
  •  
  • Vraag 1: Kinetiek
  •  
  • -> reactiesnelheidsvergelijking
  •  
  • -> reactiemechanisme
  •  
  • -> grafiek geven van de potentiele energie tov de ...gradient
  •  
  • Vraag 2: titratie van een mengsel 20ml van een mengsel Hcl en HOAc wordt getitreerd met 0,1 mol/l NaOH
  •  
  • -> bereken de beginconcentraties
  •  
  • -> titratiecurve tekenen en geef de ph bij begin, tussen 0 en sp1 , sp1, tussen sp1 en sp2 , sp2,...
  •  
  • Vraag 3: 3 deelvraagjes over oplosbaarheid/oplosbaarheidproduct
  •  
  • Vraag 4: concentratie bepalen van bepaalde ionen bij evenwicht
  •  
  • Vraag 5: galvanische cel. bijna alles is gegeven behalve uit welk metaal het 2de elektrode bestaat. 3 types van mogelijke metalen zijn gegeven.
  •  
  • -> uit welk metaal bestaat de tweede elektrode?
  •  
  • -> geef de reactievergelijking
  •  
  • -> tekening, alles aanduiden: anode, kathode, teken, richting electroden,...
  •  
  • Vraag 6: 10 meerkeuzevragen
  •  
  •  
  • Examen 2015-2016
  •  
  • De reactiesnelheid van een bepaald bestanddeel bepalen aan de hand van de verschillende deelstappen.
  •  
  • Titratiecurve maken
  •  
  • Partieeldrukken berekenen van 2 I --> I2(g) als men de totale druk bij evenwicht gekregen heeft en ook het begin aantal mol I, begintemperatuur en volume.
  •  
  •  
  • Examen 2013-2014
  •  
  • VRAAG 1: (6pt) Onderstaand mechanisme wordt voor gesteld voor de oxidatie van stikstofoxide tot stikstofdioxide.
    2 NO(g) <-> N2O2(g) ...snel evenwicht, k1(van NO naar N202), k-1 (omgekeerd)
    N2O2(g) + O2(g) -> 2 NO2(g) ...traag, k2
  •  
  • -> Schrijf de reactievergelijking voor de totale reactie.
  •  
  • -> Toon aan de het voorgestelde mechanisme overeenkomstig is met volgende reactiesnelheidsvergelijking v= k[NO]^2[O2].
  •  
  • -> Schrijf de reactiesnelheidsconstante in functie van de afzonderlijke reactiesnelheidsconstanten en geef de eenheid weer.
  •  
  • VRAAG 2: (4pt) 79.2 g droogijs (vast CO2) en 30.0 g grafiet (C(v)) worden in een lege 5L container geplaatst. Het mengsel wordt twee keer opgewarmd: de eerste maal tot 1000 K en in een tweede experiment tot 1100 K. In beide gevallen neemt volgende reactie plaats: CO2(g) + C(v) <-> 2 CO(g).
  •  
  • -> Bereken Kp bij 1000 K als de dichtheid van het gas 16.3 g/L is.
  •  
  • -> Bereken Kp bij 1100 K als de dichtheid van het gas 16.9 g/L is.
  •  
  • -> Is de reactie endotherm of exotherm? Licht toe.
  •  
  • VRAAG 3: (8pt) Er wordt een oplossing bereid die 0.05 mol/L is aan benzoëzuur.
  •  
  • -> Bereken bij evenwicht de concentraties van H3O+, OH-􀀀, C6H5COOH en C6H5COO.
  •  
  • -> Bereken de pH van deze oplossing.
  •  
  • -> Stel de titratiecurve op van mengsel met een totaalvolume van 20 mL dat 0.05 mol/L benzoëzuur en 0.05 mol/L HCl bevat. Er wordt getitreerd met 0.05 mol/L NaOH. Bereken de pH na toevoegen van 10, 20, 30, ... mL NaOH tot maximum 10 mL na laatste SP. Duid bij elke stap duidelijk de pH aan.
  •  
  • VRAAG 4: (3pt) Voor de reactie: 2 C2H2(g) + 5 O2(g) -> 4 CO2(g) + 2 H2O(g)
  •  
  • -> Bereken DH°, DS° en DG°.
  •  
  • -> Verklaar het teken van DH° en DS°
  •  
  • -> Neemt de spontaneïteit van deze reactie toe of af met de temperatuur?
  •  
  • VRAAG 5: (6pt) Een oplossing bevat 2 x 10􀀀^-4 mol/L aan Ag+ ionen en 1.5 x 10^-􀀀3 mol/L aan Pb^(2+) ionen. Er wordt NaI toegedruppeld.
  •  
  • -> Welk neerslag wordt eerst gevormd?
  •  
  • -> Bij welke concentratie aan I-􀀀 slaat het 2de kation neer?
  •  
  • -> Wat is de concentratie van het eerste op dat ogenblik?
  •  
  • VRAAG 6: (2pt)
  •  
  • -> Rangschik de volgende molecules volgens toenemende zuursterkte en leg uit: PH3, H2S, HCl
  •  
  • -> Identificeer in de volgende reactie de volgende componenten: Lewiszuur of base, ZB adduct.
    2 Cl- + BeCl2 -> BeCl4^(2-)
  •  
  • VRAAG 7: (5pt) Beschouw volgende galvanische cel (gevuld met metaalzouten met een concentratie 1.0 mol/L.)
  •  
  • -> Vul de figuur aan: anode, kathode, beweging ionen in oplossingen en de elektronenstroom.
  •  
  • -> Schrijf de reactievergelijking.
  •  
  • -> Bereken de EMK van bovenstaande cel.
  •  
  • -> Bereken de EMK nadat de beker waarin de anode is ondergedompeld verwisseld wordt met een 2.0 mol/L Zn(NO3)2 oplossing."
  •  
  • Nog enkele meerkeuze vragen H20 voornamelijk over temperatuur en entropie
  •  
  • Elektrochemie:
  •  
  • (1e zit) Gegeven: galvanische cel -> duid kathode/anode, +/- kant aan, hoe gaat de stroom binnen, de stroom buiten, bereken E° (2e zit: nu) 2 reacties gegeven: teken zelf de galvanische cel, duidt kathode aan, bereken het totaal reactie potentiaal
  •  
  • - Berekenen de totale druk van een reactie nadat die eerst in evenwicht wordt gebracht (via Kp)
  •  
  • - Oplosbaarheid: Je hebt 3 stoffen gegeven en AgNO3 die eraan toegedruppeld wordt. Welke neerslagen worden gevormd en in elke volgorde ? (NO3- is een nitraat en lost goed op -> geen neerslag) met Ag heb je met alle 3 de stoffen een neerslag bepaal de volgorde door Q > Ks en de gegeven concentraties
  •  
  • - Bepaal de reactie vergelijking en de orde van een gegeven reactie door SBS en zeg als de entropie van de reactie stijgt of daalt
  •  
  • - 3 gegeven stoffen, plaats ze volgens zuursterkte
  •  
  •  

De biosfeer: planten

Leerkracht

Mieke Verbeken

Buis-o-meter

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2016-2017 2de zit
  •  
  • Versie 1
  •  
  • 1. Bespreek dubbele bevruchting + tekening. Waar? In welke groep/groepen, het nut ervan
  •  
  • 2. Bespreek Bryophyta (levenscyclus, relatie sporofyt/gametofyt, isosporie/heterosporie + groepen)
  •  
  • 3. Wat eet je: mais, radijs, bieslook, pindanoot, ananas
  •  
  • 4. Verklaar volgende woordjes: micropyle, stekel, polyfyletisch, decussaat, steenvrucht, stomata, rhizoom, seriële knoppen
  •  
  • 5. 3 figuren benoemen en aanvullen: cyclus van palmvaren en klavervaren, en verschil paardenkastanje en tamme kastanje
  •  
  • Versie 2
  •  
  • 1. Teken dwarsdoorsnede wortel, leg het ontstaan van de zijwortel uit (+ tekening), geef 5 metamorfosen van de wortel plus concrete voorbeelden
  •  
  • 2. Geef de grote verschillen van de 2 groepen binnen de spermatophyta ( co evolutie, vrucht, dubbele bevruchting,...)
  •  
  • 3. Wat eet je van : peer druif bloemkool witloof tamme kastanje
  •  
  • 4. Cycli van marseilla quadrifolia, levermos, pinopsida
  •  
  • 5. Woordjes uitleggen : fillocladium, spoelfiguur, coltylen, gametofyt, fellogeen, lenticellen
  •  
  •  
  • Examen 2016-2017 1ste zit
  •  
  • Versie 1
  •  
  • 1. Belangrijkste nieuwe kenmerken bij de Angiospermen (+ verklaar hun functie/nut)
  •  
  • 2. Bryophyta: hoe planten zij zich voort? Wat is de verhouding tussen sporofyt en gametofyt? Welke zijn de grote groepen binnen de Bryophyta? Wat is hun ecologie?
  •  
  • 3. Wat eet je? Kokosnoot, peer, witloof, rabarber, gember
  •  
  • 4. Verklaar: distich, oögamie, polyfyletisch, concentrische vaatbundel, tros
  •  
  • 5. levenscyclus: Heermoes en Vlotvaren
  •  
  • 6. 5 prentjes: tot welke groep behoren zij?
  •  
  • Versie 2
  •  
  • 1. Sporofyt en gametofyt en hun evolutie doorheen de grote groepen landplanten
  •  
  • 2. Verschil tussen stekels en doorns, geef verschillende typen en geef voorbeelden.
  •  
  • 3. Wat eet je ? knolselder, venkel, prei, vijg, aardbei
  •  
  • 4. 5 begrippen: perianth, diaspore, dichotomie, anemochorie, fyllocladium
  •  
  • 5. 2 blinde figuren: dierlijke cel vs plantencel, levenscyclus
  •  
  • 6. 5 foto's
  •  
  •  
  • Examen 2015-2016
  •  
  • Versie 1
  •  
  • 1. Ontstaan van kurkweefsel
  •  
  • 2. Evolutie van de eicel bij alle grote groepen van landplanten (plaats in de plant, beschermt door welke delen, enz.)
  •  
  • 3. Wat eet je van: witloof, rabarber, peer, gember en kokosnoot
  •  
  • 4. Verklaar volgende begrippen: anemochorie, distich, discus, protonema, polyfyletisch, concentrische vaatbundel, oögamie, zygomorf, ...
  •  
  • 5. 2 cyclussen: groenwieren en varenboom
  •  
  • 6. 10 foto's
  •  
  • Versie 2
  •  
  • 1. Geef 7 metamorfoses van de stengel (voorbeelden, tekeningen, ...)
  •  
  • 2. Leg uit wat heterosporie is en bespreek dit bij de grote groepen landplanten
  •  
  • 3. Wat eet je op bij maïs, bieslook, ananas, pinda's, radijs
  •  
  • 4. Verklaar volgende woordjes: apokarpie, pentamere bloem, zaad, tapetum, parafyletisch, protonema, rhizoom, collenchym
  •  
  • 5. Cyclus eikvaren en mos
  •  
  • 6. Prentjes uit de powerpoint herkennen
  •  
  • Versie 3
  •  
  • 1. Bespreek de gelijkenissen en verschillen tussen knollen en bollen
  •  
  • 2. Bespreek de voorouders van de landplanten en de belangrijkste nieuwe kenmerken die de landplanten hebben verworven
  •  
  • 3. Levenscyclus heermoes en klaverbladvaren (Beschrijf wat er gebeurt op de figuur op figuur)
  •  
  • 4. Welk deel van de plant eet je op: asperge, pijnboompitten, komkommer, knolselder
  •  
  • 5. Leg uit: actinomorf, endokarp, peristoom, dopvrucht, etnobotanie,aar, monofylitisch
  •  
  • 6. Tien foto's benoemen (situeer de planten in de 4 grote groepen, en geef indien mogelijk extra info)
  •  
  •  
  • Examen 2014-2015
  •  
  • Versie 1
  •  
  • 1. Doorns versus stekels, leg uit met voorbeelden.
  •  
  • 2. Sporofyt en gametofyt, definieer en leg de evolutie uit.
  •  
  • 3. Wat eet je van: paranoot? venkel, knolselder, radijs,....
  •  
  • 4. 5 begrippen
  •  
  • 5. Tekeningske van plantencel en diercel en cyclus van cycas revoluta
  •  
  • 6. 10 organismen worden geprojecteerd, zeg gewoon welke soort het is (tot aan Phylum?)
  •  
  • Versie 2
  •  
  • 1. Wortel: morfologie metamorfosen en ontstaan zijwortel.
  •  
  • 2. Verschillen tussen angiospermen en gynospermen.
  •  
  • 3. Wat eet je op van deze plant... komkomer asperge,...
  •  
  • 4. Begrippen fyllogeen, endosperm,...
  •  
  • 5. Figuren benoemen plantencel en een cyclus.
  •  
  • 6. 10 planten herkennen.
  •  
  •  

Fysica 2

Leerkracht

Natalie Jackowicz

Buis-o-meter

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2016-2017
  •  
  • Versie 1
  •  
  • 1. Geef het bewijs van de lenzenmakersvergelijking met tekening
  •  
  • 2. Wandklok met klepel wordt vergeleken aan de zee en in de bergen. In de bergen geeft de klok een andere tijd; loopt hij daar voor of achter en hoe los je het op?
  •  
  • 3. 3 vergelijkingen en 3 functies van golven zijn gegeven. Link elke golf met de juiste grafiek en geef het (/de) begintijdstip(pen)
  •  
  • 4. Teken het PV diagram van een diatomisch gas bij isobaar, isotherm en adiabatisch proces. Waar is de arbeid het groots en kleinst, waar is temperatuur het hoogst en laagst?
  •  
  • 5. Bepaal de massa van een touw. Gegeven: T, F en lengte
  •  
  • 6. Bepaal de minimale afstand tussen voorwerpen als je in een vliegtuig zit. Gegeven: hoogte van vliegtuig, diameter iris, golflengte licht (Raleighcriterium)
  •  
  • 7. Er wordt een ijsklontje in limonade (water) gegooid, wat is de finale temperatuur? Gegeven: massa en temperatuur van water en ijsblokje, c van water en ijs, en nog extra gegevens.
  •  
  • Versie 2
  •  
  • 1. Geef de afleiding van een golf in een vloeistof, wat voor soort golf is dit en enkele voorbeelden.
  •  
  • 2. Als we een parallelle lichtbundel hebben op een dubbel bolle lens, gaat het brandpunt dan veranderen als we het in lucht en water proberen, verklaar je antwoord door een schets.
  •  
  • 3. Maak een curve van de Maxwell verdeling, duidt aan wat de waarschijnlijke - de gemiddelde - en effectieve snelheid is maak een andere curve op de grafiek bij lagere temperatuur.
  •  
  • 4. Oefeningen : fysische slinger, zon, arbeid
  •  
  •  
  • Examen 2015-2016
  •  
  • Versie 1
  •  
  • 1. Geef de formule voor de snelheid in een longitudinale golf in een vloeistof. Leidt deze ook af en geef enkel voorbeelden van zo een golf. (4p)
  •  
  • 2. Bij een gegeven T-t grafiek van een opwarming van een vaste stof tot een gas. Rangschik de soortelijke warmtes c, rangschik de latente warmtes L. Duid op de grafiek aan waar het smeltpunt en kookpunt ligt. Teken de grafiek opnieuw als de massa zou verdubbelen. Teken de grafiek opnieuw als het vermogen zou verdubbelden. (4p)
  •  
  • 3. (gegeven tekening) Een verrekijker gebruikt een prisma met tophoek 90 graden. Wat is de minimale brekingsindex van het prisma? Wat gebeurt er onder water. (4p)
  •  
  • 4. Vleermuis vliegt met snelheid naar een muur en zendt een frequentie van 30,0 kHz uit. Welke frequentie hoort de vleermuis terug? (2p)
  •  
  • 5. Een carnotcyclus werkt tussen 800K en 350K en verricht een arbeid van 1200J. een cyclus duurt 0.25s. Wat is het gemiddelde vermogen? Geef de entropieverandering bij hoge en lage temperatuur en in de gehele cyclus. Geef Qh en QL. (4p)
  •  
  • 6. Een gegeven tekening van een spelletje met laserguns. Ze zenden alle 4 een lichtstraal uit op het zelfde moment naar een centraal doel, maar gaan door verschillende kunststoffen met elk een eigen brekingsindex. Alle stralen loodrecht. Welke straal komt eerst aan? Hoelang doet deze straal erover? (2p)
  •  
  • Versie 2
  •  
  • 1. Bespreek de gedempte harmonische trilling (4p)
  •  
  • 2. A.(tekening van een vis in het water, de man uit het water) Ziet de persoon de vis achter of voor de positie waar die in werkelijkheid is. Ziet de vis de man hoger of lager dan waar de man is. B. Bij een secundaire regenboog, geef de volgorde van de kleuren (geen bespreking) C. (tekening van 3 kunststoffen met verschillend brekingsindexen waar 1 straal door getekend is met verschillende hoeken aangeduid) Geef de volgorde van de brekingsindexen van klein naar groot)
  •  
  • 3. Bespreek bij Slinky, haar favoriete trap speeltje, de golf en bereken met een paar gegevens het golfgetal.
  •  
  • 4. Buigingsrooster, bereken de hoek met enkele gegevens.
  •  
  • 5. Vat gevuld met water staat buiten (-14C). Hoe snel zal het ijs aandikken met enkele gegevens.
  •  
  •  
  • Examen 2014-2015
  •  
  • 1. bespreek de tweespletenproef van young. (interferentie)
  •  
  • 2. meerkeuze vragen over thermodynamica ivm adiabaat, isochoor, isotherm
  •  
  • 3. Oefening 1: Dopplereffect: politiewagen rijdt achter je met gegeven frequentie, politiewagen steekt je voorbij, rijdt voor je met gegeven frequentie.. Wat is de effectieve frequentie?
  •  
  • 4. Oefening 2: Optica: Dubbele breking van een mineraal :calciet
  •  
  • 5. bereken de kritische hoeken? (formularium)
  •  
  •  

Inleiding tot de petrologie

Leerkracht

Johan De Grave

Buis-o-meter

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2016-2017 2de zit
  •  
  • 1. Pettijohn, maak een tekening erbij
  •  
  • 2. Verschil glaucofaan en glauconiet
  •  
  • 3. Chemische verwering
  •  
  • 4. Carbonatiet
  •  
  • 5. Bespreek magmagenese, alle processen, petrografische en chemische kenmerken en gesteenten die we terug vinden bij Hot spots
  •  
  • 6. Bespreek rudieten, classificatie, definitie,.. (Gewoon alles wat je er kan over zeggen)
  •  
  •  
  • Examen 2016-2017 1ste zit
  •  
  • Versie 1
  •  
  • 1. Begrippen: Stromatoliet, Classificatie van Dunham, Geofysische vs petrologische Moho, Modale vs Normatieve samenstelling
  •  
  • 2. Bespreek magmagenese in alle mogelijke contexten. Welke primaire magmatische gesteenten worden er gevormd? Geef een voorbeeld van elke context.
  •  
  • 3. Bespreek ook kort de verschillende types magmatische differentiatie. Welke parameters en technieken gebruiken we om de differentiatie te verklaren?
  •  
  • 4. Uit welke bestanddelen zijn kalkstenen opgebouwd? Hoe en bij welke classificaties van kalkstenen komen ze tot stand?
  •  
  • Versie 2
  •  
  • 1. Bespreek : Post-sedimentaire structuren en pré-sedimentaire structuren
  •  
  • 2. Bespreek de wet van Stokes en toepassingen hier op
  •  
  • 3. Bespreek subductie, soorten bekkens, geef geografische voorbeelden en voorkomende gesteenten en maak een schets
  •  
  • 4. Bespreek Thermische, dynamische en regionale metamorfose voor carbonaten, voorbeelden, gesteenten en classificatie geven
  •  
  •  
  • Examen 2015-2016
  •  
  • 1. 15 Meerkeuzevragen
  •  
  • 2. Woordjes (max 10 lijntjes + figuren) : BIF, CCD, sediment maturatie, ofioliet, Paired Metamorphic Belts, randbekken, transforme breuk VS fracture Zone, Petijohn classificatie, Bowenreeks, carbonatiet, contactmetamorfe zones, Hotspottrack, Barroviaanse zonering
  •  
  • 3. Bespreek magmagenese, petrogenese, magmatypes, ... van MOR en van Hot Spots. Geef de gelijkenissen en verschillen en leg uit
  •  
  • 4. Bespreek prograde thermometamorfose voor pelitische en carbonaatsequenties,. Geef de verschillende reacties, texturen, ...
  •  
  • 5. Zet uiteen : de metamorfose aan de MOR. Beschrijf de magmagenese, de verschillende reeksen, de gesteentes en mineralen
  •  
  • 6. Bespreek de magmagenese ter hoogte van een subductie zone
  •  
  •  
  • Examen 2011-2012
  •  
  • 1. Bespreek in 10 lijntjes: Neomorfose vs Neoformatie, Classificate van Folk en Dunham, CI vs DI, Fysische vs. Chemische compactie, Hydrolyse vs. Hydratatie (+ voorbeelden), Formule van Stokes (+ toepassing)
  •  
  • 2. Bespreek assimilatie, ontmenging en menging
  •  
  • 3. Bespreek sedimentaire kiezel – chertsgesteenten en sedimentaire ijzergesteenten
  •  
  • 4. Bespreek de petrogenese van de oceanische eilanden en van de midden- oceanische ruggen. Welke gesteenten komen er voor?
  •  
  • 5. Bespreek faciësreeks en faciësgradiënt. Welke faciësreeksen ken je? Waar komen ze voor? Welke gesteenten komen erin voor? Bespreek het P/T- verloop bij metamorfose. Wat zijn ‘paired- metamorphic belts’? Waar komen ze voor?
  •  
  •  
  • Vaak gestelde vragen
  •  
  • Geef en bespreek de classificatie bij dynamisch metamorfe gesteenten
  •  
  • Bespreek regionaal metamorfisme en bespreek de pelitische en de basisch-magmatische sequentie.
  •  
  • Bespreek de verschillende gesteentereeksen bij magmatisme aan plaatranden.
  •  
  • Bespreek de classificatie van psammieten, spefieten ed.
  •  
  • Bespreek de convectiestromen
  •  
  • Geef het faciësconcept volgens Eskola.
  •  
  • Bespreek de Wilsoncyclus (+ voorbeelden bij elk stadium)
  •  
  • Bepreek hotspot vulkanisme en intra-plaatvulkanisme + voorbeelden
  •  
  • Bespreek geologisch oude sedimenten (biologische sedimenten)
  •  
  • Bespreek dynamisch metamorfisme
  •  
  • Bespreek intra-plaat eilanden
  •  
  • Assimilatie, ontmengin, menging bespreken
  •  
  • Pelitische bestanddelen (voorkomen,......)
  •  
  • Bespreek aseismische ruggen + 2 voorbeelden
  •  
  • Bespreek de metamorfose ter hoogte van de eilandenbogen (Maak een figuur met een doorsnede en bespreek op basis hiervan de verschillende faciës, de representatieve gesteenten en hun kenmerkende mineralen). Licht in dit verband de specifieke betekenis toe van de japanse archipel
  •  
  • Teken een blokschema met de verschillende platentektonische contexten en d emagmatische gesteentesoorten (reeksen) die er aangetroffen worden. Plaats in dit schema de gesteenten met volgend acronym: MORB, BABB, IAT. Geef de volledige naam van deze gesteentesoort en hun karakteristieke mineralogische en/of chemische kenmerken. Waardoor onderscheiden deze drie gesteentesoorten zich van elkaar? Waar en hoe gebeurt de genese van het magma waaruit zij ontstaan zijn?
  •  
  • Woordjes of Tekeningen:
  •  
  • metamorfic belts
  •  
  • fenokristen
  •  
  • amandel
  •  
  • ofioliet
  •  
  • tolleiet
  •  
  • norm
  •  
  • BIF
  •  
  • LIP
  •  
  • Alkali-kalk index (adhv tekening)
  •  
  • Ofelietcomplex (adhv tekening)
  •  
  • Φ
  •  
  • Dunhamclassificatie
  •  
  • Pelée
  •  
  • Evaporitische flux
  •  
  • Becke reeks
  •  
  • Sliert-textuur
  •  
  • Fenner reeks
  •  
  • Chemische compactie (adhv tekening)
  •  
  • Ci
  •  
  • Hjulstrom
  •  
  • Caldera
  •  
  • Lahar
  •  
  • Ignimbriet
  •  
  • Glauconiet
  •  
  • Obductie
  •  
  •  

Systeem aarde: fysische geografie

Leerkracht

Amaury Frankl & Jan Nyssen

Cursus

Practica

Buis-o-meter

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2016-2017 2de zit
  •  
  • 1. Benoem de klimaten in Afrika (bijgevoegde kaart) en leg het verband uit met de verschillende types van bodem
  •  
  • 2. Bespreek de belangrijkste kenmerken, de sedimentatie en omgevingsfactoren van meanderend en vlechtende rivieren
  •  
  •  
  • Examen 2015-2016
  •  
  • 1. Geografische identiteiten benoemen op reliefkaart (4)
  •  
  • 2. Multiple choice vragen: (36)
  •  
  • A. Welke kaart met hoogte lijnen past het best bij de getekende rivier: a-d) 4 tekeningen, e) geen van bovenstaande
  •  
  • B. Welke uitspraak klopt over El Nino?
  •  
  • C. Wat veroorzaakt gyres?
  •  
  • D. Welk mineraal staat bekend als een zwellende klei? a) cholier b) illiet c) montmorillonite d) e)
  •  
  • E. Welk soort terras zie je op volgende foto
  •  
  • F. Wat is het verschil tussen een Cfa in China en een Cfb klimaat in Centraal europa?
  •  
  • G. Als bij een As klimaat er door klimaatverandering minder regen zou vallen welk klimaat bekom je dan? a)H b) Cd c) BS d) Aw e) Asa
  •  
  • H. Welke van onderstaande geeft geen inzicht in het onderzoeken van een paleoklimaat? a) paleontologie b)vulkanisme c) geomorfologie d) pollenalanlyse e) zuurstofisotropie
  •  
  • I. Welke van onderstaande uitspraken is fout over verwering? a-e) Sedimentair- , stollings- en/of metamorf gesteente is meer/minder bestand tegen fysische en/of chemische verwering.
  •  
  • J. Wat is een hangend dal?
  •  
  • K. Welk bodemtype vinden we in een D klimaat gordel? a) pedocals b)pedalfers c)regosols d)podzols e)vertisols
  •  
  • L. Het bekken van parijs is een: a-e) Sedimentair opvullingsbekken of -- opgevuld met Tertiaire, Mesozoische of -- afzettingen.
  •  
  • M. In een bekken zoals dat van Parijs vinden we aan het oppervalk de jongste afzettingen en: a) aan de buitenranden van het bekken b) aan de centrum van het bekken c) klopt niet: jongste afzettingen bevonden zich diep onder het oppervlak d) nergens anders e)...
  •  
  • N. Welke opsomming van onderstaande gassen en dergelijke hebben een invloed op het klimaat en is volledig? a) CH4 NH3 O2 O3 b) aerosolen H2O CO2 O3 c)...
  •  
  • O. Als we de erosiesnelheid van een landschap becijferen zijn we bezig met: a) denudatie b) lateralisatie c) illuviatie d) elluviatie e)...
  •  
  • P. Wat hebben volgende schilden gemeen, Afrikaans schild etc? a) ze zijn alle 4 kratons b) het zijn alle 4 geen kratons c) ze hebben alle vier nog nooit epriogenese of orggenese ondergaan d) Ze hebben alle vier enkel epirogenetische ophefing ondergaan sinds het Precambruim e) -- sinds het Fanerozoicium
  •  
  • Q. Waarom zijn verweringsbodems met lateriet steeds rood? a) omdat rood het prominente kleur is in elke verweringsbodem b) lateriet bevat veel hematiet met geoxideerd ijzer c) omdat het enkel gibbsiet bevat d-e) ...
  •  
  • R. Waarvoor zorgt vorstverwering in een gebergte? a) voor hoekige vormen b) voor grote spleten c) voor grotvorming d) voor dolinevorming e) voor gletjers
  •  
  • S. Vraag over het calciumgehalte in de zee
  •  
  • T. Bij onderstaande foto (foto van een pediplain met klein stomp bergje) welke vorm(en) van verwering gelden hierbij? a) alluviale verwering en massatransport b)massatransport c) chemische verwering d)
  •  
  • U. Bij welk fenomeen komt progressieve sortering voor? a) rivierstelsel b) gletjers c) ...
  •  
  • V. Op volgende foto (afrikaans land) is er een kleiafzetting in vlechtpatroon tussen een grintafzetting. Hoe kan dit hier gekomen zijn? a) meanderende rivier die plots stil viel b) meanderende rivier die doorbrak en uitdroogde c) vlechtende rivier met debiet verlaging d) oude gletjers e) gelifluctie
  •  
  • W. Waar vind illuviatie plaats? a) A horizont b) humuslaag c) E horizont d) B horizont e) C horizont
  •  
  • X. Bij welk klimaat komen pedalfers voor?
  •  
  • Y. Wanneer blijft een kleifractie in suspensie? Als de snelheid a) minimaal over de tweede kritische snelheid is b) minimaal over de eerste kritische snelheid is c) minimaal 2/3 over de compentent snelheid is d) minimaal over de eerste kritische en de competente snelheid is e) minimaal over de competente snelheid is
  •  
  • Z. Wanneer zal een rivier zich niet opnieuw insnijden? a) als er epirogenetische daling is b) als de erosiebasis verhoogt c-d) e) in alle vier de gevallen
  •  
  •  
  • Oudere vragen
  •  
  • Wat is cross-stratification? a) scheve gelaagdheid b) gekruiste lagen c) kruisgelaagdheid d)?
  •  
  • Waar kan chemische verwering het grootste effect hebben? a)Ruhrgebied b) Amozonebekken (vermoedelijk correct) c) woestijn d) Antarctica
  •  
  • De Congo-stroom heeft het hele jaar door een constant debiet, dit komt doordat: a) er in de Congo-stroom zowel rivieren uit noordelijk als zuidelijk halfrond invloeien (correct) b)...
  •  
  • Wat is een intermitterende rivier? a) rivier verdwijnt op sommige plaatsen in kalkrijke ondergrond b) niet het hele jaar door water c)heeft geen meanders d)...
  •  
  • Waardoor ontstaan badlands? Hoe noemt men de losstaande rotsen in morenen? a) drumlins b) dood-ijs-gaten c) ...
  •  
  • Van welke grootte-orde is de permafrost (dikte)? a) 0,1m b) 1 m c) 10m d) 100m
  •  
  • Een Lapiez ontstaat door a) mechanische verwering b) oplossingsprocessen (correct?) c) winderosie d) ...
  •  
  • Wat is ecosystem services? a) mens die diensten aan ecosysteem levert b) een onderdeel van een Amerikaans agency van iets c)...
  •  
  • Waarom zijn er geen weerverschijnselen in de stratosfeer? a) men kan het daar niet meten b) de temperatuur stijgt met toenemende hoogte c) de temperatuur daalt met toenemende hoogte d) weinig zuurstof en water
  •  
  • De indeling van de klimaten van Koppen (A tot E) is ingedeeld van: a) evenaar naar polen b) warm naar koud c) droog naar vochtig d) ...
  •  
  • Waarom is er een hoog zoutgehalte in de Middellandse Zee? a) ingesloten zee met veel verdamping b) toevoer van zout water via Suez-kanaal c) toevoer van zout door de monding van de Nijl d)...
  •  
  • Wat is golfrefractie?
  •  
  • Wat is GEEN parameter voor een paleoklimaat? a) zuurstofisotopen b) geomorfologie c) vulkanisme (geen parameter) d) levende organismen
  •  
  • Wat zijn geosynlinalen?
  •  
  • Wat kan men NIET aflezen op een ombrothermische curve? a) gemiddelde jaarneerslag b) klimaatveranderingen c) pieken in neerslag (regenseizoen of niet...) d) verandering in temperatuur
  •  
  • Wat ontstaat door vorstverwering in een gebergte? a) ijs-wiggen b) ... De taiga-grens schuift op naar het noorden, hierdoor verkrijgt men: a) verhoogd albedo en dus opwarming van de aarde b) verhoogd albedo en dus afkoeling van de aarde c) verlaagd albedo en dus opwarming van de aarde (correct) d) verlaagd albedo en dus afkoeling van de aarde
  •  
  • rode laag lateriet bestaat uit: a) aluminium en ijzer b) aluminium c)...
  •  
  • Ribbels in het zand worden gevormd door: a) saltatie van zand (grootte van de sprongen die het zand maakt) b) de amplitude van de golven c) ...
  •  
  • Uit wat bestaan oeverwallen? a) zand b) klein c) kan men niet weten d) ...
  •  
  • Wat geeft een hypsometrische integraal weer? a) geeft dreinagedensiteit weer b) geeft waterscheiding en stroomgebieden weer c) ...
  •  
  • Een inselberge bestaat uit graniet, gneis, doleriet, ..., wat zijn ze? a) tropische karstverschijnsel b) rest van vulkanisme c) residuaire berg d)...
  •  
  • waarom is het slecht om alle stenen van een akker te rapen => bodemerosie
  •  
  • wat kan niet voorkomen bij eolisch transport => oplossing
  •  
  • Wat gebeurt er als ‘the west antarctic sheet’ losscheurt van antartica => zee spiegel zal stijgen
  •  
  • Als het waterpijl van een vlechtende rivier stijgt => dan zal het stroombekken telkens veranderen
  •  
  • Uit wat bestaat een oeverwal voornamelijk => zand
  •  
  •  

Wiskunde 2

Leerkracht

Koen Thas

Cursus

Practica

Buis-o-meter

  •  
  • TWIEOOS
  • Examenvragen komen telkens op Minerva
  •  
  •  

Bachelor - Jaar 2

Optische mineralogie en petrografie

Leerkracht

Veerle Cnudde

Cursus

Werkcolleges

Practica

Buis-o-meter

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2017-2018
  •  
  • Theorie
  •  
  • 1. Bespreek de systematiek van de brekingsindex a.d.h.v bariet, anhydriet en celestien
  •  
  • 2. Bespreek plagioklaas
  •  
  • 3. Welke kristalstelsel zijn 2 assig
  •  
  • 4. Indicatrix toegepast op calciet en kwarts. Bespreek en teken. Bespreek indicatrix in het kristal
  •  
  • Practicum
  •  
  • 1. (zonder practicum notas) Mineraal omcirkelt op plaatje beschrijf de kenmerken.
  •  
  • 2. slijplaatje 1 (met practicum notas)
  •  
  • A. kleurloze mineralen: beschrijf kenmerken + teken
  •  
  • B. gekleurde mineralen kiezen, beschrijf kenmerken en teken
  •  
  • C. metamorf, plutonisch, vulkanisch of sedimentair?
  •  
  • D. fenomeen in slijplaatje, welkeen en welke mineralen? (omzetting biotiet nr chloriet)
  •  
  • 3. slijplaatje 2 (met practicum notas)
  •  
  • A. 2 kleurloze mineralen, 1 is muscoviet, wat is de ander? Kenmerken en tekening.
  •  
  • B. meerkeuze wat zie je op foto (texturen!)
  •  
  • C. aantal reeks mineralen, welk mineraal past er niet in.
  •  
  • D. chemische vergelijken. Welke vergelijking past bij welke foto.
  •  
  •  
  • Examen 2016-2017
  •  
  • Theorie versie 1 (40%)
  •  
  • 1. Leg uit: cumulaten, hyalien, anhedrisch, indicatrix, melatoop (10pt)
  •  
  • 2. Leg de systematiek uit van de brekingsindex toegepast op anhydriet, celestiet en bariet. (geef de chemische formules) (6pt)
  •  
  • 3. Geef de formule van plagioklaas en geef adhv de formule de optische eigenschappen (4pt)
  •  
  • 4. Hoe kunnen we een opaak en een isotroop mineraal onderscheiden van elkaar en waarom? (2pt)
  •  
  • 5. Welke mineraalstelsels zijn optisch twee-assig? (3pt)
  •  
  • 6. Bereken de dubbelbreking van een mineraal met gekend gangverschil bij een standaard dikte slijpplaatje. Geef de gebruikte formule (2pt)
  •  
  • 7. Geef het verband tussen het petrogenetisch proces en de mineralogische/texturele kenmerken van een gesteente, 1 voorbeeld naar keuze (3pt)
  •  
  • Theorie versie 2
  •  
  • 1. Bespreek de brekingsindex van Al2SiO5 polymorfen Kyaniet, Andalusiet Sillimaniet
  •  
  • 2. Alkaliveldspaten: Mengreeks tussen ... en ...
  •  
  • 3. Leg uit: Dispersie, Cryptokristallijn, Subhedrisch, Scheve uitdoving, Isochromen
  •  
  • 4. Olivijn optische kenmerken adhv samenstelling
  •  
  • 5. Dubbelbreking berekenen
  •  
  • 6. Een-Assige Kristalstelsels
  •  
  • 7. Verband tussen petrogenetisch proces en mineralogische/texturele kenmerken: 1 voorbeeld naar keuze
  •  
  • Practicum (60%)
  •  
  • 1ste slijpplaatje: Bespreek (en identificeer), 1 kleurloos isotroop, 1 kleurloos anisotroop en 1 gekleurd anisotroop mineraal. Granaat,Cordierier/Microclien en Hoornblende). Welk soort gesteente denk je dat dit is?
  •  
  • 2de slijpplaatje: Dit plaatje toont een fijne matrix met grote kleurloze klasten. Bespreek dit kleurloos mineraal (en identificeer). (Leuciet) Er is ook nog een (volledig) isotroop mineraal, bespreek (en identificeer) dit mineraal. (Noseaan)
  •  
  •  
  • Examen 2015-2016
  •  
  • Theorie (45%)
  •  
  • 1. Leg uit: ooiden, heteroblastisch, scheve uitdoving, subhedrisch, brekingsindex
  •  
  • 2. 6 waar-of-niet-waar-vragen, en leg uit indien niet waar
  •  
  • 3. Je krijgt een mineraal met dubbelbrekingskleur 400 nm, het heeft negatieve elongatie, welke kleur (nm) zie je als je het gipsplaatje inbrengt
  •  
  • 4. Waarvoor gebruik je de lens van Bertrand?
  •  
  • 5. Formule van 3 mineralen: anorthiet, calciet en forsteriet (in de andere groep was dit kwarts, een kaliveldspaat, en nog 2 andere mineralen)
  •  
  • Practicum (50%)
  •  
  • 1ste slijpplaatje: Identificeer en bespreek ten minste 4 hoofdmineralen, waaronder 2 met een duidelijke eigen kleur. Identificeer ook nog een mineraal dat minder voorkomt, en eerder klein is, en geef ook de naam voor dit soort mineralen. (Bij onze groep denken we dat dit hoornblende, biotiet (ev. omzetting naar chloriet), plagioklaas en sanidien of orthoklaas was) (34pt)
  •  
  • 2de slijpplaatje: In dit plaatsje zitten 2 hoofdmineralen: identificeer en bespreek ze. (In onze groep was dit kwarts en calciet, in de andere groep olivijn en clinopyroxeen) (16pt)
  •  
  •  
  • Examen 2013-2014
  •  
  • 1. Geef definitie Brekingsindex
  •  
  • 2. Teken Optisch 1-assig negatief
  •  
  • 3. Geef bewijs van Gangverschil
  •  
  • 4. Bespreek Microklien en sandinien
  •  
  • 5. Hoogste brekingsindex? Bariet of anhydriet? Soro of cyclo-silicaat?
  •  
  •  
  • Examen 2012-2013
  •  
  • 1. Waar of niet waar (en verbeter indien nodig)
  •  
  • A. De brekingsindex is de verhouding van de lichtsnelheid in vacuum en de lichtsnelheid in het materiaal.
  •  
  • B. Positieve elongatie is als de kortste as van de ellips parallel ligt aan de langste as van het mineraal. En negatieve elongatie is het omgekeerde.
  •  
  • C. Alkaliveldspaat is een mengreeks tussen albiet en anorthiet.
  •  
  • D. Lijn van Becke wordt toegepast met gekruiste polarisatoren.
  •  
  • E. Microkristallijn is een synoniem van afanitisch.
  •  
  • 2. Bespreek dubbelbreking
  •  
  • 3. Bespreek het reliëf van een mineraal
  •  
  • 4. Bespreek dispersie bij optisch éénassige mineralen
  •  
  •  
  • Examen 2008-2009
  •  
  • 1. Figuur van relief (die ook in de slides staat) waar je de stralen door uw mineraal ziet gaan en een brekingsindex van materiaal errond. Hoort de gegeven brekingsindex bij het kitmiddel? Is de brekingsindex van het mineraal groter of kleiner? Definitie brekingsindex geven.
  •  
  • 2. Gewoon licht, lineair gepolariseerd licht. Leg uit
  •  
  • 3. Waarom gebruikt men geen kwarts als dekglaasje of draagplaatje
  •  
  • 4. Je krijgt een wigkristal van een bepaald monochromatische lichtstraal(violet) en jij moet de wig tekenen voor rood
  •  
  • 5. Je krijgt een mineraalbeschrijving van iemand en je moet zeggen waarom er twijfel is over de juistheid van dat mineraal
  •  
  • 6. Je krijgt en mineraalnaam (vb. Glaucofaan), ze zegt dat MG5 in die mineraalformule vervangen wordt door....en je zo een ander mineraal krijgt. Geef de formule, de groep waartoe het behoort, heetf dit mineraal een hoge of lage brekingsindex en heeft dit mineraal een sterkere of zwakkere kleur dan glaucofaan?
  •  
  • 7. Je krijgt een figuur zoals in het practicumboek; geef kristalstelsel, elongatie,... welke kleur verkrijg je op snede met max. interferentiekleur?
  •  
  • 8. Je krijgt die twee figuren van tweetallige assenbeeld , een zonder en met gipsplaat( azo met die gele en blauwe isogyre), wat kan je hieruit weten?
  •  
  • 9. 10 woordjes: oomold, opaciet, micrografische, adcumulaat, amygdaloidai, unduleuze uitdoving, poikiloblast, subofitisch, enstatiet,...?
  •  
  • 10. Sneeuwbal granaat, hoe wordt dit gevormd?
  •  
  • 11. Leg uit sutuurconact, + Maak figuur
  •  
  •  

Plantenpaleontologie

Leerkracht

Stephen Louwye

Cursus

Werkcolleges

Practica

Opmerkingen

Buis-o-meter

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2017-2018
  •  
  • 1. Van blad naar fossiel (geef het schema) (20)
  •  
  • 2. Milieuveranderingen van het midden Devoon tot Pennsylvaniaan. (20)
  •  
  • 3. Bryofyta (20)
  •  
  • 4. woordjes: prototaxis, psaronius, bennettitales, cordaites en ginkgopsida (10)
  •  
  • 5. mondeling: rhinia (sph...), calamites, archaeopteris. (20)
  •  
  • 6. ingediende tekeningen (10)
  •  
  •  
  • Kijk zeker ook eens op de oude wiki bij paleontologie 1 en 2
  •  
  •  

Sedimentologie

Leerkracht

Sebastien Bertrand & Vanessa Heyvaert

Werkcolleges

Practica

Buis-o-meter

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2017-2018
  •  
  • Versie 1
  •  
  • 1. Verschillen en gelijkenissen in golfribbels in hoog en laag energetisch milieu?
  •  
  • 2. Type meer voor organische productie in interglacialen en glacialen, waarom?
  •  
  • 3. Ice rafted debris mineralogie, waarom? evolutie in functie van de afstand tot bron?
  •  
  • 4. Puimsteen en zand in meer, waar afgezet?
  •  
  • 5. 2 delta's (foto's), welke? Omgeving? korrelgrootte en gradiënt van subaquatisch deel?
  •  
  • 6. Hoe kan men de snelheid van diepzee stromingen afleiden?
  •  
  • 7. Aan de hand van Loess afzettingen, glacialen en interglacialen afleiden?
  •  
  • 8. Foto van afzetting met donkere en lichte lagen, naam? omgeving van afzetting? naam donker laag?
  •  
  • 9. Hummocky cross stratification, waar en waarom?
  •  
  • 10. Vermindering porositeit bij siliciclastische sediment, redenen?
  •  
  • Versie 2
  •  
  • 1. Wat zijn de 3 types van transport in water?
  •  
  • 2. In welke meren verwacht je de minste sedimentatie?
  •  
  • 3. Teken de curve van loess op de phi-schaal
  •  
  • 4. Hoe ga je tephra afzettingen correleren dat over lange afstanden is verspreid? (Welke analyse, welke korrelgrootte en waarom)
  •  
  • 5. Vind je meer of minder flood turbidites in zoutwater meren dan in zoetwater meren?
  •  
  • 6. Wat is de facies associatie van een terugtrekkende gletsjer
  •  
  • 7. Prentje van een dubmarine canyon en rivier met 1 punt erop aangeduid (1) waarom is de canyon zo diep ingesneden hoewel het debiet laag is (2) wat zijn de afzetting in punt 1 (3) hoe ga je in punt 1 de aardbeving van 2010 (die een beetje verder was) zien in je sediment records?
  •  
  • 8. Wat is een crevasse splay? (Hoe gevormd, korrelgrootte)
  •  
  • 9. Hoe zijn de quartaire loess afzetting in Belgie ontstaan?
  •  
  • 10. Hoe herken je een mature zandsteen? (textural/composional)
  •  
  •  
  • Examen 2016-2017
  •  
  • 1. Verschil tussen proximale en distale turbidieten?
  •  
  • 2. Foto van dropstone, wat is dit en waar komt het voor?
  •  
  • 3. Bespreek de densiteit in meren
  •  
  • 4. Waarom komen Tidal flats niet bij elk kustmilieu voor?
  •  
  • 5. Verschil tussen debris flow en turbidity flow
  •  
  • 6. Lagoonfacies v.s. meerfacies
  •  
  • 7. Gegeven een grafiek met 2 korrelgrootte-verspreiding curves op: teken eronder de phi schaal, duid de klei, silt en zandgrenzen aan en tracht af te leiden wat beide curves zijn waar ze afgezet zijn
  •  
  • 8. Hummocky cross-stratification wat is het, waar komt het voor en hoe wordt het gevormd
  •  
  • 9. Hoe verhoudt pyroclastic fall zich t.o.v. de topografie en wat is de gemiddelde korrelgrootte van pyroclastic fall?
  •  
  • 10. Herringbone cross stratification, waar en leg uit hoe
  •  
  • 11. Foto van afwisselende zwarte en lichtere laagjes met 1 grote brok in, wat is het, hoe afgezet, welke omgeving,...
  •  
  • 12. Waarom worden er niet overal wadden gemaakt?
  •  
  •  
  • Examen 2015-2016
  •  
  • 1. Prograding delta, welke faciës?
  •  
  • 2. Wat is het verschil tussen proximale en distale turbidieten?
  •  
  • 3. Wat is een river levee? Hoe wordt deze gevormd en uit welke lithologie bestaat een river levee?
  •  
  • 4. Foto van een sterduin gegeven: wat is dit en vanwaar komt de dominante windrichting?
  •  
  • 5. Chemical en physical wheatering: wat is hier het grote verschil tussen? Geef de processen van Chemical Wheatering samen met hun lithologie.
  •  
  • 6. Hoe verloopt het transport in een fjord waar het sediment wordt aangevoerd door een rivier (niet door gletsjer!!)
  •  
  • 7. Wat zijn contourites? Hoe onstaan ze? Geef hun morfologie.
  •  
  • 8. Hoe verloopt de pyroclastic flow naargelang de topografie? Wat is de samenstelling van zo'n pyroclastic flow?
  •  
  • 9. Wat is het verschil tussen clastic varves en organic varves? Hoe worden deze gevormd?
  •  
  • 10. Hummocky cross-stratification: waar? Hoe gevormd?
  •  
  •  

Stratigrafie

Leerkracht

Tijs Vandenbroucke

Cursus

Practica

Buis-o-meter

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2017-2018
  •  
  • 1. vraag over sequentiestratigrafie van de siliciclastische gesteenten. Tekening is gegeven van een hele sedimenten sequentie (afbeelding staat ook in boek/ppt). Wat is de groene afzetting? (TST) Wat zijn de grenzen van deze afzetting? Duid aan op een RSL-grafiek. (15p)
  •  
  • 2. Afbeelding van een klif (staat ook in ppt). Duid hier de TR-verdeling op aan. (5p)
  •  
  • 3. Gegeven zijn 2 afbeeldingen van 2 coupes (grens-stratotype) met 4 taxa's in weergegeven. De 2 coupes zijn verschillend en een collega wil hiermee aantonen dat biostratigrafie geen goede tool is. Waarom is biostratigrafie wel goed en kan dit dus wel degelijk gebeuren in het echt? Wat zijn de oorzaken en hoe kan je het oplossen? (20p)
  •  
  • 4. Voor- en nadelen van biostratigrafie, chemostratigrafie en magnetostratigrafie (onderling) vergelijken en geef een oplossing. (10p)
  •  
  • 5. 2 grafieken gegeven over chemostratigrafie. Leg KORT uit en wat staat er op de horizontale as? (Grafiek van 18O ifv magnetostratigrafie, en grafiek Sr isotopen verhouding) (15p)
  •  
  • 6. Kleine vraagjes ivm kennis: Hoge of lage resolutie van methodes, periodes obliquiteit en pressecie geven, grensverlegging bij GSSP Carboon. (10p)
  •  
  • 7. 10 random etages/series uit de CSC. (10p)
  •  
  •  
  • Examen 2016-2017
  •  
  • 1. Een prentje van eenheidstratigrafie en het alternatief. Wat is dit? Wat is het beste? Leg dit uit. (20p)
  •  
  • 2. Carbonaten en siliciklastische gesteenten hebben een verschillende cyclus voor de afzettingen bij veranderende zeespiegel. (20p)
  •  
  • 3. Bespreek voor elk van de twee cyclussen wanneer er het meest sediment wordt afgezet. Leg dit deel van de cyclus gedetailleerd uit, duid het aan op de grafiek en duid de belangrijkste verschillen aan tussen de twee. (15p)
  •  
  • 4. a) Wat is het verschil tussen een biozone, chronozone en een (bio)chron? Leg kort uit (zeer weinig plaats om te antwoorden) en maak een tekening. Waar zou je op de tekening de ideale GSSP leggen? b) Wat is het beste om aan geochronologie mee te doen? Een graniet of een bentoniet? c) Een collega vind een organisme in een laag van het Cambrium dat na datering ouder blijkt te zijn? Moet men de grens van het Cambrium nu verleggen of niet?
  •  
  • 5. a) Verschillende dateringsmethoden: zuurstofisotopen, eccentriciteitscycli, precessiecycli, Strontium isotopen, landtetrapoden uit Mesozoïcum, Zirkoonkristallen,... Wat is het beste om mee te dateren? Rangschik alles op nauwkeurigheid. b) Vul aan met boven/Boven/laat/Laat. Een zin met 2 woorden weggelaten (15p)
  •  
  • 6. 10 random tijdsvakken uit de ICC elk op 2 ptn
  •  
  •  
  • Examen 2015-2016 1ste zit
  •  
  • 1. Je krijgt 2 tekeningen, een boundary stratotype en een unit-stratotype, leg het verschil uit. Welke verkiest men? Leg uit waarom. (15p)
  •  
  • 2. Je krijgt een tekening van een sequentie afzetting, welk systems tract is het en leg deze uit. (15p)
  •  
  • A. Welke system tract komt hierna en leg deze ook uit.
  •  
  • B. Wat is de grens tussen deze twee systems tracts en leg deze uit.
  •  
  • C. Wat is het verschil tussen een silica en een carbonaat systems tract?
  •  
  • 3. Leg aan de hand van een tekening en een beetje uitleg het verschil tussen biochron, biozone en chronozone uit. (6p)
  •  
  • 4. Wat zijn good fossils en bad fossils en geef enkele voorbeelden. (4p)
  •  
  • 5. Wat zijn de 3 kenmerken van cyclostratigrafie geef hun perioden en leg uit waarom men dat kan gebruiken in de stratigrafie. (5p)
  •  
  • 6. De chronostratigrafische kaart, 10 dingen ontbreken welke? (15p)
  •  
  •  
  • Examen 2015-2016 2de zit
  •  
  • 1. Geef alle stages en series van het Paleogeen zoals weergegeven op de Chronostratigrafische kaart. (12p)
  •  
  • 2. Geef alle stages van het Onder-Devoon. (3p)
  •  
  • 3. Geef kort en bondig het verschil tussen Chonostratigrafie en Geochronologie. (5p)
  •  
  • 4. Wat is het best te gebruiken om de geochronologische tijdschaal te maken: isotopenstratigrafie van basaltische intrusies of bentonieten en waarom. (2p)
  •  
  • 5. Wat gebruik je het best biostratigrafie of chemostratigrafie voor een tijdschaal te maken en waarom is het nog altijd beter om ze alle twee te gebruiken. (3p)
  •  
  • 6. Je krijgt een grafiek zoals die van in de ppt over parasequenties en gammaray logs en je uitleggen wat de driehoeken betekenen, wat het precies voorstelt, ... . (10p)
  •  
  • 7. Je krijgt een tekening van alle sedimentafzettingen in een sequentie en je moet alle system tracks, MS en SB erop aanduiden. Je hebt ook een golf gekregen en je moet ze daar ook op aanduiden. (9p)
  •  
  • 8. Geef de definitie van GSSP, PETM, Matuyamachron en astronomische tijdschaal (of zo iets). (8p, elk woordje op twee)
  •  
  • 9. Kleine vraagjes over de laatste hoofdstukken. (8p)
  •  
  •  

Structuurchemie

Leerkracht

Richard Hoogenboom

Cursus

Practica

Buis-o-meter

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2016-2017
  •  
  • 1. Mondelinge vraag, 1 uur voorbereiding: Geef de nieuwe structuur als HCl reageert met 1, 4 dimethyl cyclohex-1-een en leg het reactiemechanisme uit. Geef eventuele isomeren. Teken van de bekomen vorm de uiterste vorm in 3D (stoelvorm dus) en de newmanprojectie en leid hieruit af wat het meest stabiel is. (6p)
  •  
  • 2. Geef de hybridisatietoestand van de C en N atomen in CH3CH2NH2 en CH3CN. Teken dit ook
  •  
  • 3. Geef de Fischerprojectie van deze structuur: 1-broom pentan-4-ol
  •  
  • 4. Geef van deze structuur een keten-, structuur- en functionele groep isomeer
  •  
  • 5. Leg aan de hand van de structuur van volgende moleculen het verloop van het kookpunt en het smeltpunt uit.
  •  
  • 6. Leg uit hoe Br2 reageert met deze structuur en geef eventuele isomeren. (Voorbeeld waar Broomgas aanvalt op een dubbele binding)
  •  
  •  
  • Examen 2015-2016
  •  
  • 1. Bespreek aromaciteit van volgende verbindingen (hoofdvraag mondeling)
  •  
  • 2. Hybridisatie geven van C en O atomen / teken orbitalen /leg uit verschil in structuur of vorm
  •  
  • 3. Fischerprojectie 2S/3R + willekeurig diasteriomeer + plaatsisomeer + ketenisomeer + functionele groepisomeer
  •  
  • 4. Boot- en stoel-configuratie van cyclohexaan teken Newmanprojectie en lijnvoorstelling. verklaar stabiliteit en zet op volgorde
  •  
  • 5. Reactie
  •  
  •  
  • Examen 2012-2013 2de zit
  •  
  • 1. a) bespreek de synthese van 2-bromopropaan via een radicalair proces b) bespreek de synthese van 2-bromopropaan via een kationisch proces c) welke van de 2 krijgt je voorkeur
  •  
  • 2. Stereogene C-atomen en hybridisatie aanduiden + 2-pentanon : molecuulorbitalen tekenen en wignotatie
  •  
  • 3. Fisherprojectie van 2,3-pentaaldiol + een diastereomeer, keten,plaats en functionele groep isomeer ervan tekenen
  •  
  • 4. Bespreek de in(stabiliteit) bij cyclobutadieen, cyclohexadieen & cyclooctadieen.
  •  
  • 5. Additie van H2 met 1,3,5-trimethylhexadieen, welke reactieproducten? En geef IUPAC naam.
  •  
  •  
  • Examen 2012-2013 1ste zit
  •  
  • 1. Oxidatie van 1-methyl-1-cyclohexeen met permanganaat: uitleggen (mondeling)
  •  
  • 2. Stereogene C atomen en hybridisatie in molecule aanduiden
  •  
  • 3. Methanolamine: molecuulorbitalen tekenen en wignotatie
  •  
  • 4. Fisherprojectie van 2,3-pentaaldiol + een diastereomeer, keten,plaats en functionele groep isomeer ervan tekenen
  •  
  • 5. Kook-en smelttemperatuur bij alkanen verklaren
  •  
  • 6. 1,3-hexadieen + HX: reactie vervolledigen en uitleggen
  •  
  •  

Wiskunde 3 en geostatistiek

Leerkracht

Christophe Ley

Cursus

Practica

Buis-o-meter

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2017-2018
  •  
  • Statistiek
  •  
  • 1. Vergelijk werking gps met betrouwbaarheidsinterval
  •  
  • 2. Vraag over een test. afleiden welke test je wil gebruiken
  •  
  • 3. H0 en HA uitleggen
  •  
  • 4. Power en p-waarde uitleggen
  •  
  • 5. PCA toegepast op heptathlon, 3 eenheidsmatrices gegeven. Leg uit wat het verband is met de verschillende diciplines, waarom kiezen we 3 componenten.
  •  
  • 6. Basis kansrekening oefening
  •  
  • PC-deel Statistiek gelijkaardig aan voorbeeldexamen gemaakt in de laatste les
  •  
  • Geostatistiek
  •  
  • 1. Voorwaarden kringing
  •  
  • 2. Tekening variogram: leg range, sill en nugget effect uit
  •  
  • 3. C=1-y(h) leg uit waarom dit zo is
  •  
  • 4. Vergelijking voor lambda afleiden (letterlijke afleiding zoals in les)
  •  
  • 5. Berekenen: Z en lambda 1&2
  •  
  • 6. Stel een vergelijking (gegeven). bereken.
  •  
  • Wiskunde 3
  •  
  • 2 oefeningen, kromme en fourrier, zie vorbeeldexamen op Minerva
  •  
  •  
  • Examen 2016-2017 2de zit
  •  
  • Statistiek
  •  
  • 1. Definieer de nulhypothese en de alternatieve hypothese. Geef een voorbeeld uit uw eigen domein.
  •  
  • 2. Leg uit wat de p-waarde is. Wat betekent p = 0.032?
  •  
  • 3. Gegeven : Een 95% betrouwbaarheidsinterval met de lengte = L = 2*1.96*(sigma/sqrt(n)) met n = aantal observaties. Bespreek welke invloed n en sigma hebben op de lengte van het interval. Pas dit toe op een voorbeeld uit de praktijk.
  •  
  • 4. Een grafische voorstelling van PCs. Bespreek.
  •  
  • Oefeningen
  •  
  • 1. Een hypothese over molens met n = 5 en 2 variabelen.
  •  
  • A. Welk soort test zou je gebruiken? Beargumenteer.
  •  
  • B. Beschrijf de Ho en Ha
  •  
  • C. Geef de assumpties voor de test
  •  
  • D. 10% BI : bereken de test statistiek
  •  
  • E. Bereken de p-waarde
  •  
  • F. nog enkele kleine vraagjes
  •  
  • 2. Kansrekenen : basisoefening
  •  
  • Wiskunde 3
  •  
  • 1. Bereken de arbeid van de driehoek met opgegeven hoeken in x-y vlak
  •  
  • 2. Gegeven functie: A. Is deze functie even /oneven /geen van beide? B. Bereken bn >= 1. C. Bepaal het convergentiegebied in 5 verschillende punten.
  •  
  • Geostatistiek
  •  
  • 1. Gegevens over een experimenteel variogram: A. Bereken het relatief nugget effect. B. Bespreek de ruimtelijke structuur.
  •  
  • 2. Wat is Kruis validatie?
  •  
  • PC-deel Statistiek gelijkaardig aan voorbeeldexamen gemaakt in de laatste les
  •  
  •  
  • Examen 2016-2017 1ste zit
  •  
  • Statistiek
  •  
  • 1. Leg uit aan de hand van een tekening wanneer de nulhypothese het snelst verworpen wordt als je vriend een significantieniveau van 0.05 heeft en jij van 0.10. De p-waarde is 0.026 welke van de twee nulhypotheses wordt verworpen.
  •  
  • 2. Leg het begrip Power uit adhv van type I en type II fouten.
  •  
  • 3. PCA
  •  
  • 4. Als je 100 procent van de variantie wilt verklaren hoeveel componenten heb je nodig
  •  
  • 5. Wat is de S en R matrix, wanneer gebruik je wat
  •  
  • 6. De eerste 3 componenten geven 68 procent van de variantie, de eerste 4 geven 75 procent van de variantie en de eerste 5 componenten geven 85 procent van de variantie. Hoeveel componenten kies je
  •  
  • Oefeningen
  •  
  • 1. a) Welke test wordt hier gebruikt. b) Geef de H0 en Ha. c) Hoeveel vrijheidsgraden zijn er en hoe weet je dit. d) Interpreteer de p-waarde
  •  
  • 2. Kansrekenen: gegeven de kans op gebeurtenis 1 en op gebeurtenis 2. Geef de kans van 1 na 2 en van 2 na 1
  •  
  • Wiskunde 3
  •  
  • 1. Bereken de arbeid van de kromme bij een gegeven r(x) en F-veld
  •  
  • 2. Geef de fouriercoefficienten van de reeks en bespreek de convergentie
  •  
  • Geostatistiek
  •  
  • 1. Gegeven een variogram, wat is het best passende model, wat zijn twee oorzaken van dit verschijnsel
  •  
  • 2. Gegeven een A, B en lambda matrix met bepaalde waarden niet ingevuld. Gegeven een tekening met de afstanden tot x0 en een tabel met de semivarianties voor h = 1 tot 9m. Vul de matrix aan en bereken de voorspelde waarde voor x0
  •  
  • PC Practicum: Beschrijvende statistiek, ANOVA en lineaire regressie
  •  
  •  
  • Examen 2015-2016
  •  
  • Statistiek
  •  
  • 1. Waarom hebben we een betrouwbaarheidsinterval nodig, ook al hebben we de geschatte waarde van het gemiddelde en de mediaan?
  •  
  • 2. Leg uit : H0 en HA hypothese?
  •  
  • 3. Je krijgt een oefening met enkele ongekende waarden: Leg uit welk soort toets je zou gebruiken en waarom? Bereken de p - waarde. Beschrijf het 95 % significatie interval
  •  
  • 4. Enkele kleine oefeningen op kansrekenen
  •  
  • 5. Oefening op hypotheses : 2 gegeven testen die je moet vergelijken met elkaar en de waarden verklaren. Welke test van de 2 zou het beste resultaat geven voor de opgave? Vergelijk de p-waarden? Wat kan je zeggen over de p-waarde?
  •  
  • Geostatistiek
  •  
  • 1. Vergelijk het Kriging-algoritme met het algoritme van de inverse afstandsweging voor het punt-interpolatie probleem. Leg het concept uit aan de hand van de berekening van de gewichten van de meetpunten en toon de verschillen tussen de concepten aan
  •  
  • 2. Een toepassing op het punt-kriging systeem: Je krijgt een variogram met de gekende varianties in een tabel weergegeven. Je krijgt ook een grafiek met 4 gekende meetpunten binnen het interpolatievenster en 1 te interpoleren punt op een bepaalde x waarde. Vul de getallen in matrix A en matrix B verder aan (door berekening). De matrix met de gewichten lamda (i) is reeds gegeven. Bereken de geschatte waarde Z*(x0) en de variantie
  •  
  • Wiskunde 3
  •  
  • 1. Bereken de arbeid van Kromme K met r(t) = (cos(pi)t , t^2, sin(pi)t) en een vectorveld (x, y, z) --> (x, y, z)
  •  
  • 2. Gegeven : f(x) = -3/2 als -(pi) < x <= 0 f(x) = 1/2 als 0 < x <= pi met T = 2pi en interval ]-pi , pi] A. Is deze functie even of oneven? B. bereken bn, n >= 1. C. Bepaal de convergentie in de punten -pi, -pi/2, 0, pi/2, pi"
  •  
  •  
  • Examen 2014-2015
  •  
  • Statistiek
  •  
  • 1. Bereken de power
  •  
  • 2. Gegeven: een ingevulde tabel: Bereken de proporties voor dag en nacht personen die tevreden zijn (tevreden > 5)
  •  
  • 3. Je krijgt een tabel met scores die 3 assistenten gegeven hebben. Voer een variantieanalyse uit, hebben alle assistenten even streng verbetert?
  •  
  • Wiskunde 3
  •  
  • 1. F: R² → R²: (x,y) → (y,-x) bereken de arbeid F voor: A. Lijnstuk dat (1,0) en (0,-1) verbindt. B.Driekwart cirkel met r(t) = (cos(t),sin(t)) en t […,…] (interval niet gegeven)
  •  
  • 2. Fourrier: f = 0 als –pi < x < 0 en f = (1/2)cos²(x) als 0 <= x <= pi. A. Bereken bi componenten voor i >=1 (bi formule niet gegeven). B. Convergentie bepalen in –pi, -pi/2, 0, pi/2, pi
  •  
  • Geostatistiek
  •  
  • 1. Waarom is de (populatie)variantie niet genoeg voor de geostatistiek? Beschrijf de component voor autocorrelatie
  •  
  • 2. Wat is het verschil tussen punt- en blokkriging? Beschrijf de component en maak hier een tekening bij
  •  
  •  
  • Examen 2012-2013
  •  
  • Geostatistiek
  •  
  • 1. Geef de 4 verschillende meetschalen en leg uit.
  •  
  • 2. Geef vier eigenschappen van eigenwaarden en eigenvectoren die van belang zijn voor principale componenten analyse.
  •  
  • 3. Leg de 3 parameters van een typisch variogram uit.
  •  
  • 4. Welke aanpassingen gebeuren er bij overgang van punt kriging naar block kriging voor het systeem en de variantie?
  •  
  • 5. T-test of F-test?
  •  
  • 6. Vergelijken van 3 gemiddelden - verhogen van orde in trendoppervlak - significantie van de correlatie - onderzoek van de scheefheid en platheid van een distrubutie
  •  
  • 7. Geef de drie kwadratensommen gebruikt om de significantie van regressie te testen + geef bij elke kwadratensom een grafiek. Hoe bepalen we aan de hand van deze kwadratensommen de determinatiecoefficient en wat geeftdeze weer? Welke termen verschillen tussen een lineair en kwadratisch trendoppervlak? Waarom is R^2 geen goede maatstaaf om verschillende orde trendoppervlakken te vergelijken en wat kunnen we dan wel gebruiken?
  •  
  • Wiskunde 3
  •  
  • 1. Gegeven een vectorveld F (x - z^2, y - x^2, z - y^2). Bereken de arbeid volgens volgende krommen die die punten (0,0,0) en (1,1,1) verbinden: A. de kromme (t, t^2, t^3) voor t [0,1]. B. het lijnstuk dat beide punten verbindt
  •  
  • 2. Een kromme heeft in het interval [-pi, pi] als vergelijking e^x + e^-x. deze heeft een fourierreeks. Bepaal de som van de fourierreeks in de punten -pi, -pi/2, 0, pi/2, pi - is deze functie even of oneven? - bepaal an voor n>=0
  •  
  •  

Analytische chemie

Leerkracht

Mieke Adriaens

Buis-o-meter

  •  
  • TWIEOOS

Fysica 3

Leerkracht

Toon Verstraelen

Cursus

Practica

Buis-o-meter

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2017-2018
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  

Geologie van België

Leerkracht

Stijn Dewaele & Marc De Batist

Werkcolleges

Practica

Buis-o-meter

  •  
  • TWIEOOS
  • Vaak gestelde vragen!
  •  
  • Grote vragen
  •  
  • 1. Bepreek de … (Ieper, Zenne…) Groep.
  •  
  • 2. Bespreek de afzettingen van het Tertiair/Paleogeen.
  •  
  • 3. Bespreek het Onder-Carboon/Onder-Devoon.
  •  
  • 4. Vertel schematisch over het Massief van Brabant.
  •  
  • 5. Geef een overzicht van de afzettingen in het Givetiaan en het Frasniaan.
  •  
  • 6. Bespreek het Famenniaan volledig en geef het verband met de Famenne.
  •  
  • Kleine vragen
  •  
  • 1. Geef de geologie (groepen tot leden, kenmerken en diepte) onder de S8, tot de sokkel.
  •  
  • 2. Duid de plaatsen die het meest seismisch gevoelig zijn aan op een kaart + bespreek.
  •  
  • 3. Wanneer vinden we eolische sedimenten in het Cenozoïcum?
  •  
  • 4. Bespreek de Cu- of de grindontginning.
  •  
  • 5. Bespreek de formatie die vanaf het Romeinse Rijk gebruikt werd als bouwsteen.
  •  
  • 6. Bespreek de geologie van de gasopslagplaats rond Loenhout.
  •  
  • Denkvragen
  •  
  • 1. Dateer en bespreek de situatie aan de hand van een blinde kaart van Europa.
  •  
  • 2. Het Cenozoïcum bestaat uit een afwisseling van subsidentie en opheffing. Vind je dit evenwicht ook terug in de stratigrafie en de eenheden?
  •  
  • 3. Bespreek het verschil tussen de Formatie van Diest en de Formatie van Brussel.
  •  
  • 4. Geef de omstandigheden waardoor grote pakketten krijt afgezet werden in het Boven-Krijt, over grote delen van Europa.
  •  
  • 5. België is gekend voor de typische kalkriffen in het frasniaan en het Dinantiaan. Bespreek diens verschillen en gelijkenissen.
  •  
  • 6. Vergelijk het Fammeniaanbekken en het huidige Zuidelijke Noordzeebekken.
  •  
  • Excursievragen
  •  
  • 1. Bespreek de coupe Halle-Mons.
  •  
  • 2. Bespreek het Dinantiaan langs de Maas.
  •  
  • 3. Bespreek de coupe Tielt-Antwerpen
  •  
  • 4. Bespreek de groeve in Egem/Kruibeke.
  •  
  •  
  • Examen 2017-2018
  •  
  •  
  •  
  •  
  • Examen 2016-2017
  •  
  • Versie 1
  •  
  • 1. Een geoloog van buiten Europa komt op bezoek en wil iets weten over de Caledonische gebergtevorming in België (grote vraag, 40p)
  •  
  • 2. (excursievraag, 25p) maak een schematische doorsnede van Tielt naar Kruibeke. Verklaar de morfologie van het landschap
  •  
  • 3. (denkvraag, 25p) Beschrijf de lithologie onder de s8 tot aan de sokkel (samenstelling, eenheden, dikte, ouderdom,...)
  •  
  • 4. (kleine vraag, 10p) Wat weet je over het conglomeraat van Burnot? Wat is de samenstelling en wat vertelt deze jou als geoloog over de afzettingsomstandigheden?
  •  
  • Versie 2
  •  
  • 1. Bespreek de geomagnetisme geogravematrie in België en wat kunnen we hier uit afleiden, diepe seismiek op MvBrabant (40)
  •  
  • 2. Belgiës Lotharingen leg uit (25)
  •  
  • 3. Verschillen en gelijkenissen tussen de Devoon en Carboon riffen (25)
  •  
  • 4. Hoe is het bekken van Mons ontstaan (10)
  •  
  •  
  • Examen 2015-2016
  •  
  • Versie 1
  •  
  • 1. Grote vraag (40p, Verniers): Bespreek het Midden-Devoon en Frasniaan in België
  •  
  • 2. Kleine vraag (10p, Verniers): Waar komt ons drinkwater vandaan?
  •  
  • 3. Excursievraag (25p, De Batist): Bespreek de groeve in Kruibeke (formatie, leden, ouderdom, lithologie, bandenstructuur verklaren, septaria uitleggen)
  •  
  • 4. Denkvraag (25p, De Batist): Bespreek de geologie onder de S8 vanaf het oppervlak tot op de sokkel (formaties, leden, ouderdom, dikte, samenstelling)
  •  
  • Versie 2
  •  
  • 1. Korte vraag: Bespreek de afzettingsomsomstandigheden,.... van de Iguanodons van Bernissart
  •  
  • 2. Denkvraag: vergelijk de riffen van onder-carboon met frasniaanriffen
  •  
  • 3. Excursievraag: bespreek de excursiepunten in Belgisch Lotharingen
  •  
  • Versie 3
  •  
  • 1. Bespreek Midden-Devoon en Frasniaan volledig (40p)
  •  
  • 2. Van waar komt het drinkwater in Belgie? (10p)
  •  
  • 3. Bespreek de groeve van Kruibeke (die verschillende banden en septaria) (25p)
  •  
  • 4. Wat ligt er onder de S8 (lithologie, ouderdom, dikte...) (25p)
  •  
  •  
  • Examen 2014-2015
  •  
  • Versie 1
  •  
  • 1. Rupelgroep uitleggen (40p)
  •  
  • 2. Ontstaan van bekken van mons (aan wat zien we dit) (10p)
  •  
  • 3. Excursie coupe Halle-Mons (25p)
  •  
  • 4. Vergelijk Famenniaan Zee met huidig Zuidelijk Noordzeebekken (25p)
  •  
  • Versie 2
  •  
  • 1. Leg uit: onder-carboon (40p)
  •  
  • 2. Ontginning van drink- en industriewater (waar, geologie). (10p)
  •  
  • 3. Groeve van Egem uitleggen (excursievraag) (25p)
  •  
  • 4. Leg uit hoe het krijt verspreid is in belgie aan de hand van de 4 grote groepen die er zijn. Wat had daar een invloed op en hoe zie je dit terug in de formaties? (25p)
  •  
  • Versie 3
  •  
  • 1. Excursie Maasvallei (25p)
  •  
  • 2. Door middel van gravimetrie, aeromagnetisme en diep seismische reflectie de opbouw massief van Brabant verklaren (40p)
  •  
  • 3. Verschil Formatie van Brussel en Fm Diest en ontstaan van geulen (25p)
  •  
  • 4. Verschil sedimentatiecyclus massief van brabant, condroz en ardeense massieven (10p)
  •  
  •  
  • Examen 2012-2013
  •  
  • Versie 1
  •  
  • 1. Bespreek het Mioceen (speciale aandacht voor de afzettingsomstandigheden) (40p)
  •  
  • 2. Bespreek de geologie langs de Maas met behulp van de geziene excursiepunten (25p)
  •  
  • 3. Bespreek de gelijkenissen en de verschillen van Caledonische en Variscische orogene (qua tijd, soort vervorming, zones, ...) (25p)
  •  
  • 4. Bespreek de omstandigheden waardoor grote pakketten krijt afgezet werden in het Boven-Krijt, over grote delen van Europa & België (10p)
  •  
  • Versie 2
  •  
  • 1. Bespreek Onder-Devoon, max 4p (40p)
  •  
  • 2. Bespreek de groeve van Kruibeke (excursievraag) (25p)
  •  
  • 3. Bespreek de formaties onder de S8 tot aan de sokkel (25p)
  •  
  • 4. Bespreek de ontginning van drink-en industriewater (10p)
  •  
  •  

Geologische kartering A

Leerkracht

Marc De Batist & Stijn De Waele

Cursus

Practica

Buis-o-meter

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2017-2018
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  

Inleiding topografie en geografische informatiesystemen

Leerkracht

Alain De Wulf, Philippe De Maeyer & Nico Van de Weghe

Cursus

Practica

Buis-o-meter

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2016-2017
  •  
  • 1. Wat is topologie en waarvoor is het belangrijk voor een gis?
  •  
  • 2. Leg modifiable areal unit problem uit
  •  
  • 3. Wat is een high-pass filter?
  •  
  • 4. Leg uit hoe men van de werkelijkheid tot een fysisch gegevensmodel geraakt
  •  
  • 5. Wat is de mercatorprojectie en wat zijn zijn eigenschappen?
  •  
  • 6. Wat is een loxodrome en orthodrome en hoe zien deze eruit op een mercatorprojectie?
  •  
  • 7. Een geoloog in verre kontrijen komt wel eens een andere mercatorprojectie tegen. Welke en wat is de oorsprong en de eigenschappen?
  •  
  • 8. Areaalkaart van ertsen. Welke grafische variabelen kan men gebruiken om de verspreiding van de ertsen aan te duiden?
  •  
  • 9. Geef de basisformule voor het hoogteverschil bij waterpassing (+tekening en aardkrommingscorrectie)
  •  
  • 10. Voor wat zou je gnss gebruiken boven een totaalstation en omgekeerd?
  •  
  • 11. Wat kan je gebruiken om een afstand van 200m te meten met een precisie van 2mm, ga na voor elke methode.
  •  
  •  
  • Examen 2014-2015
  •  
  • 1. Bespreek het verschil tussen VectorGIS en RasterGIS (max. 2 pagina’s)
  •  
  • 2. Wat is kaartalgebra? (max. 2 pagina’s)
  •  
  • 3. Zijn de fouten bij EDM (elektromagnetische afstandsmeting) constant, nemen ze lineair of kwadratisch toe bij een toenemende afstand? Verklaar.
  •  
  • 4. 4 woordjes GIS uitleggen: lossy compression, NGI, sliver, voxel
  •  
  • 5. Zet 6 dmgon om in a) mil en b) minuten. Als de standaardafwijking van een totaalstation 5” is, wat is dan de laterale afstandsfout over een viseerafstand over 100m?
  •  
  • 6. Een afstandsmeting over 200m meten met 3mm nauwkeurigheid, welke methoden ken je en welke komen hier in aanmerking? Verklaar.
  •  
  • 7. Bespreek de geologische kaarten van België (Wallonië en Vlaanderen) met semiologie.
  •  
  • 8. Leg het begrip cartografisch systeem uit aan de hand van Lambert72 en Lambert 2008.
  •  
  •  
  • Examen 2012-2013
  •  
  • 1. Bespreek 2 methodes van hoe de verspreiding van sinkholes voorkomt rond het centrum van Hillsburough
  •  
  • 2. 2 foto’s. Welke techniek wordt gebruikt? (filter)
  •  
  • 3. Bespreek 2 methoden van datacompressie (en toon aan bij welke de techniek het makkelijkst toegepast kan worden (2 foto’s worden gegeven))
  •  
  • 4. 2 projecties weergeven: a) Bespreek zo ver mogelijk / b) Leid de formule af / c) Teken hoe deze tot stand komt/ d) vervormingseigenschappen / e) indicatrix van Tissot (tekenen op projectie & vorming) / f) ? /g) Wat is het verband tussen beide projecties?
  •  
  • 5. Bespreek het kleurengebruik van de geologische kaarten (Vlaanderen en Wallonië) in functie van de semiologische betekenis.
  •  
  • 6. Bespreek de fouten op elektro-magnetische afstandsmeting.
  •  
  • 7. Een hoogtemeting op 500 meter afstand, met een hoogteverschil van 50 meter. Welke soort methode(n) raad je aan?
  •  
  •  
  • Examen 2010-2011
  •  
  • 1. Welke fouten hebben betrekking tot het materiaal van de meetband
  •  
  • 2. Is hydrostatische of trigonometrische hoogtemeting het nauwkeurigst? Leg uit+ motiveer
  •  
  • 3. Hoe werkt elektro optische ... met een totaalstation
  •  
  • 4. Bespreek geocodering versus georefereren
  •  
  • 5. Coordinaten: Bespreek UTM. Bespreek Lambert 72 en 08. Leg uit waarom men deze overgang (72 naar 08) heeft doorgevoerd
  •  
  • 6. Wat is een filter in GIS: Bespreek een filter zijn werkingsmechanisme (juist terminologie gebruiken). Werk een concreet vb uit met toepassing op een high pass filter (een vraag over filters en Lambert zijn al 3 jaar na elkaar voorgekomen)
  •  
  •  
  • Algemene vragen
  •  
  • topografie
  •  
  • 1. Bespreek de fouten bij waterpassing
  •  
  • 2. Bespreek de fouten bij trigonometrische hoogtemeting
  •  
  • 3. Bespreek de richtnauwkeurigheid van een kijker
  •  
  • 4. Reken om tussen hoekeenheden (bvb.: hoeveel seconden is een hoek van 1 mil?)
  •  
  • 5. Bespreek de fouten bij rechtstreekse afstandsmeting
  •  
  • 6. Bespreek het principe van satellietplaatsbepaling
  •  
  • 7. Bespreek de collimatorkijker
  •  
  • 8. Bespreek het omkeerprisma van Wild
  •  
  • 9. Bespreek de stadimetrische afstandsmeting volledig
  •  
  • 10. Geef de basisformule voor hoogteverschilberekening door waterpassing (+fig)
  •  
  • 11. Geef deze voor hoogteverschilberekening door trigonometrische hoogtemeting (+fig.)
  •  
  • 12. Pas de basisformule voor waterpassing aan voor controle van vlakheid van plafonds
  •  
  • 13. Geef de principes van electro-magnetische afstandsmeting (EDM)
  •  
  • 14. Bespreek de fouten bij EDM
  •  
  • 15. Geef en bespreek de soorten rechtstreekse afstandsmeting
  •  
  • 16. Hoe kan het “benaderend” richten worden uitgevoerd
  •  
  • 17. Wat zijn de gebruikte hoekeenheden in de topografie
  •  
  • 18. Hoe werkt autofocus bij topografische instrumenten?
  •  
  • 19. Welke methoden van absolute hoogtebepaling bestaan er?
  •  
  • 20. Welke methoden van relatieve (=differentiële) hoogtebepaling bestaan er?
  •  
  • 21. Wat is een alignementsfout bij EDM?
  •  
  • 22. Wat is een alignementsfout bij rechtstreekse afstandsmeting?
  •  
  • 23. Hoe werkt reflectorloze EDM?
  •  
  • 24. Wat is het verschil tussen nauwkeurigheid en precisie?
  •  
  • 25. Afstand “x”m moet gemeten met nauwkeurigheid “y”cm.Welke methoden gebruik je?
  •  
  • 26. Wat is het verschil tussen geodesie en topografie?
  •  
  • 27. Is iets van “x” m diameter op afstand “y” m zichtbaar met het oog of een kijker?
  •  
  • 28. Wat is het minimum aantal satellieten nodig voor GPS en waarom?
  •  
  • 29. Hoe controleer je een buisniveau? Hoe meet je de helling van een quasi-horizontaal vlak?
  •  
  • 30. Wat zijn de opstellingseisen voor een theodoliet?
  •  
  • GIS
  •  
  • 1. Bespreek Slivers – AGIV – NAA – Zonering/Segmentatie – Metadata - Tiling
  •  
  • 2. Bespreek de diverse schalen in een GIS
  •  
  • 3. Bespreek het verschil en de gelijkenissen tussen geocoding en georeferentie
  •  
  • 4. Hoe worden geografische oppervlakken opgeslaan?
  •  
  • 5. Wat bereik je met een low-passfilter?
  •  
  • 6. Bespreek de verschillen tussen vector- en rastergis
  •  
  •  

Structurele geologie met geologische kaartoefeningen

Leerkracht

Marc De Batist

Cursus

Practica

Buis-o-meter

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2016-2017
  •  
  • 1. Bespreek secundaire folliatie: types/ vormingsomstandigheden. (30p)
  •  
  • 2. Welk vlak is weergegeven op het stereoplot, meerkeuze uit 4 notaties. Eventueel argumenteren. (30p)
  •  
  • 3. Woordjes (40p): Bèta-diagram, breukpoeder, slickenlines, plooiattitude, mullions, buckling, S-C-structuren, crenulatiesplijting, diaklaas
  •  
  •  
  • Examen 2014-2015
  •  
  • 1. Definities : Kataklasiet, Buckling, Spanning, Overschuiving, Splijtingsrefractie, gesteenmaaksel, flinn diagram, bisk constructie
  •  
  • 2. Vervolledigen van een coupe waarvan soms splijting en gelaagdheid gegeven waren in sommige punten
  •  
  • 3. Relatieve chronologie van afzetting bepalen
  •  
  • 4. Bespreek diaklazen
  •  
  • 5. Geef de kwantitatieve vervorming (+ 3 voorbeelden)
  •  
  • 6. Stereoplot
  •  
  •  
  • Examen 2012-2013 (Prof. Verniers)
  •  
  • 1. Bespreek structurele geologie van België (40p)
  •  
  • 2. Hoe bereken je de décollement bij plat en vlak breuk? (10p)
  •  
  • 3. Bespreek shear bij brittle en ductile gesteenten (bij kneedbaar-breekbaar gedrag) (15p)
  •  
  • 4. Bespreek de rheologie in functie van vervormingssnelheid, temperatuur en compressie /extensie. (15p)
  •  
  • 5. Stereoplot (20p)
  •  
  •  
  • Examen 2010-2011 (Prof. Verniers)
  •  
  • 1. Bespreek schematisch de structurele geologie van België (2 à 3 paginas) aan de hand van observaties, geziene structuren op excursies, vb uit de cursus en geef bewijzen! Geen afzettingsgeschiedenis geven van België. Informatie uit verschillende vakken halen ( dus hij bedoelt geologie van belgie (40p) komt elk jaar terug
  •  
  • 2. Geef 3 vb van hoe je plastische gesteente kunt kwantificeren (oriëntatie en grootte) (10p)
  •  
  • 3. Bespreek de diaklazen (20p)
  •  
  • 4. Bespreek de rheologie in functie van .... (10p)
  •  
  • 5. Stereoplot (plotten, plooias, soort plooi, relatie s0/s1, antiform of synform en waarom) (20%)
  •  
  •  

Bachelor - Jaar 3

Dierenpaleontologie

Leerkracht

Tijs Vandenbroucke

Cursus

Werkcolleges

Practica

Buis-o-meter

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2017-2018
  •  
  •  

Geofysica

Leerkracht

Marc De Batist & David Van Rooij

Cursus

Werkcolleges

Practica

Opmerkingen

Buis-o-meter

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2017-2018
  •  
  • Partim De Batist
  •  
  • 1. Bespreek precessie van de rotatieas van de aarde en precessie van de baan van de aarde om de zon. Geef de verschillen van hun oorzaak en hun effect. (5p)
  •  
  • 2. Gegeven een diagram van spreidingsrug (net zoals cursus). Geef de correcte strandbaldiagrammen en bespreek kort. (5p)
  •  
  • Partim Van Rooij
  •  
  • 1. Woordjes: M0, karakteristieke diffusiviteitsafstand, impedantie, tesserale harmonieken. (4p)
  •  
  • 2. Wat veroorzaakt een afname van amplitude en energie in een golf en leg uit. (3p)
  •  
  • 3. Wat is isostatie, geef de modellen (+bespreek) en wat zijn isostatische anomalien. (3p)
  •  
  •  
  • Examen 2016-2017 2de zit
  •  
  • Partim De Batist
  •  
  • 1. Bespreek de 4 mogelijke oorzaken voor de seculiere afname van de aardrotatiesnelheid. Welke zijn op termijn de effecten hiervan?
  •  
  • 2. Paleomagnetisme : Geef de definities van thermoremanente magnetisatie, PTRM, relaxatietijd en bespreek welke stappen je uitvoert om de primaire remanentie magnetisatie van een basalt te bepalen
  •  
  • Partim Van Rooij
  •  
  • 1. Woordjes :Wet van Fourier, MSK schaal, diffusie afstand, tektonothermale ouderdom
  •  
  • 2. Geef de soorten correcties die moeten worden toegepast na een gravimetrische meting en leg uit hoe ze bepaald worden.
  •  
  • 3. Waarvoor ontstaan amplitude - en energieverlies bij een elastische golf?
  •  
  •  
  • Examen 2016-2017
  •  
  • 1. Variaties in aardmagnetisch veld, verschil met zwaartekrachtveld + hoe rekening houden bij prospectie
  •  
  • 2. Kaartje met breuken en strandbaldiagrammen: bespreken, hoe orientatie en verschuivingsrichting bepalen
  •  
  • 3. Geoide theoretisch bepalen adhv gravitatieversnelling en gravitatiepotentiaal
  •  
  • 4. Woordjes: methode van hammer, curve van Parson, amplitude en fazenspectra, kwaliteitsfactor Q
  •  
  • 5. De verschillende schalen voor sterkte van aardbevingen, op wat zijn ze gebaseerd en hoe kan je ze meten?
  •  
  •  
  • Examen 2015-2016
  •  
  • Partim De Batist
  •  
  • 1. Bespreek de 4 mogelijke oorzaken voor de seculiere afname van de aardrotatiesnelheid. Welke zijn op termijn de effecten hiervan? (5p)
  •  
  • 2. Haardmechanismen (5p): Hoe bepaalt men de locatie van de aardbevingshaard, en het haardmechanisme? Hoe gebeurt de constructie van een strandbaldiagram? Schets dit voor een normale (dip-slip) breuk met strekking N45°E en helling 80°E.
  •  
  • Partim Van Rooij
  •  
  • 1. Woordjes: Schaal van Mercalli, Bandbreedte versus signaallengte, geassocieerde veeltermen van Legendre, sferische divergentie. (4p)
  •  
  • 2. Bespreek isostasie. Welke modellen zijn er, wat zijn de gevolgen? Welke zijn de gravimetrische toepassingen? (3p)
  •  
  • 3. Bereken de eendimensionale tijdsafhankelijke warmtestroom. Hoe wordt dit toegepast in het koelingsprofiel van een oceanische lithosfeerplaat? (3p)
  •  
  •  
  • Examen 2013-2014
  •  
  • 1. Bespreek de Chandler Wobble beweging of vrije nutatie. Oorzaken?
  •  
  • 2. Strandbaldiagrammen bespreken op een geologisch kaartje (roermond), welke richting?
  •  
  • 3. 4 woordjes : - geassocieerde veeltermen van Legendre, astatsische gravimeter, akoestische impedantie, sferische divergentie
  •  
  • 4. Bespreek isostasie, welke gevolgen? En hoe bespreek je dit in een gravimetrische context?
  •  
  • 5. Bereken de afgeleiding voor warmtegelieding in ééndimensionale, tijdsafhankelijke stroom + Hoe toepassen op koelingsprofiel van lithosferische oceaanplaat?
  •  
  •  
  • Examen 2012-2013
  •  
  • Partim De Batist
  •  
  • 1. Geef de variaties van het aardmagnetisch veld in de tijd. Wat is het verschil met deze van het gravitatieveld en hoe moet men daarmee rekening houden bij prospectie?
  •  
  • 2. Figuur waar de strandbaldiagrammen moeten getekend worden (5x) en uitleg erbij.
  •  
  • Partim Van Rooij
  •  
  • 1. Woordjes: MSK-schaal, isostatisch overcompensatie, fouriertransformatie, elasticiteitsmoduli
  •  
  • 2. Eendimensionale tijdsafhankelijke stroming voor warmtegeleiding en wat is het geodynamisch nut ervan
  •  
  • 3. Afleiden van de eendimensionale golfvergelijking en hoe komt men daarna aan het begrip seismische snelheid?
  •  
  •  
  • Oudere Vragen
  •  
  • Bespreek “elastic rebound”
  •  
  • Bespreek geoïdeanomalieën
  •  
  • Bespreek stick-slip
  •  
  • Bespreek de aardse bewegingen voor een waarnemer buiten de aarde
  •  
  • Bespreek het Vening-Meinesz-model
  •  
  • Woordjes : lithosfeer, Bouguer-correctie, Hobble-constante, diamagnetisme, excentriciteit, Chandler Wobble, vrije-luchtanomalie, Jeffrey’s-Bullen, Milankovich, ...
  •  
  • De stappen in de afleiding van de vergelijking van Parson & Sclater kort beschrijven (engelse tekst gegeven)
  •  
  • Geef de variasties van het aardmagnetisch veld in de tijd. Wat is het verschil met deze van het gravitatieveld en hoe moet men daarmee rekening houden bij prospectie?
  •  
  • Geef en bespreek alle stappen van het opstellen van een voetbaldiagram
  •  
  • Hoe werkt een seismometer? Wat is een bouger anomalie en hoe komt men daartoe, vanaf de veldmetingen? Wat voor een bougueranomalie krijg je onder de Alpen en onder Scandinavie, en waarom?
  •  
  • Hoe verloopt de thermische flux in de oceaanbodem? Wat heeft men opgemerkt ivm de thermische flux aan spreidingsassen? Hoe bepaal je daar de thermische flux?
  •  
  • Afleiden van de eendimensionale golfvergelijking en hoe komt men daarna aan het begrip seismische snelheid?
  •  
  •  

Hydrogeologie

Leerkracht

Thomas Hermans

Werkcolleges

Practica

Buis-o-meter

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2017-2018
  •  
  • Theorie
  •  
  • 1. 10 juist/fout vragen (bvb: Een siltlaag van 10m is een ideale aquifer. In een confined aquifer is de hydraulic head hoger dan de bovenkant van de aquifer.)
  •  
  • 2. Afleiding van de formule van de hydraulische conductiviteit (formule gegeven) bij een confined
  •  
  • 3. Geef de drie hoofdprocessen van mass solute transport. Leg ze uit en geef de formules
  •  
  • Denkvragen
  •  
  • 1. Gegeven de hydraulische conductiviteit K bij a) een slugtest bij temperatuur 12 graden, b) een slugtest bij temperatuur 35 graden en c) bij een pumpingtest. Leg de verschillende testen uit en waarom de K-waardes zo variëren
  •  
  • 2. Een punctuated spill met hogere densiteit dan water boven een unconfined aquifer die licht afloopt naar rechts naar een rivier. Links staat een pumping well voor drinkwater met de cone of influence verder dan het diepste punt van de aquifer. Beschrijf de flow van de pollutant. Hoeveel controleputten heb je minimaal nodig om deze verontreiniging te monitoren?
  •  
  • Oefeningen
  •  
  • 1. Gegeven de gemeten stijghoogtes in een pumping well, en twee controleputten, met telkens twee meettijden. Bij de tweede meettijd veranderd de dichtheid van 1000 naar 1025. Bereken de freshwater hydraulic head en teken de waterflow op piezometric map
  •  
  • 2. Karakteristieken van Boom formatie gegeven (effectieve porositeit, etc... geen formules), bereken de K waarde, bereken de REV van de laag met hydraulic head difference 7m over 2km. Is de werkelijke snelheid van een deeltje sneller of trager?
  •  
  • 3. Chemische analyse van een waterstaal gegeven, bereken de ionic balance error en interpreteer de waarde + plot in Pipper diagram en geef de watersoort.
  •  
  •  

Petrologie van de kristalijne gesteenten

Leerkracht

Stijn De Waele

Cursus

Practica

Buis-o-meter

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2017-2018
  •  
  • Theorie (14p)
  •  
  • 1. Woordjes: ASI, orthocumulaat, kalkalkalische trend, adiabatische decompressie, ringwoodiet
  •  
  • 2.Leg uit REE en geef elementen met afkortingen, eventueel enkele diagrammen om je antwoord te schetsen
  •  
  • 3. Beschrijf subductiemagmatisme en bespreek de K-trend
  •  
  • 4. Bespreek de twee manieren hoe granitische magma's gevormd worden en bespreek de gevormde mineralogie
  •  
  • 5. Oefening op metamorfe reacties. Gegeven de geochemische tabel met gewichtsprocenten van de oxides van een basaltisch gesteente, het periodiek systeem en ACF-diagrammen van het groenschist-, amfiboliet en granulietfacies. Als het gesteente in het granulietfacies terechtkomt, welke mineraalassemblage kan je verwachten en geef de reacties. (plot het gesteente in het diagram). Geef de naam van de gegeven diagrammen en verklaar de drie eindleden en geef de mineraalreacties hoe deze mineralen vormen. Wat als het gesteente maar tot in het amfiboliet geraakt, bespreek mineralogie (verschillende mineraalassemblages mogelijk?) en mineraalreacties
  •  
  • Practicum (6p)
  •  
  • 1. Beschrijf twee slijpplaatjes (mineralogie, geodynamische context, textuur..) (4p)
  •  
  • 2. Mondelinge bespreking van een gesteente bij de prof (2p)
  •  
  •  

Programmeren

Leerkracht

Peter Dawyndt

Cursus

Practica

Buis-o-meter

  •  
  • TWIEOOS
  • 3 Oefeningen, 1 op loops, 1 op tekstbestanden en 1 op klassen
  •  
  •  

Sedimentaire geochemie

Leerkracht

Sebastien Bertrand

Cursus

Practica

Buis-o-meter

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2017-2018
  •  
  • 1. a. Wat zijn de bronnen van het Cl in het oceaanwater? b. Hoeveel bedraagt de gemiddelde concentratie van opgelost Cl in ppm in de oceaan? c. Hoe is de concentratie in vergelijking met de andere opgeloste elementen? d. Wat is de variatie van de concentratie doorheen de waterkolom?
  •  
  • 2. Gegeven: Een bodemprofiel met onderaan graniet. Duidt de trend aan van de concentratie Ti, Na, Al en de CIA en schrijf op de x-assen de benaderende waarden.
  •  
  • 3. Leg uit welke monstervoorbereiding en welke techniek je zou gebruiken om: a. Al-concentratie te bepalen in rivierwaterstalen, b. de CIA waarden te berekenen van bodemmonsters vanuit de hele wereld.
  •  
  • 4. Wat is het verband met de ∂13C van het atmosferisch CO2 en de verbranding van fossiele brandstoffen?
  •  
  • 5. Pb-vervuiling in de atmosfeer: welke geologische archieven kunnen gebruikt worden en waarop moet je letten bij elk van hen.
  •  
  • 6. Welke methode zou je gebruiken en wat zou je meten in meersedimenten om de invloed van C3 en C4 planten te weten? Wat zegt dit over het klimaat?
  •  
  • 7. Oefening: Gegeven twee stalen van oceaanwater en drie mogelijke bronnen met hun ∂13C- en ∂15N-waarden, ook een tekening van de kustlijn met de plaats waar de stalen genomen zijn. Bereken voor elke locatie de invloed van elke bron. Waarom zijn er verschillen tussen beide locaties?
  •  
  •  

Bachelorproject

Leerkracht

David Van Rooij

Buis-o-meter

  •  
  • TWIEOOS

Geologische kartering B

Leerkracht

Stijn De Waele

Cursus

Practica

Buis-o-meter

  •  
  • TWIEOOS

Isotopengeologie

Leerkracht

Johan De Grave

Werkcolleges

Practica

Buis-o-meter

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2016-2017 2de zit
  •  
  • Partim De Grave
  •  
  • 1. Bespreek Holmes-Houtermans + figuur, en hoe kan men hiervan de ouderdom van de aarde mee bepalen?
  •  
  • 2. Bespreek Concordiadiagram
  •  
  • 3. 4 woordjes: isotopendilutie, Sr geochemie in carbonaten, J-factor en crustale verblijfsouderdom
  •  
  • Partim Bertrand
  •  
  • 1. De δ13C = -13‰ in de maag van een fossiele herbivoor. In welk klimaat leefde dit fossiel en hoe weet je dat?
  •  
  • 2. Gegeven de fractienatie factor-temperatuur grafiek, wat is de δ18O van de lucht bij 30 graden celcius als de δ18O van water is gelijk aan nul?
  •  
  • 3. In een gebied komt water van gletsjers (δ18O = -30‰) en oceaanwater (δ18O = 2‰) wat is de relatieve aandeel van smeltwater en oceaanwater in het gebied in de winter (δ18O = -26‰) en in de zomer (δ18O = -6‰)? Wat zorgt voor dit seizoenaal verschil?
  •  
  • Oefeningen
  •  
  • 1. Plagioklaas en pyroxeen van 2 maanbasalten geanalyseerd. 147Sm/144Nd en 143Nd/144Nd gegeven van alle vier. Basalt 1: plagioklaas: 147Sm/144Nd = 0.1685 en 143Nd/144Nd = 0.511092, pyroxeen: 147Sm/144Nd = 0.2434 en 143Nd/144Nd = 0.513027, Basalt 2: plagioklaas: 147Sm/144Nd = 0.1727 en 143Nd/144Nd = 0.512365, pyroxeen: 147Sm/144Nd = en 143Nd/144Nd. Als je mag aannemen dat het brongesteente voor beide de maanmantel was, waarvan mer verondersteld dat hij een uniforme samenstelling heeft, welke was dan de 143Nd/144Nd verhouding in deze mantel bij het ontstaan van de maan 4.6Ga? Hoe verhoudt deze waarde zich tot de verhouding aanwezig in de primaire aarde?
  •  
  • 2. De huidige Th/U van de aardkorst bedraagt 3.80 (berekend uit concentratie in ppm). Welke was deze verhouding 4.0 Ga? (gebruik atoommassa's uit repertorium)
  •  
  •  
  • Examen 2015-2016
  •  
  • Partim De Grave
  •  
  • 1. Bespreek Holmes-Houtermans (+ figuur)
  •  
  • 2. Bespreek Concordiadiagram
  •  
  • 3. 4 woordjes (in 10lijnen uitleggen+afleiding/figuren): Isotopendilutie, Sr geochemie in carbonaten, J-factor, Crustale verblijfsouderdom
  •  
  • 4. Mondeling een figuur uitleggen
  •  
  • Partim Bertrand
  •  
  • 1. Evolutie 13C in atmosferisch CO2 bespreken: gestegen of gedaald? Welk geologisch archief kan je hierbij het beste gebruiken?
  •  
  • 2. Terrestrisch fossiel met 12promille aan stikstofisotoop, herbivoor of carnivoor?
  •  
  • 3. Exercise: Grafiek en N isotopen over zomer en winter gegeven, wat is het relatieve aandeel van mariene en terrestrische invloed? Wanneer valt het regenseizoen?
  •  
  • Oefeningen
  •  
  • 1. Plagioklaas en pyroxeen van 2 maanbasalten (neem aan van uniforme maanmantel) geanalyseerd. 147Sm/144Nd en 143Nd/144Nd gegeven van alle vier. Wat is de Nd/Nd waarde bij de vorming van de maan 4.0 Ga geleden? Wat is de verhouding van deze waarde met de Nd/Nd verhouding van de primitieve aarde?
  •  
  • 2. Th/U = 3,8. Wat is deze verhouding 4.0 Ga geleden?
  •  
  •  

Mariene geologie

Leerkracht

David Van Rooij

Cursus

Practica

Buis-o-meter

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2016-2017
  •  
  • 1. 2 begrippen mondeling uitleggen + tekening maken (3p)
  •  
  • 2. Welke observaties hebben tot het onderscheid tussen snelle en trage spreidingsassen geleidt + welke modellen komen hieruit tot stand? (6p)
  •  
  • 3. Leg de afkoeling tijdens het Cenozoïcum in chronologische volgorde uit (3p)
  •  
  • 4. Men wil turbines installeren om energie op te wekken door bodemstromingen in de Cycladen (Griekenland), met welke technologie en methoden zou je dit oplossen? (3p) (de laatste 5 punten van de 20 zijn een presentatie en literatuurstudie van tijdens het jaar)
  •  
  •  
  • Examen 2013-2014
  •  
  • 1. De structuur textuur en de geochemie van de oceanische lithosfeer laat ons toe om snelle van trage spreidingruggen te onderscheiden. Bespreek welke verschillende observaties hiertoe geleid hebben evenals de huidige modellen die uit deze observaties zijn afgeleid (5p)
  •  
  • 2. Verklaar volgende begrippen (bondig maar zo volledig mogelijk) : pockmarks, sapropel, HMS Challenger, CCD, mud breccia, serpentinisatie (6p)
  •  
  • 3. A. Gashydraten: wat zijn ze en onder welke omstandigheden komen ze voor? B. hoe worden ze herkend op een seismisch profiel C. welke risico's houden ze in? (4p)
  •  
  • 4. Een vliegtuig is neergestort in de Middelandse Zee. Men wil rap de black box recupereren. Je hebt 10 dagen en onbeperkte middelen en toegang tot alle mogelijke methodes. Aan de hand van welke methodes/bemonstering onderzoek je het gebied. Geef je volgorde en leg uit waarom. (3p)
  •  
  •  
  • Examen 2012-2013
  •  
  • 1. Bespreek passieve en actieve continentale randen
  •  
  • 2. Gashydraten: wat zijn ze, hoe worden ze herkend op een seismisch profiel, welke risico's houden ze in?
  •  
  • 3. Je krijgt een ctd profiel dat je moet bespreken: welke watermassa's zijn aanwezig, bespreek hun circulatie
  •  
  • 4. Begrippen (een tiental): OSC, HOT, lysocline, black shales,...
  •  
  •  
  • Examen 2011-2012
  •  
  • 1. De structuur textuur en de geochemie van de oceanische lithosfeer laat ons toe om snelle van trage spreidingruggen te onderscheiden. Bespreek welke verschillende observaties hiertoe geleid hebben evenals de huidige modellen die uit deze observaties zijn afgeleid (5p)
  •  
  • 2. Verklaar volgende begrippen (bondig maar zo volledig mogelijk): Black smokers, Black shales, Passaat winden, Sediment drifts, Messiniaan crisis, Silica switch (6p)
  •  
  • 3. Bespreek oorzaak engevolgen van het panama effect (schematisch en niet in volzinnen) (3p)
  •  
  • 4. De Belgica moet onderzoek doen (biologisch en geofysisch) naar een onbekende canyon in portugal. Je hebt 20 dagen en onbeperkte middelen en toegang tot alle mogelijke methodes. Aan de hand van welke methodes/bemonstering onderzoek je het gebied. Geef je volgorde en leg uit waarom (2p)
  •  
  • 5. Gegeven CTD profiel in het N van de golf van Biskaje tot 1200m diep. Bespreek de vorm van de curves, geef fe aanwzeige watermassas + hun circulatie, genenese en ontstaansgebied. Verklaar ook het turbidity verloop (4p)
  •  
  •  
  • Oudere vragen
  •  
  • 1. Hoe beïnvloed de sterkte van de lithosfeer het verloop van de rift tot spreiding aan passieve continentale randen? Interpreteer met deze achtergrond de gegeven profielen (zelfde als in les)
  •  
  • 2. Gegeven is de situatie van de Middellandse Zee van *periode* tot *periode*. Beschrijf de grote veranderingen in dit bekken in de loop van de geschiedenis, maak eventueel schetsen
  •  
  • 3. De Belgica komt net terug van een expeditie in de Golf van Biscaye en heeft daar een sonde neergelaten tot 5000 meter diepte. Welke watereenheden zijn daar te vinden in de diepte, waar ligt hun oorsprongsgebied, hoe worden ze gevorm en wat is hun hoofdstromingsrichting?
  •  
  • 4. Woorden uitleggen in twee regels: SST - Lysocline - Ekmanspiraal - Contouriet - Debris flow – Pycnocline
  •  
  • 5. Wat was de betekenis van de expeditie van de Challenger en geef enkele belangrijke resultaten
  •  
  • 6. Bespreek FZ, Hoe ontstaan ze, wat voor gevolg hebben ze voor het reliëf van een spreidingsas
  •  
  • 7. Een seismogram van décollement aan een accretiewig dat je moet interpreteren (staat ook in cursus)
  •  
  • 8. Wat is MOW? Wanneer en hoe is deze stroming ontstaan? Wat zijn de brongebieden van de MOW? Schets de verspreiding van de MOW
  •  
  • 9. Je krijgt een zuurstofisotopen curve, diegene die gaat van nu tot ongeveer 5Ma terug. Je moet de curve uitleggen en de belangrijke veranderingen in de evolutie van het Atlantisch bekken gedurende die periode
  •  
  •  

Teledetectie

Leerkracht

Rudi Goossens

Cursus

Practica

Buis-o-meter

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2017-2018
  •  
  • Partim Walraevens
  •  
  • Schriftelijk en mondelinge toelichting beide vragen.
  •  
  • 1. bespreek de elementen die gebruikt worden voor luchtfoto-interpretatie.
  •  
  • 2. bespreek de geologische structuur van op de drie stereoparen vanachter in het lokaal.
  •  
  • Partim Goossens
  •  
  • 1. 10 woordjes: Stereomodel, thermisch licht, FCC, NDVI, ASTER, vliegbasis, omega, multispectrale benadering, spatiale resolutie en nog eentje.
  •  
  • 2. Bespreek waarom hoogtebepaling afhangt van de vlieghoogte en de vliegbasis. (Geef de figuur)
  •  
  • 3. Bespreek de drie algoritmen bij gesuperviseerde beeldclassificatie.
  •  
  •  
  • Examen 2016-2017
  •  
  • Versie 1
  •  
  • Partim Walraevens
  •  
  • 1. Geef alle lijnpatronen en hoe interpreteren we die (dat is dus alles dat op een lijn trekt... van diaklazen en breuken tot plooien en lagen)
  •  
  • 2. Bespreek de hoofdkenmerken voor het determineren van de grote groepen van vaste sedimentaire gesteenten
  •  
  • 3. Luchtfoto bespreken (welk gesteente, welke structuren, drainagepatroon)
  •  
  • Partim Goossens
  •  
  • 1. Woordjes bespreken: Stereomodel, thermisch licht, FCC, NDVI, ASTER, vliegbasis, omega, multispectrale benadering, spatiale resolutie
  •  
  • 2. Wat is de invloed van vlieghoogte en vliegbasis op de parallax (figuur tekenen)
  •  
  • 3. Wat zijn de drie algoritmen bij gesuperviseerde beeldclassificatie (box-classification, shortest distance to mean en max likelihood methode), en welkeen heb je een voorkeur voor (de laaste)
  •  
  • Versie 2
  •  
  • Partim Walraevens
  •  
  • 1. Bespreek de hoofdkenmerken voor het determineren van de grote groepen van vaste sedimentaire gesteenten
  •  
  • 2. Bespreek hoe lijnen op een luchtfoto kunnen geïnterpreteerd worden
  •  
  • 3. Achter in het lokaal stonden er stereografen met allemaal dezelfde foto, een voor een moesten er mensen daar naartoe gaan. Welke gesteenten komen er voor op je luchtfoto? Welke structuren zie je, bespreek kort. Bespreek het hydrolisch net
  •  
  • Partim Goossens
  •  
  • 1. 10 woordjes: Terminale golflengte, omega, multispectrale benadering, FCC, vliegbasis, grondresolutie, ...
  •  
  • 2. Bespreek hoe de vliegbasis en de vlieghoogte de parallax bepalen? (met tekening)
  •  
  • 3. Bespreek kort de 3 logaritmische benaderingen voor classificatie
  •  
  •  
  • Oudere vragen
  •  
  • Bespreek de hoofdkenmerken voor het determineren van de grote groepen van vaste sedimentaire gesteenten
  •  
  • Luchtfoto bespreken zoals tijdens de practica (alles aanduiden etc) en mondeling uitleggen
  •  
  • 20 woordjes : TIR licht, homoloog punt, kappa, vliegbasis, multispectrale benadering, thermale golflengte, feature space, maximum likeyhood methode, .stereomodel,...
  •  
  • Bespreek kort de eigenschappen van de ASTER sensor en de mogelijke geologische toepassingen. (staat niet in de cursus, maar ergens in de slides)
  •  
  • Licht de verschillende factoren toe die de hoogte bepaling beïnvloeden in het stereomodel
  •  
  • Wat is een interpretatiesleutel? Waarvoor dient het en hoe wordt het gebruikt?
  •  
  • Bespreek de hoofdkenmerken voor het determineren van de grote groepen van vaste sedimentaire gesteenten
  •  
  • Luchtfoto bespreken zoals tijdens de practica.
  •  
  • Woordjes (10) uitleggen op de voorziene ruimte, meer is niet toegestaan: TIR licht, Homoloog punt, Vliegbasis, Kappa, Multispectrale benadering, Thermale golflengte, Feature space, Maximum likelyhood (method)
  •  
  • Bespreek kort de eigenschappen van de ASTER sensor en de mogelijke geologische toepassingen. (staat niet in de cursus, maar ergens in de slides)
  •  
  • Licht de verschillende factoren toe die de hoogte bepaling beïnvloeden in het stereomodel
  •  
  •  
  • Vaak gestelde vragen
  •  
  • Partim Walraevens
  •  
  • Een of meerdere luchtfoto’s bekijken met stereoscoop en korte mondelinge bespreking hiervan
  •  
  • Welke zijn de verschillende herkenningsfactoren waarop de interpretatie van luchtfoto’s is gesteund?
  •  
  • Partim Goossens
  •  
  • Woordjes en altijd een vraag over parallax!
  •  
  • Blauw licht, centraal punt, DN-waarde, fotobasis, grondresolutie, IFOV, kappa, omega, mengpixel, nadir, ontschranking, restitutie, spectrale signatuur, stereomodel, stereopaar, vliegbasis, ...
  •  
  • De schaal en het % overlapping bepalen het paralaxverschil bij verticale luchtfoto’s. Verklaar.
  •  
  • Bespreek waarom vanuit de ruimte oblieke opnamen worden gemaakt om parallax te meten en vergelijken met verticale luchtfoto-opname.
  •  
  • Invloed van de vliegbasis en de vlieghoogte (en dus het %overlapping) op de parallax en dus bijgevolg op de hoogtebepalingen van de objecten
  •  
  •  

Quartairgeologie

Leerkracht

Sebastien Bertrand & Frank Mostaert

Cursus

Practica

Buis-o-meter

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2017-2018
  •  
  • Partim Bertrand
  •  
  • 1. Wat is het stratotype van het Holoceen? Wat zijn de voordelen en wat zijn de valkuilen van dit stratotype? (10p)
  •  
  • 2. Gegeven de grafiek voor mariene zuurstofisotopen. Waarvoor staan deze waarden? Duid alle terminations aan. Duid het Eemiaan aan en geef de nummer van MIS. (15p)
  •  
  • 3. Hoe kan je loessafzettingen gebruiken om glaciaal-interglaciaal cyclussen te reconstrueren. (5p)
  •  
  • 4. Waarom zijn er maar vier glacialen te zien op het land? (10p)
  •  
  • 5. Leg uit Heinrich events, wanneer, wat en waar? (10p)
  •  
  • 6. MWP 1a en 1b. Waar zijn de bewijzen te vinden en wanneer kwamen deze voor? (15p)
  •  
  • Partim Mostaert
  •  
  • 1. Hoe zijn de terassen gevormd bij de Maas en de Schelde en de Leie? Wanneer werden deze gevormd? Hoeveel terassen zijn er in Maastricht op het veld zichtbaar en waarom? (10p)
  •  
  • 2. Vergelijk de huidige Holoceen afzettingen en de afzettingen in Beerse en Sint-Lenaerts (5p)
  •  
  •  

Master - Major Basins and Origins

Exploration Geophysics

Leerkracht

David Van Rooij

Cursus

Practica

Buis-o-meter

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2017-2018
  •  
  • 1. Refractieseismiek: geef principes, acquisitie, interpretatie (+formules 2-layer model) en pitfalls (5p)
  •  
  • 2. Metalliferous ores: Beste methodes (die het metallisch karakter gebruiken), Op welke principes werken die? Voordelen, nadelen en limieten van alle methodes
  •  
  • 3. Studie naar hydrocarbons over groot offshore gebied, a) welke methodes met limieten en resoluties zou je gebruiken (unlimited budget), welk principe werken ze b) survey strategie (werknemers, materiaal, tijd...), c) milieufactoren en voorbereiding
  •  
  •  
  • Examen 2015-2016
  •  
  • 1. What is VES: Give the theoretical and practical methods and limitations. Give for each method the apparent resistivity. (5p)
  •  
  • 2. An amplitude-frequention graph (seismics) is given. List and explain everything about source, setup, resolution, processing... (5p)
  •  
  • 3. In a large forested area in Europe, some copper-silver ore bodies are found in outcrops. You have the chance to examine this area. a) Give 3 most efficient methods in order for exploitation possibilities. Give also the limitations and the spatial resolution. b) Can you give an estimate of this survey (costs, crew, time,...) c) Do you have to take environmental problems or other precautions in account? (6p)
  •  
  •  
  • Examen 2011-2012
  •  
  • 1. Gegeven: een refractieseismogram van 1 horizontale laag Geef de formules en bereken: diepte z, intercept time, cross over distance, critical angle (afleiding maken in klad en zo de tot de formules komen)
  •  
  • 2. VES: wat zijn de theoretische en praktische methodes, geef bij allen de afleiding om de resestitviteit te berekenen (Wenner, ...)
  •  
  • 3. Geef overeenkomsten en verschillen tussen GPR en land reflection seismics. vergelijk op basis van methode, data verwerving, processing, interpretatie
  •  
  • 4. Verklaar Aliasing, Nettleton's method, Vibroseis, Chargeability, CMP Bin, ...
  •  
  •  
  • Examen 2009-2010
  •  
  • 1. Gegeven een de resistiviteiscurve van een Schlumberger-sondering (zelfde als in cursus). Wat vertegenwoordigen de punten A en B? Wat is de resistiviteit van de verschillende lagen en hun diepte? Bespreek de grootheid S en het belang ervan in het hydrogeologisch onderzoek?
  •  
  • 2. Bespreek de Self-potential variaties in het Noir Ri bekken
  •  
  • 3. Woordjes: convolutie, Q-factor, sferische spreiding en dynamische correctie
  •  
  • 4. Meerkeuze: Motiveer een keuze voor de seismische snelheid van lemig deklaag (200m/s, 300m/s, 600m/s, 1500m/s) en kalksteen-bedrock (600m/s, 2500m/s, 7500m/s, 9000m/s). Wanneer de leembedekking 11m dik is, en uitgaande van de gekozen snelheden: hoelang moet je array aan geofonen zijn opdat je zou waarnemen over een afstand die 3 keer groter is dan de waargenomen snelheidstak van de leemlaag in een x-t diagram (was zoietske, dus 3x uw crossover-distance Xc)
  •  
  • 5. Vraag computerpractica: gegeven een seismogram loodrecht op de voornaamste strekkingsrichting van de breuken in een KWS-bekken in Nigeria. Geef een overzicht van de verschillende stappen die je zal uitvoeren bij het uitkarteren van dit KWS-reservoir (visualisatie, interpretatie, ...)
  •  
  •  

Field Course: Biosphere Evolution and Stratigraphy

Leerkracht

Stephen Louwye & Tijs Vandenbroucke

Cursus

Practica

Buis-o-meter

  •  
  • TWIEOOS

Geochronology

Leerkracht

Johan De Grave & Dimitri Vandenberghe

Cursus

Practica

Buis-o-meter

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2017-2018
  •  
  • Partim De Grave
  •  
  • 1. Je wilt een hele reeks samples in een reactor steken met glasdosimeters en standaarden, hoe ga je da prepareren, kalibreren en analyseren? Geef alle parameters van de ouderdomsvergelijkingen die je gebruikt
  •  
  • 2. A. Wat geef je allemaal in bij AFT QTtQ? B. Bespreek de statistiek ervan en vergelijk deze met traditionele statistiek. C. Wat voor output krijg je en hoe interpreteer je deze?
  •  
  • 3. Woordjes (5): Secular equilibrium, TINT, α-ejection, Dpar, Detrital thermochronology
  •  
  • Partim Vandenhaute
  •  
  • 1. Leg alles uit over het onstaan van de melkweg, Os/Re en U/Th chronometers en nucleosynthesemodellen, ... (1 vraag per persoon)
  •  
  • Partim Vandenberghe
  •  
  • 1. Leg alles uit over de minimum detectielimiet van luminescentie
  •  
  • 2. Bespreek alle problemen bij radiocarbon in mariene reservoirs
  •  
  • 3. Woordjes (9): Lichenometry,Isotopic fractionation, SAR Protocol, Cosmogenic nuclide, Wiggle matching, AMS, Accuracy and precision, Anomalous fading, Dose rate (annual dose)
  •  
  •  
  • Examen 2016-2017
  •  
  • 1. Tijdens een onderzoek is iets fout gelopen met het monster. Het apatietkristal is niet geëtst vooraleer het samen met de ED te bestralen. A. Voor welke problemen zorgt dit. B. Hoe zou je dit oplossen. C. Teken het histogram van het failed sample.
  •  
  • 2. Leg uit in 10 zinnen: annealing model
  •  
  • 3. Verklaar: Geometry ratio. Is dit altijd hetzelfde? Indien het veranderd, leg uit
  •  
  • 4. 10 woordjes: electron capture + vb, alfa-inplantation, confined tracks, rho-d, epithermal neutrons, closing temperature, zetafactor,..
  •  
  • 5. Lengtedistributie en AFT-ages van 2 samples gegeven. Teken het annealing model van deze 2 samples en vul de assen aan
  •  
  • 6. Geef alle soorten dating techniques o.b.v. radiation damage. Leg deze kort uit en geef van alle de limitations, voordelen en een voorbeeld
  •  
  • 7. Hoe zou je de cycliciteit van een tsunamideposit dateren
  •  
  • 8. 10 woordjes: AMS, sclerochronologie, SAR protocol, Bayesian analysis, isotopic fractionation, orbital tuning, isotones, fish canyon tuff apatite, isochrone method, cosmogenic nuclide, U-series, wiggle matching...
  •  
  • 9. 2 figuren mondeling gaan uitleggen met voorbereiding: Holmes Houtermans (of variant), r- & s-processen, I,Xe-evolution path of stars, Pb-Pb dating, hoe aan ouderdom aarde geraken
  •  
  •  
  • Examen 2014-2015
  •  
  • Partim De Grave
  •  
  • 1. Gegeven een figuur met een breuk met verschillende, genummerde AFT ouderdommen. Deze dalen langsheen het breukvlak
  •  
  • 2. A. Verklaar het patroon van AFT ouderdommen en bespreek de geologische/tektonische evolutie van de breuk. B. (gegeven 2 AFT lengtedistributies: eentje met brede distributie en lagere lm, en eentje met smalle distributie en hogere lm) Welke distributie hoort bij AFT ouderdom van punt 2(hoger gelegen, hogere AFT ouderdom) en welke van punt 7(lager gelagen langs breukvlak en lagere AFT ouderdom)
  •  
  • 3. A. Wat is εt(Hf)? Geef de formule en leg de factoren en constanten uit. B. Hoe ziet de evolutie van de εt(Hf) van mantel- en korstgesteenten eruit ? (Maak bij voorkeur een diagram). C. Duidt de εt(Hf) van de BSE aan.
  •  
  • 4. Bespreek alpha-ejection. Welke problemen levert dit in thermochronologie? Hoe wordt dit probleem opgelost?
  •  
  • Partim Vandenberghe
  •  
  • 1. Verklaar alle methodes in verband met accumulatie van radiatie. (Luminescentie, ESR, FT, alfa-recoil,…)
  •  
  • 2. Geef alle groepen met decay/accumulation van radionuclids. Bespreek 1 methode helemaal (basics, use, source of errors) en motiveer waarom je deze koos.
  •  
  • 3. Tephra layers are import horizont markers. Verklaar en legt uit hoe je dit dateert.
  •  
  • 4. Geef het verschil tussen accuracy and precision
  •  
  • 5. 5 woordjes : Wiggle-match, SAR protocol, Isotopic fractionation, Oxygen Isoptope Chronostratigraphy, Remanent Magnetism
  •  
  • 6. Bespreek alle Kwartaire dateringsmethoden die gebaseerd zijn op stralingsschade.Wat zijn de voordelen en wat zijn de beperkingen van elke methode. Geef bij elke methode een toepassing aan de hand van een voorbeeld
  •  
  •  
  • Examen 2013-2014
  •  
  • Partim De Grave
  •  
  • 1. ED methode
  •  
  • 2. Wat is Ehf? Geef de formule en bespreek differentiatie van de aarde (met schema)
  •  
  • 3. Gegeven: aft ouderdommen in een breukschema. Bespreek de geologische geschiedenis van de breuk
  •  
  • Partim Vandenberghe
  •  
  • 1. Bespreek de dateringsmethodes die gebaseerd zijn op stralingsschade
  •  
  • 2. Bespreek de onevenwichten in de U-series
  •  
  • 3. Een glacio-geoloog wil een dateringskader bepalen. Welke methodes raad je hem aan?
  •  
  • 4. Woordjes: wiggle, AMS, aminostratigrafie, isotopische fractionatie
  •  
  •  

Micropaleontology and Paleo-environmental Reconstruction

Leerkracht

Stephen Louwye, Tijs Vandenbroucke, Robert Speijer, Etienne Steurbaut

Cursus

Practica

Buis-o-meter

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2017-2018
  •  
  • Partim Vandenbroucke
  •  
  • 1. Lab treatment of palynomorfs
  •  
  • 2. Which microfossils can be found after treatment? Give for each group: paleobiology, stratigraphic range, use in Ordovician
  •  
  • 3. Give the realtive abundances of groups influenced by depth ( he gave a figure with biofacies)
  •  
  • Partim Steurbaut
  •  
  • 1. Definition, evolutionary history, taphonomic history, strengths and weaknesses in applications of calcareous nannofossils, zygodiscaceae
  •  
  • Partim Louwye
  •  
  • 1. Morphology, distribution, reproduction,... of dinoflagellates
  •  
  • 2. A biofacies is found in the shallow part of a basin and is dated 15Ma, the same biofacies is also found in a deeper part of the basin, dated at 13.2Ma. Explain (diachronous biofacies boundaries)
  •  
  • Partim Speijer
  •  
  • 1. How would you approach and look for if you want to reconstruct the paleoenvironmental conditions?
  •  
  • 2. What variations would you expect along the N-S transect
  •  
  •  
  • Examen 2016-2017
  •  
  • 1. Leg uit Kalkschalige nannofossielen: general definition, time range, spatial distribution, applications, strength/weakness, coccolithaceae
  •  
  • 2. We behandelen sample met HCl en HF. We zeven de resterende korrels. Welke microfossielen vind je in de kleine en welke in de grote fractie. Dit voor een mudstone sample uit het ordovicium. Als we hetzelfde herhalen voor een sample uit het siluur, welke microfossielen vinden we dan?
  •  
  • 3. Een sequencie van TST in het gedecalcificieerde Eoceen op lage latitude. Verklaar de biofacies van bottom to top (aan de hand van de microfossielen). En verklaar welke palynomorfen/microfossielen aan- of afwezig zijn in de sequentie
  •  
  • 4. ???
  •  
  •  
  • Examen 2014-2015
  •  
  • 1. Bespreek hoe foraminiferen gebruikt kunnen worden voor de studie van het paleoklimaat in het Cenozoicum (en het Quartair). En wat kunnen non-mariene ostracoden hier bij helpen?
  •  
  • 2. Een fossiele walvis wordt ontdekt in het gedeeltelijke gecalcificieerde Eoceen van Peru. Er moet een nieuw onderzoek gedaan worden naar ouderdom, stratigrafie en ecologie. Hoe pak je de campagne aan en welke expertise heb je nodig?
  •  
  • 3. Een sequencie van TST in het gedecalcificieerde Eoceen op lage latitude. Verklaar de biofacies van bottom to top (aan de hand van de microfossielen). En verklaar welke palynomorfen/microfossielen aan- of afwezig zijn in de sequentie.
  •  
  • 4. Bespreek de groep Chitinozoa (age, ecology, stratigraphy, morphology) en geef enkele toepassingen.
  •  
  •  
  • Examen 2013-2014
  •  
  • 1. Bespreek de paleobiologie van dinoflagellaten. Bespreek hoe ze bruikbaar zijn in paleomilieureconstructies en geef een voorbeeld
  •  
  • 2. Een gesteente bestaat uit 3 eenheden: een onderste klei-eenheid van 90% Textulariina, daarboven een mergellaag met 90% Miliolina en daarboven een mergellaag met 90% Globigerinina. (a) Bespreek de verschillende morfologieën en samenstellingen van deze 3 subordes. (b) Wanneer komen deze groepen voor? (c) en wat valt af te leiden uit deze gegevens ivm het paleomilieu?
  •  
  • 3. Bespreek waar in België (mogelijks) aardgas/olie te vinden is
  •  
  • 4. Stel je voor dat je een specialist bent in kalkschalig nannoplankton. En je krijgt de opdracht om een magnetostratigrafische reconstructie te maken van het Ypresiaan van het zuidelijk Noordzeebekken. Hoe ga je tewerk? Welke groepen komen hiervoor in aanmerking? En welke andere (minstens 2) vakgebieden zou je nog kunnen gebruiken om extra informatie te verzamelen?
  •  
  •  
  • Examen 2011-2012
  •  
  • 1. Welke geologische problemen kunnen opgelost worden met behulp van Conodonten?
  •  
  • 2. Bespreek de evolutie van de orde foraminiferen. Bespreek op welke structuren de verdere onderverdeling gesteund is. Geef onderverdelingen met belangrijkste kenmerken. Bespreek ook de fylogenie van deze evolutie
  •  
  • 3. Bespreek welke paleomilieureconstructies uitgevoerd kunnen worden met foraminiferen en ostracoden. Bespreek de voor en nadelen tegenover elkaar
  •  
  • 4. Een klakhoudende klei afzetting van kayadablabla formatie oekraine uit midden-ypresiaan. Hoe gebeurt het onderzoek met nannofossielen? Bespreek vanaf de preparatie tot de analyse. Welke species denk je tegen te komen en het biostratigrafisch belang
  •  
  • 5. Hydrocarbon-research in Belgium. Waar kunnen ze voorkomen? geef structuren in belgie waar ze mogelijk zitten. bespreek ook de analysetechnieken die hiervoor gebruikt worden
  •  
  • 6. Een HST sequentie op 40°N op de buitenste shelf met Selandiaan ouderdom (Nu denk je waarschijnlijk Selandiaan nog een geluk dat de prof me wist te vertellen dat het redelijk recent was, jammer genoeg voor mij liggen onze definities van recent wat ver uit elkaar). Je doet een boring, welke palynomorfen en microfossielen denk je tegen te komen en wat vertellen deze over het milieu en de geologie?
  •  
  •  
  • Oudere twieoos
  •  
  • Bespreek het verschil tussen Braarudosphaerae en Discoasteraceae en in welke omgeving komen zij heden ten dage vooral voor?
  •  
  • 5 criteria waarom kalkschalig nannoplankton belangrijk is voor biostratigrafie
  •  
  • Bespreek het gebruik van forminiferen en ostracoden in paleobathymetrisch onderzoek
  •  
  • Bespreek cryptosporen: morfologie, affiniteit, gebruik in de geologie
  •  
  • Bespreek de ecologie van de silicieuse microfossielen en geef enkele toepassingen
  •  
  • Over de exacte affiniteit van conodonten is nog veel discussie. Bespreek en geef jouw mening (echt waar)
  •  
  • Bespreek de voor- en nadelen van het gebruik van Conodonten in stratigrafie
  •  
  • Wat is het stratigrafisch belang van Kalkschallige Nannofossielen (5 criteria) en definieer biozone NP12
  •  
  • Wat is het verschil tussen coccolieten van de Coccolithaceae en de Princiaceae
  •  
  • Wat is het belang van bentische en planktische foraminifera bij het bepalen het paleoklimaat. Structureer uw antwoord op 1 tot max. 2 bladzijden
  •  
  • Welke geologische problemen kan je oplossen door het gebruik van dinoflagellaten? Argumenteer en illustreer waar nodig met een voorbeeld. Schrijf 1 tot max. 2 bladzijden
  •  
  • Een buitenlandse firma vraagt u als Belg of een nota van 1 à 2 bladzijden te schrijven over waar er in België allemaal Koolwaterstoffen (zouden kunnen) zitten. Bespreek meteen kort wat alle voorwaarden zijn opdat aardolie zou kunnen ontstaan. (nota van een oudwebpraeses van 2007-2008 (nvdr: =Tom Jottier): dit is een denkvraag. Eigenlijk moet ge ook de plaatsen bespreken waar het niet zit en zeggen waarom het daar niet zit.)
  •  
  •  

Origin, Evolution and Modelling of Sedimentary Basins

Leerkracht

Jeffrey Poort & Marc De Batist

Cursus

Practica

Buis-o-meter

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2017-2018
  •  
  • Partim De Batist
  •  
  • 1. Two strength profile were given, explain (profile of 2-layered and very thick continental lithosphere)
  •  
  • 2. Active versus passive rifting, explain. How can you distinguish them (if possible) based on geophysical and topographic characteristics?
  •  
  • Partim Poort
  •  
  • 1. Explain briefly: Tectonic subsidence, Neumann vs Dirichlet boundary conditions, Effectice elastic thickness, Backstripping, Kinematic vs dynamic modelling
  •  
  • 2. 1D heat differential equation with no heat production ( equation was given): A. Explain explicit and implicit method, which method gives the most stable result? B. How many boundary conditions are needed? C. If we use a depth discretization of 20 km what will be an appropriate time step to adopt if we use the explicit method? D. Does McKenzie in his paper (1978) work out an analytical or a numerical solution of this equation?
  •  
  • 3. Calculate subsidence: beta is 1.5, initial lithosphere is 120km thick. How much more subsidence is there if the water in the basin is filled with sediment?
  •  
  •  
  • Oudere vragen
  •  
  • Partim De Batist
  •  
  • Give the corrections (explain them) and reason why they are used
  •  
  • Give the differences between the Bouger gravity profile of a rift basin and that of a ocean trench (drawing + explanation)
  •  
  • Draw the time-depth profile and explain (for a rift basin, foreland basin or strike slip basin)
  •  
  • Methods to measure subsurface porosity
  •  
  • Give the assumptions of lithospheric extensional model of McKenzie
  •  
  • Explain strength-depth diagrams (layered/…layered crust)
  •  
  • Explain these words: lithospheric buckling, under compaction,…
  •  
  • Partim Poort
  •  
  • Give the difference between passive and active rifting
  •  
  • How would you discern 2 processes based on geographic and topographic characteristics that are of a rift basin
  •  
  • Explain these words: Lehman, effective stress, lithospheric buckling
  •  
  • Exercise: Basin (B = 1.5), lithospheric thickness (120 km), density of water, sediment,… given: How much more subsidence occurs if the water is filled with sediment?
  •  
  • Explain: Airy vs flexural isostacy, Kinematic vs dynamic model, Neumann vs Dirichlet boundary, Young modulus vs poisson ratio
  •  
  • 1D heat flow differential equation with no heat production (you have to give this): What is assumed … the special use of the … in this equation?
  •  
  • Explain with grid explicit and implicit method for the 2nd order finite differential? Of the 1D equation and explain which one of the 2 gives the most stable… How many boundaries are needed to solve the 1D heat flow?
  •  
  • If we use a depth of 20 km, what time step do we have/get if we use the explicit method?
  •  
  •  

Advanced Sedimentology

Leerkracht

Sebastien Bertrand

Cursus

Practica

Buis-o-meter

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2017-2018
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  

Field Course: Geology of Basins and Orogens

Leerkracht

Johan De Grave & Marc De Batist

Cursus

Practica

Buis-o-meter

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2017-2018
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  

Imaging Techniques of consolidated and unconsolidated Sediments

Leerkracht

Veerle Cnudde

Cursus

Practica

Buis-o-meter

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2017-2018
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  

Mineral Resources, Economics and the Environment

Leerkracht

Stijn De Waele

Cursus

Practica

Buis-o-meter

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2017-2018
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  

Paleoclimatology

Leerkracht

Marc De Batist & Mark Verschuren

Cursus

Practica

Buis-o-meter

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2017-2018
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  

Master - Groundwater and Mineral Resources

Exploration Geophysics

Leerkracht

David Van Rooij

Cursus

Practica

Buis-o-meter

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2017-2018
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  

Groundwater Chemistry

Leerkracht

Kristine Walraevens

Cursus

Practica

Buis-o-meter

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2017-2018
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  

Groundwater Modelling

Leerkracht

Thomas Hermans

Cursus

Practica

Buis-o-meter

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2017-2018
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  

Imaging Techniques of consolidated and unconsolidated Sediments

Leerkracht

Veerle Cnudde

Cursus

Practica

Buis-o-meter

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2017-2018
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  

Mineral Resources, Economics and the Environment

Leerkracht

Stijn De Waele

Cursus

Practica

Buis-o-meter

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2017-2018
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  

Environmental Impact Assessment

Leerkracht

Kristine Walraevens

Cursus

Practica

Buis-o-meter

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2017-2018
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  

Geographic Information Systems

Leerkracht

Nico Van De Weghe

Cursus

Practica

Buis-o-meter

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2017-2018
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  

Geology of Building Stones

Leerkracht

Veerle Cnudde & Tim De Kock

Cursus

Practica

Buis-o-meter

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2017-2018
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  

Geophysical Well Logging

Leerkracht

Kristine Walraevens & Thomas Hermans

Cursus

Practica

Buis-o-meter

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2017-2018
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  

Groundwater and Mineral Resources Apprenticeship

Leerkracht

Kristine Walraevens, Stijn De Waele, Veerle Cnudde & Thomas Hermans

Cursus

Practica

Buis-o-meter

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2017-2018
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  

Master - Keuzevakken

3D Digital Rocks

Leerkracht

Tom Bultreys

Cursus

Practica

Buis-o-meter

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2017-2018
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  

Advanced Micropaleontology

Leerkracht

Stephen Louwye, Robert Speijer & Tijs Vandenbroucke

Cursus

Practica

Buis-o-meter

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2017-2018
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  

Clay Mineralogy

Leerkracht

Stijn De Waele

Cursus

Practica

Buis-o-meter

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2017-2018
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  

Dredging and Offshore Constructions

Leerkracht

Adam Bezuijen & Andreas Kortenhaus

Cursus

Practica

Buis-o-meter

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2017-2018
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  

Evolution of Primates and Paleo-anthropology

Leerkracht

Dominique Adriaens

Cursus

Practica

Buis-o-meter

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2017-2018
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  

Gemmology

Leerkracht

Katrien De Corte

Cursus

Practica

Buis-o-meter

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2017-2018
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  

Geochronological Methods in Practice

Leerkracht

Johan De Grave & Dimitri Vandenberghe

Cursus

Practica

Buis-o-meter

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2017-2018
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  

Geology: a Human Perspective

Leerkracht

Stephen Louwye

Cursus

Practica

Buis-o-meter

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2017-2018
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  

Integrated Offshore Exploration

Leerkracht

David Van Rooij

Cursus

Practica

Buis-o-meter

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2017-2018
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  

Introduction to Geotechnics

Leerkracht

Herman Peiffer

Cursus

Practica

Buis-o-meter

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2017-2018
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  

Leadership and Innovation for Geoscientists

Leerkracht

Jos Decleer

Cursus

Practica

Buis-o-meter

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2017-2018
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  

Volcanology

Leerkracht

Corentin Caudron & Mary-Ann del Marmol

Cursus

Practica

Buis-o-meter

  •  
  • TWIEOOS
  • Examen 2017-2018
  •  
  •  
  •  
  •  
  •